TOP

1. Edmond Delfour (01.11.1907) Was zijn tijd ver vooruit, liet in de jaren vijftig al zijn verdedigers mee oprukken en de ploeg door mekaar wervelen. De uitvinder van de tourbillon (wervelwind) noemden ze hem. Fransman, die twee keer Gent trainde, een keer vlak na de Tweede Wereldoorlog en een keer in de late jaren zestig. Werd later nog met Cercle Brugge kampioen.
...

1. Edmond Delfour (01.11.1907) Was zijn tijd ver vooruit, liet in de jaren vijftig al zijn verdedigers mee oprukken en de ploeg door mekaar wervelen. De uitvinder van de tourbillon (wervelwind) noemden ze hem. Fransman, die twee keer Gent trainde, een keer vlak na de Tweede Wereldoorlog en een keer in de late jaren zestig. Werd later nog met Cercle Brugge kampioen. 2. René Vandereycken (22.07.1953) Zijn doortocht als speler was geen succes, zijn eerste stappen als trainer (bij AA Gent van 1989 tot 1993) waren dat wel. Erwin Vandenbergh werd onder zijn bewind topschutter. Van een tweedeklasser maakte Vandereycken een ploeg die in het seizoen 1990/91 lang meedeed voor de titel. Gent werd uiteindelijk derde en stootte het seizoen erop door naar de kwartfinale van de UEFA-beker. Het seizoen erop werd Vandereycken eind februari ontslagen. 3. Han Grijzenhout (22.12.1932) Was twee keer trainer van Gent. Kort in 1981 en dan weer van 1984 tot 1987. Was in zijn eerste periode meteen succesvol, maar voor Albert De Meester te duur om te houden. Na diens financiële en lichamelijke problemen kwam de Amsterdammer terug 'om mijn werk grondig af te maken.' Hij hield woord, Gent plaatste zich onder hem twee keer voor Europees voetbal. 4. Trond Sollied (24.04.1959). Kwam in december 1998 naar Gent als onbekende trainer en maakte daar op korte tijd van de Buffalo's een geheel dat na jaren sukkelen in de kelder van het klassement plots drie keer op rij top vijf speelde. Anderhalf jaar later verhuisde Sollied in controversiële omstandigheden naar Club Brugge. 5. Johan Boskamp (21.10.1947). Sportief gezien was zijn doortocht in Gent niet zo'n succes, maar extrasportief mag de Nederlander wel de verdienste opeisen dat met het doorverkopen van een reeks jonge talenten die hij naar Gent haalde ( Roussel, Van Handenhoven, Delorge ...) de schuldenberg fors werd afgebouwd. 1. Max Schirschin (29.01.1921) Bijgenaamd der Führer. Trainde al in 1964 achter gesloten deuren. Kreeg ooit van James Storme letterlijk een taart op zijn muile en werd na zes maanden opgevolgd door Julien Labeau. 2. Jules Bigot (22.10.1915) Gent had goeie ervaringen gehad met de Franse trainers Jules Van Doren en Edmond Delfour, maar dit was een miskleun. Bigot kwam in januari '66 Julien Labeau vervangen maar kon de degradatie niet meer afwenden. Na 32 jaar eerste klasse zakte Gent naar tweede. 3. Istvan Sztani (19.03.1937) Het zoveelste bewijs dat goede spelers niet noodzakelijk goede trainers zijn. Voetbalde voor onder meer Standard en Eintracht Frankfurt en was volgens Gilbert De Groote 'als trainer het slechtste wat hij ooit meemaakte.' Werd zelfs even speler-trainer toen het slecht ging. 4. Omer van Boxlaer (07.09.1924) Kwam van Beveren en zou bij Gent 'met het materiaal kunnen werken waar hij al lang van droomde', moest door het opstarten van het profvoetbal veertiende (!) eindigen in tweede, maar ... zakte met de ploeg naar de derde klasse. 5. Walter Meeuws (11.07.1951) Schreef in het begin van de jaren negentig een mooi hoofdstuk met Antwerp en verhuisde na Wembley in controversiële omstandigheden naar Gent. Daar werd hij met de financiële beperkingen van de ploeg geconfronteerd (halverwege het seizoen werd Gunter Schepens aan Standard verkocht), met spanningen binnen zijn kern (onder meer met Erwin Vandenbergh) en met slechte resultaten (een vijftiende plaats). Meeuws verkaste vervolgens naar Mechelen.