Eind vorig jaar pakte Netflix uit met een nieuwe serie: Sunderland 'til I die. Het is een reeks van acht afleveringen die vorig seizoen werd opgenomen in de buik van de Engelse traditieclub, in 1879 opgericht. Ze was net uit de Premier League gezakt en wilde zo snel mogelijk weer terug naar het hoogste niveau. Het bracht producers Leo Pearlman en Ben Turner, supporters van het eerste uur van The Black Cats, op het idee om hun camera's op te stellen bij hun favoriete club. Volgens hen zou dat...

Eind vorig jaar pakte Netflix uit met een nieuwe serie: Sunderland 'til I die. Het is een reeks van acht afleveringen die vorig seizoen werd opgenomen in de buik van de Engelse traditieclub, in 1879 opgericht. Ze was net uit de Premier League gezakt en wilde zo snel mogelijk weer terug naar het hoogste niveau. Het bracht producers Leo Pearlman en Ben Turner, supporters van het eerste uur van The Black Cats, op het idee om hun camera's op te stellen bij hun favoriete club. Volgens hen zou dat sowieso iets opleveren, want een voetbalseizoen is altijd onvoorspelbaar. En je hebt binnen een club ook steevast good guys en bad guys, noodzakelijke ingrediënten voor goede televisie. Bovendien is Sunderland, een grauwe arbeidersstad in het noorden van Engeland, een intrigerend decor. Maar wat de camera's registreerden, overtrof hun verwachtingen, zo schrijft SoFoot. Want het werd een rampseizoen voor Sunderland, dat het seizoen afsloot op de laatste plaats. De club won slechts zeven keer, maar dit catastrofale scenario maakte van Sunderland 'til I die wel een unieke serie. Gedurende vijf uur en dertig minuten lang wordt de kijker meegezogen in de hel van Sunderland, van de dramatische prestaties van de spelers tot de aandoenlijke (wan)hoop van de supporters, de jongeren en het keukenpersoneel. Maar in deze serie, waarin ex-Antwerpspeler John O'Shea een van de 'hoofdrollen' vertolkt, figureren ook een paar 'slechteriken'. Zo houdt Lewis Grabban, de beste schutter van de club, het in de winterstop voor bekeken en verhuist hij naar Aston Villa. In zijn nieuwe kleuren scoort hij tegen Sunderland, waarmee hij The Black Cats nog dieper de afgrond in duwt. Hij viert zijn goal opzichtig en zegt achteraf dat hij ervan genoten heeft. Maar ook de 27-jarige Jack Rodwell, ooit Engels international, komt niet mooi uit de verf. Wanneer de club hem vraagt om in januari te vertrekken en zo de clubkas te spijzen, weigert Rodwell. Hoewel hij al een tijdje niet meer aan spelen toekomst, verkiest hij Sunderland pas op het einde van het seizoen transfervrij te verlaten. Op die manier vangt de club geen geld meer voor hem en kan het zich dus niet meer versterken. Wanneer Martin Bain, de afgevaardigd voorzitter, dat nieuws hoort, schiet hij in een colère. Meteen goed voor een de meest beklijvende scènes. Zo kregen de supporters, die eerst Bain blameerden voor de twee opeenvolgende degradaties, een meer genuanceerde mening over hem. Waar televisie al niet goed voor is.