Sinds 2010 vormden de dubbele beklimming van de Jaizkibel (7,8 km aan 5,8 %) en de Arkale (2,7 km aan 6,3 %) de zwaarste hindernissen van de Clásica. Aan die formule hebben de organisatoren vorig jaar echter gesleuteld: de afstand werd gereduceerd met 13 km (van 232 naar 219) en in de finale lasten ze de Bordako Tontorra in, een smalle klim van 2,5 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 9 % en pieken tot ruim 20 %. De steile bult, waarvan de top op 7 km van de finish ligt, vervulde zijn rol, want Alejandro Valverde en Joaquim Rodríguez re...

Sinds 2010 vormden de dubbele beklimming van de Jaizkibel (7,8 km aan 5,8 %) en de Arkale (2,7 km aan 6,3 %) de zwaarste hindernissen van de Clásica. Aan die formule hebben de organisatoren vorig jaar echter gesleuteld: de afstand werd gereduceerd met 13 km (van 232 naar 219) en in de finale lasten ze de Bordako Tontorra in, een smalle klim van 2,5 km met een gemiddeld stijgingspercentage van 9 % en pieken tot ruim 20 %. De steile bult, waarvan de top op 7 km van de finish ligt, vervulde zijn rol, want Alejandro Valverde en Joaquim Rodríguez reden er weg. In de technische afdaling sloten Bauke Mollema, Mikel Nieve en Adam Yates nog aan, maar die laatste kwam ten val. Valverde maakte van de gelegenheid gebruik om te demarreren en zijn tweede zege in de Spaanse klassieker te behalen. Traditioneel is de Donostia-Donostia Klasikoa (Donostia is de Baskische naam van San Sebastián) een gevecht tussen ronderenners en de klassieke specialisten die de Tour hebben afgewerkt. Wie na drie weken enigszins fris Frankrijk verlaat, heeft door het hogere competitieritme immers een streepje voor. Niet toevallig kwamen de laatste zeven winnaars van de Clásica (Valverde (2x), Gallopin, León Sánchez (2x), Gilbert en Barredo) uit La Grande Boucle. Vorig jaar hadden zelfs acht renners van de top tien deelgenomen aan de Tour. De twee 'vreemde eenden': Jelle Vanendert (zesde, en eerste Belg) en Zdenek Stybar (tiende), die op respectievelijk 26 en 43 seconden van Valverde eindigden. Eerstgenoemde bewees zo dat hij met een trainingsstage in Livigno gekoppeld aan de Ronde van de Waalse Gewesten kan meespelen in de finale. Dit jaar bewandelt hij hetzelfde pad. De Limburger liet de Tour links liggen (gezien de grote focus bij Lotto-Soudal op André Greipel en Tim Wellens) en concentreert zich op de WorldTourkoersen in augustus en september (met ook nog de EnecoTour, de GP Plouay, de GP's van Montréal en Québec, de Ronde van Lombardije). Daar zijn immers meer punten te verdienen voor zijn individuele WorldTourranking én voor het teamklassement van Lotto-Soudal. In San Sebastián zal Vanendert het kopmanschap delen met ploegmaat/ex-winnaar Tony Gallopin, die wel uit de Tour komt. Misschien krijgt de Neerpeltenaar ook hulp van zijn ex-teamgenoot/vriend Philippe Gilbert. Die haakte met een kleine breuk aan het onderbeen af voor de Tour (al dan niet gedwongen door zijn team BMC) en bereidde zich via de GP Pino Cerami en Ronde van de Waalse Gewesten voor op de augustusklassiekers. Gilbert won in zijn superseizoen 2011 nog de Clásica San Sebastián, maar allicht zal de Bordako Tontorra, toen nog niet in het parcours, nu te steil uitvallen voor hem. Zeker als Valverde en Rodríguez, of andere klimmers uit de Tour, er hun vleugels uitslaan. DOOR JONAS CRETEUR