"Y ou whoresom dog ! You slave ! You rascal ! You base foot-ball player !" Een citaat uit Shakespeare's King Lear, eerste hoofdstuk, vierde bedrijf. Vertaald klinkt dat als : jij hoerige hond, jij slaaf, jij raaskallend wezen ! Jij laag-bij-de-grondse voetballer !
...

"Y ou whoresom dog ! You slave ! You rascal ! You base foot-ball player !" Een citaat uit Shakespeare's King Lear, eerste hoofdstuk, vierde bedrijf. Vertaald klinkt dat als : jij hoerige hond, jij slaaf, jij raaskallend wezen ! Jij laag-bij-de-grondse voetballer ! Voetballer als scheldwoord. In de tijd van Shakespeare wel en in de jaren tachtig was het met het edele balspel niet veel beter gesteld. Het voetbal was toen nog iets voor de door de industriële revolutie fameus uitgebreide arbeidersklasse. Er werd voortdurend gevochten om en rond de stadions. Het hooliganisme was in die dagen een zwaar probleem, ook voor de media. Toen het Engelse tv-contract halverwege de jaren tachtig moest worden hernieuwd, konden de toenmalige clubleiders amper belangstelling bij de zenders proeven. 'Voetbal ? Dat is een sport die naar zijn ondergang loopt, snooker is de sport van de toekomst. ' Ken Bates, die namens de FA toen bij de onderhandelingen betrokken was, weet nog hoe de BBC en ITV voorstelden om 3,1 miljoen pond voor het contract te betalen. De toenmalige Chelsea-baas overtuigde zijn collega's het voorstel te verwerpen, zodat er een half jaar lang geen beelden te zien waren. Pas rond nieuwjaar werd, voor een nog lager bedrag, een nieuwe verbintenis gesloten. Het imago was slecht en daar droegen diverse drama's toe bij. Bij een tribunebrand in Bradford - die was van hout, niet alleen qua structuur waren de clubs nog negentiende-eeuws georganiseerd - kwamen op 11 mei 1985 56 mensen om. Drie weken later lieten op de Heizel 39 mensen het leven, en vier jaar later stierven er in Sheffield 89 mensen. Bij die laatste twee wedstrijden was Liverpool telkens betrokken. K eir Rednadge is football writer en gewezen hoofdredacteur van World Soccer. "Liverpool was in de jaren zeventig en tachtig een heel dominante ploeg. In mijn ogen was hun succes te danken aan de opeenvolging van drie hele goeie managers die bij wijze van spreken door de club gevormd waren en hetzelfde dachten. Ze vonden een ideale manier van spelen, een mengeling van het Britse systeem en het spel zoals dat op het vasteland werd gespeeld. Met veel hart, inzet en gedurende 90 minuten. De spirit die ze later nog wel konden brengen in de bekers, maar niet meer over een hele competitie lang. "De breuk in het succes van Liverpool kwam er eigenlijk al de dag voor het Heizeldrama, toen Joe Fagan aankondigde dat hij ermee ophield. Kenny Dalglish volgde hem op. Die was aanvankelijk nog wel succesvol, maar hij verliet wel langzaam de weg van de clubtraditie. Zijn opvolger Graeme Souness deed dat nog meer en toen begon het fout te gaan. Roy Evans was over zijn top heen, en van Gérard Houllier moet je eigenlijk als eindconclusie ook stellen dat hij mislukte. "Dat de club de boot in de jaren negentig miste door slecht management, is iets te hard geformuleerd. Ze deden het niet zo goed als Arsenal of Manchester United, de twee ploegen die op één na ( Blackburn, nvdr) alle titels verdeelden, maar Liverpool bleef een constante subtopper die nooit buiten de eerste acht eindigde. Alleen deden ze het niet zo goed op een punt waar Manchester United in uitblonk : het aantrekken van échte toppers én tegelijk het laten doorstromen van eigen jong talent. Bovendien konden de andere groten rekenen op goeie Engelse spelers. United had zijn bekende talenten, Arsenal had lang de Engelse defensie en bezit het duo Cole- Campbell, Chelsea's besten zijn nu Terry- Lampard. Bij Liverpool heb je Gerrard, meer niet. "Qua organisatie bleef de club wel stabiel, ze is al lang in handen van de lokale familie Moores, die, maar dat is een ander verhaal, ook nog een paar aandelen heeft in Everton. Verder hebben ze met RickParry iemand die nog voor de Premier League werkte. Onbekwaam management is er niet, een gebrek aan traditie evenmin. Het is alleen bij de overzeese scouting dat het misliep. Ze zijn nu wel bezig met een nieuw stadion, de bouw daarvan is echter nog niet 100 procent rond, omdat de kosten de pan blijven uitswingen. Als ik daar vergelijk met Arsenal, merk ik toch weer dat het bij hen allemaal vrij rimpelloos is gegaan : de bouw, de planning, het vinden van de grond. In Liverpool was dat heel gecompliceerd. In die zin denk ik niet dat het stadion een zegen voor de ploeg is. Zelfs Arsenal heeft een stap moeten terugzetten op de transfermarkt en in de loonmassa van spelers, ik vermoed dat Liverpool hetzelfde te wachten staat." De Reds waren in de jaren zeventig en tachtig een vaste waarde in Europa, maar na het Heizeldrama sloot de Uefa de Engelse clubs een tijdje uit. Kunnen we zeggen dat het overleven van die uitsluiting hen tien jaar heeft gekost ? Rednadge : "In een eerste reactie sloot de Uefa alle Engelse clubs voor onbepaalde duur uit. In 1990, na de verkiezing van Johansson als voorzitter van Uefa werden de Engelse clubs opnieuw toegelaten. Dat gebeurde op vraag van de grote landen, die al een tijdje een terugkeer van de Engelsen wilden. Omwille van de recettes, uiteraard. Liverpool kreeg in 90 te horen dat zij nog drie jaar moesten wachten, maar later werd die straf teruggebracht tot één seizoen. Wij merkten inderdaad dat de Engelse clubs bij hun terugkeer moeite hadden om het oude topniveau weer op te pikken. Continentale ploegen hadden altijd al een betere techniek, maar tijdens hun afwezigheid hadden die ploegen gewerkt aan hun fysiek en hun competitieve ingesteldheid. Eigenlijk heeft het tot 1999 en de winst van Manchester United in de Champions League geduurd voor dat gat werd gedicht. Voor Liverpool duurde het ook tien jaar, tot 2001 en de winst in de Uefacup." Bradford, Heizel en Hillsborough (Sheffield) waren drama's die voor een ingrijpende verandering zorgden. Rednadge : "Het hooliganisme werd aangepakt, er kwam een rapport met aanbevelingen, er werd 600 miljoen pond overheidsgeld vrijgemaakt, en er werd verbouwd. De verplichting om alleen nog zitplaatsen aan te bieden veroorzaakte een bijkomend fenomeen, namelijk dat van het gewijzigde publiek. Voor een zitje moest je meer geld neertellen en dus kreeg je een kapitaalkrachtiger publiek, met heel andere zeden."Cristine Oughton van de Londense Birkbeck universiteit doet al jaren onderzoek naar het runnen van het Britse voetbal. Elk jaar publiceert ze een state of the game waarin de financiële toestand van de sport wordt toegelicht. "Ongeveer tegelijk met de vernieuwing van de stadions was er de opkomst van de satelliettelevisie. Sky besefte heel goed dat het, om het publiek te lokken, het voetbal nodig had als lokmiddel en daarom pompte het ineens heel veel geld in de sport, bij elk contract meer." Daardoor veranderde ook de eigendomsstructuur van de clubs. Tot diep in de jaren tachtig waren voetbalclubs eigenlijk verlieslatende sociale instituten die in handen waren van plaatselijke weldoeners. Op het einde van de twintigste eeuw werden die ploegen ingebed in de commerciële ontspanningsindustrie. Ze gaven aandelen uit en werden op de beurs genoteerd onder de rubriek 'vrije tijd, ontspanning en hotels'. Oughton : "Toch duurde het een aantal jaar voor de tv-investeringen begonnen te renderen. Zelfs op dit moment bezit eigenlijk slechts 50 procent van de Britse huishoudens een schotelantenne. Inmiddels zijn er wel andere toegangen mogelijk voor betaaltelevisie, ondermeer kabel."Oughton ziet nog een derde reden voor de bloei van het Britse voetbal, de creatie van de Premier League in 1992. "Het was eerst de bedoeling om helemaal apart te gaan, maar uiteindelijk koos men toch voor een afscheiding binnen de bestaande structuren. Maar er werd toch heel anders gedacht, veel commerciëler. Maar die drie dingen samen verklaren het commerciële succes van ons voetbal."Toch waarschuwt ze de beleidsmakers, dat niet alles rozengeur en maneschijn is. "Uit onze studie competitive balance in football, blijkt dat de kloof tussen arm en rijk veel groter is geworden en dat zoiets ook een nefaste invloed heeft op het verrassingseffect in het voetbal. De topclubs winnen relatief meer wedstrijden dan vroeger. Bovendien betekent meer geld uit tv en toeschouwersaantallen niet noodzakelijk dat clubs goed boeren. Uit tal van rapporten blijkt dat zeker 65 procent van de clubs verlies maken. Dat is toch een paradox. De kloof tussen Premiership en Championship, zoals de First Division nu heet, wordt groter en binnen de eerste klasse is de kloof tussen zij die voor de Champions League in aanmerking komen en de rest ook groot. Wij merken dat clubs gokken, om op dat Europees niveau te komen en daaraan kapot kunnen gaan. Leeds is daar een goed voorbeeld van en bij Liverpool scheelt het ook een slok of de club zich voor de Champions League plaatst, zoals vorig jaar, of niet." Het gekke is voor Oughton dat de ploegen uit de Britse League, die zij financieel een van de sterkste ter wereld noemt, op Europees vlak niet zo succesvol waren. Sinds hun terugkeer in Europa won alleen Manchester United EC I. Liverpool won één keer EC III en Chelsea, Arsenal en Manchester United zegevierden in de inmiddels opgedoekte EC II. Oughton : "Met de sportieve gang van zaken en de keuzes houden wij ons niet bezig, wel met de financiële kant. En dan merken we dat niet zozeer de clubs of de eigenaars van het gegenereerde geld profiteerden, maar de spelers, die grote lonen gingen verdienen. Ik betwijfel of dat zo'n gezonde zaak is. "Eigenlijk is er maar één club die als voorbeeld kan gelden. Manchester United. Die club reeg sportief de successen aan elkaar en slaagde er toch in financieel winst te maken. Daarom zal ik u misschien verrassen als ik u zeg dat minder geld voor het voetbal helemaal niet zo slecht is voor de competitiviteit. Men verwacht dat de toekomstige tv-deals minder zullen opbrengen. Ik ben daar nog niet zo zeker van, maar als het gebeurt, zal de kloof tussen arm en rijk minder groot worden. Op termijn komt dat het evenwicht in ons voetbal ten goede."door Peter T'Kint'De breuk in het succes van Liverpool kwam er eigenlijk al de dag voor het Heizeldrama.''Minder geld voor het voetbal is helemaal niet zo slecht voor de competitiviteit.''Het nieuwe stadion zal sportief geen zegen zijn voor Liverpool.'