Er is in de eerste plaats het lawaai. Oorverdovend, verpletterend, meeslepend. Zonder hulpmiddelen. Uitsluitend galmende stemmen, die liederen aanheffen, die het uitspuwen bij elke actie, die tekeergaan bij elke overtreding. Een Old Firm moet je niet zozeer bekijken, die moet je vooral beluisteren. "In een Old Firm hoor je niet eens je eigen stem, zo veel lawaai is er. Zelfs in de spelerstunnel word je al gegrepen door dat lawaai", vertelde Barry Ferguson, de voormalige kapitein van de Rangers, vorige week in de Schotse pers. Hij heeft gelijk. Degenen die voor de eerste keer de derby van Glasgow meemaken, weten niet waar ze het hebben. Vorige zondag nog meer dan anders, want meer dan folklore en rivaliteit maakten we op die eerste februari een weerzien mee. Voor het eerst sinds drie jaar en de verplichte degradatie van de Rangers naar de League Two, de vierde klasse in Schotland, ontmoetten beide clubs elkaar opnieuw. De loting van de Schotse League Cup plaatste de twee aartsvijanden tegenover elkaar.
...

Er is in de eerste plaats het lawaai. Oorverdovend, verpletterend, meeslepend. Zonder hulpmiddelen. Uitsluitend galmende stemmen, die liederen aanheffen, die het uitspuwen bij elke actie, die tekeergaan bij elke overtreding. Een Old Firm moet je niet zozeer bekijken, die moet je vooral beluisteren. "In een Old Firm hoor je niet eens je eigen stem, zo veel lawaai is er. Zelfs in de spelerstunnel word je al gegrepen door dat lawaai", vertelde Barry Ferguson, de voormalige kapitein van de Rangers, vorige week in de Schotse pers. Hij heeft gelijk. Degenen die voor de eerste keer de derby van Glasgow meemaken, weten niet waar ze het hebben. Vorige zondag nog meer dan anders, want meer dan folklore en rivaliteit maakten we op die eerste februari een weerzien mee. Voor het eerst sinds drie jaar en de verplichte degradatie van de Rangers naar de League Two, de vierde klasse in Schotland, ontmoetten beide clubs elkaar opnieuw. De loting van de Schotse League Cup plaatste de twee aartsvijanden tegenover elkaar. We hadden er al veel over horen vertellen. We kenden alle voorbije incidenten. We wisten van de ontmoeting in 1971, die leek uit te draaien op een overwinning voor Celtic tot de Rangers de ultieme gelijkmaker scoorden. De supporters van de Rangers die al naar buiten waren gegaan maar op hun stappen terugkeerden vanwege het gejuich, stootten op die van Celtic die gedegouteerd het stadion verlieten. Het leidde tot een gigantische opstopping waarin 66 mensen de dood vonden door verstikking. Er was ook de confrontatie van 10 mei 1980 in Hampden Park. Een neutraal terrein kan aanleiding geven tot de hevigste rellen. Dat was het geval die dag, na de zege van Celtic. De beide supportersclans vochten het uit op de grasmat. Balans: 100 gewonden en 280 arrestaties. We waren op de hoogte van die vijandigheid, geworteld in de Schotse samenleving, die de bloedige tegenstellingen van Ierland overnam. We kenden het verhaal van de Ierse monnik die Celtic stichtte: hij wilde zowel een plek creëren voor de werklozen van de wijk Parkhead (allemaal Ieren die waren uitgeweken door de hongersnood die het groene eiland had geteisterd) als een tegengewicht bieden voor de protestantse liefdadigheidsinstellingen die almaar aan invloed wonnen. En zo werd Celtic een club van katholieke signatuur, met Ierse invloeden en populair bij de werkende klasse. We wisten ook dat de Rangers, die al veel langer bestonden en steigerden bij de opmars van die rivaal, de vergaarbak waren van alles wat upper class, protestants, orangistisch en trouw aan Engeland was. Het breukjaar was 1912, toen in Glasgow de scheepswerf Harland & Wolf werd opgericht, naar het voorbeeld van die in Belfast. Er mochten alleen protestantse werknemers aan de slag gaan en zo werd Glasgow overspoeld door orangisten uit Noord-Ierland, Ulster. In datzelfde jaar werd de Home Rule gestemd, die Ierland parlementaire zelfstandigheid gaf, een wet die erg slecht viel bij de protestantse unionisten. Het zou uitdraaien op een burgeroorlog in Ierland. Sindsdien werd die burgeroorlog geregeld overgeplant naar het naburige Schotland, waar hij in de twee clubs uit de hoofdstad een perfecte voedingsbodem vond. Het bestuur mocht het dan wel nooit officieel gezegd hebben, maar de Rangers, die beschouwd worden als sympathisanten van de UDA (Ulster Defence Association), volgden lange tijd het principe van 'alleen protestanten'. Tot de transfer van Mo Johnston in 1988. Celtic van zijn kant, werd altijd gezien als pro IRA, in steun van de Ierse onafhankelijkheid. Je zou kunnen denken dat zulke godsdiensttwisten uit een ander tijdperk stammen - zelfs in Noord-Ierland is het tegenwoordig rustig - maar vergis je niet: ze zijn hardnekkig. De sympathisanten van Ierland stemden in het referendum van vorig jaar grotendeels voor Schotse onafhankelijkheid, terwijl de fans van de Rangers tegen stemden - zij willen te allen prijze deel blijven uitmaken van het Verenigd Koninkrijk. Vorige zondag wapperden aan de ene kant van het stadion de Ierse vlaggen terwijl aan de andere kant de banieren van Noord-Ierland en de Union Jack geheven werden. Met die kennis in de achterzak konden we de confrontatie met het fenomeen Old Firm aangaan. De Schotse kranten hadden het pad al geëffend. Zowel The Scotsman als de Glasgow Evening wijdden al hun sportpagina's aan het evenement. "Het is in zekere zin iets nieuws", legt John Collins ons twee dagen voor de match uit. Collins, oud-speler van Monaco en ex-coach van Charleroi, is momenteel assistent-trainer bij Celtic. "De media hebben deze wedstrijd meer dan twee jaar moeten ontberen en als je de hype nu ziet, dan weet je dat het Schotse voetbal de derby gemist heeft." Er waren meer dan een half miljoen aanvragen voor een ticket. Hampden Park, waar beide halve finales van de Schotse League Cup gespeeld worden (een dag eerder werd Aberdeen-Dundee United afgewerkt), zat afgeladen vol. Kwam je via de westkant, dan kruiste je blauwe truitjes en blauwe (of oranje) sjaals. Aan de oostkant daarentegen is alleen groen en wit te bespeuren. Dat beide clubs in een andere afdeling spelen (de kloof tussen beide was nooit in de geschiedenis zo groot) maakte de dag van de bookmakers: op de wedstrijd werd maar liefst voor twintig miljoen pond gewed. De veiligheidsmaatregelen werden ook verstrengd. Sinds 2012 kan elke uitspatting met vijf jaar gevangenis bestraft worden en de uitgaven voor de politiebewaking zijn ook almaar gestegen. In het seizoen 2010/11, toen de Old Firm zeven keer op het programma stond, werd er 2,4 miljoen pond uitgegeven aan veiligheid. De beide clubs, die alleen instaan voor de politiebewaking rond het stadion, namen daarvan slechts 300.000 euro voor hun rekening. De rest van de kosten betrof de veiligheid in heel de stad op de wedstrijddag, want heel Glasgow is in vakken opgedeeld. De supporters worden voor en na de wedstrijd geëscorteerd van het stadscentrum naar het stadion. Dat is ook nodig, de statistieken tonen aan dat het aantal geweldsdelicten negen keer hoger ligt de dag voor en van de Old Firm. Tijdens de week voor de derby werden de spelers van beide clubs en de twee trainers (interim-coach Kenny McDowall van Rangers en de Noor Ronny Deila van Celtic) herhaaldelijk opgevoerd om op te roepen tot kalmte. Deila legde zijn spelers zelfs een verbod op om de sociale media te gebruiken. De politie bezocht beide clubs om de spelers uit te leggen hoe ze zich moesten gedragen om de fans niet op te ruien. Anderzijds gaven de supporters van Celtic wel 3000 pond uit voor een hele pagina publiciteit om hun collega's van de Rangers te jennen. Het mag duidelijk zijn: heel Schotland keek uit naar deze match. En dan de sportieve inzet. Celtic kende vorige zomer een kleine revolutie met het vertrek van Neil Lennon, die vervangen werd door Ronny Deila, en maakt een kwakkelseizoen door. Ze werden uiteraard verondersteld de competitie te domineren, maar omdat ze zich focusten op de Champions League, lieten ze nogal wat punten liggen en prijkten ze pas half januari aan kop van het klassement. Deila, de eerst niet-Britse trainer sinds Jozef Venglos in 1999 en nog maar de derde in de geschiedenis, lag onder vuur. Hij krenkte aanvankelijk de Schotse trots door Scandinavische spelers de voorkeur te geven op Kris Commons, de beste speler van afgelopen seizoen, maar de laatste tijd heeft hij het geweer van schouder veranderd. Zijn charmante en correcte stijl bevalt de pers en het publiek, dat hem de nodige tijd lijkt te gunnen. Celtic is tenslotte nog actief op vier fronten en staat voor een duel met Inter in de Europa League. De ploeg krijgt weinig goals binnen, maar scoort ook moeilijk. De Zweed John Guidetti, geleend van Manchester City, haalt niet het rendement dat hij haalde bij Feyenoord. En zijn concurrent Leigh Griffiths, die van Wolverhampton komt, keert net terug uit blessure. "En er is bovendien een zeker verveling die opduikt. Men verwacht altijd meer van Celtic en men realiseert zich dat er eigenlijk niemand is die Celtic naar een hoger niveau kan tillen", erkent aanvaller Chris Sutton. Alsof een overwinning die geen moeite kost, maar een halve zege waard is. Wat de Rangers betreft: de twee opeenvolgende promoties hebben de problemen niet weggewerkt. Integendeel: de club blijft aanmodderen, met een machtsstrijd en schulden. De Amerikaan Robert Sarver (eigenaar van de Phoenix Suns) en de Three Bears (drie Schotse zakenlui aan het hoofd van een consortium) vechten een bittere strijd uit om de club met Mike Ashley, de eigenaar van Newcastle die negen procent van de aandelen in zijn bezit heeft. Vanwege die onzekerheid nam Ally McCoist, een clublegende en sinds drie jaar de manager, in december ontslag. Men zegt dat hij er sindsdien tien jaar jonger uitziet. Het ontmoedigt ook de fans. Waar die nog met 40.000 de thuiswedstrijden in vierde klasse bijwoonden, zijn ze twee divisies hoger met nog slechts 20.000. De fervente fans vrezen dat er een hele generatie verloren gaat, dat de vaders nog wel naar het stadion komen maar de zonen niet meer volgen. "Het heeft weinig belang dat de Rangers al drie jaar in de schaduw spelen. Het zijn en blijven de Rangers", beweert Kenny Dalglish, die 27 keer de Old Firm speelde met Celtic. "Ik hou ook niet van het idee dat de Rangers in de derby niks te verliezen hebben omdat ze de outsiders zijn. Je hebt alleen niks te verliezen als je je er niks van aantrekt. Zolang je enige fierheid en zelfvertrouwen overhebt, heb je ook iets te verliezen. Alleen de zege telt voor beide ploegen. De manier waarop of het aantal goals heeft geen belang. Evenmin of je wint met geluk. Als je maar wint." En zo koesteren de fans van de Rangers, die bij bosjes naar de wedstrijd afzakken, toch enige hoop. In de aanloop naar de wedstrijd hoor je alleen hen maar, het doet hen plezier dat ze een vergane glorie weer leven kunnen inblazen. Ze moeten de spot van de overkant ondergaan, waar een groot spandoek wordt ontrold met daarop "1872-2012" (het jaar van het bankroet) en een zwarte rouwband. Op het veld moeten ze ook het spel ondergaan. "We komen naar hier omdat we de Rangers niet opgeven", legden vier fans uit met wie we een taxi deelden. "We zullen wel verliezen vandaag, maar we gaan ten minste die mooie uren van vroeger weer even meegemaakt hebben." De 54 titels en de Europabeker voor bekerwinnaars in 1972 stellen niets meer voor in de ogen van hun vijanden, die er een pervers genoegen in scheppen om over de nieuwe Rangers te spreken, van wie het palmares volgens hen werd weggeveegd voor het faillissement. Maar kijk, voor de duur van één match kan dat allemaal vergeten worden. Of toch voor tien minuten... Dan valt de eerste goal van Leigh Griffith, al snel gevolgd door een tweede van Kris Commons. Griffith, Commons, kapitein Scott Brown, Craig Gordon, Anthony Stokes... Die namen zeggen u allicht niet veel, maar hier zijn het helden. Ook dat is het Schotse voetbal. Een waanzinnige sfeer zoals bij de grootste clubs ter wereld, maar televisierechten die tot een peulschil (1,8 miljoen euro) zijn gereduceerd en vedetten die alleen lokale beroemdheden zijn. De 400e derby kende met Celtic een logische winnaar. Met respect voor Dalglish, maar het resultaat was bijkomstig, want van deze wedstrijd zal alleen de sfeer onthouden worden. Eindeloze gezangen, met een apotheose tussen minuut 70 en 93, wanneer beide supporterslegioenen elkaar non-stop toezingen. Van het God Save The Queen tot You'renot England anymore. Volgend jaar tekenen de Rangers misschien opnieuw present in de Premiership en zijn we mogelijk vertrokken voor een aantal nieuwe Old Firms. DOOR STÉPHANE VANDE VELDE IN GLASGOW - FOTO'S: BELGAIMAGE"De Rangers niks te verliezen? Zolang je enige fierheid en zelfvertrouwen overhebt, heb je ook iets te verliezen." Kenny Dalglish Eindeloze gezangen, met een apotheose tussen minuut 70 en 93, wanneer beide supporterslegioenen elkaar non-stop toezingen.