Een Duitse grensrechter probeert zich van het leven te beroven, vijf topspelers uit Engeland zoeken hulp na de dood van Gary Speed, de Duitse doelman Markus Miller is terug op training na een maandenlange burn-out. Het zijn een paar berichten die ik herlees terwijl net dan op de achtergrond Freddie Mercury en Queen hun klassieker Under Pressure nog eens door de radioboxen jagen. Iets te veel toeval nu ik ook net vanmorgen het boek van Robert Enke in mijn bezit kreeg. Een al te kort leven blijkt enkele uren later het eerste boek te zijn dat ik ooit in één ruk uitgelezen heb.

Het moet gezegd, voor iemand die zoals ik zelf een topsportcarrière achter de rug heeft, is het boek soms akelig realistisch. Niet wat betreft de daad van Enke, wiens depressie hem uiteindelijk de dood injoeg. Wel wat betreft de extreme situaties waar je als topsporter soms mee te maken krijgt. Ontgoochelingen, slechte prestaties, tegenslagen en nederlagen zitten immers in elke succesvolle carrière verwerkt. De vaststelling dat je wordt beoordeeld op wat je doet en niet zozeer op wie je bent, is een bij momenten akelige gedachte. En die gedachte veroorzaakt stress. Hoe goed je ook bent, bij mindere prestaties zal men je uiteindelijk toch met alle zonden van Israël overladen.

Ook ik had in de begindagen van mijn carrière weleens last van die gedachte, wetende dat men van jou alweer niets minder dan een topprestatie verwacht. Als jong keeperstalent bij Beveren mocht ik dan wel veelbelovende kwaliteiten bezitten, het toenmalige blauw-gele elftal werd wel geacht autoritair kampioen te spelen in tweede klasse. Ik was achttien en begon als titularisdoelman aan het seizoen in een team dat na de recente degradatie aangezien werd als de gedoodverfde titelkandidaat. De eerste weken verliepen voorspoedig. We namen een droomstart en de concurrentie was al snel op achtervolgen aangewezen. Halverwege de maand oktober begon de motor echter te sputteren. Tegenstanders waren ineens moeilijker te ontwrichten en tegendoelpunten vielen al te makkelijk. Niet in het minst door een doelman die al eens twijfelend optrad. Het devies 'moeten winnen' had bezit genomen van onze spelersgroep en werkte verlammend op onze prestaties. Een nabespreking op zondagmorgen na alweer geen denderende wedstrijd zou echter de rest van het seizoen en mijn verdere carrière bepalen ...

Onze toenmalige trainer Jan Boskamp maakte onze groep duidelijk dat wij helemaal niks moesten. 'Moeten' is dwang en voor de vrijgevochten Belgische Nederlander was het een te schrappen woord uit het woordenboek. Bovendien werkt het verlammend. Neen, vanaf nu was het uitgangspunt dat we kampioen gingen spelen omdat 'we het zelf zo verschrikkelijk graag wilden'. Bovenstaande redenering lijkt op het eerste gezicht te simpel om waar te zijn, maar ik kan je verzekeren dat ze werkt. Daarna haalden we autoritair de titel binnen. Ik ben sedertdien geen enkele keer meer het veld opgestapt met het idee dat iets 'moest'. De gedachte dat ik met iets bezig was dat ik zo verschrikkelijk graag zelf wilde, heb ik vanaf die dag elke morgen in mijn hoofd geprent. Meer dan twintig jaar later ben ik er voldaan een laatste keer het veld mee afgestapt.

Uiteindelijk bleek het voor mij bevrijdend te werken om heel de prestatiegerichte voetbalcultuur vanuit dat standpunt te bekijken en te beleven. De kritieken en commentaren waren er bij momenten niet minder om. De wetenschap dat dit toch écht was wat ik zelf wilde, bracht alles op tijd en stond weer in zijn juiste proporties. Jan Boskamp was de beste psycholoog die ik ooit tegenkwam. Ik denk niet dat hij op die uitspraak zit te wachten. Geef toe: Boskamp, dokter in de psychologie ... Ik hoor van ver zijn bulderlach al komen.

GEERT DE VLIEGER

Jan Boskamp was de beste psycholoog die ik ooit tegenkwam.

Een Duitse grensrechter probeert zich van het leven te beroven, vijf topspelers uit Engeland zoeken hulp na de dood van Gary Speed, de Duitse doelman Markus Miller is terug op training na een maandenlange burn-out. Het zijn een paar berichten die ik herlees terwijl net dan op de achtergrond Freddie Mercury en Queen hun klassieker Under Pressure nog eens door de radioboxen jagen. Iets te veel toeval nu ik ook net vanmorgen het boek van Robert Enke in mijn bezit kreeg. Een al te kort leven blijkt enkele uren later het eerste boek te zijn dat ik ooit in één ruk uitgelezen heb. Het moet gezegd, voor iemand die zoals ik zelf een topsportcarrière achter de rug heeft, is het boek soms akelig realistisch. Niet wat betreft de daad van Enke, wiens depressie hem uiteindelijk de dood injoeg. Wel wat betreft de extreme situaties waar je als topsporter soms mee te maken krijgt. Ontgoochelingen, slechte prestaties, tegenslagen en nederlagen zitten immers in elke succesvolle carrière verwerkt. De vaststelling dat je wordt beoordeeld op wat je doet en niet zozeer op wie je bent, is een bij momenten akelige gedachte. En die gedachte veroorzaakt stress. Hoe goed je ook bent, bij mindere prestaties zal men je uiteindelijk toch met alle zonden van Israël overladen. Ook ik had in de begindagen van mijn carrière weleens last van die gedachte, wetende dat men van jou alweer niets minder dan een topprestatie verwacht. Als jong keeperstalent bij Beveren mocht ik dan wel veelbelovende kwaliteiten bezitten, het toenmalige blauw-gele elftal werd wel geacht autoritair kampioen te spelen in tweede klasse. Ik was achttien en begon als titularisdoelman aan het seizoen in een team dat na de recente degradatie aangezien werd als de gedoodverfde titelkandidaat. De eerste weken verliepen voorspoedig. We namen een droomstart en de concurrentie was al snel op achtervolgen aangewezen. Halverwege de maand oktober begon de motor echter te sputteren. Tegenstanders waren ineens moeilijker te ontwrichten en tegendoelpunten vielen al te makkelijk. Niet in het minst door een doelman die al eens twijfelend optrad. Het devies 'moeten winnen' had bezit genomen van onze spelersgroep en werkte verlammend op onze prestaties. Een nabespreking op zondagmorgen na alweer geen denderende wedstrijd zou echter de rest van het seizoen en mijn verdere carrière bepalen ... Onze toenmalige trainer Jan Boskamp maakte onze groep duidelijk dat wij helemaal niks moesten. 'Moeten' is dwang en voor de vrijgevochten Belgische Nederlander was het een te schrappen woord uit het woordenboek. Bovendien werkt het verlammend. Neen, vanaf nu was het uitgangspunt dat we kampioen gingen spelen omdat 'we het zelf zo verschrikkelijk graag wilden'. Bovenstaande redenering lijkt op het eerste gezicht te simpel om waar te zijn, maar ik kan je verzekeren dat ze werkt. Daarna haalden we autoritair de titel binnen. Ik ben sedertdien geen enkele keer meer het veld opgestapt met het idee dat iets 'moest'. De gedachte dat ik met iets bezig was dat ik zo verschrikkelijk graag zelf wilde, heb ik vanaf die dag elke morgen in mijn hoofd geprent. Meer dan twintig jaar later ben ik er voldaan een laatste keer het veld mee afgestapt. Uiteindelijk bleek het voor mij bevrijdend te werken om heel de prestatiegerichte voetbalcultuur vanuit dat standpunt te bekijken en te beleven. De kritieken en commentaren waren er bij momenten niet minder om. De wetenschap dat dit toch écht was wat ik zelf wilde, bracht alles op tijd en stond weer in zijn juiste proporties. Jan Boskamp was de beste psycholoog die ik ooit tegenkwam. Ik denk niet dat hij op die uitspraak zit te wachten. Geef toe: Boskamp, dokter in de psychologie ... Ik hoor van ver zijn bulderlach al komen. GEERT DE VLIEGERJan Boskamp was de beste psycholoog die ik ooit tegenkwam.