Een eigen jeugdspeler in ons onderzoek moest aan drie criteria beantwoorden : de Belgische nationaliteit hebben, niet ouder dan 22 jaar zijn en minstens twee jaar opleiding genoten hebben (uiterlijk tot en met de Uefa-junioren) in de eersteklasseclub waar hij het tot de A-kern schopte of debuteerde in het eerste elftal. De jonge Ivorianen van Beveren vallen dus buiten het onderzoekskader, net zoals, bijvoorbeeld, Laurent Delorge en Cédric Roussel, die weliswaar voor hun drieëntwintigste bij AA Gent debuteerden in eerste klasse, maar die voordien al het eerste elftal haalden (van respectievelijk Racing Jet Waver en La Louvière).
...

Een eigen jeugdspeler in ons onderzoek moest aan drie criteria beantwoorden : de Belgische nationaliteit hebben, niet ouder dan 22 jaar zijn en minstens twee jaar opleiding genoten hebben (uiterlijk tot en met de Uefa-junioren) in de eersteklasseclub waar hij het tot de A-kern schopte of debuteerde in het eerste elftal. De jonge Ivorianen van Beveren vallen dus buiten het onderzoekskader, net zoals, bijvoorbeeld, Laurent Delorge en Cédric Roussel, die weliswaar voor hun drieëntwintigste bij AA Gent debuteerden in eerste klasse, maar die voordien al het eerste elftal haalden (van respectievelijk Racing Jet Waver en La Louvière). Tevens maakten we het onderscheid tussen doorbreken en doorstromen (of debuteren). Als doorgebroken beschouwen we een jeugdspeler pas als hij minstens dertig competitiewedstrijden in eerste klasse op zijn actief heeft. Wie minder dan dertig wedstrijden speelde, maar toch minstens één, beschouwen we in ons onderzoek als een doorgestroomde (of gedebuteerde) speler. Daaronder vallen vooral de jongeren die doorgaans op het eind van een kampioenschap, als de teerlingen al geworpen zijn, nog wat speelminuten krijgen van hun trainer. Velen onder hen breken uiteindelijk niet door. De laatste tien seizoenen debuteerden er in de Belgische eerste klasse 395 jeugdspelers. Per seizoen komt dat neer op een gemiddelde van iets meer dan twee spelers per club. De gemiddelde leeftijd van het debuut schommelt rond 19 jaar. Van de 299 spelers die doorstroomden in de acht seizoenen van 1993/94 tot 2000/01, waren er 120 die ook effectief doorbraken. Of met andere woorden : 40 procent. Omdat we de seizoenen 2001/02 en 2002/03 hier buiten beschouwing lieten, werden spelers als Asubonteng Prince en Mohammed Messoudi, die eind vorig seizoen hun opwachting maakten bij Germinal Beerschot, slechts verwerkt bij de cijfers over debuterende spelers. Gemiddeld liet KV Mechelen over de onderzochte periode de meeste jeugdspelers doorstromen : met 4,6 per jaar gaat het RWDM (3,5), Beveren (3,2), Lommel (3) en Aalst (3) vooraf. In Mechelen is men niet verrast door het resultaat, maar vreest men na de doorstart in de derde klasse achterstand op te lopen. "We zijn door het faillissement zeker vijf of zes jaar achterop geraakt", zegt sportief directeur Fi Van Hoof. " Bijna al onze jeugd is nu weg. Alleen Genk al heeft acht of negen spelers bij ons weggehaald." Opmerkelijk : Beveren is de enige club uit onze topvijf die nog niet failliet is. Onderaan sluit Germinal Beerschot (één jeugdspeler per seizoen) de rij voor Westerlo (1,17), Antwerp (1,25) en Club Brugge (1,4). Zij blijven onder het gemiddelde van 1,8. Toch is men op de Bosuil niet ontevreden met dat resultaat. "Als we ieder jaar één speler kunnen laten doorstromen, vind ik dat goed", zegt commercieel manager Carl Geeraerts, die eraan toevoegt dat Antwerp met de bouw van een nieuw jeugdcentrum in Brasschaat de laatste drie jaar meer in de jeugd heeft geïnvesteerd. Invloed van het arrest-Bosman (december 1995) op de doorstroming is er nauwelijks. Is er in de drie jaren vóór het arrest nog een lichte stijging van het aantal doorgestroomde jeugdspelers waar te nemen, dan gaat de curve steil omlaag in de volgende drie jaren. Het seizoen 1998/99 betekent een dieptepunt. Dat jaar debuteren er slechts 24 jeugdspelers in een eerste elftal, waarvan bij KV Oostende alleen al 7. Bij zeven andere eersteklassers breekt er niemand door. De laatste vier jaar kent de jeugddoorstroming een bijzonder grillig verloop. In het seizoen 1999/2000 is er een toename tot 44 spelers : zeventien clubs laten één of meer voetballers debuteren. Met res- pectievelijk 7 en 8 spelers zijn RC Genk en KV Mechelen verantwoordelijk voor een derde van de doorstroming. In 2000/01 wordt het diepterecord opnieuw benaderd. Toch is deze dip minder uitgesproken dan in het seizoen 1998/99 : alleen Charleroi, Harelbeke, Sint-Truiden en Moeskroen kennen dat jaar geen doorstroming. Bij de overige clubs varieert het aantal debutanten van één tot vier. 2001/02 is het seizoen van de heropleving. Het aantal jonge spelers dat een kans krijgt in het eerste elftal, verdubbelt. Toevallig of niet valt dat samen met de invoering van het licentiesysteem. Opvallend is dat de clubs die dat seizoen in moeilijkheden verkeerden, de meeste jeugdspelers laten doorstromen. Bij Aalst en RWDM, die allebei in vereffening gaan, maken respectievelijk 11 en 6 voetballers uit de eigen jeugd hun debuut op het hoogste niveau. Beveren, dat zich slechts door het verdwijnen van Aalst en RWDM in eerste klasse handhaaft, laat liefst 7 jeugdspelers debuteren. Met 24 van de 54 doorgestroomde spelers zijn deze drie clubs dat seizoen verantwoordelijk voor 44 procent van de totale doorstroming. Bij de andere clubs varieert het aantal van één tot vier. Alleen GBA kent dat seizoen geen doorstroming. In het seizoen 2002/03 waren KV Mechelen en Lommel met respectievelijk 9 en 11 jeugdspelers de clubs die de meeste jonge voetballers een kans gaven. Samen zijn ze goed voor bijna 50 procent van de doorgestroomde jeugd. Niet toevallig weer de clubs die wegens financiële problemen uit de eerste klasse ver- dwenen. Het aantal jeugdspelers die deel uitmaken van de A-kern, kan een andere parameter zijn om na te gaan of een club haar eigen jeugd kansen geeft. De laatste tien jaar zitten er gemiddeld iets minder dan vijf jeugdspelers (onder 23 jaar) in de A-kern van de doorsnee eersteklasser. Sint-Truiden voert met een gemiddelde van 7,4 het klassement aan. Daarna volgen KV Mechelen (7,14), Beveren (7), RWDM (6,83) en Lierse (6,8). Dat STVV helemaal bovenaan staat, is voor Guy Mangelschots geen verrassing. "Wij hebben de laatste jaren naam gemaakt op dat gebied", aldus de Truiense technisch directeur. "Alle clubs zullen ons trouwens noodgedwongen moeten volgen. Zelf zijn we zes jaar geleden ook uit financiële noodzaak moeten beginnen." Onderaan het klassement vallen opnieuw de ploegen van 't Stad op. Germinal Beerschot haalt in de onderzochte periode een gemiddelde van nog geen twee jeugdspelers in zijn A-kern, maar inmiddels is er beterschap ingetreden : vorig eizoen mochten Asubonteng Prince (16), Kenny Thompson (17) en Mohammed Messoudi (18) van het eerste elftal proeven en klopten Nico Vander Linden (17) en Agyeman Dickson (17 en inmiddels titularis) op de deur. Antwerp en Westerlo scoren met een gemiddelde van 2,7 en 2,8 evenmin goed. door Tim Ferket'Als Antwerp ieder jaar één speler kan laten doorstromen, vind ik dat goed.'