Voetbal kans soms wreed zijn voor degenen die niet de absolute top halen. Toen André Villas-Boas in 2011 voor een historische quadruple zorgde in zijn enige seizoen bij FC Porto (kampioen, beker, supercup en Europa League) werd hij The Special Two genoemd. Een soort van geüpdatete versie - en minder provocerend - van José Mourinho, in wiens voetsporen hij wel trad door vervolgens voor Chelsea te tekenen.
...

Voetbal kans soms wreed zijn voor degenen die niet de absolute top halen. Toen André Villas-Boas in 2011 voor een historische quadruple zorgde in zijn enige seizoen bij FC Porto (kampioen, beker, supercup en Europa League) werd hij The Special Two genoemd. Een soort van geüpdatete versie - en minder provocerend - van José Mourinho, in wiens voetsporen hij wel trad door vervolgens voor Chelsea te tekenen. Een mislukking bij de Blues, nadien bij de Spurs, en de waardering voor de Portugese coach, die nochtans erg hoog was, ging meteen in vrije val. Via Rusland en nadien China geraakte Villas-Boas in de vergetelheid. Hij deed nog het meeste van zich spreken door, tussen zijn oosterse periodes in, de start te nemen van de Dakarrally. In Marseille keerde hij terug naar the wonderful game. De sceptici vroegen zich wel af waarom Olympique koos voor een man die meer gewend was geraakt aan cockpits dan aan dug-outs. OM was vorig seizoen in de Ligue 1 immers pas als vijfde geëindigd en werd in de race naar Europees voetbal geklopt door Saint-Etienne. Maar kijk: enkele maanden later staat Marseille op een tweede plaats, in de slipstream van PSG en voor de rivalen van Lille, Lyon en Monaco. De Vélodrome begint weer te dromen. De zomer was nochtans een goed seizoen voor de sceptici. Omdat ze Florian Thauvin en Morgan Sanson, de duurste spelers uit de kern, niet konden verkopen, leek Olympique Marseille zijn dromen van vroegere grandeur nog wat te moeten opbergen. De toptransfer van de zomer was Dario Benedetto, een Argentijnse aanvaller met oogstrelend en gedurfd spel, maar zijn aanpassing aan het Europese voetbal bleef een vraagteken. Maar de nieuwe chouchou van de blauw-witte fans tekende present en hij wordt omringd door enkele spelers wiens comeback bijna iets van een sprookje heeft. Een van hen is Dimitri Payet, de held van Olympico tegen een Lyon dat in de schaduw van het ongenaakbare PSG (4-0 tegen Marseille in de Franse Classique) de grootste concurrent van OM is geworden. De voormalige Franse international geraakt er weer bovenop na een dip die maanden duurde. Net als flankverdediger Jordan Amavi, die eindelijk de hoge verwachtingen waarmaakt die men al jaren in hem stelde. Achterin wordt Duje Caleta-Car steeds beter, na een moeizame aanpassing aan het Franse voetbal en de pressing van Marseille. Naast hem staat Alvaro González, uitgeleend door Villarreal, die zijn ervaring van bijna 300 matchen in La Liga doet spreken. Dat helpt bij de ontbolstering van Boubacar Kamara, een beloftevolle centrale verdediger van amper 20 jaar, die geregeld op het middenveld speelt om minder blootgesteld te worden aan de kritiek van de media in geval hij (onvermijdelijke) jeugdzonden begaat. Een uitstekende zet vanuit menselijk oogpunt en helemaal de verdienste van André Villas-Boas. Diens omgang met de kleedkamer blijkt trouwens meer en meer een van zijn grootste kwaliteiten. Zijn helder plan en zijn rust lijken het kolkende Marseille besmet te hebben. Olympique lijkt kalmer dan ooit op weg naar een plaats in de Champions League.