Het was zondag 17 oktober 1967 en het leven lachte Luigi Meroni toe. Gigi was een levensgenieter. Hij dweepte met Fidel Castro en Che Guevara, schreef poëzie en schilderde, luisterde naar jazzmuziek en droeg zijn haar lang. Zoals zijn idolen, The Beatles. De fans van Associazione Calcio Torino herdoopten hem in La Farfalla Granata - De Granaatrode Vlinder -, de media hekelden de levensstijl van de international die samenwoonde met een getrouwde vrouw. Een doodzonde in het streng katholieke Italië.

Maar die zondagmorgen kregen ze het nieuws dat haar huwelijk door het Vaticaan was ontbonden. De 24-jarige dribbelaar was door het dolle heen, rolde Sampdoria in zijn eentje (4-2) op en ging het goede nieuws met een ploegmaat vieren, tot hij door een Fiat 124 werd opgeschept. Hij belandde op het andere vak, werd door een Lancia meer dan 50 meter meegesleurd en overleed. Detail: achter het stuur van de Fiat 124 zat Attilio Romero, een abonnee en later voorzitter van Torino die I Granata tussen 2000 en 2005 naar het faillissement zou leiden, waarna het als Torino Football Club een doorstart nam en hij in de gevangenis belandde.

Foot-Ball Club Torino werd in 1906 opgericht door Alfred Dick. De Zwitserse financier was het jaar ervoor weggestemd als voorzitter van... Juventus, toen hij zich na het behalen van de eerste scudetto verzette tegen het betalen van vergoedingen aan spelers. Met andere puristen stond hij aan de wieg van de nooit aflatende vete tussen arm (Torino) en rijk (Juventus), maar drie jaar erna joeg hij zichzelf in de Velodromo Umberto I - in 1907 het decor voor de eerste Derby della Mole - een kogel door het hoofd. Leiden en lijden liggen bij Il Toro (De Stier) dicht bij elkaar.

Zoals op 4 mei 1949. Il Grande Torino stond onder leiding van kapitein Valentino Mazzola op een zucht van een vijfde opeenvolgende titel en de selectie was op de terugweg van een benefietwedstrijd in Lissabon, toen het vliegtuig in de dichte mist tegen de Basilica di Superga botste. Niemand overleefde de crash. Op de heuvel ten oosten van Turijn lieten 31 mensen het leven, onder wie 18 spelers - zo goed als de voltallige selectie van Torino -, de Joodse technisch directeur Erno Egri Erbstein die in Hongarije voor de nazi's was gevlucht, de Engelse trainer Leslie Lievesley en bestuursleden, journalisten en vliegtuigpersoneel. Bondscoach Vittorio Pozzo moest de lijken identificeren, omdat hij de meeste spelers van Torino al had opgeroepen...

Twee dagen na de crash woonden meer dan een half miljoen mensen de uitvaartplechtigheden bij. Op een paar meter van de lijkkisten riep Ottorino Barassi - voorzitter van de voetbalbond - de club uit tot landskampioen. 'Ik zeg jullie, beste broeders, dat Torino een vijfde opeenvolgende kampioenschap heeft gewonnen. Jullie hebben het opnieuw gedaan. De jonge kinderen die jaren door de hekkens naar jullie - de meesters van de bal - hebben gekeken, zullen jullie loyaliteit, wil en de liefde voor de sport nooit vergeten.'

De landstitel - de zesde in totaal - was in tranen gedrenkt, Superga een blijvend litteken voor club en stad. Net op het moment dat in Italië en Europa een nieuwe voetbalorde werd gevestigd, had Il Toro alle kracht nodig om van drama's te herstellen. Het pakte nog één scudetto, in 1976 onder Luigi Radice, maar ook dan waren de gedachten bij Valentino, bij Egri, bij Gigi...

Torino FC

Opgericht

3 december 1906

Stad

Turijn (883.000)

Kleuren

granaatrood

Stadion

Olimpico Grande Torino (27.958)

Het was zondag 17 oktober 1967 en het leven lachte Luigi Meroni toe. Gigi was een levensgenieter. Hij dweepte met Fidel Castro en Che Guevara, schreef poëzie en schilderde, luisterde naar jazzmuziek en droeg zijn haar lang. Zoals zijn idolen, The Beatles. De fans van Associazione Calcio Torino herdoopten hem in La Farfalla Granata - De Granaatrode Vlinder -, de media hekelden de levensstijl van de international die samenwoonde met een getrouwde vrouw. Een doodzonde in het streng katholieke Italië. Maar die zondagmorgen kregen ze het nieuws dat haar huwelijk door het Vaticaan was ontbonden. De 24-jarige dribbelaar was door het dolle heen, rolde Sampdoria in zijn eentje (4-2) op en ging het goede nieuws met een ploegmaat vieren, tot hij door een Fiat 124 werd opgeschept. Hij belandde op het andere vak, werd door een Lancia meer dan 50 meter meegesleurd en overleed. Detail: achter het stuur van de Fiat 124 zat Attilio Romero, een abonnee en later voorzitter van Torino die I Granata tussen 2000 en 2005 naar het faillissement zou leiden, waarna het als Torino Football Club een doorstart nam en hij in de gevangenis belandde.Foot-Ball Club Torino werd in 1906 opgericht door Alfred Dick. De Zwitserse financier was het jaar ervoor weggestemd als voorzitter van... Juventus, toen hij zich na het behalen van de eerste scudetto verzette tegen het betalen van vergoedingen aan spelers. Met andere puristen stond hij aan de wieg van de nooit aflatende vete tussen arm (Torino) en rijk (Juventus), maar drie jaar erna joeg hij zichzelf in de Velodromo Umberto I - in 1907 het decor voor de eerste Derby della Mole - een kogel door het hoofd. Leiden en lijden liggen bij Il Toro (De Stier) dicht bij elkaar. Zoals op 4 mei 1949. Il Grande Torino stond onder leiding van kapitein Valentino Mazzola op een zucht van een vijfde opeenvolgende titel en de selectie was op de terugweg van een benefietwedstrijd in Lissabon, toen het vliegtuig in de dichte mist tegen de Basilica di Superga botste. Niemand overleefde de crash. Op de heuvel ten oosten van Turijn lieten 31 mensen het leven, onder wie 18 spelers - zo goed als de voltallige selectie van Torino -, de Joodse technisch directeur Erno Egri Erbstein die in Hongarije voor de nazi's was gevlucht, de Engelse trainer Leslie Lievesley en bestuursleden, journalisten en vliegtuigpersoneel. Bondscoach Vittorio Pozzo moest de lijken identificeren, omdat hij de meeste spelers van Torino al had opgeroepen... Twee dagen na de crash woonden meer dan een half miljoen mensen de uitvaartplechtigheden bij. Op een paar meter van de lijkkisten riep Ottorino Barassi - voorzitter van de voetbalbond - de club uit tot landskampioen. 'Ik zeg jullie, beste broeders, dat Torino een vijfde opeenvolgende kampioenschap heeft gewonnen. Jullie hebben het opnieuw gedaan. De jonge kinderen die jaren door de hekkens naar jullie - de meesters van de bal - hebben gekeken, zullen jullie loyaliteit, wil en de liefde voor de sport nooit vergeten.' De landstitel - de zesde in totaal - was in tranen gedrenkt, Superga een blijvend litteken voor club en stad. Net op het moment dat in Italië en Europa een nieuwe voetbalorde werd gevestigd, had Il Toro alle kracht nodig om van drama's te herstellen. Het pakte nog één scudetto, in 1976 onder Luigi Radice, maar ook dan waren de gedachten bij Valentino, bij Egri, bij Gigi...