Toen Louis van Gaal in 1995 met Ajax de Champions League won, deed hij dat met het typische, dominante Ajaxvoetbal in een 4-3-3 en met een pak spelers die uit de eigen jeugdopleiding kwamen: Patrick Kluivert (die inviel en de beslissende 1-0 tegen AC Milan maakte), Edgar Davids, Clarence Seedorf, Frank Rijkaard, Michael Reiziger, Frank en Ronald de Boer. Dat was waar Ajax toen voor stond: een ijzersterke jeugdopleiding, balbezit en swingend voetbal. Zijn beste spelers moest het noodgedwongen naar buitenlandse topclubs laten vertrekken, maar geen nood: vanuit de jeugd stroomden onophoudelijk nieuwe talenten door.
...

Toen Louis van Gaal in 1995 met Ajax de Champions League won, deed hij dat met het typische, dominante Ajaxvoetbal in een 4-3-3 en met een pak spelers die uit de eigen jeugdopleiding kwamen: Patrick Kluivert (die inviel en de beslissende 1-0 tegen AC Milan maakte), Edgar Davids, Clarence Seedorf, Frank Rijkaard, Michael Reiziger, Frank en Ronald de Boer. Dat was waar Ajax toen voor stond: een ijzersterke jeugdopleiding, balbezit en swingend voetbal. Zijn beste spelers moest het noodgedwongen naar buitenlandse topclubs laten vertrekken, maar geen nood: vanuit de jeugd stroomden onophoudelijk nieuwe talenten door. In de jaren na Van Gaal werd het echter steeds moeilijker om die Ajaxfilosofie door te trekken. Er passeerden heel wat trainers de revue: Morten Olsen, Jan Wouters, Co Adriaanse, Ronald Koeman, Danny Blind, Marco van Basten, ... De ene was al succesvoller dan de andere, maar de hoogconjunctuur van onder Van Gaal, die naast de Champions League ook de UEFA Cup won en drie keer de titel pakte in zes jaar tijd, werd nooit meer bereikt. In 2010 vond Johan Cruijff, die zich aan de zijlijn steeds meer ergerde aan het spel van Ajax, het welletjes. Hij begon zich vaker te manifesteren in de pers en op ledenvergaderingen, waar hij zijn visie uiteenzette. Hij wilde voormalige topspelers van de club samenbrengen en hen het beleid laten bepalen. De supporters én heel wat oud-spelers droomden mee. Patrick Kluivert verklaarde: 'Terecht dat Cruijff zich druk maakt, Ajax is Ajax niet meer. Ajax is mijn club, maar het heeft geen identiteit meer. Je moet een bepaalde cultuur proeven, weten, kennen en herkennen om dat te begrijpen. Dat alles heeft met voetbal te maken. Met het spel. Dat gaat om: overwicht, goed spelen, winnen. Dat zie je niet meer. In onze tijd verloren wij ook weleens, maar nooit door slecht spel.' De onophoudelijke kritiek van het Cruijffkamp leidde tot de zogeheten 'fluwelen revolutie'. Het toenmalige bestuur stapte op en ook trainer Martin Jol gooidein december 2010 de handdoek in de ring. Frank de Boer, een Cruijffadept, werd aangesteld als nieuwe coach. In het organigram van Ajax sijpelden steeds meer oud-coryfeeën binnen. Dennis Bergkamp en Wim Jonk, die samen met Cruijff de fluwelen revolutie bedisseld hadden, werden respectievelijk assistent-trainer en hoofd van de jeugdopleiding. Marc Overmars kreeg de post van directeur voetbalzaken toegewezen en in een later stadium zou Edwin van der Sar algemeen directeur worden. De droom van Cruijff kreeg stilaan vorm. Frank de Boer begon overtuigend aan zijn opdracht met een Europese uitzege op AC Milan: 0-2. Er zat meteen weer schwung in het elftal en in de winterstop mocht de nieuwbakken coach dan ook zijn handtekening zetten onder een contract van 3,5 jaar. Het legde Ajax geen windeieren: vier keer op rij - van 2011 tot 2014 - werd het kampioen. De Boer flikte dat in een bijna onwerkbaar klimaat, want achter de schermen was de droom verworden tot een nachtmerrie: Ajax ging gebukt onder intriges, achterdocht en wantrouwen. Ook de kritiek op het geleverde spel verdween niet. Zo herintroduceerde De Boer bijvoorbeeld de nummer 10-positie, die werd ingenomen door aanvoerder Davy Klaassen. Dat druiste in tegen de voetbalvisie van Cruijff, maar De Boer vond het noodzakelijk om meer aansluiting bij diepe spits Arek Milik te creëren. Naarmate de jaren vorderden, legde de coach ook steeds meer de nadruk op defensieve zekerheid, wat ten koste ging van de kwaliteit van het spel. Maar winnen deed hij wel, alleen de laatste twee jaar kon hij geen prijs meer pakken en nadat hij vorig seizoen nipt de titel miste, ging hij dan ook in op het aanbod van Inter. Ondertussen was het Ajaxbestuur gecharmeerd geraakt van Peter Bosz, die van 2013 tot 2016 coach van Vitesse was. De oud-speler van Feyenoord is een man die geen millimeter afwijkt van zijn visie. Zijn speelwijze is gebaseerd op die van PepGuardiola, en u weet wel bij wie die de mosterd haalde. Bosz' koppigheid is legendarisch. Zo had Vitesse op een gegeven moment aan de winterstop slechts vijf keer gewonnen, vijf keer verloren en zeven keer gelijkgespeeld. Stilaan begon de vraag te rijzen: is dit wel een goede ploeg? Maar Bosz stelde zich die vraag niet. Na afloop van een wedstrijd herhaalde hij steeds hetzelfde deuntje: dat zijn ploeg veel balbezit had, veel kansen kreeg en er weinig weggaf - nee, als ze zo doorgingen, zou het vanzelf wel goed komen. Maar ook de eerste twee matchen na de winterstop gingen verloren. De kritiek in de media zwol aan en het vizier verschoof van de ploeg naar de coach: was Peter Bosz nog wel de juiste trainer voor Vitesse? Ook de supporters keerden zich tegen hem. Bij de volgende thuiswedstrijd, tegen Ajax nota bene, had de harde kern een spandoek gemaakt: 70 % balbezit 0 % resultaat De druk was immens. Iedereen ging ervan uit dat Bosz iets ging ondernemen: de opstelling door elkaar gooien of de tactiek veranderen om tegemoet te komen aan de critici die zijn speelwijze te aanvallend en te naïef vonden. Maar wat Bosz uiteindelijk deed, zag echt niemand aankomen: hij deed namelijk... niets. Later zei hij daarover: 'Ik wist dat we goed speelden. Als we plots iets anders zouden gaan doen, zou de kans op succes kleiner worden.' Vitesse versloeg die dag Ajax met 1-0 en won daarna zes keer op rij. Alleen kampioen PSV speelde een betere tweede seizoenshelft. Bosz: 'Uiteindelijk deden we niets fundamenteel anders. Het grote verschil was dat de resultaten in ons voordeel uitvielen.' Peter Bosz leek de geknipte trainer voor Ajax: iemand die uitging van dominant, aanvallend voetbal en die zijn principes heilig verklaarde. Was hij de man die in de ArenA het voetbal kon brengen waar wijlen Johan Cruijff zo naar smachtte? De in Apeldoorn geboren coach maakte alvast kennis met de geplogenheden bij een topclub. Waar hij eind juli nog verkondigde dat hij blij was dat Arek Milik bij Ajax zou blijven, moest hij twee weken later vaststellen dat de Poolse spits naar Napoli vertrokken was. Een financiële voltreffer, maar sportief een serieuze aderlating. Dat de 21-jarige Bertrand Traoré in extremis gehuurd werd van Chelsea, was niet meer dan een doekje voor het bloeden. Tijdens de oefencampagne presteerde Ajax dramatisch slecht. Niet alleen de resultaten waren ondermaats, ook het vertoonde spel. Bovendien begonnen de Amsterdammers weifelend aan de competitie, met 4 op 9. Maar de alarmbellen gingen pas écht af toen FK Rostov Ajax aftroefde in de play-offs van de Champions League. Er werd onmiddellijk maar liefst elf miljoen euro uit de goed gevulde kluis gehaald om Hakim Ziyech, het creatieve brein van FC Twente, naar Amsterdam te halen. Onder impuls van de 23-jarige Nederlandse Marokkaan zijn de resultaten inmiddels iets beter. Voorlopig kan dat echter niet gezegd worden van het voetbal. De vraag dringt zich op: hebben de spelers de kwaliteiten om het door Bosz beoogde dominante voetbal te brengen? De coach zelf blijft strijdvaardig klinken: 'Wij zijn door Rinus Michels en Johan Cruijff juist groot geworden als voetballand door anders te denken. En dat moeten we ook blijven doen. Durven!' Maar ook hij kan niet ontkennen dat Ajax zich in een spagaat bevindt tussen cruijffiaans idealisme en het realisme van het hedendaagse voetbal. Tussen droom en daad. En daar kan Standard misschien van profiteren. DOOR STEVE VAN HERPE - FOTO BELGAIMAGE'Wij zijn door Rinus Michels en Johan Cruijff groot geworden als voetballand door anders te denken.' - PETER BOSZ