Het moet in de voetbalwereld nog maar zelden zijn vertoond: nadat Bayern München de treble pakte, afscheid nam van trainer Jupp Heynckes en met veel poeha Pep Guardiola binnenhaalde, brak die alle fundamenten van zijn voorganger af en trok bij de beste club van Europa als het ware een nieuw gebouw op. Hij onderbrak constant de trainingen en sprak zijn manschappen belerend toe. Alsof ze het abc van het voetbal niet kenden. De gelouterde vedetten van Bayern keken vreemd op, het was alsof ze naar een uit de hemel neergedaalde predikant zaten te luisteren.
...

Het moet in de voetbalwereld nog maar zelden zijn vertoond: nadat Bayern München de treble pakte, afscheid nam van trainer Jupp Heynckes en met veel poeha Pep Guardiola binnenhaalde, brak die alle fundamenten van zijn voorganger af en trok bij de beste club van Europa als het ware een nieuw gebouw op. Hij onderbrak constant de trainingen en sprak zijn manschappen belerend toe. Alsof ze het abc van het voetbal niet kenden. De gelouterde vedetten van Bayern keken vreemd op, het was alsof ze naar een uit de hemel neergedaalde predikant zaten te luisteren. Maar Pep Guardiola vindt dat voetballers moeten openstaan voor vernieuwing. Hij is ook van mening dat je het centrum van een elftal zo sterk mogelijk moet maken. Daarom haalde hij de nog jonge Thiago Alcántara van Barcelona binnen zodat hij nu kan kiezen uit elf voetballers voor vijf of maximaal zes posities. Een wedstrijd win je volgens hem niet achteraan of vooraan, maar wel als je een meerderheid verwerft op het middenveld. Die opvatting komt niet van hem, maar van Johan Cruijff. Maar Guardiola heeft het in zijn hoofd opgeslagen. Het is zijn mantra. Dus probeert hij bij een club die drie trofeeën won een andere spelcultuur te introduceren. Met bijvoorbeeld een spits die mee terugplooit om de verdediger van de tegenstander uit zijn zone te lokken en zo ruimte te scheppen. En om het allemaal duidelijk te maken loopt Guardiola telkens weer gedreven op het trainingsveld, een papiertje in de hand, als een professor in de voetbalwetenschap. De ene Spaanse trainer is de andere niet. De Gentse coach Victor Fernández heeft een universitair diploma, maar als dusdanig gedraagt hij zich niet. Toen hij kort na de jaarwisseling bij de Buffalo's arriveerde, zei hij in de eerste plaats het groepsgevoel te willen versterken. En bij Club Brugge is er onder Juan Carlos Garrido ook geen sprake van een totaal andere benadering. De Spanjaard zette de club na zijn komst niet op zijn kop maar had het voorzichtig over "een proces". Hij wilde naar stabiliteit toewerken, dominant voetballen, met bij voorkeur vier verdedigers, drie middenvelders en drie aanvallers, hij praatte over verschillende varianten die beheerst moesten worden, over verdedigen met hoog en laag druk zetten. Of zijn ideeën dit seizoen zichtbaar zullen zijn? Analisten en andere kenners schuiven Club naar voren als titelfavoriet. Het valt af te wachten of blauw-zwart daar sterk genoeg voor is. Maar vooral: of de kern van nochtans dertig spelers daarvoor voldoende gestoffeerd is. In de aanloop naar het seizoen bleek dat blessures en schorsingen moeilijk op te vangen zijn, zeker achteraan, waar Club Brugge op zich al geen overschot heeft. Het laat zich aanzien dat de met een rode kaart ongelukkig aan de competitie begonnen Timmy Simons een compartiment naar achteren schuift als Vadis Odjidja weer inzetbaar is. Pas dan kan er echt begonnen worden aan nieuwe automatismen. Ook vooraan, waar Tom De Sutter zich dient te integreren en waar Eidur Gudjohnsen van mening is dat hij altijd moet spelen. Pep Guardiola zal er anders over denken, maar de kracht van de continuïteit blijft in het voetbal een belangrijke factor. Dat RC Genk en Standard hun kern behielden, maakt ook van deze teams kanshebbers op de titel. Bij Genk is de relatieve passiviteit op de transfermarkt wel heel frappant, het is alsof alle aandacht moet gaan naar de contractverlenging van trainer Mario Been. Standard lijkt na een woelige zomer de rust te herstellen en ziet de grimmige sfeer tegen Roland Duchâtelet keren. Het is nog maar de vraag of de voorzitter bij zijn voornemen om de club over te laten blijft als de sportieve verwachtingen worden ingelost. Misschien wordt voor hem dan weer de rode loper uitgerold. Zo gaat dat in het voetbal, een bad vol emoties. Met het resultaat als enige barometer. Zoals nu bij het tussen wisselende gevoelens balancerende Anderlecht blijkt. Van de ene kant is er de rijkdom van de jeugd, het onversneden goud waarop de club kan bouwen, de mijlpalen voor de toekomst. Maar anderzijds is er ook het gebrek aan leiderschap bij die ervaren spelers die nu het voortouw moeten nemen. Het blijkt niet gemakkelijk om nu nieuwe bevelhebbers te vinden en in te passen. En de jeugd verder te koesteren. DOOR JACQUES SYSAnderlecht balanceert tussen wisselende gevoelens.