In de kleedkamer voorafgaand aan het duel met het Braziliaanse São Paulo duiken de spelers van Real Madrid ineen. Er klinken in de verte schoten, mannenstemmen schallen door de luidsprekers en het geraas van een in paniek geraakte menigte dringt door tot in de kleedkamers van Estadio Olímpico in Caracas.
...

In de kleedkamer voorafgaand aan het duel met het Braziliaanse São Paulo duiken de spelers van Real Madrid ineen. Er klinken in de verte schoten, mannenstemmen schallen door de luidsprekers en het geraas van een in paniek geraakte menigte dringt door tot in de kleedkamers van Estadio Olímpico in Caracas. Het is augustus 1963 en de Spaanse grootmacht heeft zich in de verzengende hitte van de Venezolaanse hoofdstad gemeld voor La Pequeña Copa del Mundo, De Kleine Wereldbeker. De onlusten tussen overheid en terroristische groeperingen lopen steeds hoger op en de aanwezigheid van de Spaanse kampioen tussen al dat geweld is opmerkelijk, of liever: onbegrijpelijk. Maar... er is geld te verdienen. Ook dan al is Real Madrid een merk. Iedereen wil Los Blancos aan het werk zien, en dan vooral Alfredo Di Stéfano, op dat moment de beste voetballer ter wereld, ook al is hij al 37. In het topteam met Ferenc Puskás, Paco Gento en José Santamaría is en blijft hij de blikvanger. De perikelen in Venezuela zijn voor de sterren van Real Madrid een onbekende wereld, maar wanneer de rust na drie kwartier is weergekeerd, worden de teams gesommeerd het veld op te gaan. Na een klinische 2-1-overwinning haasten de spelers zich terug naar hun hotel. De volgende ochtend staan er in alle vroegte twee mannen in uniform voor de deur van de hotelkamer van Di Stéfano, op hun schouder dragen ze een machinegeweer. De aanvaller is genoemd in een drugsmokkelzaak en moet mee naar het politiebureau, vertellen ze hem. Als hij zich verzet, zullen ze hem boeien. Eenmaal in de auto hoort hij dat het om een ontvoering gaat. Di Stéfano wordt geblinddoekt en naar een appartement in de stad gebracht. De kidnappers blijken communistische guerrillastrijders te zijn van de Armed Forces of National Liberation (FALN). De twintigjarige Máximo Canales is de baas van het stel en staat bekend als een meedogenloze moordenaar. Maar ze willen Di Stéfano geen kwaad doen, vertelt hij de speler al snel. Zijn ontvoering is van politieke aard. Ze willen enkel de aandacht trekken. Dat lukt. De ontvoering van de beste speler ter wereld is wereldnieuws, overal wordt de FALN met grote letters genoemd. En Di Stéfano? Die wordt na drie dagen en evenveel slapeloze nachten vlak bij de Spaanse ambassade afgezet. De sterspeler wil uiteraard direct naar huis, maar dat gaat niet. Er staat over twee dagen nog een wedstrijd van Los Blancos gepland, mét Di Stéfano. Real Madrid, in 1963 al een merk.