Met twee punten op twaalf is het Belgisch clubvoetbal na 180 minuten in de Champions League weer ondergedompeld in de rauwe realiteit. Zowel Anderlecht als Club Brugge ervoeren vorige week dat de achterstand met de top zich op alle terreinen situeert : technisch, tactisch en fysiek. Pijnlijk was het vorige week dinsdag bijvoorbeeld om zien hoe Anderlecht tegen tien spelers van Bayern München strompelend het einde haalde. Het roept vragen op over trainingsintensiteit en trainingsbeleving. Even penibel waren de slordigheden die Club Brugge in Amsterdam etaleerde, het onvermogen om met zuivere en op techniek geschoeide acties uit te pakken.
...

Met twee punten op twaalf is het Belgisch clubvoetbal na 180 minuten in de Champions League weer ondergedompeld in de rauwe realiteit. Zowel Anderlecht als Club Brugge ervoeren vorige week dat de achterstand met de top zich op alle terreinen situeert : technisch, tactisch en fysiek. Pijnlijk was het vorige week dinsdag bijvoorbeeld om zien hoe Anderlecht tegen tien spelers van Bayern München strompelend het einde haalde. Het roept vragen op over trainingsintensiteit en trainingsbeleving. Even penibel waren de slordigheden die Club Brugge in Amsterdam etaleerde, het onvermogen om met zuivere en op techniek geschoeide acties uit te pakken. Telkens weer worden Belgische clubs op het hoogste niveau met hun beperkingen geconfronteerd. Opvallend hoe weinig er ook vanaf de zijlijn in het gebeuren wordt ingegrepen. Zowel Hugo Broos als Trond Sollied gelden niet bepaald als trainers die met gouden wissels een wedstrijdbeeld kunnen doen kantelen. Hoe anders was vorige week de coaching van Ottmar Hitzfeld, de trainer van Bayern München, die met drie vervangingen en een gewijzigde veldbezetting met een man minder de match plots in zijn greep kreeg. Ook op trainersvlak gaapt er een grote kloof met de echte Europese top. Niet toevallig waant iedere Belgische voetballer die naar het buitenland trekt zich plots in een andere wereld. En wat valt er te denken van enkele gemakkelijk te verhinderen slordigheden die je hier vaak in de wedstrijden ziet ? In de partij tegen Bayern München werd de linksvoetige Anderlechtdoelman Daniel Zitka bij de meeste terugspeelballen op zijn rechtervoet aangespeeld. Het is nauwelijks denkbaar dat daar op training niet wordt op gewezen. In de Belgische competitie zal Anderlecht zijn grenzen nauwelijks kunnen verleggen. Na de kraker van zondag tegen Club Brugge blijft het kampioenschap weliswaar enige spankracht behouden, maar de kloof van zeven punten tussen beide clubs blijft aanzienlijk en de vraag is of RC Genk voldoende robuustheid en rijpheid heeft om zich in de titelstrijd te mengen. Het ziet er naar uit dat vooral opborrelende onvrede zich tot de grootste vijand van Anderlecht kan ontpoppen. Hoogst verwonderlijk daarom dat de hoogbejaarde erevoorzitter Constant Vanden Stock zich afgelopen zaterdag in een kranteninterview geroepen voelde om te debiteren dat een speler met de kwaliteiten van Pär Zetterberg in de ploeg ingepast moet worden. Dat komt de mokkende Zweed ongetwijfeld goed uit en het vergemakkelijkt de taak van Hugo Broos niet om in een wespennest van ego's de neuzen in dezelfde richting te laten wijzen. Een deel van de bestuurstop blijft de Zweed een aureool van onaantastbaarheid opspelden. Terwijl de werkelijkheid is dat hij nauwelijks nog ballen recupereert en je in het moderne topvoetbal niet overeind blijft als de balans op het middenveld is verstoord. Soms vraag je je af hoe er van hogerhand over het spelletje wordt gedacht. Toch zullen slechts weinig ploegen in deze competitie Anderlecht iets in de weg kunnen leggen. Aruna Dindane blijft de ploeg met zijn dynamiek en snelheid een meerwaarde geven, al merkte de Ivoriaan eerder dat er op Europees vlak andere normen gelden : in de wedstrijd tegen Bayern München kwam hij slechts tien minuten in het stuk voor. Na de nederlaag op Ajax vijzelde het aangeslagen Club Brugge zondagavond het zelfvertrouwen weer op. De manier waarop blauw-zwart in de tweede helft Anderlecht onder druk zette, was fraai om zien. Maar de ploeg blijft mijlenver verwijderd van de vorm van vorig seizoen. Meer dan ooit moet de club de aankooppolitiek ter discussie durven stellen. De afgelopen twee seizoenen werd vooral tweedehandsmateriaal binnengehaald en met de even tot het heldendom toegetreden Tomislav Butina blijkt Club na Nader en Nemec nu een derde doelman te hebben binnengehaald die niet voldoet. Misschien blijft Club Brugge dat soort calculatiefouten bespaard als Marc Degryse straks als sportleider echt zijn stempel gaat drukken. Zodat Club ook sportief blijft meedraaien op een moment dat het amateurisme overboord is gekieperd. In afwachting daarvan verbaast Club Brugge met de mededeling dat de buitenlandse spelers lessen in het Nederlands moeten volgen. Vreemd dat zo'n op zich goeie beslissing uitgerekend in een roerige week moet worden genomen. door Jacques SysOok qua coaching is er een verschil met de Europese top.