Het was 11 mei 2012, een vrijdagavond, en het anders zo grauwe Schiemond vulde zich met handgeklap. Op de stoep voor een van de vele portiekflats in de Westkousdijk lagen bloemen, herdenkingskaartjes en knuffels. Het was de plek waar Anthony Fernandes een week ervoor was doodgeschoten. Koel afgemaakt met een handvol kogels, in wat achteraf als een afrekening in het drugsmilieu werd afgedaan.
...

Het was 11 mei 2012, een vrijdagavond, en het anders zo grauwe Schiemond vulde zich met handgeklap. Op de stoep voor een van de vele portiekflats in de Westkousdijk lagen bloemen, herdenkingskaartjes en knuffels. Het was de plek waar Anthony Fernandes een week ervoor was doodgeschoten. Koel afgemaakt met een handvol kogels, in wat achteraf als een afrekening in het drugsmilieu werd afgedaan. Ruim 400 buurtbewoners stonden rond de fatale plek. Verenigd in verdriet, na een stille optocht van het ouderlijk huis naar de plaats waar de 22-jarige rapper uit het leven werd geknald, op een steenworp van het huis van Rangelo Janga. 'Heel ingrijpend voor de buurt en mezelf. Een moeilijke periode waarin ik intensief bij zijn familie was. Zijn broertjes ondersteunen. We verloren allemaal iemand die heel dicht bij ons stond...' Rangelo, drie jaar jonger, en Anthony waren goede vrienden. Ze hadden úren samen gevoetbald, op de pleintjes en de voetbalkooien in Schiemond deelden ze dezelfde droom: profvoetballer worden. Anthony had bij de jeugd van Sparta gespeeld, toen het leven hem nog toelachte, maar op zijn achttiende bleek de lokroep van de straat te groot. Drugs. Geweld. Diefstal. Gevangenis. Hij was geen uitzondering. In Schiemond, een wijk van 3500 inwoners in Delfshaven, is de grens tussen goed en kwaad flinterdun. Jeugdcriminaliteit en -werkloosheid, tienermoeders, schoolverlaters, armoede, drugkoeriers, prostitutie, geweld. In 2008 werd de wijk uitgeroepen tot de meest kindonvriendelijke van Nederland. 'Een achterstandswijk', zegt Janga. Kaapverdiërs, zoals Anthony Fernandes, herdoopten de wijk in poço dos negros. Het negerputje. 'De jongens die er nu wonen, willen meer chillen en blijven binnen om met hun iPad of PlayStation bezig zijn. Dat hadden wij niet, we werden de straat op gedwongen. Sommigen met een bal, andere jongens met de verkeerde intenties. Elke dag voetballen, daar hield ik van. We motiveerden elkaar. De keuzes die je maakt, hebben vooral te maken met de vrienden met wie je optrekt.' Hij had veel goede vrienden. Georginio Wijnaldum (Liverpool) en zijn jongere broertje Giliano (Sparta, Willem II), Lerin Duarte (Sparta, Heracles), Iliass Bel Hassani (Sparta, AZ), Garry Mendes Rodriques (Galatasaray) of Jerson Cabral (Feyenoord, Levski Sofia): gelijkgestemde zielen die elke dag met een bal dolden en wél het juiste pad kozen. Ze keken op naar de oudere jongens. Naar Nourdin Boukhari (Sparta, Ajax, Marokko), David Mendes da Silva (AZ, Panathinaikos, Oranje) of Royston Drenthe, het neefje van de Wijnaldums, die in 2007 van Feyenoord naar Real Madrid verkaste. 'Zij waren onze rolmodellen.' Wedstrijdjes vijf tegen vijf, panna's, balletje hoog houden, dribbels, goals. Elke dag weer. 'We hebben veel geleerd op de pleintjes, maar vooral: we kweekten er de mentaliteit om te wíllen winnen en niet op te geven. Het karakter van de straat.' Zij zijn hun buurt nooit vergeten, ook niet tijdens die ellendige meimaand van 2012. Royston Drenthe voetbalde toen bij Everton, maar stond enkele dagen na de schietpartij op de stoep bij Fernandes' moeder. En toen Wijnaldum twee dagen na de moord met PSV op bezoek was bij Excelsior en daar het derde doelpunt scoorde, toonde hij een wit shirt met de woorden: Rust Zacht Enthony. Schiemond. Passie.Anthony stapte aan de verkeerde kant af, maar zou voor altijd een van hen blijven. 'Op zijn verjaardag of de dag van de schietpartij, komen de jongens samen en herdenken we hem.' Ze blijven trots op hun afkomst, zelfs als ze ver van Rotterdam-West leven en werken. Toen Janga bij Willem II zijn eerste doelpunten in het profvoetbal scoorde, vormde hij met twee handen de letter W. Anderen namen het over, de foto's belandden op Facebook. In Schiemond waren ze trots op hun jochies. Rangelo Janga, zoon van Curaçaose ouders die in Nederland een beter leven zochten, groeide 'comfortabel en lekker' op. Moeder werkt bij de bloemenveiling, vader heeft een bedrijfje in de asbestbestrijding. 'Armoede hebben we niet gekend.' Hij was de jongste van drie - een broer en zus - de enige die niet in Curaçao werd geboren. Zijn broer voetbalde ook, in de jeugd van Willem II, een ritje van drie kwartier richting Tilburg. 'Dat had mijn moeder er graag voor over. Ik heb heel veel respect voor haar.' Dat bleek al in 2011, toen Voetbal International hem naar tatoeages vroeg. 'Neen, dat mag niet van mijn moeder. Ik wilde er dit jaar eentje laten zetten, maar zij vond het geen goed idee. Aangezien ik nog bij mijn ouders woon, vind ik dat ik naar hen moet luisteren', klonk het toen. En nu? 'Heb ik nog steeds niet.' Het ouderlijk huis lag op tien minuutjes fietsen van Het Kasteel, de thuisbasis van Sparta in de wijk Spangen. 'Een heel mooie club, maar de jeugd trainde toen aan de andere kant van Rotterdam.' Hij koos voor een andere route en schreef zich met een tiental vrienden in bij SV Jai Hind Rotterdam, een amateurclubje dat was opgericht door Surinaamse immigranten en op het vijfde of zesde niveau speelde. 'Dat maakte niet uit. Ik wilde gewoon voetballen.' Een vriend van hem liet zijn naam vallen bij een jeugdtrainer Excelsior Maassluis. 'Bij Jai Hind loopt een goede spits rond, mag hij niet effe meetrainen?' Dat mocht. Hij was snel, had een neus voor goals en was groot voor zijn leeftijd. 'Ik ben heel snel gegroeid. Lang en dun', lacht hij. 'Mijn voetbalkledij was altijd te klein en zat een beetje ongemakkelijk.' De jeugd van Excelsior Maassluis voetbalde in de Eerste Divisie, het op één na hoogste niveau, een grote stap voor Janga. 'Dat merkte ik onmiddellijk. Ik had het moeilijk, maar in het tweede seizoen begon het steeds beter te lopen. En plots, na amper drie jaar competitievoetbal, waren een paar clubs geïnteresseerd.' Hij koos voor Excelsior, de club uit Kralingen. 'De trainer zei dat ik elke week tegen de beste clubs van Nederland zou spelen. Het begin van een mooi verhaal. Ik kreeg meteen een abonnement voor de tram, zodat ik binnen een bepaalde zone gratis kon reizen. Een gezellige en warme club, waar ik nog altijd een goed gevoel bij heb.' De diepe spits werd verkozen tot beste speler van de Eredivisie bij de B-jeugd (U17) en kreeg een oproepingsbrief voor Oranje U17, waarmee hij tegen Duitsland - met Mario Götze en Marc-André ter Stegen - nipt de finale van het EK verloor. En hij stond in de belangstelling van Arsenal. 'Ik ben er geweest, samen met mijn vader. Robin van Persie speelde er nog, in de gym zag ik Emmanuel Adebayor en Emmanuel Eboué. Een overweldigend gevoel. Ze wilden me echt hebben, maar mijn vader wilde dat ik in Nederland mijn school zou afmaken. Ik had weinig keuze...' lacht hij. 'Spijt? Dat hebben veel mensen me toen gevraagd, maar wie zegt dat ik daar zou slagen?' De Kuip (Feyenoord), Het Kasteel (Sparta) of Woudestein, het stadion van Excelsior dat vorig jaar in het moeilijk bekkende Van Donge & De Roo Stadion werd herdoopt: Janga is in de drie stadions geweest. 'Als kind had ik de meeste sympathie voor Feyenoord en dat is niet veranderd. Als ik vrij ben en naar Feyenoord kan kijken, dan doe ik dat. Maar als Rotterdammer wil ik het liefst dat de drie clubs winnen. Maar, eerlijk: ik heb geen aversie tegen Amsterdam. Ik zou gerust voor Ajax kunnen voetballen, al heeft dat wellicht ook te maken met het feit dat ik nooit voor Feyenoord heb gespeeld.' Nochtans was de Trots van Rotterdam in de zomer van 2009, na zijn eerste seizoen bij Excelsior, ook in hem geïnteresseerd. Het hart dacht ja, maar het verstand dreef hem naar Willem II. 'Bij Feyenoord moest ik bij de A2 beginnen, het tweede elftal van de U19, maar ik wist ook dat Luc Castaignos bij de A1 speelde. Een groot talent, van wie ik de strijd moeilijk zou winnen.' Hij tekende, 17 jaar jong, een contract voor drie seizoenen in Tilburg, minder rauw dan de Rotterdamse voetbalcultuur. 'Wij zijn directer en zeggen meteen wat op ons hart ligt. Daardoor kan het wel eens botsen, ja, maar in Nederland kunnen ze wel tegen een weerwoordje. Er speelden een aantal jongens uit Rotterdam, met wie ik soms kon mee rijden. Of ik kon in Tilburg bij een tante logeren. Als ik tenminste niet naar school moest.' Want vader keek mee. Hij lacht: 'Ook dat nog! Ik was een goede student en ging elk jaar met goede cijfers over, maar ik heb uiteindelijk mijn havodiploma ( secundair onderwijs, nvdr) niet gehaald. Ik had een contract, moest geregeld weg met de U19 van Oranje en was in mijn eerste seizoen twee keer out met een blessure - een breuk in een middenvoetsbeentje en een meniscusletsel. Toen ik voor de tweede keer zakte, heb ik alles op het voetbal gezet.' Een bevrijding. Voor de winterstop mocht hij van T1 Gert Heerkens een paar keer invallen, na het oefenkamp in Turkije debuteerde Janga tegen Vitesse in de basis met een doelpunt. Tegen Ajax deed hij dat kunstje nog eens over, maar de degradatie was onafwendbaar. Heerkens' opvolger, Jurgen Streppel, bracht een lading nieuwe spelers mee en de jonge spits verdween in de anonimiteit. 'Ik was tweede en vaak derde keuze, gelukkig wilde Excelsior me aan de winterstop huren. Dat vonden veel mensen vreemd: op de bank zitten in de tweede klasse en bij een andere club, in de Eredivisie, meteen weer spelen. Alleen degradeerden we met Excelsior óók.' Hij tekende op Woudestein voor twee jaar, maar het werd een moeizaam seizoen in de kelder van het klassement. Onder de nieuwe trainer, Marinus Dijkhuizen, belandde hij opnieuw op de bank. 'Veel kon ik daar niet op aanmerken. Lars Veldwijk, mijn concurrent in de spits, scoorde 30 keer en gaf 10 assists.' Hij speelde enkele wedstrijden met Jong Feyenoord, waarmee Excelsior toen een samenwerkingsakkoord had. 'Voetballen in een Feyenoordshirt terwijl je door Excelsior wordt betaald! Ik trainde nooit samen met die jongens, af en toe kreeg ik in het weekend een telefoontje: 'Maandag speel je met Jong Feyenoord.' Heel apart...' Maar na de promotie mocht hij beschikken. Het begin van een moeilijke periode. Hij trainde een tijdje bij Emmen, maar dat werd niets. 'Ik zat twee, drie maanden zonder club. Toen mijn zaakwaarnemer zei dat ik naar de tweede klasse in Cyprus ( Omonia Aradippou, nvdr) kon, zei ik meteen: 'Doen, ik heb toch niets.' Zwaar. Ik sprak de taal niet en was helemaal alleen, terwijl ik een familiemens ben en graag vrienden rond me heb. Ik moest er voor het eerst in mijn leven alles zelf doen. Koken, afwassen, kleren wassen, poetsen... Ik speelde er alles, maar er kwam bijna niemand kijken. Veredeld amateurvoetbal, maar als ik er nu op terugkijk, ben ik daar mentaal wel sterker geworden.' Een wake-upcall. Want, besefte hij: 'Als je niet hard blijft werken, dan kom je er niet. Het lag aan mezelf. Toen ik bij Willem II in de eerste ploeg kwam én scoorde, dacht ik: ik heb het gemaakt. Ik voelde mij de man, verdiende geld met voetballen en was niet genoeg gefocust op mijn sport. Snel wat trainen en dan nog iets leuks doen... Stoer. Tot niemand nog in je geïnteresseerd is. Spelertjes die op zes of zeven jaar bij een profclub trainen, groeien op in een strikt regime en worden voor dergelijke valkuilen gewaarschuwd. Ik niet. Ik zei het onlangs nog tegen mijn neefje, negen jaar: 'Hard werken, jongen.' Niets komt vanzelf, dat heb ik na Cyprus ingezien.' In Nederland zat niemand te wachten op een terugkeer van Janga, die ook in 2015 een ellendige zomer beleefde. Wéér maanden zonder club. 'Toen dacht ik echt dat mijn profcarrière voorbij was. Elke dag geconfronteerd worden met de vraag wat ik zou doen, ook door mijn ouders, was heel vervelend.' Hij kon op tournee door Nederland met Team VVCS (Vereniging voor Contract Spelers), een verzameling van werkloze voetballers. 'In die twee wedstrijden merkte ik dat het nog in me zat, zodat ik zélf op zoek ging naar een club. Ik vroeg aan Jeffry Fortes en Josimar Lima of ze een goede woordje wilden doen bij Marco Boogers, de technisch directeur van Dordrecht. Ik kon meetrainen, als amateur. Waarom niet?' Daar, aan de Krommedijk, blies de spits zijn carrière nieuw leven in. Na een handvol goals kreeg hij een contract voor twee seizoenen, bedankte met 21 competitiegoals en werd door Patrick Kluivert opgeroepen voor de nationale ploeg van Curaçao (z ie kader). 'Zo werd het toch nog een mooi seizoen.' Beloond met een transfer naar AS Trencin, de Slovaakse landskampioen. 'Eerlijk? Nog nooit van gehoord. Ik begon meteen te internetten en vroeg aan Gino van Kessel, mijn ploegmaat bij Curaçao die nog in Trencin had gespeeld, hoe het daar was. Heel lovend. Ik wist dat ik daar nog stappen kon maken.' Bij de club van Tscheu La Ling, ex-spits van Ajax, debuteerde hij met twee goals tegen Olimpija Ljubljana. Een droomstart. 'Van de VVCS naar de Champions League. In een jaartje tijd. Zó snel kan het gaan.' Hij werd met 14 goals topschutter van de club en voelde zich ook naast het veld uitstekend. 'Ik werd wel herkend op straat, zeker in zo'n klein stadje waar je op tien minuten alles hebt gezien, maar het was er rustig. En vooral goedkoop om te leven. Als ik uit eten ging en ik bestelde alles, ook een voorafje en dessert, dan was ik nauwelijks een tientje kwijt.' Ook in zijn tweede seizoen in Slovakije bleef hij scoren: 14 keer in 17 matchen, niemand die in de Fortuna Liga beter deed. Sparta, dat tegen de degradatie vocht, wilde hem in de winterstop naar Nederland halen. Er was vage interesse uit Rusland en Italië, maar AA Gent was meteen concreet. 'Ik had er een heel fijne tijd. Een spits die wint en scoort, is altijd gelukkig. Maar Gent is weer een stap hogerop. Via een lange omweg, ja. De meeste mensen die me vroeger hebben gezien, voorspelden me een gouden toekomst, maar uiteindelijk ben ik nog altijd maar 25 jaar. En ik ben vooral blij voor mijn ouders, die voor al hun kinderen gestreden hebben. Vader komt altijd kijken, zelfs als we op verplaatsing spelen. En als ik aan mijn moeder vraag of ze ook wil komen, dan doet ze dat. Je mama in de tribune zien zitten, dat geeft een brok energie.' Misschien moet hij straks, wanneer hij scoort, ook nog eens vieren met de W? 'Beloofd!'