Bonjour, vandaag gaan jullie de mens ontmoeten en niet de legende." We lachen smakelijk. Aan een tafeltje op het terras blijft Robert Waseige onverstoord. Dat hij de grappenmaker die deze uitspraak doet door en door kent, is nog een eufemisme. Negen jaar lang was Mister Robert bij Club Luik de coach van deze Moreno Giusto, van 1983 tot 1992. Het was een tijd dat er op Rocourt nog een stadion stond en geen bioscoop, een tijd dat Luik nog vlamde, dat het Benfica op de knieën kreeg, dat het de beker van België won en alle topclubs angst inboezemde. Moré Giusto was als voorstopper degene die de botte bijl hanteerde. Jean-François 'Jules' de Sart hoefde een rij achter hem zijn handen zelden vuil te maken, het smerige werk werd door Moré opgeknapt. Vandaar dat hij zonder d...

Bonjour, vandaag gaan jullie de mens ontmoeten en niet de legende." We lachen smakelijk. Aan een tafeltje op het terras blijft Robert Waseige onverstoord. Dat hij de grappenmaker die deze uitspraak doet door en door kent, is nog een eufemisme. Negen jaar lang was Mister Robert bij Club Luik de coach van deze Moreno Giusto, van 1983 tot 1992. Het was een tijd dat er op Rocourt nog een stadion stond en geen bioscoop, een tijd dat Luik nog vlamde, dat het Benfica op de knieën kreeg, dat het de beker van België won en alle topclubs angst inboezemde. Moré Giusto was als voorstopper degene die de botte bijl hanteerde. Jean-François 'Jules' de Sart hoefde een rij achter hem zijn handen zelden vuil te maken, het smerige werk werd door Moré opgeknapt. Vandaar dat hij zonder discussie zijn plaats verdiende in het document 'Beenhouwers van het Belgisch voetbal' dat twee jaar geleden verscheen in ons zusterblad Foot Magazine. Met zijn klassieke quote erbij: "Ik heb nooit een speler geblesseerd. Ik heb er wel enkele vermoord." In 1996, na 293 wedstrijden in eerste klasse (en twee goals, vermoedelijk met de knie of de kont) hing hij zijn voetbalschoenen aan de wilgen. Drie maanden later opende hij zijn eigen eethuisje, San Daniele ofte chez Moreno. Waseige, 'trainer' (uitgesproken tréneur) zit er elke woensdag. Of toch bijna. Om er smakelijk te eten, maar ook om zijn geliefkoosd mikpunt van spot op te zoeken ("Moré, ge zijt nog lomper geworden dan vroeger!") en om de Vurige Stede gedag te zeggen. Van op het terras groet Bob the coach de passanten zoals een peetvader uit het Luikse poppentheater. "Die daar, dat is de ex-vrouw van Peter Kerremans. Ze heeft hier wat verderop een winkel, waar ook madame Bettagno werkt." Lulay des Fevres, de wandelstraat in het hartje van de republiek aan de Maas, ademt levenslust en spektakel uit. Het theater Trocadéro is vlakbij, maar hier is het Moré die de rol van verleider speelt. Hij heeft Abraham al gezien maar oogt nog pico bello: gebronsd, slank, nog altijd dat sportieve lichaam waarmee hij destijds op de Paniniprentjes stond, het gouden kettinkje boven het shirt. Hij gebruikt zijn charmes om het cliënteel te behagen, zij het meer in de vlot-komische stijl van een Aldo Maccione in de film Plus beau que moi tu meurs! dan de geraffineerde Marcelo Mastroianni in La Dolce Vita. Robert kent de routine. Na het aperitief (rosé on the rocks) installeert hij zich aan zijn tafel, bestelt een zomerse escalope en vertelt over het voetbal met de zwierigheid die hem altijd al kenmerkte. Van Winterslag over Charleroi tot Standard: Robert brengt de tijd van toen weer tot leven. MamaFlora bereddert ondertussen de keuken. Haar kun je niks wijsmaken, al sinds haar achttiende weet ze wat lekker is. Hier geen pizza margherita, maar gebraad, niertjes en lever, taglioni San Daniele, rode en witte wijn (jammer voor Moré net de kleuren van Standard), kortom al het goede van de Abruzzen. De succesformule hier, dat zijn de familierecepten. Een beetje zoals het Club Luik van de jaren tachtig, waar de vriendenkliek met Raphael Quaranta, Didier Quain, Pierre Drouguet, Edhem Sjlivo (volgens Moré het grootste talent ooit in België) en consoorten allerlei kwajongensstreken uithaalde maar zich op het veld altijd honderd procent gaf. "Weet je nog die bus die we kaapten in Roemenië?", vraagt de gastheer aan zijn vriend en eeuwige ploegmaat Fred Waseige, die is komen aanschuiven voor zijn tweede copieuze maaltijd in twee dagen hier. "En altijd maar haantje-de-voorste willen zijn!", gaat Moré verder. Waarop hij prompt tot de orde wordt geroepen door zijn onnavolgbare 'trainer'. Met een volle maag en de herinnering aan een geslaagde middag verlaten we San Daniele. Het voetbal was vroeger veel beter, hoor je weleens. De acteurs in elk geval. DOOR THOMAS BRICMONT - BEELDEN: IMAGEGLOBE"Moré, ge zijt nog lomper geworden dan vroeger!"