Met drie spelers in de Italiaanse WK-preselectie en een zesde plaats heeft Torino, twee jaar geleden nog in tweede klasse, net een uitstekend seizoen afgewerkt.
...

Met drie spelers in de Italiaanse WK-preselectie en een zesde plaats heeft Torino, twee jaar geleden nog in tweede klasse, net een uitstekend seizoen afgewerkt. Ooit was het meer gewend. Op de erelijst van het Italiaanse profvoetbal staan slechts vier clubs met meer landstitels dan de zeven van Torino (Juventus, Inter, AC Milan en Genoa). Alleen dateert de laatste al van 1976/77. Nog één keer veerde de club op, toen ze met Vincenzo Scifo in 1993 haar laatste prijs won, de Italiaanse beker, een jaar nadat ze de finale van de UEFA Cup verloor van Ajax, nadat ze onderweg Real uitschakelde. In eigen stad was Juventus eerst. Enkele dissidenten van die club richtten in 1906 Torino op. Ze kozen als clubsymbool de oprijzende stier uit het stadsembleem, maar niet de stadskleuren blauw en geel, wel dieprood, granata. In de voormalige Italiaanse hoofdstad is Torino nog steeds de meest populaire club, gegroeid in een arbeidersmilieu. Maar de meeste arbeiders die in de vorige eeuw vanuit heel Italië naar Turijn afzakten om er te werken bij Fiat kozen voor 'die andere' vereniging, waarvan de naam niet geassocieerd is met de stad. Na WOII stond Torino symbool voor de wederopstanding van Italië. Het had een van de sterkste elftallen ter wereld. In mei 1947 leverde het tegen Hongarije zelfs tien van de elf internationals. Op 4 mei 1949 kwam aan dat mooie verhaal een abrupt einde toen een vliegtuig met alle spelers omstreeks vijf uur in de namiddag in een dichte mist en bij slecht weer te pletter vloog tegen de basiliek van Superga, een bedevaartsoord op een heuvel net buiten de stad. Het team was de dag tevoren naar Lissabon afgereisd om daar een afscheidsmatch van een Portugese topvoetballer te spelen. Niemand van de 31 inzittenden overleefde de ramp. Voormalig bondscoach Valerio Pozzo moest de resten van zijn ex-internationals identificeren. De club werkte de resterende vier wedstrijden af met een jeugdteam en kreeg postuum de landstitel toegekend. De ramp trof niet alleen Torino, maar ook het nationale team, dat op internationaal vlak meer dan tien jaar nodig had om zich van het verlies te herstellen. In 1959 volgde een eerste van in totaal zes degradaties uit eerste klasse. In 2005 ging Torino failliet, een paar weken nadat het opnieuw van tweede naar eerste was gestegen. Na de overname volgde een nieuwe start in tweede klasse. In het huidige Torino speelde één Belg, de door Napoli uitgeleende Brusselaar Omar El Kaddouri,die uiteindelijk Marokko boven België verkoos. Doelman Jean-François Gillet,die vorig seizoen een groot aandeel had in het behoud van de club, blijft door een schorsing in het Italiaanse gokschandaal tot augustus aan de kant. DOOR GEERT FOUTRÉ