Het is vijf uur zondagmiddag, Sclessin verwarmt zich met worstenbroodjes en bier. Tijd om terug te blikken op een bewogen klassieker. Gespreksonderwerpen zijn Steven Defour, zijn terugkeer naar Luik, zijn uitsluiting, het afscheid van Laurent Ciman en zijn laatste goal voor de Rouches. De tifo die voor de wedstrijd over heel Tribune 3 hing, domineert de gesprekken nog niet. De impact die de actie al heel gauw in heel het land en tot ver daarbuiten zal krijgen, is nog niet gekend. Sterker nog: een groepje supporters die in die bewuste Tribune 3 de wedstrijd volgden, hebben zelf niet eens gezien wat er op het reuzengrote spandoek stond, en vernemen pas nu wat er zich aan de andere kant van het zeil (waar zij onder stonden) bevond. De meningen zijn in een eerste reactie verdeeld: een aantal is gechoqueerd, anderen vinden dat een actie die geïnspireerd is op een tekening uit een film - Friday the 13th - moet kunnen.
...

Het is vijf uur zondagmiddag, Sclessin verwarmt zich met worstenbroodjes en bier. Tijd om terug te blikken op een bewogen klassieker. Gespreksonderwerpen zijn Steven Defour, zijn terugkeer naar Luik, zijn uitsluiting, het afscheid van Laurent Ciman en zijn laatste goal voor de Rouches. De tifo die voor de wedstrijd over heel Tribune 3 hing, domineert de gesprekken nog niet. De impact die de actie al heel gauw in heel het land en tot ver daarbuiten zal krijgen, is nog niet gekend. Sterker nog: een groepje supporters die in die bewuste Tribune 3 de wedstrijd volgden, hebben zelf niet eens gezien wat er op het reuzengrote spandoek stond, en vernemen pas nu wat er zich aan de andere kant van het zeil (waar zij onder stonden) bevond. De meningen zijn in een eerste reactie verdeeld: een aantal is gechoqueerd, anderen vinden dat een actie die geïnspireerd is op een tekening uit een film - Friday the 13th - moet kunnen. Het Belgische voetbal heeft niet gewacht op de getekende onthoofding van Steven Defour om emotionele reacties op te roepen die het gedrag op de voetbaltribunes teweegbrengt. In de jaren tachtig en negentig doet het hooliganisme in en rond onze stadions de Belgische voetbalwereld op zijn grondvesten daveren. In 1990 eindigt een wedstrijd tussen Standard en Anderlecht in een regelrecht gevecht tussen de twee harde kernen op het speelveld. Een hallucinant tafereel dat vandaag op een Belgisch voetbalveld ondenkbaar is geworden. Het geweld rond de Belgische voetbalvelden mag dan nog niet helemaal uitgeroeid zijn, de incidenten zijn met de jaren in gevoelige mate afgenomen. Door de toegenomen veiligheidsmaatregelen op wedstrijddagen worden vechtlustige kerels verplicht om ver van de stadions hun vetes te beslechten. Het gevolg is dat families en vrouwen opnieuw naar de stadions trekken, ook aangemoedigd door het verdwijnen van de staanplaatsen en het toegenomen comfort. Gebleven zijn de folklore, de rivaliteiten tussen clubs, gezangen, slogans en vaak hatelijke reacties. De afgelopen vijftien jaar sijpelden ook in België de ultra's (een term die in de jaren zestig in Italië opdook en sindsdien overgenomen werd in andere landen) binnen in het supporterslandschap. Bij Standard nog het meest, al volgden Charleroi en Genk die beweging, terwijl ook Anderlecht, dat lange tijd trouw bleef aan de Angelsaksische manier van supporteren, overstag ging en een vak met ultra's telt. Niet alleen namen de nieuwe fans de tribunes van de meest heetgeblakerde club van het land over, ook de tifo's (reusachtige spandoeken met opschriften of foto's) werden geïntroduceerd. Bij Standard is men over het algemeen best trots op die steun die volgens alle betrokkenen de spelers beroert en het stadion in vuur en vlam zet. Af en toe loopt die fanatieke manier van supporteren uit de hand. Zoals op 28 oktober 2001 toen de Kroatische spits Ivica Mornar als 'Judas' met Anderlecht terugkeert naar zijn voormalige 'thuis' Sclessin. Een spandoek met als opschrift 'Ivica, nous jugeons les traîtres comme dans ton pays' ('We beoordelen verraders zoals dat in jouw land gebeurt'), verwijzend naar de Joegoslavische burgeroorlog, wordt uitgehangen en zorgt voor een schandaal. Andere tifo's, tegen het racisme (gesymboliseerd door een grote vlag van Afrika) of voor het goede doel, konden dan weer wel rekenen op veel bijval, ook in de pers. Tot de slinger weer de andere kant overslaat, zoals in december 2013 bij de komst van Anderlecht in de tribune recht tegenover die van de ultra's, de T4 waar de groepering PHK de toon zet. Een afbeelding van Tony Montana (personage vertolkt door Al Pacino in de film Scarface) met een machinegeweer in de hand en de tekst 'Dites bonjour à votre pire ennemi', 'zeg goeiendag aan uw ergste vijand'. Die tifo zet bij velen al kwaad bloed, maar geraakt niet verder dan de sportpagina's van de kranten. "Ons geluk", zegt Renaud, een van de verantwoordelijken van PHK in het Franstalige blad Moustique, "is dat we een veiligheidsverantwoordelijke hebben in de persoon van Christian Hannon, die de sfeer in de tribunes begrijpt, aangezien hij zelf een ancien is van de Hell Side (de oude spionkop in Tribune 3, nvdr). Wat Tony Montana betreft, was hij perfect op de hoogte van wat we gingen doen." De wereld van de tribunes en zijn gedragscodes, waarvan de media amper wat begrijpen, ook omdat de ultra's zelf niet staan te springen om media toe te laten in hun midden, is een microkosmos die enkel gekend is door wie er deel van uitmaakt. Dat legt ook Max, de voorzitter van de Ultra's Inferno van Standard, uit op de site Shoot me again: "Een groepering ultra's is een groep samengesteld uit hondstrouwe en door en door loyale fans die helemaal opgaan in het leven van hun favoriete voetbalclub. Die club beminnen ze onvoorwaardelijk, en dat kan leiden tot een ongecontroleerde woede-uitbarsting wanneer de groep meent dat de club haar miskent of voelt dat men met hun voeten speelt." Op 7 oktober 2012 uit die tegenbeweging zich wanneer Anderlecht op bezoek komt, door een enorm vuurwerk voor de wedstrijd, waardoor de aftrap een tijdje uitgesteld moet worden. Dit seizoen is het prijs wanneer Zulte Waregem te gast is. De tribunes worden bestormd, stoeltjes vliegen op het veld, de woedende fans keren zich voor de zoveelste keer tegen het bestuur, en chaos regeert. Er wordt gezegd dat dit een spontane opstoot van onvrede geweest zou zijn en niet de handtekening van de ultra's droeg. "In tegenstelling tot hooligans hebben ultra's maar één identiteit, namelijk die van ultra, die ze ook tijdens de week aanhangen, buiten de wedstrijd", zegt Gunter A. Pilz,Duits socioloog aan de universiteit van Hannover. "Al de rest komt op de tweede plaats, na het voetbal, zowel tijdens de week als in het weekend. Ultra's omschrijven hun leven als een bizarre mengeling van spanning en ontspanning. Langs de ene kant is er hun 'werk', waar ze op en top geconcentreerd moeten zijn; aan de andere kant is er de ontspanning, waarbij ze alles om zich heen vergeten en zich laten leiden door hun passie en gevoelens. Ze beschouwen zichzelf als een verzameling kritische individuen die luidop verkondigen wat iedereen diep in zijn binnenste denkt. Hun leidmotief is: 'We zetten ons af tegen het idee dat we afgeschilderd worden als de duistere kant, als al wat verkeerd gaat in het voetbalwereldje. We zijn - integendeel - datgene waar het om gaat. Wíj zijn de match, wij zijn de club of wat daarvan rest. Wij zijn de reden waarom het voetbal vandaag nog zo veel mensen fascineert.'" Een voetbalstadion is een fascinerende plek, een cocktail van emoties. Van vreugde, wanneer men wint, van gemeenschapsgevoel wanneer het stadion zijn ploeg naar de overwinning stuwt. Maar ook wanneer het stadion fluit, de tegenstander verlamt of de scheidsrechter beïnvloedt, als een echte twaalfde man. De terugkeer van Defour naar Sclessin moest op die manier een speciaal moment worden, alleen al vanwege de emotionele impact. "Drie dagen voor zijn transfer vertelde hij ons dat hij gedegouteerd was en voor altijd Standardman zou blijven, ook al moest hij als profvoetballer voor Anderlecht kiezen. Alsof er geen tienduizend andere voetbalclubs waren waar hij voor had kunnen gaan, verdorie. Als ik naar het stadion ga, zie ik nog maar twee dingen: goed en kwaad. En Defour is van de goeie naar de slechte kant gevallen. Hij draagt de verkeerde kleuren. Punt uit." Niet alleen op Standard escaleert de provocatie in de tribunes en rond het veld. Zelf raken de betrokken ultra's niet gauw gechoqueerd. Voor hen is alles of toch bijna alles gepermitteerd. 'De gones (inwoners van Lyon, nvdr) vonden de cinema uit terwijl jullie vaders crepeerden in de mijnen', titelde een spandoek bij de aanhang van Lyon voor de match Lyon-Saint Etienne. In het stadion van Saint-Etienne, het Stade Geoffroy-Guichard, was het dan weer een ander spandoek waar schande over gesproken werd: 'De jacht is open: dood ze allemaal', omgeven door dode dieren. "De uitdrukking 'de jacht is open, dood ze allemaal' zet aan tot geweld en is gespeend van symboliek. Maar een safari ensceneren om een voetbalderby en de sfeer errond te schetsen, is geen oproep tot geweld en overschrijdt de toegelaten grenzen niet van de folkloristische kant die met het voetbal samenhangt", benadrukt Jean-Pierre Vial,rechtsgeleerde, in zijn boek Le risque pénal dans le sport (het strafrechtelijke risico in de sport). Wat niet meer met folklore vereenzelvigd wordt, is wanneer hakenkruisen opduiken in de tribunes. De Ultras Sur, een harde kern van Real Madrid, hebben lang stellingnames verwoord die dicht aanleunden bij wat de neonazistische bewegingen verkondigden. Sinds dit seizoen worden ze niet meer toegelaten op de tribunes, niet bij thuiswedstrijden en evenmin in de uitvakken op verplaatsing. De Spaanse overheid bestrijdt via staatssecretaris voor Sport Miguel Cardenal alle bewegingen die zich buiten de wet bevinden. "Er werd ons voorgesteld een lijst op te maken van de ultragroepen om ze te kunnen bannen uit de stadions. Dat is de weg die sommige clubs al ingeslagen zijn. Ik ben overtuigd dat de aanpak zal werken." In Italië zit het probleem nog veel dieper en ligt de remedie minder voor de hand gezien de houdgreep waarin een aantal supportersgroepen hun 'geliefde' club dreigen te wurgen. Daar komt het vaker voor dat een kapitein van een team zich onderhoudt met de capo (chef) van de ultra's, wanneer die hun onvrede ventileren. Het gebeurde nog tijdens de laatste Italiaanse bekerfinale toen Marek Hamsik van Napoli met de leider van de ultra's - volgens sommige bronnen gelieerd aan de plaatselijke maffia - praatte opdat de zaken niet helemaal uit de hand zouden lopen nadat een Napolitaanse supporter eerder die dag in Rome was neergeschoten, wat aanleiding gaf tot flinke onlusten. In Frankrijk is PSG lang geassocieerd met geweld in de tribunes. Tussen 2000 en 2010 was het zelden rustig in het Parc des Princes, door de onderlinge rivaliteit van twee PSG-supportersgroepen, in de Tribune Auteuil en de Tribune Boulogne. In 2008 leidde dat tot een triest hoogtepunt met een spandoek bij de finale voor de ligabeker tegen Lens dat als opschrift had: 'Werklozen, incestgevallen, pedofielen: bienvenu chez les Chtis' (een populaire verwijzing naar inwoners van de Noordfranse regio Nord-Pas de Calais, nvdr). Het spandoek werd zelfs een staatszaak toen toenmalig Frans president Nicolas Sarkozy zich erover opwond. De makers van het spandoek werden vervolgd wegens 'aanzetten tot haat en geweld in het kader van een sportwedstrijd'. Ter verdediging beriepen ze zich op de straffe humor à la Charlie Hebdo. Zes jaar later viel het verdict: 500 euro boete en een jaar stadionverbod. In het seizoen 2009/10 bereikte het geweld onder de supporters van PSG het toppunt toen een lid van de Tribune Boulogne stierf bij rellen rond het stadion. Daarop werd een aantal supportersclubs opgeheven, en een plan voorgesteld waarbij de supportersgroepen zelf niet langer hun plaats in het stadion konden bepalen. Dat is zogoed als het doodvonnis voor supportersgroeperingen en ultra's. Een ommekeer van die maatregel overweegt men in Parijs niet. "Wij willen het publiek kunnen kiezen dat we zelf willen", zegt algemeen directeur Jean-Claude Blanc. Prompt laat de club sterspelers aanrukken, zet PSG in op marketingcampagnes, verhoogt de toegangsprijzen en 'disneylandiseert', zoals een aantal ex-ultra's het omschrijven. Gevolg? Het stadion zit vol. Op Standard is het nog niet zover, ook al overwoog voorzitter/eigenaar Roland Duchâtelet ooit om het stadion en de omgeving grondig te verbouwen. In september nog kreeg het publiek op Sclessin een goeie quotering en veel lof voor zijn absolute passievolle beleving toen twee Franse cineasten er een tijdje de fans volgden en daar een film over draaiden die, kort en krachtig samengevat Standard, le film heette. Regisseur Brieux Férot legtuit: "We wilden laten voelen en begrijpen waarom voetbaltribunes in de eerste plaats plekken zijn waar men dingen deelt (zondag deelden de ultra's op Sclessin flyers uit waarin werd opgeroepen om levensmiddelen te verzamelen voor 'les restos du coeur', een initiatief om voedsel te verzamelen voor minder gegoeden, nvdr) en de verbondenheid, het familiegevoel uitdraagt. Met andere woorden: iets anders dan twee Koreaanse toeristen en een Franse beursmakelaar die lachend voor het Emirates Stadium in Londen voor de camera poseren met een truitje van Arsenal aan." Het is een film geworden die zich afspeelt in Luik, maar die tegelijk een ode is aan sociale verbondenheid in het stadion en daaromheen, een gevoel dat steeds vaker dreigt weg te ebben in crisismomenten. Een ode waar sinds zondag een flinke smet aan kleeft. DOOR THOMAS BRICMONT"Als ik naar het stadion ga, zie ik nog maar twee dingen: goed en kwaad. En Defour is van de goeie naar de slechte kant gevallen." een ultra "Ultra's omschrijven hun leven als een bizarre mengeling van spanning en ontspanning." Gunter A. Pilz