Zie het als een kiescampagne, als politici die in de aanloop naar de stemdag gesigneerde prentkaarten uitdelen op groentemarkten en petanquetoernooien. Zo trekken de topclubs van woonwijk naar bietenveld om hun koopwaar aan te prijzen. Die koopwaar is eersteklassevoetbal, het doel is het winnen van supporters. Een politicus doet dat met het 'dringend verlagen van de belastingen', een voetballer met een rabona. In het spoor van het oplaaiende stof, trok Sport/Voetbalmagazine mee met de mondaine clubbussen de rand in. De temperatuur gaf de trip de aura van een stage op Mallorca, maar het bleef wel degelijk de provincie, met de bijhorende kolder.
...

Zie het als een kiescampagne, als politici die in de aanloop naar de stemdag gesigneerde prentkaarten uitdelen op groentemarkten en petanquetoernooien. Zo trekken de topclubs van woonwijk naar bietenveld om hun koopwaar aan te prijzen. Die koopwaar is eersteklassevoetbal, het doel is het winnen van supporters. Een politicus doet dat met het 'dringend verlagen van de belastingen', een voetballer met een rabona. In het spoor van het oplaaiende stof, trok Sport/Voetbalmagazine mee met de mondaine clubbussen de rand in. De temperatuur gaf de trip de aura van een stage op Mallorca, maar het bleef wel degelijk de provincie, met de bijhorende kolder. "Aan de Rode Haan naar rechts", zegt een agent. "Kijk goed uit, de ingang zit verstopt." De Rode Haan blijkt een café te zijn, en aan de overkant van de straat staat een klein, geel-blauw bord: KFC Merelbeke. Het bord leidt je een steeg in langs omzoomde tuinen. Het soort steeg waar jongens met brommers hun meisje kussen, hun eerste sigaret roken en 's winters sneeuwballen gooien tegen de rolluiken van de buren. Een steegje voor de Joe Speedboots, met midden het pad een kleine deur die naar een groen veld leidt. "De pers, Linda, pas op alstublieft, de pers. Doorlaten, ja, ga maar." De entree is warm, en daar heeft de hitte geen deel in. "Geniet ervan meneer, van onze topmats.Merelbeke - AA Gent, dat is een stukje geschiedenis. Voor inlichtingen kunt u terecht bij het bestuur. Dankt u vriendelijk." Het ligt inderdaad verstopt. De agent had gelijk. In niks te herkennen als een stadion, dat van Merelbeke. Het veld ligt pal in een woonwijk, langs alle kanten grenzend aan moestuinen, ijzerdraad en geraniums. Inwoners van de omringende huizen redden het niet zonder dubbele beglazing. De ramen moet hier balvast zijn. Maar je kan de matchen van de lokale helden wel volgen vanuit de slaapkamer, bier koop je zonder bonnen en chips liggen in de kast. Het stadion is fantastisch. Je passeert de geschilderde muren van de bescheiden ingang en een meter verder staat al een cornervlag. Nog dichterbij zijn de latrines haast gestold in de tijd. Een draaideurtje als van een saloon, een paar mannen naast elkaar en alles niet breder dan een meter. Je ruikt als speler de geur van verschraald bier, zuurkool en hamburgers. "Twee euro voor een ticketje, vijf euro voor drie." Een vrouw overstemt het volk. In een Haribosnoepdoos ligt haar goud te wachten. "Schune prijzen, schune prijzen." Tombola. De vrouw zal halverwege de tweede helft met een houten bord rond het veld wandelen. Een bord met daarop twee nummers en twee kleuren. Als gaf ze de ronde aan in het boksen. Roulez, roulez. Ze blijken ook mercantiel in Merelbeke. De zittribune bereik je door eerst de kantine te doorkruisen. Een kantine die aandoet als een veranda. Warm, veel ramen, alleen de rieten zetels ontbreken. De middenbeuk van de zittribune is dan weer uitzonderlijk omgedoopt tot vip. Het verschil met de andere plaatsen is niks meer dan een rood-wit lint. Een hoogdag. Ook voor de sponsors. Dames- en Herenkapsalon Coiffure Rudy ziet zijn investering beloond. Komt dat zien. Merelbeke rolt de rode loper uit voor Meneer de Kampioen. Een man nabij de hoofdtribune draagt het etiket 'MEDEWERKER'. Aan de stand van zijn ogen te zien legt de komst van de Gantoise toch een last op 's mans gemoedsrust. "Mannekes mannekes. Een zottekot. Iedere steen moest hier vastliggen voor die van Gent. 't Schijnt dat kwade supporters anders met steenbrokken zouden gooien. Rond het hele veld is een zwarte mat over het grind gedrapeerd. Werk, jong, werk. Alles voor de veiligheid." Maar er volgt een knipoog. Op zijn Gents. "'t is wel schune dat zwart." Eddy is gezien zijn omvang een man van het goede leven. Hij zetelde vroeger in het bestuur - "ik ken hier iedereen". Eddy staat wat verderop de synchrone opwarming van AA Gent te bezien. "Toch speciaal hé", zegt hij. "De landskampioen zo hier in ons Merelbeke. En pas op, ze zijn nog niet gewonnen. Ik wil dat hier nog wel een keer zien." Dat het bloedheet is bewijst zijn steeds afglijdende bril. Eddy kijkt om zich heen. Het stadion zuigt het volk op. Uit kieren en gaten kruipt blauw-wit. Kinderen geschilderd als een Buffalo, de blauw-witte verf die droog als kalk op hun gezicht plakt. Een zoon: "Kijk mama, Gunther Schepens!" De mama: "Ook serieus verdikt." Eddy lacht. Hij is als insider naar eigen zeggen op de hoogte van 'het speciaal vernieuwde veiligheidsplan'. "In bepaalde hoeken van het stadion", zegt hij, "is een gat geboord door de betonnen omheining, opdat iedereen bij problemen snel geëvacueerd kan worden. En dat van die stenen, dat klopt. Achter het verste doel staat een dranktent speciaal voor de harde kern, kwestie van die gasten bij elkaar te houden. 't Schijnt dat er 'zwaar volk' komt." Bij een wandeling rond het veld valt een blad papier aan een hek op. Er staat geschreven: 'supporterskern AA GENT'. De harde kern bestaat die dag vooral uit moeders, kinderen en blauwe ballonnen. Opgelet. Drankbonnen worden achter het doel verkocht aan de tafel van Francine. Laat ons zeggen dat haar interesse in het edele balspel nogal beperkt is. Tijdens de opwarming leest Francine 'De vierkante maan. Het persoonlijke oorlogsrelaas van Gerard Dogger.' Het wordt haar vergeven. Dogger was een Nederlandse marineofficier in de Tweede Wereldoorlog, tevens verzetsstrijder. In Merelbeke wordt niet gestreden, tenzij om de eer en de abonnementen. Verzet is er nog minder. De sfeer is die van een verjaardagsbarbecue: bedankt voor het komen allemaal. Terwijl de laatste Buffalo's nat als een dweil - wat is het vandaag verdomd bloed- en bloedheet, 's avonds nog altijd 30 graden - een plek zoeken in de schaduw, trapt het sterrenensemble van de Gantoise een laatste paar ballen richting Matz Sels. Eentje vliegt hoog over. Bernd Thijs, een van de twee assistenten van coach Vanhaezebrouck, ziet keeperstrainer Francky Vandendriessche tussen netels, bramen en asbestplaten de witte bal zoeken. "En Francky?" "Niks. Niet te vinden. Ligt ie waarschijnlijk bij de buren." "Meneer, kunt u even kijken waar die bal ligt?" Het duo richt het woord tot Ferdinand, de suppoost aan het uitgeboorde gat waarlangs de harde kern verondersteld is binnen te komen: "Kan iemand bij de buren aanbellen?" "Euh, neen. Ik kan mijn post hier niét verlaten. Je weet nooit wat er dan gebeurt. Neen, lukt niet. Mag niet. Kan niet. Sorry." Geen risico's. Het wordt uiteindelijk 3-7, en er is niet met stenen gegooid. De communicanten hebben zich keurig gepresenteerd. De handtekeningen zijn gezet, het zakgeld is geïnd. En Eddy is content: "Ik hoor hier via via dat de Gantoise volgend jaar terugkomt. Toch schoon hé zeg, voor ons Merelbeke. Dat ze die zwarte doeken maar laten liggen." Met klantenbinding gaat strategie gepaard. Daarom speelde AA Gent in de woonwijk in Merelbeke en gaat Standard niet eens de stad uit. Stade Buraufosse ligt op hooguit een kilometer van Sclessin. Ingebed in Saint-Nicolas, ten westen van het Luikse stadscentrum, ligt het stadion van RFC Tilleur verstild tussen de steil oplopende straten. Zoals de Rue Bordelais, bekend als de côte de Saint-Nicolas in Luik-Bastenaken-Luik. In Stade Buraufosse is geprobeerd mens en natuur met elkaar te verzoenen. Achter het doel is een staantribune gebouwd tegen de oprijzende helling. Zonder dak, met alleen bomen en dichte struiken als begrenzing. De noordkant is exemplarisch voor de grandeur die het statige Luik ooit uitstraalde, maar is verworden tot een grijs relict uit een tijd van supporters met roetzwarte handen. De natuur heeft het pleit beslist. Insijpelend water heeft de fundamenten aangetast, onzichtbaar glijdt de tribune naar beneden. Het is een zwart gat waarin geschiedenis verzakt. Bienvenue dans le chaudron de la sorcière. Ici vous entrez dans la légende de Buraufosse. Veel heksenketel schiet er niet meer over. Tilleur is de laatste jaren een amalgaam van fusies, promoties, degradaties en hoop op beter. Het is er vechten tegen het verdwijnen. "De komst van Standard is niet de komst van een concurrent", zegt Gerlado Manzone, een man met de naam als die van een Braziliaanse topspits. Als ex-patron van supporterscafé Kamikaze kent hij het gevoel en de geschiedenis van zijn Tilleur. Hij loopt driftig rond in de met zwarte doeken afgeschermde vipzone vlakbij de ingang, waar iedereen die zichzelf enig belang toedicht een glas cava drinkt. "Veel supporters van Tilleur gaan ook naar Sclessin", zegt Gerlando. "We zijn geen rivalen. Kan ook moeilijk anders: het verschil is veel te groot. Wat je hier ziet is een vader die een verre neef nog eens de hand schudt." Christian Piot komt de aftrap geven, er is animo om Santini, Legear en Van Damme, maar in alles heeft Tilleur vs Standard de uitstraling van een feest dat te laat is gepland. Alsof je een zomerfestival organiseert in oktober. Het hoeft niet meer. RFC Tilleur hoeft eigenlijk niet meer voor de Luikenaars. De club met meer verleden dan toekomst, die ooit nog vierde eindigde in eerste klasse - Gerlando: "On a battu Anderlecht ici hein!" - kan ook op een galamatch als deze de schijn niet meer hooghouden. Zonder kolen dooft het vuur. Tijdens de opwarming doet de stadionomroeper nog een vergeefse poging: "Est-ce que vous êtes prêêêêêêêêts?" Aan de hoofdingang staat één drankhok. Een hamburgerkraam waar de braadbakken zijn vervangen door biervaten. Verbrand volk vraagt om pils ter verkoeling. De pensenbrader doet goede zaken aan de bezoekers. Van RFC Tilleur komt quasi niemand opdagen. Voor aanvang van de wedstrijd wordt het duidelijk(er) waar deze wedstrijd om draait. Om de relaties. Vond de match een kleine maand geleden plaats, dan was Roland Duchâtelet nog de hoofdgenodigde aan tafel. Nu is dat Bruno Venanzi, een local, een zakenman, a man with a plan. Nieuwe mesjes snijden goed, dat zie je aan de aandacht die Venanzi krijgt. Afgeschermd van de modale supporter is in de vipzone een restaurant ingericht. Tilleurvoorzitter Gaëtan Dell'Area is altijd opvallend onopvallend in de buurt van Venanzi. Geraldo: "Ja ja, ze kennen elkaar. Dell'Area heeft een restaurant in Luik. Die ziet veel volk." De voorzitter straalt geen zakelijke klasse uit. Hij is de fysiek sterke, gestampte boer met gel in het haar. Stoere kerel, veel testosteron. Hij heeft het gemaakt en is geen protserige recepties gewoon. Witte sneakers dan maar, roken als een schoorsteen en weten wanneer de lens op je is gericht. Ook de burgemeester schudt de juiste handen op het juiste moment. Jacques Heleven (PS) is zijn naam. "Ik heb hier nog geshot", zegt hij. "Als rechtsback. Het klopt dat de hoogdagen voorbij zijn. Maar niet iedereen kan zo groot zijn als Standard." Waarop hij fijntjes zegt: "Toch goed dat meneer Venanzi hier is, met hem onderhouden we veel betere contacten dan met Duchâtelet, dat lag een pak moeilijker." Waarna Standard Tilleur inblikte met 0-8. Het publiek vergat dat bier een taaiere tegenstander is dan Tilleur zelf, en dat warmte en bier zelden treffelijk samengaan. Maar de worsten waren goed, en de relaties zijn versterkt. Het was gewoon warm in die heksenketel, maar in plaats van heksen zien ze in Tilleur spoken. "De worsten zijn op, over." "Begrepen, over." Roger that. Dat de worsten op zijn. En dat er meer broodjes zijn besteld dan er worsten zijn geleverd. Problemski. Aan de komst van Club Brugge naar het Stadion De Taye gingen weken van intensieve vergaderingen vooraf. Dat er uiteindelijk meer broodjes dan worsten waren, zal later in de evaluatie worden meegenomen. Vraagt er een fan: "Kunt ge geen broodje zonder worst maken aan halve prijs, met alleen wat ajuin en ketchup?" KFC Heist - Club Brugge is meer dan alleen het aantrekken van supporters vooral het plezieren van de bestaande. Al wie de centen niet heeft om een abonnement op Jan Breydel te bekostigen kan de sterren voor een zacht prijsje aan de kust zien. Het groen-wit van Heist wordt weggespoeld door het blauw-zwart van Club. Een peloton aan fans op de fiets. Noem het een kleine invasie. Er worden sjaals van Club verkocht, truitjes, er staat een opblaasbaar doel om het klein grut te animeren. No Sweat/No Glory. Club palmt de kust in. Het is weinig meer dan een training voor eigen volk. Maar dat volk is er wel. En dat siert de Clubsupporters: die haken (nog) niet af. Jaar na jaar krijgt Club klappen. Jaar na jaar doen ze mee voor de titel, en jaar na jaar is het net niet. Er is het gedrag van de voorzitter, dat haaks staat op de eenvoud van het volk. Er is de bekerwinst, een zoethouder, afgeprijsd in de solden. Maar niks grenst aan de titel. Altijd opnieuw is er hoop. Dat geldt voor iedere club. Maar toch vooral voor blauw-zwart. Al neigt de hoop soms naar cynisme. De hoop dat het dat jaar wél gaat lukken. Hoop die zich vertaalt in steeds hernieuwbare nieuwsgierigheid. Of De Sutter strak staat, of die nieuwe Cools goed is, of die Israëliër talent heeft, of de truitjes schoon zijn. Je hoort het iemand zeggen: "Die dunne lijntjes bevallen mij wel. Daar zal het dit seizoen niet aan liggen." In Heist spreken ze van een 'risicomatch', dat zegt Guy Deceuninck van de Heistse sportdienst. Hij loopt met een walkietalkie. "Deze wedstrijd is het grootste sportevenement van het jaar op dit terrein. Waarom Club nu tegen Heist speelt en niet meer tegen Knokke? Dat weet ik niet. Ik weet wel dat de besturen goede vrienden zijn. Er lopen hier veel lijntjes. En de fans zijn precies wel blij hun ploeg terug te zien." Wat groen is in Heist is het gras, niet het volk. Heel af en toe zie je een kleine stukje groen in een blauwe gloed. 0-10 wordt het, zonder veel spektakel of sfeer. Een trein die passeert en claxonneert wordt als een klein hoogtepunt genoteerd. Er zijn ook twee meeuwen aanwezig. En in de viptent staat niemand. Afgezien van wat uitgewoonde stoelen, plastic glazen en een paar veredelde schaaltjes chips. De tent staat ver van het veld, het is er moordend warm en het wit geval is alleen te herkennen aan het geplastificeerde blad papier waarop 'VIP' staat. Worst zal het de fans wezen. Diep in de tweede helft steekt de wind op. Het gros van de fans staat aan te schuiven om bier en uitverkochte saucissen. Dat Diaby nog scoort, ach ja. Ouders die na afloop nog snel hun kind inschakelen om een handtekening van De Sutter of Simons. "Allez kom, haast u." En dan nadien: "Wat? Geen foto? En waarom niet?" Je ziet de ontgoocheling in vaders ogen, meer dan in de blik van het kind. Maar ach, het truitje is gekocht, de zoon is geschilderd en de tank van vader is goed gevuld. "Het waait, kom we gaan naar huis." Club speelt kampioen. Echt waar. DOOR MATTHIAS DECLERCQ - FOTO'S BELGAIMAGE / CHRISTOPHE KETELS"Geniet van onze topmats, meneer. Merelbeke - AA Gent, dat is een stukje geschiedenis. " Insijpelend water heeft de fundamenten van Buraufosse aangetast, onzichtbaar glijdt de tribune naar beneden. "Kunt ge geen broodje zonder worst maken aan halve prijs, met alleen wat ajuin en ketchup?"