Maandag 1/12

Het hieltjesdoelpunt van Rafael van der Vaart tegen Feyenoord hebben wij ondertussen vijftig keer gezien. Een grandioze treffer, maar eens te meer moeten wij besluiten : in de sport, en zeker in het voetbal, is alles al eens eerder gebeurd. Om het even welke goal er valt, zeg nooit dat hij uniek is, want Rik Coppens heeft er altijd een gemaakt die nog net iets spectaculairder was.
...

Het hieltjesdoelpunt van Rafael van der Vaart tegen Feyenoord hebben wij ondertussen vijftig keer gezien. Een grandioze treffer, maar eens te meer moeten wij besluiten : in de sport, en zeker in het voetbal, is alles al eens eerder gebeurd. Om het even welke goal er valt, zeg nooit dat hij uniek is, want Rik Coppens heeft er altijd een gemaakt die nog net iets spectaculairder was. Herinner u hoe heel Nederland plat achterover lag toen begin jaren tachtig Johan Cruijff met zijn strafschop-in-twee-tijden uitpakte. Cruijff nam nooit penalty's, dat vond hij te min en bovendien liet je zoiets best over aan Johan Neeskens. De meeste keepers zetten het al op een lopen als Neeskens alleen nog maar de bal goed legde. Maar die middag tegen Helmond Sport zette Cruijff zich wel achter de stip. Tot ontzetting van Helmonddoelman Otto Versfeld tikte hij de bal zachtjes opzij, waar Jesper Olsen kwam aanlopen en terugtikte naar Cruijff, die hem vanop vier meter binnenschoot in het doel waar die Versfeld al een tijdje uit verdwenen was. Vergeefs naar de voeten van Jesper Olsen geduikeld, of opgegaan in rook ? Niemand die het kon zeggen, van Otto is niets meer vernomen. Studio Sport duurde die avond een half uur langer, zoveel tijd had men nodig om te bekomen van wat net was vertoond. De volgende dag trok Ivan Sonck met de camera naar Rik Coppens. Rik had diezelfde stunt vijfentwintig jaar vroeger al eens uitgehaald tegen IJsland, samen met André 'Popeye' Piters van Standard. Ook het doelpunt van Van der Vaart is voorgedaan door Coppens, maar dan beter. Tegen Lierse. Rik dook anderhalve meter boven de grond horizontaal onder de bal door en trok hem in volle duikvlucht alsnog met de hiel in de winkelhaak. Terwijl ze op de tribune flauw waren gevallen, stond Rik recht, klopte het stof van zijn kleren, en sprak tot de verbouwereerde Lierseverdediger naast zich : "Zulke goals maken ze niet op den buiten, hé boerke."Kleine correctie bij de rubriek 'Zeven dagen' in het vorige nummer. De term 'kut-Marokkaantjes' is niet uitgevonden door Pim Fortuyn, maar door Yves Desmet, politiek hoofdredacteur van De Morgen. Toegegeven : het verschil is niet altijd duidelijk. Frank De Bleeckere is geselecteerd voor het EK. Weliswaar slechts als vierde scheidsrechter, een irritante functie waarin Belgische referees inderdaad zeer onderlegd zijn. Maar niet getreurd, als gewezen slachtoffer van hippodrooms, greyhoundraces en casino's beschouwen wij onszelf als expert in de kansberekening, en dus beweren wij het volgende. Er zijn maar vier 'vierde refs' in Portugal. Als de hoofdscheidsrechter uitvalt, is er één kans op vier dat De Bleeckere de bordjesman van dienst is en het veld op mag. Hoeveel kans is er nu dat de hoofdscheidsrechter effectief geblesseerd uitvalt ? Aha, hier betreden we de haute cuisine van de statistiek. Eén op negenentwintig ! Hoe hebben wij dat berekend ? Dat is wat moeilijk om aan leken uit te leggen. De echte statisticus beschikt nu eenmaal over formules en berekeningswijzen die het verstand van de doorsnee pummel ver overstijgen. Er zijn momenten waarop men gewoon het woord van de expert moet geloven : één op negenentwintig. Frank De Bleeckere heeft dus één kans op honderd zestien om in Portugal te fluiten. "Op honderd zestien wát ?" zullen kritische lezers nu willen weten. Op honderd zestien tout court. Voilà. En al is dat niet veel, het is toch altijd meer dan bijvoorbeeld één op honderd zesentachtig. Voor de volledigheid even opgezocht hoeveelste De Bleeckere staat in de beruchte scheidsrechterslijst van Sport/Voetbal Magazine. Tweeëntwintigste ! Op zevenentwintig. Met 5,6 op 10. Gelukkig heeft die mysterieuze Wouters nog altijd niet gefloten, of Frank stond drieëntwintigste. De laatste is voorlopig Yves Marchand, niet toevallig de arbiter van de eerste bekerwedstrijd tussen Lierse en Hedera Millen. Toch nog vijf op tien, wat wil zeggen dat zelfs naar de rigoureuze normen van de S/VM-controleurs geen enkele scheidsrechter gebuisd is. Dit blad moet opletten voor overdreven mildheid. Koen Meulenaere'Tweeëntwintigste, met 5,6 op 10.'