Waarom een monument en een klasbak als Armand 'Mance' Seghers nooit de Gouden Schoen heeft gewonnen? Heel simpel: omdat hij zichzelf bij het referendum van 1959 geen kans op winst gaf en zodoende niet op zichzelf stemde - wat toen nog mocht - maar drie punten uitdeelde aan Lucien Olieslagers. Het resultaat? Olieslagers won de Gouden Schoen, met één punt meer dan ... Mance Seghers.
...

Waarom een monument en een klasbak als Armand 'Mance' Seghers nooit de Gouden Schoen heeft gewonnen? Heel simpel: omdat hij zichzelf bij het referendum van 1959 geen kans op winst gaf en zodoende niet op zichzelf stemde - wat toen nog mocht - maar drie punten uitdeelde aan Lucien Olieslagers. Het resultaat? Olieslagers won de Gouden Schoen, met één punt meer dan ... Mance Seghers. Mance was een man van zijn dorp, Zelzate, waar hij net als zijn vader bieruitzetter werd (van profvoetbal was nog geen sprake). Een joviale, rustige man, die wel hield van een farce maar nooit de publiciteit zocht. Hij begon te voetballen bij één van de plaatselijke clubs, SLV Zelzate, de club van de school van de Broeders van Liefde, om zich na zijn voetbalcarrière naast zijn job toe te leggen op de duivenmelkerij. In 1955 stond hij voor het eerst onder de lat bij De Gantoise, het begin van een blauw-witte keeperscarrière die pas na 485 wedstrijden zou eindigen, in mei 1966. Eigenlijk was zijn afscheid een jaar eerder voorzien, maar toen zijn opvolger Luc Gezels in de eerste vijf wedstrijden de blunders opstapelde, vroeg het bestuur de 40-jarige Mance of hij de club niet wilde depanneren. Het bleef niet bij een paar wedstrijden, Seghers keepte op zijn oude niveau en Gent werd zevende. Mance Seghers viel als keeper op vanwege zijn grote handen - twee handen als kolenschoppen, altijd handig voor een doelman - en zijn pet, ' een klakke', zoals ze in Gent zeggen. Mance verloor zijn klakke wel eens in het heetst van de strijd, maar zelden de bal. De beige trui die hij gans zijn carrière droeg, was niet eens een keeperstrui. De pet liet hij in de laatste jaren van zijn carrière af, wegens uit de mode. Zijn hoogtepunten met Gent vierde hij in zijn nadagen. In 1964 won de Gantoise de eerste editie van de opnieuw van onder het stof gehaalde bekercompetitie (4-2 tegen FC Diest). Mance mocht als 38-jarige kapitein fier de beker omhoogsteken waarna AA Gent als allereerste Belgische club deelnam aan de Europese beker voor bekerwinnaars. Het sneuvelde eervol in de eerste ronde, tegen West Ham, de latere winnaar van het toernooi. Onwaarschijnlijk is dat Mance slechts elf keer het doel van de Rode Duivels verdedigde. Dat kwam vooral door een dispuut in 1953 met de toenmalige bondsvoorzitter waarna de doelman zeven jaar uit beeld bleef bij de nationale ploeg. Nochtans was zijn internationale carrière sterk gestart. Op 25 december 1952 speelden de Rode Duivels in Colombes tegen Frankrijk waarna Mance Seghers door de Franse sportkrant L'Equipe Monsieur Colombes werd genoemd. In 1960 viste selectieheer Constant Vanden Stock hem opnieuw op waarna hij nog zes interlands speelde. In de jaren 50 werd Gent met Mance één keer tweede en drie keer derde. Na de verjonging van het elftal presteerde papa Mance in 1961/62 zo sterk dat de toenmalige Belgische topclub Club Luik hem uitnodigde voor een internationaal toernooi in Barcelona omdat hun eigen doelman, international Guy Delhasse, geblesseerd was. Seghers kreeg lof van de Spaanse en Catalaanse kranten, maar keerde gewoon weer terug naar huis. In 2000 werd hij door de fans verkozen tot Buffalo van de Eeuw, een trofee die hij nog zelf in ontvangst nam, voor hij in 2005 verhuisde naar de eeuwige jachtvelden, de plek waar de Buffalo's net als de andere stervelingen na de dood heen trekken.