Een kwetsbaar Anderlecht won zondag zijn eerste prijs van het seizoen. De eerste ook in de trainerscarrière van John van den Brom. De nieuwe Anderlechtcoach noemde zich verheugd met de ten koste van Lokeren veroverde supercup, maar kwam er tegelijk onomwonden voor uit dat zijn elftal ook had ondergelegen. Dat zijn verdedigers vooruit durfden te voetballen stemde hem tevreden. In de omschakeling bij balverlies kwam dan weer grote kwetsbaarheid aan het licht.
...

Een kwetsbaar Anderlecht won zondag zijn eerste prijs van het seizoen. De eerste ook in de trainerscarrière van John van den Brom. De nieuwe Anderlechtcoach noemde zich verheugd met de ten koste van Lokeren veroverde supercup, maar kwam er tegelijk onomwonden voor uit dat zijn elftal ook had ondergelegen. Dat zijn verdedigers vooruit durfden te voetballen stemde hem tevreden. In de omschakeling bij balverlies kwam dan weer grote kwetsbaarheid aan het licht. De feiten zijn bekend. "De eerste week van augustus kan al cruciaal zijn voor de rest van het seizoen. Dat weten we. Voorin en op het middenveld hebben we veel keus. Achterin is het magertjes. We moeten improviseren en zijn aan het kijken of we ons daar kunnen versterken. Normaal heb je rechts Odoi en Wasilewski, links Deschacht en Safari, en zeg je: vecht het maar uit, de beste speelt. Nu schuiven Olivier en Wasyl naar het centrum en spelen ze noodgedwongen met zijn vieren. Er moet niets gebeuren nu, want dan wordt het heel dun." John van den Brom: "Nou, dat is wel duidelijk. Vier mensen achterop, punt naar achteren op het middenveld en twee lopende middenvelders die in de zestien van de tegenstander komen, maar die ook het vermogen hebben om verdedigend terug te schakelen. En dan drie aanvallers voorop. Ik vind dat Anderlecht heel veel offensieve kwaliteiten heeft. Dat betekent dat je op de helft van de tegenstander speelt. Dan heb je andere types nodig dan wanneer je met twee controlerende middenvelders speelt. Met Kanu, Praet en Gillet hebben we jongens met loopvermogen, die een goal kunnen maken maar die ook verdedigend werk kunnen doen. Daar ben ik vanaf de eerste dag mee aan de slag gegaan. Veel balbezit, veel lopende mensen, veel roulatie, individuele acties, kansen en weinig weggeven: dat wil ik zien." "Dat we bijzonder veel aanvallend ingestelde spelers hebben. Dan is de vraag: hoe kun je die het beste laten functioneren met elkaar? Zo kom je tot een bepaalde invulling. Op die dvd's speelden ze toch iets anders. Totáál anders eigenlijk. Je kunt wel zeggen: het is maar een nuance, het is 4-3-3. Maar het zegt wel veel of je twee controlerende spelers hebt en één aanvallende middenvelder, of omgekeerd. "Je kunt eindeloos praten over systemen, hartstikke leuk, maar ik hecht veel waarde aan de juiste veldbezetting. Er zullen heus wedstrijden zijn dat we worden teruggedrongen. Dat we, als we de Champions League halen en uit spelen, wat meer gecontroleerd moeten spelen. Het mooiste is dan dat je met dezelfde spelers kunt rouleren. Het kan best zijn dat je met Kanu, LucasBiglia en Dennis kantelt en dat Dennis op tien gaat spelen en Lucas rechts op het middenveld. Ik vind dat je het te allen tijde moet kunnen oplossen met de elf die op het veld staan." "Op dit moment niet. Ik ben een grote fan van Dennis. Hij is een toekomstige topspeler. Ziet voetbal, is technisch perfect, heeft een goeie mentaliteit, goeie omschakeling - die jongen heeft héél veel. Die wordt alleen maar beter wanneer hij gaat spelen. Verstandige jongen ook. Kun je van genieten als coach. Alles wat hij doet, doet hij met een idee. Dat vind ik mooi." "Ik dwíng ze om te voetballen. Op ons laatste toernooi in Engeland was er een mooi voorbeeld. Op een gegeven moment was er tijd en ruimte om te voetballen. Nou, Silvio koos mijns inziens te snel voor de lange bal. Dan zeg ik: kom op, Silvio, voetballen! Maar dat is makkelijk gezegd. Die laatste vier moeten hem wel willen hebben. Daar zijn ze nu wel aan gewend. Maar soms, als de tegenstander je goed vastzet, word je toch gedwongen om het gevecht om de tweede bal aan te gaan. Nou, dat durf ik ook wel met iemand als Dieu in de ploeg." "De punt naar achteren is een cruciale positie. Wie daar staat, moet wel de bal durven te vragen. Als Lucas hem heeft, zit ik rustig op de bank, want hij verliest hem niet zo vaak. Hij zoekt altijd de voetballende oplossing. Dan ben je al een stuk opgeschoten." "Dat is voor mij het verleden. Wat ik zie, is dat Lucas heel goed in zijn vel zit. Dat hij op en top prof is. Dat hij heel goed kan voetballen. En dat hij altijd aanspeelbaar is. Wat die stilstaande fases betreft: hij heeft een goede trap. Alleen moet je je afvragen of het wel het beste is dat hij altijd de corners gaat nemen. Voor mij is hij heel belangrijk in de organisatie omdat hij slim is en professioneel. Als hij de corners neemt, is hij daar weg. Dan weet ik niet of het goed staat als de bal daar valt." "De tijd van het niet omschakelen is voorbij in de top. Dan word je afgeslacht. Zeker Europees. Voor mij zijn de aanvallers het begin van de verdediging, al wil ik ook niet dat ze alleen maar achter hun man aanlopen. Dan staan we ook niet goed. Maar als Jovanovic of Dieu de bal verliest, zullen ze de eersten moeten zijn die druk zetten of terug in hun positie komen." "Daar ben ik het wel met hem eens. Als we onze links- of rechtsbuiten gaan gebruiken om achter een tegenstander aan te lopen, kan ik beter een ander type neerzetten dan Jovanovic. Jovanovic staat daar om aanvallend het verschil te maken, wat niet betekent dat hij bij balverlies kan blijven staan en wachten op de volgende bal. Zoals ik hem zie trainen, stelt het probleem zich niet. Ik heb de afspraak met hem dat hij gezien zijn leeftijd en blessuregevoeligheid maar één keer per dag moet trainen, maar enkele dagen geleden stond hij op zijn verzoek 's middags toch mee op het oefenveld." "In mijn presentatie hier heb ik hem als voorbeeld gebruikt. Zoals hij als aanvaller mee verdedigt en toch ook beslissend is, en dat op zijn leeftijd: wie zijn dan de spitsen van Anderlecht om dat niet te moeten doen?" "Hij viel mij inderdaad op, ja. Uiteraard heb ik ook gehoord dat hij een rotjaar heeft gehad, maar in de play-offs is hij wel bepalend geweest. Dát heb ik gezien, dus daar ga ik mee aan de slag. Ik zie iemand die op die linkermiddenveldpositie veel diepgang en kracht brengt, loopvermogen ook en techniek, en scorend vermogen. Nou, hij heeft veel hoor." "Dat is het grootste probleem van alle trainers: dat je die jongens gefocust houdt." "Ik heb er nooit een probleem mee gehad. Niet met jeugdspelers en ook niet met grote spelers. Ik ga met iedereen op dezelfde manier om, alle spelers zijn mij even lief. Mja, ik durf wel te zeggen dat de omgang met spelers een kwaliteit van me is." "Ach, dat ging een eigen leven leiden en toen werd ik er gek van. Ik vind het een vervelend woord. Het lijkt wel of je dan tekortschiet in je kwaliteiten als coach. Uiteindelijk ben je als trainer altijd bezig met het managen van mensen, in dit geval spelers. Ik kan goed met mensen omgaan. Dat kan positief zijn of soms naïef misschien, maar ik heb snel in de gaten wat ik aan mensen heb." "Vind ik ook. Ik hecht daar enorm veel waarde aan. Zeker in de opleiding, want dan praat je over kinderen. Het past bij mijn manier van werken. Dat is ook de reden dat ik hier zit, denk ik. Maar ga mij nu niet neerzetten als de coach die alleen maar jonge spelers de kans geeft en voor de doorstroming zorgt binnen Anderlecht. Uiteindelijk zijn de resultaten het allerbelangrijkste, ook voor mij. Als we vijf jongens hebben laten doorstromen en we staan met lege handen aan het eind van de rit, dan heb ik het gewoon slecht gedaan. Het is mijn taak ervoor te zorgen dat het samengaat." "Is ook zo. Iedereen die ervoor is opgeleid, kan een training geven. Het is misschien wel het minst moeilijke van je job als trainer-coach. Maar ook daar, in de manier van trainen, kun je het verschil maken." "We hadden heel zwaar getraind vanochtend. Vanmiddag waren het wat makkelijker vormen. Dan loop ik er graag nog tussen. Dan ben ik even weer speler. Maar als de training afgelopen is, sta je er weer boven. Het is moeilijk om over je eigen goede punten te praten, maar ik heb vaak van spelers gehoord of teruggelezen dat ik een trainer ben die tussen de jongens kan staan, maar als het moet wel de baas is en erboven staat." (onderbreekt) "Maar daar zit het grootste probleem! Ik krijg vaak te maken met opmerkingen van mensen die Louis niet kennen. Ik weet zeker dat je heel anders over hem zou denken als je hem persoonlijk kende. Hij is heel dominant, hij vraagt heel veel van zijn spelers, maar dat doe ik ook. Hij was en is nog steeds mijn grootste inspiratiebron. Als coach én als mens, want ook als mens heb ik hem heel hoog zitten. Dat heeft er natuurlijk ook mee te maken dat hij me heeft teruggehaald als trainer naar Ajax. Maar ik ben geen kloon van Louis, ik doe het op mijn eigen manier." "Tot op zekere hoogte, ja. Dat zit ook opgesloten in de manier van spelen die ik graag wil. Als Jovanovic linkerspits speelt, wil ik niet dat hij aan de zijlijn blijft. Dan ben je zo makkelijk af te stoppen. Ga maar aan de wandel, zeg ik dan. Maar hij heeft ook die verantwoordelijkheid als we de bal niet hebben. "Vrijheid is belangrijk voor spelers. Als je alleen maar te horen krijgt wat je niet mag doen, word je niet beter. Ik heb zelf een paar trainers gehad die me alleen maar zegden waar ik niet goed in was. In die mate dat ik weleens de vraag heb gesteld: is er nog iets wat ik wél kan? Dat heb ik altijd onthouden. Het gaat erom hoe je spelers benadert. Als ik jou eerst vertel waar je allemaal goed in bent, sta je veel meer open voor je mindere punten. Want ik ben wel kritisch." "Ik zie alles, maar ik doe er niet altijd iets mee. Als iets geen consequenties heeft, kun je het laten gaan. Tot het druppeltje daar is. Dan kun je boos worden of je kunt zeggen: kom eens effe zitten, vriend. Iedereen heeft recht op een tweede kans. Ik geef ook nooit boetes. Ik beschouw het als een teken van zwakte van de coach. Ik heb dochters van twintig en zeventien, ik maak thuis mee wat die gasten gewend zijn. We leven in een andere tijd. Als vrijheid goed wordt benut, kan het een extra kwaliteit zijn voor het elftal." "Nou, dit soort dingen. Vanaf het eerste gesprek met Herman was het absoluut duidelijk dat ze me wilden hebben. Ik dacht ook: waarom ík? Omgaan met jonge jongens is een sterk punt van de club, maar zeker ook van mij. Spelers beter maken. Ze naar het eerste elftal brengen. Het is moeilijk om dat allemaal van jezelf te zeggen, maar dat waren wel de dingen die ik te horen kreeg. Een heel groot voordeel was dat ik bij Ajax heb gespeeld en gewerkt, ook in de opleiding." "Door hen het vertrouwen te geven dat ze het kunnen. En door ze heel veel te wijzen op de dingen die ze goed doen." "Óók. Mijn manier van trainen vraagt een hoge balsnelheid. Een goeie strakke bal kan het verschil maken of je een kans krijgt of een doelpunt maakt, of net niet. Dus daar hamer je op. Doe je dat elke dag, dan gaan spelers dat overnemen. Ik vind dat er hier heel vaak slap wordt ingespeeld. Dat is wel een verrassing voor mij, ja. In Nederland zijn we ook gewend om te trainen met je rechter- en je linkerbeen. Tot je het zo vaak hebt gedaan dat je er niet meer over nadenkt in de wedstrijd. Dat is hier toch minder." "Ik noem het geen experimenten onderweg, want dat is onzin: ik wil ook elke wedstrijd winnen. Maar je kan een risico nemen en wat meer de kans geven aan jonge spelers om de gearriveerde spelers wat rust te geven, want die moeten er uiteindelijk weer staan in de play-offs om het kampioenschap binnen te halen. Maar ik ben niet iemand die zegt, als het elftal staat en de jongens zijn fit: Dieu, ga jij nou maar effe zitten. Zo zijn spelers ook niet. Ik wil graag spelers brengen, maar niet ten koste van alles natuurlijk. Misschien staan er tegen dan wel jonge gasten in het elftal en zijn zíj het die wat rust moeten krijgen." (lacht)"Het is mijn overtuiging dat dit heel goed kan samengaan. Trouwens, als je er eentje laat doorstromen: heb je het dan goed gedaan? Zeg het maar. Toen ik nog hoofd opleiding was bij Ajax moest er per jaar anderhalve speler doorstromen. Hoe kan dat nou? (lacht) En moet hij tien wedstrijden hebben gespeeld of een heel seizoen? Je kan hier eindeloos over discussiëren. Ik geef de jeugd een kans. Als ze goed genoeg zijn, zijn ze ook oud genoeg. Maar ik vind niet dat je nu al kan verwachten dat Vervoort of Godeau zomaar even voorronde Champions League gaan doen. Die stap is te groot. Maar dat ze nu al veel minuten hebben gekregen, zegt wel veel over het vertrouwen dat we in die jongens hebben." "Dat had te maken met de spelers die je ter beschikking hebt. We hebben heel behouden, georganiseerd gespeeld. Noodgedwongen, omdat we een paar ketsers hadden opgelopen. Dat bracht resultaat en zo krijg je ook weer vertrouwen. Dat kan dus ook." "Dat was bij AGOVV nog. Hadden we over de honderd goals binnen. Stonden we 1-0 achter, haalde ik er een verdediger af en gooide er nog een extra spits bij. Dat overkomt me niet meer. Ik hecht veel waarde aan mijn organisatie op het veld. Daar begint het voetbal volgens mij: bij een goede veldbezetting en bij de spelers die je ter beschikking hebt. Bij ADO werd er niets verwacht van het team. We speelden mooi en open voetbal." "Ah! Ik hou van het Spaanse voetbal. Die spelers lopen allemaal door elkaar heen, maar altijd staat wel iemand op de juiste positie. Het team is voor mij het allerbelangrijkste. In dat team heb je spelers met extra kwaliteiten, die alleen maar kunnen renderen als het team er staat. Ik hou niet van vedetten. Ik vind ook niet dat wij die hebben. Wél grote spelers, maar dat is wat anders. Een vedette is iemand die om halftien opdaagt als je om negen uur verzamelt. Zo werkt het niet. Het woord alleen al... Ronaldo springt er bij Portugal uit als vedette omdat hij dingen wil doen die hij niet moet doen. Omdat hij zo graag zijn stempel op het elftal wil drukken. Maar een vedette is ook: op het moment dat het van je wordt verlangd, er staan. Dat deed hij ook wel." "Ik heb mezelf twee doelstellingen opgelegd. De eerste is de maand augustus goed doorkomen. Dat betekent dat je in de poulefase van de Champions League zit. Daar begint het mee. Daarna zit je in januari om kampioen te spelen." "Ja en nee. Als voetballiefhebber wil je dat het liefst met mooi voetbal. Maar ik zeg ook nee omdat je ook resultaatgericht werkt. Met Vitesse hebben we degelijk gespeeld, maar wel ons doel bereikt." "Dat kan ook. Dan sta ik ook feest te vieren, wees niet bang. (schaterlacht) Het is een uitdaging, maar ik geloof er ook echt in. Zeker als ik zie wat hier rondloopt. Dan word ik er alleen maar in bevestigd dat het heel goed samen kan gaan. "Ik ben altijd zo eigenwijs om te denken: dat ga ik beter doen. Dat had ik toen ik naar ADO en Vitesse ging en dat heb ik nu ook weer. Het is aan ons om te bewijzen dat je met onze manier van spelen ook kampioen kan worden. Ik geloof daar heilig in." DOOR JAN HAUSPIE - BEELDEN: KOEN BAUTERS"Ik ben een grote fan van Dennis Praet. Hij is een toekomstige topspeler." "Als we vijf jongens hebben laten doorstromen en we staan met lege handen aan het eind van de rit, dan heb ik het gewoon slecht gedaan." "Er wordt hier heel vaak slap ingespeeld. Dat is wel een verrassing voor mij, ja." "Ik vind het een vervelend woord, peoplemanager. Het lijkt wel of je dan tekortschiet in je kwaliteiten als coach."