Op 27 januari 1973 besloten negen clubs, met als excuus een verdere professionalisering en internationalisering, om uit de Nationale Voetballiga te stappen. Die Liga was ontstaan in februari 1964 en verzamelde voetbalclubs uit eerste, tweede en derde nationale. De negen ketters waren Antwerp, Daring, Club Brugge, Club Luik, AA Gent, Standard, Anderlecht, Sporting Charleroi en Olympic Charleroi. "Ieder sprak voor zijn eigen winkel, er waren zware meningsverschillen", herinnert Roger Van den Broecke zich. Van den Broecke vertegenwoordigde destijds AS Oostende en CS Brugge in de Nationale Liga en is erelid van het Uitvoerend Comité van de Belgische voetbalbond.
...

Op 27 januari 1973 besloten negen clubs, met als excuus een verdere professionalisering en internationalisering, om uit de Nationale Voetballiga te stappen. Die Liga was ontstaan in februari 1964 en verzamelde voetbalclubs uit eerste, tweede en derde nationale. De negen ketters waren Antwerp, Daring, Club Brugge, Club Luik, AA Gent, Standard, Anderlecht, Sporting Charleroi en Olympic Charleroi. "Ieder sprak voor zijn eigen winkel, er waren zware meningsverschillen", herinnert Roger Van den Broecke zich. Van den Broecke vertegenwoordigde destijds AS Oostende en CS Brugge in de Nationale Liga en is erelid van het Uitvoerend Comité van de Belgische voetbalbond. "De scheiding kwam er naar een idee van Yannick De Clerq, zoon van oud-minister Willy De Clerq en toenmalig secretaris van AA Gent. Hij stelde voor om de reserve-elftallen van de eersteklassers te verenigen met enkele tweedeklasseclubs om op die manier het niveau van die competitie op te krikken. Een voorstel dat voor heel wat deining zorgde bij de eersteklassers. Een afsplitsing werd onvermijdelijk en op initiatief van Roger Petit, de secretaris-generaal van Standard, splitste een eerste groep van negen clubs zich af." Enkele maanden later besloten zes andere clubs zich bij de groep aan te sluiten : Beerschot, Beringen, Beveren, Cercle Brugge, Lierse en Lokeren. Roger Van den Broecke, die deze samensmelting in goede banen leidde, werd vice-voorzitter van de Profliga en vertegenwoordigde de Nederlandstalige vleugel. Roger Petit kreeg die rol voor de Franstalige vleugel. De eerste voorzitter van de Profliga was de Gentenaar René Hoste. Bij die vijftien clubs kwamen in het seizoen 1974/75 de andere eliteploegen Waregem, Berchem, AS Oostende, KV Mechelen, Diest en Winterslag. Zij bleven wel aangesloten bij de Nationale Liga. Samen speelden al die clubs het enige kampioenschap met twintig ploegen in de Belgische voetbalgeschiedenis. Een historische campagne die gewonnen werd door RWDM, toen net ontstaan uit een fusie tussen Daring Molenbeek en Racing White. "Een beetje een speciale situatie," weet Roger Van den Broecke nog, "want niet alle leden van de Profliga maakten deel uit van de elite. Dat was bijvoorbeeld het geval voor de twee Henegouwse clubs. Op een bepaald moment bezette Sporting Charleroi de veertiende plaats in tweede klasse, in 1973/74. Maar dat was geen ramp voor hen, door hun lidmaatschap binnen de Profliga waren ze immers al verzekerd van een plaatsje in eerste klasse voor het seizoen daarop. Dat de competitie op die manier vervalst werd, moet ik er waarschijnlijk niet bij vertellen."Twee seizoenen later, in 1977, werd het aantal eersteklassers teruggeschroefd tot achttien. Nog steeds vormen die achttien de Profliga, die tegenwoordig onder voorzitterschap van Jean-Marie Philips valt en waar Robert Sterckx secretaris-generaal is. De tweede klasse herbergt eenzelfde aantal clubs, die samenkomen in de Nationale Voetballiga. De sterke mannen bij de Nationale Liga genieten evenwel niet dezelfde naambekendheid als hun collega's van de Profliga : wie kent er Guido De Croock (voorzitter) en zijn rechterhand, Jean-Pierre Van Droogenbroeck ? "Ik merk bij de Nationale Liga veel jaloezie op, maar weinig initiatief", zegt Jean-Marie Philips. "De laatste jaren stellen ze zich tevreden met de 300.000 euro die wij hen overmaken uit de pot van de tv-gelden. Daarnaast hebben ze geen enkele eigen sponsor kunnen vinden die hen helpt de competitie te organiseren, wij vonden die partner wel met Jupiler. Ik beweer niet dat zij een genereuze mecenas nodig hebben die hen 6,5 miljoen euro biedt voor vijf jaar, zoals bij ons, maar het kan niet zijn dat er niemand in actie schiet. De Nationale Liga doet ook niets aan haar visibiliteit. In andere landen treft men maatregelen om de tweede klasse uit de anonimiteit te krijgen, bijvoorbeeld door de wedstrijden op vrijdagavond of zaterdagnamiddag te laten spelen. In België lopen de wedstrijden in tweede klasse steeds in concurrentie met die in eerste klasse. "Er moet een toenadering komen tussen de Liga's. In mijn ogen is de toekomst niet dat we met veertien ploegen in eerste klasse aantreden, maar met achtentwintig in eerste en tweede klasse samen. De hoogste twee afdelingen moeten een aparte cel vormen die het betaald voetbal verenigd en die een duidelijk onderscheid maakt met het amateurvoetbal. Binnen die groep van achtentwintig mogen niet alle clubs over dezelfde kam geschoren worden, er bestaat bijvoorbeeld een fundamenteel verschil tussen Standard en Tubeke. Voor Standard is eerste klasse een noodzaak, voor Tubeke kan promotie rampzalige gevolgen hebben. We moeten een bepaalde zekerheid kunnen inbouwen en misschien moeten we het aantal stijgers en dalers eens herbekijken. Maar de sportieve en financiële bescherming van de eersteklassers hangt af van de betaling van de tweedeklassers."De Profliga zal zeker overleven, verzekert Sterckx. "Als we tegen 2010 tot een maximum van veertien ploegen in de hoogste afdeling willen komen, moeten we misschien een gemiddeld klassement opmaken van de jaren die ons nog scheiden tot die datum, om zo uiteindelijk de vier afvallers aan te duiden. De meest logische oplossing, denk ik. Het zou wenselijk zijn als de tweede klasse op dat moment ook tot veertien herleid wordt. We moeten bovendien af van het hokjesdenken of de ieder-voor-zichmentaliteit. "In feite is het al een wonder dat een brouwerij de hoogste klasse sponsort, gezien de grote concurrentie in die sector in België. Ik vermoed dat we heel moeilijk een financiële instelling, KBC bijvoorbeeld, aan ons kunnen binden. Want Fortis, dat Anderlecht steunt, en Dexia, dat Club Brugge sponsort, zouden hun veto stellen. Ik merk echter dat in andere landen de Liga en de clubs ieder hun afzonderlijke partners hebben en dat de clubs zich daarin moeten schikken, ongeacht of ze een sponsor uit dezelfde sector hebben. Waarom kan dat bij ons niet ? "Er wordt vaak beweerd dat België beperkt is door zijn kleine marktafzet. Ik ga daar niet mee akkoord. In werkelijkheid geeft men ons niet de middelen om middelen te zoeken. Het is al te gek hoeveel geld er in het Belgische voetbal verloren gaat door een gebrek aan solidariteit. Ik geef je het voorbeeld van Mc Donald's, dat bereid was om 600.000 euro te injecteren in ons voetbal in ruil voor een kleine plaats op de truitjes. De grote clubs speelden liever enkelspel voor 50.000 ieder, waardoor 400.000 euro verloren is gegaan. Terwijl de veertien overige eersteklassers daarvan konden profiteren. "Een ander voorbeeld : de Ligabeker, die omgedoopt werd tot de Nissan Cup. De Japanse autoconstructeur investeerde 600.000 euro in die nevencompetitie, maar dat kon het dubbele bedrag zijn als de ploegen met in het klein het woordje 'Nissan' op hun rug zouden spelen. Anderlecht weigerde dit aanbod met het excuus dat enkel Fortis reclame mag krijgen in de competities op Belgische grond : het kampioenschap en de beker van België. Hoe kan er nu in vredesnaam een verbod zijn van Fortis tegen reclameacties in de Ligabeker, als die beker niet eens bestond toen Anderlecht en de bank hun samenwerkingscontract ondertekenden ? Zulke voorvallen maak je hier genoeg mee."door Bruno Govers'Ik merk bij de Nationale Liga veel jaloezie ten opzichte van de Profliga, maar weinig initiatief.' (Jean-Marie Philips)'We moeten af van het hokjesdenken.' (Robert Sterckx)