Je hebt in je carrière nog maar één keer rood gepakt. Dat draagt nog meer bij tot je imago van koorknaapje. Heb je ook venijnige kantjes?

DENNIS PRAET: (denkt na) 'Dat valt wel mee. Ik maak ook al eens overtredingen - dit seizoen heb ik al twee keer geel gepakt - maar ik zal nooit bewust de man spelen. Of in het geniep op iemand zijn tenen staan. Dat zit niet in mij. Zou ik terugschelden in het Italiaans? Ik zou mij niet laten doen. Maar ik zal nooit de aanzet geven tot zo'n woordenwisseling.'
...

DENNIS PRAET: (denkt na) 'Dat valt wel mee. Ik maak ook al eens overtredingen - dit seizoen heb ik al twee keer geel gepakt - maar ik zal nooit bewust de man spelen. Of in het geniep op iemand zijn tenen staan. Dat zit niet in mij. Zou ik terugschelden in het Italiaans? Ik zou mij niet laten doen. Maar ik zal nooit de aanzet geven tot zo'n woordenwisseling.' PRAET: 'Op school won ik haast alle sportwedstrijd waaraan ik deelnam. Als ik dan een tennismatch verloor - en dat gebeurde niet vaak want ik was echt goed - kon ik compleet zot worden. Ik kon een nederlaag maar moeilijk verkroppen. Weet je wat het is? Op een tennisbaan sta je er helemaal alleen voor, bijgevolg ben je de enige schuldige als het niet loopt. Dat gegeven kon ik moeilijk verwerken. In het voetbal heb ik niet dat gevoel van: het is alleen mijn fout. Het is een teamsport, je eigen persoontje telt niet.' PRAET: 'Alles staat in het teken van winnen. Een gezelschapsspel, een partijtje pingpong tegen mijn vader... Mijn vriendin wordt er gek van. Die zegt dan: 'Jij moet van alles een wedstrijd maken.' En dat is ook zo. Ik heb hier in de buurt een vast parcours uitgestippeld richting bergen en ik probeer elke keer mijn tijd te verbeteren. Ik kan ook niet op mijn gemak met een vriend gaan joggen. Bij mij is het altijd om het snelst. Vanwaar dat trekje komt? Geen idee. Ik ben een competitiebeest zeker. Met het ouder worden is dat niet verminderd. Dat krijg je er niet meer uit.' PRAET: 'De Bloukransbrug. Zoek maar eens op... Die brug is zo'n tweehonderd meter hoog. En het gekke is: ik zit met een serieuze vorm van hoogtevrees. Ik ben dus echt over mijn limiet moeten gaan. De dag ervoor ben ik daar met een vriend gepasseerd en geen van beiden wilde het doen. Na een nachtje slapen hebben we elkaar opgepept. Kom, we doen het gewoon! Wat er door mijn hoofd ging bij het springen? Niet veel. Het was zaak om voor mijn sprong niet naar beneden te kijken - anders had ik gegarandeerd alles afgeblazen. Ik begin er zelf bij te zweten terwijl ik het vertel. Straf hé? Ik hou van een tikkeltje avontuur, maar ik zou het niet meer opnieuw doen.'