Danig fronste ik mijn wenkbrauwen, enkele weken geleden, toen ik in S/VM las dat Tottenhamsupporters hun ploeg voetbal zonder te veel tierlantijntjes willen zien brengen. Volgens mij willen velen onder hen dat namelijk net wél. Toen ik die opmerking las, dacht ik onwillekeurig aan wat BBC-commentator John Motson voor een FA Cupmatch van Arsenal in de tijd van Dennis Bergkamp en Thierry Henry zei: "Arsenal speelt tegenwoordig met een flair die je eerder zou verwachten van hun Noord-Londense rivalen." Het citaat in het artikel van een habitué ("Een Spursfan wil dat de spelers van zijn ploeg ervoor gaan.") lijkt me hoogstens een paradox. Wil niet menig Brits voetbaladept dat, los van teamv...

Danig fronste ik mijn wenkbrauwen, enkele weken geleden, toen ik in S/VM las dat Tottenhamsupporters hun ploeg voetbal zonder te veel tierlantijntjes willen zien brengen. Volgens mij willen velen onder hen dat namelijk net wél. Toen ik die opmerking las, dacht ik onwillekeurig aan wat BBC-commentator John Motson voor een FA Cupmatch van Arsenal in de tijd van Dennis Bergkamp en Thierry Henry zei: "Arsenal speelt tegenwoordig met een flair die je eerder zou verwachten van hun Noord-Londense rivalen." Het citaat in het artikel van een habitué ("Een Spursfan wil dat de spelers van zijn ploeg ervoor gaan.") lijkt me hoogstens een paradox. Wil niet menig Brits voetbaladept dat, los van teamvoorkeur? Denk ook aan Tottenhams clubadagium 'Audere estfacere', dezer dagen boven aan het stadion verengelst tot 'To dare is todo'. Het flegma van de spelers op White Hart Lane zou er volgens de overlevering vooral ingeslepen zijn door de geridderde Bill Nicholson, jarenlang manager en pronkend met één van beide landstitels uit de clubgeschiedenis (1961), de FA Cup (1961) en twee Europabekers (1963 en 1972). De EC II-winst in 1963 onder Nicholsons leiding betekende zelfs de eerste Britse Europabekerwinst. Tottenham was bovendien het eerste Britse team dat het aandurfde (jawel, audere) überhaupt deel te nemen aan Europees voetbal. Net zoals de Spurs in de jaren zeventig als eerste Britse club niet-Britse spelers inlijfde: de toverende Argentijnen Ricardo Villa en Osvaldo Ardiles, genegenheidsvol Ricky en Ossie gedoopt. Toen en later gold Tottenham als de continentaalste der Britse ploegen, met zich op gezette tijden van tierlantijntjes bedienende spelers als Glenn Hoddle, Steve Archibald, David Ginola of Nayim Amar. Deze Marokkaanse Spanjaard, Hotspur van 1988 tot 1993, maakte in 1995 in de EC II-finale voor Zaragoza de memorabele winning goal in de verlengingen tegen... Arsenal, Tottenhams erfvijand. Nayims tierlantijntje bestond erin om in de 120e minuut vanaf de middellijn raak te knallen. Het inspireerde Spursfans om als alternatief op het refrein van 'Go West' (Pet Shop Boys) 'Nayim from the halfwayline' te scanderen, zeker wanneer de door het afstandsschot gevloerde David Seaman aan The Lane op bezoek kwam. Dat de niet-populariteit van Moussa Dembélé met zijn hoeveelheid tierlantijntjes te maken zou hebben, geloof ik dan ook niet. Dembélé heeft er, zoals het artikel aangaf, nog niet lang gespeeld en dus weinig gelegenheid tot hartenverovering gehad. De liefde voor Harry Redknapp ligt volgens mij dan weer eerder in zijn afkomst: sinds David Pleat hadden de Spurs ruim vier jaar geen Engelse roerganger meer gekend toen Redknapp overnam. Tegelijk hadden Tottenhams rivalen boven in de Premier League in Redknapps era bijna zonder uitzondering géén Engelse manager als uithangbord (Wenger, Scolari, Hiddink, Ancelotti, Villas-Boas, Di Matteo, Mancini, Benítez, Moyes e.a.). Resultaten hielpen ook erg, vermoed ik: onder Redknapp klommen de Spurs van een hekkensluiterspost in de vaderlandse liga naar Europese toppen, met de eerste gewonnen wedstrijden in de Champions League, onder meer tegen de beide Milanese CL-winnaars. Al uw reacties en sportgerelateerde zoekertjes zijn welkom bij Sport/Voetbalmagazine, Raketstraat 50 bus 5, 1130 Brussel of via e-mail : sportmagazine@roularta.be. De redactie behoudt zich het recht voor teksten in te korten of te weigeren. De schrijver moet zijn naam en woonplaats vermelden. Jeroen Tanésy, Schiplaken