Het Grote Duel

Als 2020 ons iets heeft geleerd, dan is het dat vanzelfsprekende zaken plots niet meer zo normaal blijken. Dat bleek nogmaals vorige week, toen Team INEOS Grenadiers zijn Tourselectie bekendmaakte, zónder Chris Froome en zónder Geraint Thomas - vooral dat was een verrassing. Anderzijds ook niet: Froomey en G waren in de Dauphiné te ver weggeblazen, in Froomes geval logisch na zijn verschrikkelijke val in de Dauphiné 2019. Zo worden ze nu als kopman uitgespeeld in respectievelijk de Vuelta en de Giro. 'Drie grote rondes. Drie leiders. Eén gemeenschappelijk doel', verpakte teambaas Dave Brailsford het.
...

Als 2020 ons iets heeft geleerd, dan is het dat vanzelfsprekende zaken plots niet meer zo normaal blijken. Dat bleek nogmaals vorige week, toen Team INEOS Grenadiers zijn Tourselectie bekendmaakte, zónder Chris Froome en zónder Geraint Thomas - vooral dat was een verrassing. Anderzijds ook niet: Froomey en G waren in de Dauphiné te ver weggeblazen, in Froomes geval logisch na zijn verschrikkelijke val in de Dauphiné 2019. Zo worden ze nu als kopman uitgespeeld in respectievelijk de Vuelta en de Giro. 'Drie grote rondes. Drie leiders. Eén gemeenschappelijk doel', verpakte teambaas Dave Brailsford het. Bij zijn keuze had hij zijn favoriete mantra, mission clarity, niet verloochend. Klaarheid wat betreft de enige kopman voor de Tour: Egan Bernal, een rol die de Colombiaan zelf al in mei had opgeëist en kreeg toebedeeld door Brailsford. Harmonie als hoogste goed, met alleen volledig toegewijde helpers, zonder discussies over leiderschap die de missie zouden verstoren. Brailsford moest daarvoor twee Britse wielericonen meedogenloos afserveren, maar daar gaf hij een positieve draai aan - zoals hij dat zo goed kan. 'Chris en Geraint krijgen nu de kans om zelf leider te zijn in een grote ronde.' Niet toevallig omschreef Bradley Wiggins Brailsford ooit als 'de man die chocolade uit het toilet kan trekken.' In 2013 had de teambaas diezelfde Wiggins, als titelverdediger van de Tour, naar de Giro gestuurd, en Froome het kopmanschap toebedeeld. 'Een moeilijke beslissing, maar mijn job is een ploeg selecteren die kan winnen.' Dat voor Brailsford alleen winnen telt, bleek ook het jaar erna, toen Froome letterlijk uit de Tour viel en luitenants Richie Porte en Geraint Thomas faalden. In Parijs spuwde hij vuur, de nederlaag sterkte hem in de overtuiging dat je met sentiment nooit prijzen zal winnen. Door louter pragmatisch te denken wel, op basis van objectieve data. En dus kon Brailsford niet riskeren om Froome en Thomas, ondanks al hun ervaring, te selecteren in de hoop dat ze beter zouden worden richting het slot van de Tour. Zeker niet met een lastige openingsweek en de zoemende Jumbo-Vismabijen in gedachten. Bovendien in een Tour waar het niveau hoger dan ooit zal liggen, zoals al in de Dauphiné het geval was. Niet onbelangrijke kanttekening bij hun niet-selectie: met performance director Rod Ellingworth en ploegleider Nicolas Portal verloor INEOS het laatste jaar twee sleutelfiguren (de ene trok naar Bahrain-McLaren, de andere overleed in maart) die heel close waren met Thomas en Froome. Dat Team INEOS - bijgenaamd The British Empire - voor het eerst in zijn bestaan met slechts één Britse renner (Welshman Luke Rowe) naar de Tour gaat, zal Brailsford worst wezen. Zoals ook Jim Ratcliffe, als eigenaar van een multinational, veel verder kijkt dan de Britse grenzen en het plezier van de Britse wielerfans. Die moeten nu supporteren voor een Empire waar Spaans de voertaal is. En niet van harte, zo blijkt uit de vele negatieve reacties op de Tourselectie. Daarin, naast kopman Bernal, immers ook Ecuadoraan Richard Carapaz (die plots werd overgeheveld vanuit de Giroploeg, waarvan hij de leider zou zijn), de Costa Ricaan Andrey Amador en Spanjaard Jonathan Castroviejo - nota bene allen ex-Movistar. Zelfs de ploegleider in de Tour, Xabier Zandio, is Spaanstalig. Toeval of niet: de manager van al die renners, net als van die andere geselecteerde, Michal Kwiatkowski is de Italiaan Giuseppe Acquadro, die zowat de hele Zuid-Amerikaanse markt inpalmt, met ook Nairo Quintana en Rigoberto Urán in zijn portefeuille. Een Latijnse richting die Brailsford al langer heeft ingeslagen: voor Jim Ratcliffe met INEOS als vervanger van Sky op de proppen kwam, zat hij begin 2019 zelfs aan tafel met de Colombiaanse president Iván Duque om de piste van Ecopetrol, de nationale olie/gasmaatschappij met vertakkingen in heel Latijns-Amerika, als nieuwe geldschieter te bespreken. Met de Zuid-Amerikaanse winnaars van de Giro en Tour 2019, Carapaz en Bernal, trekken de INEOS Grenadiers nu naar het Tourfront. Bijkomend voordeel: ze kunnen zo ook een ' different game plan' hanteren, zoals Brailsford het noemde. Allicht dus geen treintjes meer, want de voorbije weken bleek dat de Jumbo-Visma-tgv een pak sneller zoeft. Uitgerust bovendien met een locomotief, Primoz Roglic, die in de slothectometers telkens een verschroeiende versnelling kan plaatsen. In een Tour waarin de steile, onregelmatige cols dik gezaaid zijn, kan een meer aanvallende tactiek dus rendabeler blijken, zeker met Bernal, Carapaz en ook de veelbelovende Franse Rus Pavel Sivakov. Zij zijn explosievere en meer pure klimmers dan Froome en Thomas, die het als tijdrijders meer van een gelijkmatig, zeer hoog tempo moeten hebben. Vorig jaar bleek ook dat Franse springveren als Julian Alaphilippe en Thibaut Pinot in staat zijn om treintjes te dynamiteren. Met ook nog een jonge bommenlegger als Tadej Pogacar aan de start en de groter wordende coronadreiging (zie punt 4) lijkt het sowieso een zeer offensieve Tour te zullen worden. Opvallend: voor het eerst sinds 2012 (toen Cadel Evans) staat slechts één ex-winnaar aan de start (Bernal). En hoewel ook Steven Kruijswijk na zijn schouderontwrichting moet thuisblijven, wordt nu vooral de clash tussen de (Spaanstalig getinte) INEOS Grenadiers en de geel-zwarte killerbees van Jumbo-Visma in de verf gezet. Een tweestrijd tussen twee Galácticos-ploegen, en ook dat is in de Tourgeschiedenis zeldzaam. Je moet al naar 2009 teruggaan, toen Astana uitpakte met Alberto Contador (winnaar van 2007), dan nog zevenvoudig winnaar Lance Armstrong en Andreas Klöden (tweemaal tweede), en opbokste tegen het Saxo Bankteam van de broers Andy en Fränk Schleck, in Parijs ook goed voor vijf van de eerste zes plaatsen - alleen Wiggins kon zich daar als vierde tussen wringen. Krijgen we in deze Tour een gelijkaardig scenario? Veel hangt af van de vormcurve van Primoz Roglic. Als die zijn niveau van de Dauphiné kan aanhouden en geen last meer heeft van zijn val, dan zal een heel straffe Bernal nodig zijn om de Sloveen en Jumbo-Visma van de eindzege te houden. Tenzij een derde hond met het gele been gaat lopen.Het lag al vast ver voor de coronapandemie, en toch is ook het parcours van deze Grande Boucle vrij uniek. Veeleer een mini-boucle, in het zuiden van Frankrijk. Na de start in Nice gaat het in wijzerzin tot Poitiers, de finishplaats van de elfde rit, zo'n 350 kilometer ten zuidoosten van Parijs. Dat is het meeste noordelijke punt op het parcours voor het peloton oostwaarts door het Centraal Massief en de Alpen trekt en dan op vrijdag een vlakke rit in de Franche-Comté afwerkt. Op de voorlaatste dag volgt dan een tijdrit richting La Planche des Belles Filles in de Vogezen. Een zeer compact parcours dus, met minder bezochte regio's, minder lange verplaatsingen tussen de etappes en met voor het eerst in de Tourgeschiedenis slechts één rit langer dan 200 kilometer: de twaalfde etappe naar Sarran, de kortste langste rit ooit in een Tour. Ter vergelijking: in de vier voorbije edities lag het gemiddelde van plus-200 kilometeretappes op 6,5. Al is dat nieuwe 'korte rittennormaal' wel al langer ingezet, overgenomen van de Vuelta. Ook uitzonderlijk, mede door Le Grand Départ in Nice: na een al heuvelachtige eerste rit trekt het peloton al op de tweede dag door de Hautes-Alpes, in totaal goed voor bijna 4000 hoogtemeters en twee beklimmingen boven de 1500 meter. In het openingsweekend is dat al geleden van 1979, met na de proloog in Fleurance toen meteen drie ritten door de Pyreneeën. Een gedurfd format volgens parcoursbouwer Thierry Gouvenou, want op dag vier volgt al een eerste aankomst bergop in Orcières-Merlette (1825 meter) en op dag zes ook op de Mont Aigoual (1560 meter), bekend van het beroemde wielerboek De Renner, van Tim Krabbé. Die drie etappes moeten het klassement al voor een deel decanteren, net als enkele mogelijke waaierritten. In het Centraal Massief en in de Alpen worden ook enkele 'nieuwe' cols beklommen, met als gemene deler: steil, steiler, steilst. Mogelijk beslissende scherprechter: de Col de la Loze, een nieuwe, smalle aangelegde fietsweg boven skistation Méribel met een maximumpercentage tot ruim twintig procent. Daarna volgt nog een ultieme showdown op de voorlaatste dag: een tijdrit van 36 kilometer. De enige in deze Tour, enerzijds een voortzetting van de voorbije jaren, anderzijds ook uniek naar hedendaagse normen, want eindigend op La Planche des Belles Filles. De laatste decennia was zo'n chronorace op zaterdag wel een vaak gebruikt recept, maar steevast op een vlak tot heuvelachtig parcours, of afgewisseld met een laatste bergrit, zoals vorig jaar naar Val Thorens. Nu gaat de laatste zes kilometer bergop - een semiklimtijdrit dus. De tijdrit passeert nota bene langs Mélisey, het dorp van Thibaut Pinot, waar diens vader Régis burgemeester is. Als de Fransman daar in de gele trui zou passeren, op weg naar eindwinst, zal het alle coronamoeite van Tourbaas Christian Prudhomme (zie punt 5) meer dan waard geweest zijn. De coronacrisis heeft tot veel primeurs geleid, ook wat betreft de start- en einddatum van de Tour 2020: van 29 augustus tot 20 september. Ruim anderhalve maand later dan in 1908 en 1950 toen La Grande Boucle op 13 juli begon. Sindsdien is de Tour nooit later op het jaar gestart. Enkele edities eindigden wel nog begin augustus, al zijn ze uitzonderlijk. De laatste keer gebeurde dat in 1998 (op 2 augustus), toen Le Grand Départ pas op 11 juli plaatsvond wegens het WK voetbal in Frankrijk. Die latere datum zal ook een impact hebben op het weer. Een canicule zullen de renners deze keer allicht niet moeten trotseren, zoals in de rit naar Nîmes vorig jaar, toen onderweg bijna 40 graden werd gemeten, in de schaduw. Dat zal de recuperatie bevorderen, zeker bij minder hittebestendige renners, zoals Tim Wellens en Thibaut Pinot. Coureurs met allergieën zullen ook veel vrijer kunnen ademen, want het pollenseizoen is dan grotendeels voorbije. Mogelijk zullen de renners op grote hoogte in de Alpen zelfs mouwstukken of een bodywarmer moeten aantrekken. Al is het risico daar wel een stuk kleiner op een warmteonweer, zoals in de Tour van 2019 toen de rit naar Tignes werd stilgelegd door een modderstroom in de afdaling van de Col de l'Iseran. In de Pyreneeën, waar de renners al op 5 en 6 september passeren, is volgens de plaatselijke meteorologische diensten de kans op onweer en wisselvallig weer in die periode van het jaar dan weer groter. Sneeuw zullen de renners allicht niet moeten trotseren, want in de Pyreneeën klimmen ze niet boven de 1753 meter. Ook in de Alpen, met in deze Tour slechts één col ruim boven de 2000 meter (Col de la Loze), vallen er in september doorgaans amper vlokjes. Al valt dat nooit uit te sluiten, remember de Tour van 1996, toen de Galibier en de Iseran geschrapt werden in de rit naar Sestrière. De kans op sneeuw wordt pas groter vanaf half oktober. En dat zou op 25 oktober, wanneer de zesde Vueltarit boven op de Tourmalet eindigt, wel tot gure omstandigheden kunnen leiden. Een mogelijk meer bepalende factor wordt de wind, die in september veelal krachtiger waait dan in juli. Zoals op sommige open Pyreneeëncols als de Port de Balès en de Peyresourde, en in het zuiden van Frankrijk, in de Rhônevallei, waar de mistral krachtig blaast. Niet toevallig noemde Christian Prudhomme het als een van de voordelen van de late datum: meer kans immers op waaieretappes. En enkele ritten, zoals die naar Lavaur, en van l'île d'Oléron naar Île de Ré (langs de kust), zijn daarvoor zeer geschikt. 'Iedereen weet dat er een grote kans is dat de Tour niet tot in Parijs raakt, gezien de coronadreiging. Het gevecht om de gele trui zal al vroeg heel belangrijk worden. Want als de Tour na tien dagen stopt, dan is de leider op dat moment misschien de eindwinnaar. Dus zullen de klassementsmannen zeker niet wachten tot de laatste drie dagen. Het zal helemaal anders zijn', aldus Philippe Gilbert over het dreigende coronazwaard dat boven de Tour hangt en over de impact ervan op het aanvallende koersgedrag, mogelijk ook in de hand gewerkt door de zware openingsweek. Een scenario waarin een renner van de tweede rij even het geel mag nemen van de klassementsteams, om de druk te verschuiven, is dus ook nagenoeg uitgesloten. Dé vraag is echter: als de Tour inderdaad vroegtijdig wordt stopgezet, na hoeveel etappes kan de jury dan een officieel klassement opstellen? In Parijs-Nice mocht Maximilian Schachmann de gele trui op zak steken, maar toen werd door de coronadreiging alleen de slotrit geschrapt. Het antwoord: geen kat die het weet, want ASO heeft daar tegen de ploegen met geen woord over gerept. Het reglement van de UCI (artikel 2.2.029) en van de Tour bepaalt alleen dat 'de juryvoorzitter in overleg met de organisatie elk resultaat/klassement van een race kan annuleren of behouden als een incident de voortgang van de race beïnvloedt, rekening houdend met de tijdsverschillen op het moment van het incident.' Maar dat gaat telkens over één rit, niet over de ronde in zijn geheel. Onduidelijk is dus hoe ver de Tour gevorderd moet zijn eer er een officiële winnaar wordt toegekend. Ironisch genoeg zal die onzekerheid de aanvalslust dus aanscherpen. Tegelijkertijd echter ook de zenuwachtigheid in de hogedrukkoers die de Tour sowieso al is. Mogelijk leidend tot nóg meer valpartijen - hopelijk deze keer zonder veel lichamelijke schade. Groot was de verontwaardiging van triatleet Frederik Van Lierde toen de burgemeester van Nice de Ironmanwedstrijd in zijn stad, die had moeten plaatsvinden op 11 oktober, onlangs afgelaste. Geen evenementen toegelaten van meer dan 5000 personen, klonk het. En dus geen mooie afscheidsrace voor Van Lierde, die zich afvroeg waarom de nog veel grotere Tour, in datzelfde Nice, wél mag plaatsvinden. Om de simpele reden dat zelfs tot in de hoogste regionen van de Franse regering de overtuiging leeft dat de Tour móét doorgaan, om economische, financiële, toeristische en symbolische redenen. Zoals La Grande Boucle ook voor veel wielerploegen de enige haak is waar ze nu hun overlevingskansen aan vasthangen. En ook voor organisator ASO is het de grootste melkkoe: op een totale jaaromzet van 233 miljoen euro genereert de Tour naar schatting zo'n 130 à 150 miljoen aan tv-geld, sponsors en vergoedingen van gaststeden. ASO en de Franse regering zullen er dan ook alles aan doen om de witte vlag niet te moeten hijsen: 29.000 agenten die onder meer een strikte limitering of zelfs verbod qua toeschouwers op liefst 26 beklimmingen/cols moeten toepassen, een mondmaskerplicht in alle start/aankomstzones, bussen en ploegwagens, een reductie van de Tourkaravaan met zestig procent, journalisten die alleen in een beperkte mixed zone renners kunnen interviewen, tv-commentatoren die in Parijs of Brussel verslag zullen uitbrengen, het creëren van ploegbubbels, waarbij teams onder meer in elk hotel een eigen verdieping en eetzaal krijgen. De vraag is of dat voldoende zal zijn. In maart startte een koers in Parijs maar werd die door de plotse coronaopstoot daags voor het eindpunt in Nice stopgezet. Zal nu de Tour, die start in Nice, wel in Parijs raken? Zeker nu de positieve coronagevallen ook in Frankrijk weer stijgen: vorige donderdag tot 4771. Een postlockdownrecord dat in september allicht niet rap zal zakken, met verhoudingsgewijs wel een zeer beperkt aantal doden en ziekenhuisopnames. Naast alle preventieve hygiënische en bubbelmaatregelen is de tweede pijler van het coronaprotocol het opsporen van positieve gevallen. Dinsdagavond (25 augustus) moesten alle leden van de 22 ploegbubbels (maximaal 30 personen, inclusief renners, twee reserven, sportdirecteur, mecaniciens, verzorgers) aanwezig zijn in Nice, op de deelnemers aan het EK in Plouay (op woensdag) na. Al zal dat slechts een klein aantal zijn, want veel teams houden hun renners in hun Tourbubbel, om elk risico uit te sluiten. Na een eerste PCR-test op zaterdag, zondag of maandag (afhankelijk van het nationaal kampioenschap), wordt iedereen op dinsdag, woensdag of donderdag (voor de EK-deelnemers) een tweede maal getest. Tijdens de Tour is voor elke start een mobiel labo voorzien (kostprijs: 200.000 euro), dat elke dag tot maximaal 400 PCR-/serologische testen kan uitvoeren, voor personen die symptomen vertonen. Iedereen moet daarom ook elke morgen en avond via de teamdokter een gezondheidsformulier invullen. Op de twee rustdagen wordt iedereen dan opnieuw getest. De vraag is: wat bij een coronabesmetting in een ploegbubbel? Die persoon moet dan meteen veertien dagen in quarantaine. Aanvankelijk was echter niet duidelijk wat er met diens 'bubbelgenoten' zou gebeuren. Vóór de Dauphiné deelde ASO mee: wanneer één persoon binnen de teambubbel positief test, dan moet het de héle ploeg in quarantaine. Later paste ASO, onder druk van sommige teams, dat echter aan naar twee positieve gevallen in één week of wanneer er twee personen zwaar symptomatisch zijn (beoordeeld op basis van een puntensysteem). Zo wil men het risico op een vals positieve test (zo'n één à twee procent van de testen) verkleinen. Maar zelfs die aanpassing stuit op verzet, omdat het hele team, inclusief dus alles renners, ook wordt uitgesloten als bijvoorbeeld een verzorger en de buschauffeur positief testen. Dinsdag werd daarover nog overlegd, want als bijvoorbeeld de ploeg van de geletruidrager de Tour moet verlaten, dan is de imagoschade niet te overzien. Voor andere teams zal de race, na de uitsluiting van een andere ploeg, wél doorgaan, omdat hun renners 'een laag risicocontact' hebben gehad. Onduidelijk is echter: zal elke ploegdokter eventuele zware symptomen van zijn eigen renners objectief aangeven, en een mogelijke uitsluiting van zijn team riskeren? Wat als er enkele ploegen tegelijkertijd één of meer positieve gevallen tellen? En wat is het breekpunt qua aantal besmettingen in een regio/stad waar de Tour passeert? En wat als die stad in een regionale lockdown werd geplaatst? Die beslissing om de Tour te stoppen - of om, bij een lockdown, een rit eventueel te schrappen - ligt bij ASO in overleg met de covid-coördinator van de Tour en de Franse overheden. Een keuze die zij mogelijk zullen moeten maken, want in de Tour, een imposant circus dat drie weken van de ene stad naar het andere hotel reist, is het besmettingsrisico ondanks alle stringente maatregelen nog groter dan in de voorbije eendagskoersen/kortere rondes. Bovendien wordt wegens praktische en financiële redenen tijdens de race niet iedereen elke dag getest - zoals veel experten nochtans aanraden. Tussen de laatste test (op dinsdag/woensdag) voor de Grand Départ in Nice en die op de eerste rustdag op 7 september zitten zo tien/elf dagen. Ook al kan het mobiele labo voor elke start renners met symptomen testen, dan kan de Tour in die anderhalve week ingehaald worden door asymptomatische coronabesmettingen van renners die zich perfect gezond voelen en zich in die periode dus niet zullen laten testen. Of ook door vals positieve, vals negatieve of onduidelijke/te late testresultaten. Die van het mobiele labo zijn, liet ASO ons weten, pas tussen de 24 à 48 uur bekend, maar dan heeft de mogelijk besmette coureur wel een hele dag in het peloton gefietst. In een peloton waar het snot en het speeksel van renners door de onderdruk een aerosolwolk kunnen vormen. En waar dus makkelijk andere renners besmet kunnen raken, zoals professor Bert Blocken van de KU Leuven/TU Eindhoven al uitvoerig aantoonde. Drie weken lang zullen alle volgers van de karavaan dus op een dunne coronakoord moeten lopen, in de hoop dat iedereen zijn evenwicht kan bewaren. Zo niet, dan zal de Tour 2020 helaas nog anders worden dan hij al was. De Tour van de corona(des)illusie.