Met de overstap van de Russische ronderenner Denis Mensjov naar Katusha werd vorige week de laatste grote transfer van 2011 officieel bekrachtigd. Het voorbije decennium waren het telkens de renners die als winnaars uit de transferperiode kwamen. In nog geen tien jaar tijd slaagden ze erin hun brutosalaris nagenoeg te verdubbelen, tot bijna 200.000 euro per jaar voor wie in een WorldTourteam rijdt. Met die kanttekening erbij dat in weinig sectoren de kloof tussen de hoogste en laagste lonen zo groot is als in de (wieler)sport.

Jaar na jaar nam in het wielerpeloton de loonmassa toe, maar voor het eerst stoten de rennerslonen nu tegen een plafond aan. "Ik heb zeker niet de indruk dat de totale salarismassa van het profpeloton in 2012 hoger zal zijn dan dit jaar", verwoordt rennersmanager Paul De Geyter van Celio Sport & Image de trendbreuk. "Natuurlijk zetten jonge talenten die dit jaar doorbraken, zoals Jelle Vanendert en Matthew Goss, in 2012 financieel een grote stap vooruit. Maar gemiddeld blijven de lonen status quo."

Nochtans leek het er in de lente nog op dat de renners zich in een aantrekkelijke onderhandelingspositie bevonden. "Dankzij de investering door Zdenek Bakala kon Quick-Step zich financieel versterken", vertelt De Geyter. "Ook rond Saxo Bank trok de mist op toen de sponsor besliste door te gaan. Het Australische GreenEDGE kwam erbij. Het zag er even naar uit dat Omega Pharma en Lotto elk met een eigen ploeg zouden beginnen. Nieuwe ploegen stuwen de lonen altijd de lucht in, zeker de hoogste. Ze trachten de sportieve onzekerheid die rond hun project hangt te compenseren met financiële voordelen."

Ondanks deze voortekenen is aan het eind van het verhaal dus geen sprake van groei. Eerst werd de transfermarkt een tijd gegijzeld door de transfers van Mark Cavendish en Philippe Gilbert. "Van Cavendish werd het al bij al nog gauw duidelijk dat hij naar Sky zou gaan", nuanceert De Geyter. "Maar Gilbert heeft langer gewogen op de markt. In de aanloop naar de Tour focuste een aantal ploegen heel zwaar op hem. Ze hielden ook plaatsen bezet voor renners van wie ze wisten dat Gilbert ze er graag bij wilde. Dat blokkeerde de markt."

Vervolgens werden de openstaande betrekkingen plots schaars, aldus De Geyter. "Een aantal ploegen trok de stekker eruit, zoals HTC-Highroad en Geox-TMC. Andere gingen een fusie aan, zoals RadioShack en Leopard-Trek. Daarbij komt dat het aantal ploegen op continentaal niveau verminderd is."

Op de Belgische markt bleef de scheiding tussen Omega Pharma en Lotto uiteindelijk zonder grote gevolgen. "De ploeg blijft bestaan onder de naam Lotto-Belisol", zegt De Geyter. "Omega Pharma zorgt op zijn beurt voor een financiële injectie bij Quick-Step. België telt in 2012 dus net als de voorbije jaren twee ploegen in de WorldTour en ook onze drie procontinentale teams konden zich handhaven."

door benedict vanclooster

Met de overstap van de Russische ronderenner Denis Mensjov naar Katusha werd vorige week de laatste grote transfer van 2011 officieel bekrachtigd. Het voorbije decennium waren het telkens de renners die als winnaars uit de transferperiode kwamen. In nog geen tien jaar tijd slaagden ze erin hun brutosalaris nagenoeg te verdubbelen, tot bijna 200.000 euro per jaar voor wie in een WorldTourteam rijdt. Met die kanttekening erbij dat in weinig sectoren de kloof tussen de hoogste en laagste lonen zo groot is als in de (wieler)sport. Jaar na jaar nam in het wielerpeloton de loonmassa toe, maar voor het eerst stoten de rennerslonen nu tegen een plafond aan. "Ik heb zeker niet de indruk dat de totale salarismassa van het profpeloton in 2012 hoger zal zijn dan dit jaar", verwoordt rennersmanager Paul De Geyter van Celio Sport & Image de trendbreuk. "Natuurlijk zetten jonge talenten die dit jaar doorbraken, zoals Jelle Vanendert en Matthew Goss, in 2012 financieel een grote stap vooruit. Maar gemiddeld blijven de lonen status quo." Nochtans leek het er in de lente nog op dat de renners zich in een aantrekkelijke onderhandelingspositie bevonden. "Dankzij de investering door Zdenek Bakala kon Quick-Step zich financieel versterken", vertelt De Geyter. "Ook rond Saxo Bank trok de mist op toen de sponsor besliste door te gaan. Het Australische GreenEDGE kwam erbij. Het zag er even naar uit dat Omega Pharma en Lotto elk met een eigen ploeg zouden beginnen. Nieuwe ploegen stuwen de lonen altijd de lucht in, zeker de hoogste. Ze trachten de sportieve onzekerheid die rond hun project hangt te compenseren met financiële voordelen." Ondanks deze voortekenen is aan het eind van het verhaal dus geen sprake van groei. Eerst werd de transfermarkt een tijd gegijzeld door de transfers van Mark Cavendish en Philippe Gilbert. "Van Cavendish werd het al bij al nog gauw duidelijk dat hij naar Sky zou gaan", nuanceert De Geyter. "Maar Gilbert heeft langer gewogen op de markt. In de aanloop naar de Tour focuste een aantal ploegen heel zwaar op hem. Ze hielden ook plaatsen bezet voor renners van wie ze wisten dat Gilbert ze er graag bij wilde. Dat blokkeerde de markt." Vervolgens werden de openstaande betrekkingen plots schaars, aldus De Geyter. "Een aantal ploegen trok de stekker eruit, zoals HTC-Highroad en Geox-TMC. Andere gingen een fusie aan, zoals RadioShack en Leopard-Trek. Daarbij komt dat het aantal ploegen op continentaal niveau verminderd is." Op de Belgische markt bleef de scheiding tussen Omega Pharma en Lotto uiteindelijk zonder grote gevolgen. "De ploeg blijft bestaan onder de naam Lotto-Belisol", zegt De Geyter. "Omega Pharma zorgt op zijn beurt voor een financiële injectie bij Quick-Step. België telt in 2012 dus net als de voorbije jaren twee ploegen in de WorldTour en ook onze drie procontinentale teams konden zich handhaven." door benedict vanclooster