TOP

1) Aimé Anthuenis (21.12.1943) volgde in oktober 1995 Enver Alisic op en mocht met tweedeklasser Genk, dankzij de fusie van Standard en Seraing, direct mee naar de eerste klasse. Daar bezorgde hij de fusieclub, die tot dan in de hoogste klasse alleen degradatievoetbal had gekend, in drie jaar tijd achtereenvolgens het vicekampioenschap, de beker en de landstitel. Met bijna vier seizoenen dienstverband is hij de langst zittende trainer uit de korte gesc...

1) Aimé Anthuenis (21.12.1943) volgde in oktober 1995 Enver Alisic op en mocht met tweedeklasser Genk, dankzij de fusie van Standard en Seraing, direct mee naar de eerste klasse. Daar bezorgde hij de fusieclub, die tot dan in de hoogste klasse alleen degradatievoetbal had gekend, in drie jaar tijd achtereenvolgens het vicekampioenschap, de beker en de landstitel. Met bijna vier seizoenen dienstverband is hij de langst zittende trainer uit de korte geschiedenis van de fusieclub. 2) Sef Vergoossen (05.08.1947) was de eerste trainer die, na twee magere jaren onder Jos Heyligen en Jan Boskamp, níet ten onder ging aan de erfenis van Anthuenis. Hij werd al direct landskampioen en loodste Genk vervolgens voor het eerst de Champions League binnen. Onder hem werd de club definitief een stabiele subtopper. Hij bleef net geen drie seizoenen in het Fenixstadion. 3) Enver Alisic coachte Genk twee keer, telkens na een degradatie naar de tweede klasse, maar strandde vervolgens zowel in 1990 als in 1995 op een zucht van de promotie. Toch verdient hij zijn plaats in deze eregalerij omdat hij het was die Branko Strupar en Besnik Hasi aantrok en zo de basis legde voor het latere (sportieve en financiële) succes onder Anthuenis. 1) Luka Peruzovic (26.02.1952) kwam in oktober 1993 Pier Janssen aflossen in een club die kreunde onder interne twisten. Hij coachte de ploeg negen wedstrijden, waarvan hij er zes verloor. De interne verdeeldheid moe en om zijn reputatie niet verder te schaden stapte hij zelf op in januari. Pierre Denier, voor het eerst als tijdelijke depanneur, samen met Norbert Beuls, kon de degradatie vervolgens niet afwenden. 2) Jos Heyligen (30.06.1947) ging ten onder aan de vergelijkingen met de naar Anderlecht vertrokken Anthuenis. Hij, zelf ooit de technisch fijnbesnaarde spelmaker van Waterschei, wilde breken met het Sturm-und-Drangvoetbal onder zijn voorganger, maar vond geen steun bij de spelers. Ondanks een 1-3-zege op het veld van Anderlecht werd hij kort nadien (februari 2000) ontslagen. Die klap kwam hij nooit meer te boven. 3) René Desaeyere (14.09.1947) moest Genk na de ontnuchterende degradatie in zijn eerste fusiejaar direct weer naar de hoogste klasse loodsen. Hij coachte het team uiteindelijk maar een halve wedstrijd : wegens een lichtpanne werd het eerste competitieduel tegen KTH Diest stilgelegd, waarna Desaeyere de spelersgroep meedeelde dat hij voor Germinal Ekeren had getekend. Enver Alisic volgde hem op.