Vrijdagmiddag halfdrie. Iets erover zelfs, maar slechts twee Beverse Ivorianen trotseren de februarikoude. Twee revaliderende Ivorianen dan nog, die onder leiding van looptrainer Danny Stuer aan hun herstel werken. De rest laat nog een kwartiertje op zich wachten. Drie vaste trainingwatchers becommentariëren de toestand. Ze maken zich zorgen. Te weinig rendement, te weinig kwaliteit, te weinig inzet, verkeerde trainingen, te veel arrogantie bij de technische staf. Kortom, de vaste klaagzang langs de lijn bij elke ploeg in de tweede helft van de rangschikking. Je moet niet bezig zijn met die halve finale van de beker, tempert een supporter het ene lichtpuntje in de duisternis, veel belangrijker is de strijd om de punten. Met wedstrijden tegen Standard en Club Brugge voor de boeg is puntenoogst tegen Sint-Truiden in hun ogen een must om de druk nog wat weg te houden. Het vertrek van Moussa Sanogo wordt becommentarieerd en betreurd. "Ze weten het bij Brussels beter dan wij hier", zucht er eentje.
...

Vrijdagmiddag halfdrie. Iets erover zelfs, maar slechts twee Beverse Ivorianen trotseren de februarikoude. Twee revaliderende Ivorianen dan nog, die onder leiding van looptrainer Danny Stuer aan hun herstel werken. De rest laat nog een kwartiertje op zich wachten. Drie vaste trainingwatchers becommentariëren de toestand. Ze maken zich zorgen. Te weinig rendement, te weinig kwaliteit, te weinig inzet, verkeerde trainingen, te veel arrogantie bij de technische staf. Kortom, de vaste klaagzang langs de lijn bij elke ploeg in de tweede helft van de rangschikking. Je moet niet bezig zijn met die halve finale van de beker, tempert een supporter het ene lichtpuntje in de duisternis, veel belangrijker is de strijd om de punten. Met wedstrijden tegen Standard en Club Brugge voor de boeg is puntenoogst tegen Sint-Truiden in hun ogen een must om de druk nog wat weg te houden. Het vertrek van Moussa Sanogo wordt becommentarieerd en betreurd. "Ze weten het bij Brussels beter dan wij hier", zucht er eentje. Kaiper is de eerste die, gewapend met een net vol ballen, komt aansloffen. Goed voor twee doelpunten maandag in het invallersduel tegen Lierse. Stemmen gaan op om hem nog eens een kans te geven en Gervinho een rang achteruit te trekken. Want het probleem van Beveren is tweevoudig, weten ze allemaal. Eén, het middenveld. De voorbije jaren was het steunvlak hét sterke punt van de Waaslanders : met eerst YayaTouré en Gilles Yapi Yapo en daarna het duo Marco Né-N'Dri Romaric. Lengte, kracht, infiltratievermogen, stuwing vanuit de tweede lijn. Dat is dit seizoen weg. Sanogo scoorde niet meer, was de klacht, maar wie moest hem de ballen geven ? Né was vaker out dan beschikbaar en de anderen zijn veel minder efficiënt. Diallo ? Drie goals in drie seizoenen (waarvan twee dit jaar), maar, zoals ze in Beveren zeggen : 7000 dribbels, fraai voor het oog, maar amper efficiëntie. Pacheco ? Draaien en keren, maar meestal breed of achteruit. Seka ? Dribbel op dribbel, tot hij zich vastloopt. Junior ? Dit jaar duidelijk de beste, maar ook slechts één assist op zijn naam, want vooral nodig als recuperator voor de verdediging. En Tokpa scoort evenmin. De training verloopt gezapig. Eerst geeft Stuer wat opwarmingsoefeningen, daarna laat assistent Eddy De Bolle de jongens trainen op de kleine ruimte, en op balbezit onder druk. Er wordt gelachen en gedold, dit lijkt geen ploeg in crisis. Die is er wel bij het bestuur, waar niemand echt goed weet hoe het verder moet, en bij de supporters, die massaal oproepen om de uitwedstrijd op Club Brugge te boycotten. Maar de Afrikanen dollen, alsof Europa dichterbij is dan de tweede klasse. Op zijn eentje, doelloos naar zijn eigen kooi trappend : Davino Verhulst. De keeperstrainer is er niet, de eerste keeper zit in Egypte voor de Afrika Cup en de derde keeper zit op school. Dus loopt Verhulst verloren, tot uiteindelijk, ruim een kwartier koukleumen ver, de hoofdtrainer zich over hem ontfermt en hem een minuut of vijf aan het werk zet. Het tweede probleem van de Waaslanders bevindt zich achterin. De verdediging staat beter op punt dan vorig jaar, maar het zou nog beter kunnen, als Diabis, bijna een jaar out met een beenbreuk, zijn vorm van voordien terug had. De Ivoriaan, destijds een rots in de branding en de natuurlijke opvolger van ArsèneNé of Igor Lolo, loopt nog steeds een beetje vreemd. Een kwestie van vertrouwen of een kwestie van fysiek ? Zijn rode kaart in Lier was alleszins geen toeval, al meer dan eens werd hij op snelheid en positie gepakt. De fans willen op zijn plek Zito, maar de coach zwoer koppig bij stabiliteit en acht Zito nog te jong voor het grote werk. Zaterdag, met de schorsing van Diabis, moet het wel. Een jeugdtrainer komt het laatste halfuur van de training volgen. Tactisch werk wordt ingeoefend, snel proberen overschakelen van verdediging naar aanval, met dreiging vanaf de flank. De verdediging blijft veelal baas over de spitsen en de enkele keren dat de bal toch tot bij Verhulst raakt, staat de jonge doelman paraat. Niemand treft raak, dat voorspelt weinig goeds voor de match. Opvallend is wel de traagheid waarmee alles verloopt. Hier geen koortsachtige stress vooraf, of een hoge intensiteit die krachten kost aan de vooravond van een topper. Opvallend : anders dan de supporters belaadt de jeugdtrainer zijn hoofdcoach niet met alle zonden : "Ik vind het een goeie trainer, niks op aan te merken. Vorig seizoen deden de spelers een beetje wat ze wilden. Als ze geen zin meer hadden, stapten ze het gewoon af. Dat is er nu uit, alleen krijgt hij het blijkbaar op de spelers niet overgezet. Dat had Herman Helleputte dan weer wel, die vaderrelatie met zijn spelers. Ze waren onder Helleputte ook altijd safe voor Nieuwjaar, nadien kon ze nog weinig gebeuren. Nu lijkt het anders te worden." Toch nog dit, zelden gezien in het profvoetbal : bij het inoefenen van de stilstaande fasen is het de trainer die de voorzetten geeft. Als een aanvallend ingestelde speler op doel kan afwerken, legt Dufour het spel stil en moeten de verdedigers allemaal tien keer pompen. Zonder morren doen ze dat, een keer of vijf. Zaterdagavond iets voor acht uur. We wanen ons op de Afrika Cup, door de luidsprekers schalt Magic System met Premier Gaou. De cheerleaders doen er hun dansje op. Maar in de coulissen zijn de Beverse spelers die niet voor de wedstrijd zijn geselecteerd meer bezig met het duel van Ivoorkust tegen Kameroen. De gsm plakt meer dan ooit tegen hun oor. Beveren start het best, goeie diepe acties worden afgewisseld met kort tikwerk. Sint-Truiden stoort en loopt, maar wordt al snel koud gepakt door Gervinho. De oefenvormen lijken te lonen. Maar bouwen op die voorsprong kan Beveren niet, gaandeweg komen de Kanaries beter in het spel en verdiend maken ze gelijk. De lokale aanhang - absoluut minimaal aanwezig, alleen de diehards geloven nog in hun ploeg - keert zich prompt tegen de trainer. Die mag nog een kaars branden voor zijn doelman, de enige Belg op het terrein. Zonder hem was de crisis totaal, nu wordt het alsnog een gelijkspel. Weg is het tiktakken van vroeger, wat rest is een bende veel minder getalenteerde voetballers die elk individueel hun ding doen en veel met de bal lopen. Na affluiten lijkt iedereen de moed kwijt op de Freethiel. Men is boos. Op de trainer, de spelers, op de onduidelijkheid. Wie doet nog wat, op de achtergrond, achter de schermen ? Geen mens die het op dit moment nog weet. En dat verontrust medewerkers, die lachen om berichten over een fusie met Waasland. "Wij vragende partij ? En waar zouden we dan spelen ? Ze hebben niet eens een stadion !" Maar de onrust is groot, ook bij de spelers. Aanvoerder Joseph-Augustin : "Niet winnen van Roeselare, niet winnen van Sint-Truiden, verliezen van Lierse, het gaat zeker niet goed, neen. En de meerderheid van de spelers is ongerust. Wat als Guillou straks inderdaad vertrekt ? Zij verstaan inmiddels genoeg Nederlands om te weten dat men hier meer spelers van eigen bodem wil. Hun toekomstbeeld ligt aan diggelen. Uiteraard heeft dat zijn invloed op het spel." O ja, nog dit. Alle spelhernemingen van Beveren gingen zaterdag de mist in. Of veel te ver, of veel te kort. Misschien de volgende keer toch een speler de ballen laten trappen, trainer ? PETER T'KINT