1864-1873: het antwoord op de Confrérie

Op 1 januari 1864 sticht een groep jongeren de Société de Gymnastique la Gantoise, met als doel de turnsport te promoten bij de lokale arbeidersklasse. Tot dan was sportieve lichaamsbeweging voorbehouden aan de happy few uit de maatschappelijke elite. Zo waren er de schermers, van wie de Confrérie of Sint-Michielsgilde al in 1613 officieel erkend werd door de Arteveldestad. De nieuwe vereniging wordt in leeftijd alleen de loef afgestoken door de Société de Gymnastique et d'Armes d'Anvers, die in 1839 al boven de doopvont werd gehouden in Antwerpen, en de Société de Gymnastique La Liégeoise, die het daglicht zag in 1862. Het devies van de pas opgerichte Gentse club luidt: 'Hebt vertrouwen in uzelven'. Aanvankelijk betrekt La Gantoise een turnzaal van 800 vierkante meter aan de Heilige Agnesstraat. De stichters zijn ook betrokken bij de oprichting van de Belgische Gymnastiekfederatie. De Gentenaar Gust Descamps wordt op 26 augustus 1867 benoemd tot voorzitter van de eerste federale commissie.
...

Op 1 januari 1864 sticht een groep jongeren de Société de Gymnastique la Gantoise, met als doel de turnsport te promoten bij de lokale arbeidersklasse. Tot dan was sportieve lichaamsbeweging voorbehouden aan de happy few uit de maatschappelijke elite. Zo waren er de schermers, van wie de Confrérie of Sint-Michielsgilde al in 1613 officieel erkend werd door de Arteveldestad. De nieuwe vereniging wordt in leeftijd alleen de loef afgestoken door de Société de Gymnastique et d'Armes d'Anvers, die in 1839 al boven de doopvont werd gehouden in Antwerpen, en de Société de Gymnastique La Liégeoise, die het daglicht zag in 1862. Het devies van de pas opgerichte Gentse club luidt: 'Hebt vertrouwen in uzelven'. Aanvankelijk betrekt La Gantoise een turnzaal van 800 vierkante meter aan de Heilige Agnesstraat. De stichters zijn ook betrokken bij de oprichting van de Belgische Gymnastiekfederatie. De Gentenaar Gust Descamps wordt op 26 augustus 1867 benoemd tot voorzitter van de eerste federale commissie. In het begin worden alle cursussen en andere trainingen tijdens de week door één enkele leraar gegeven, vrijmetselaar Gustave De Kryger. Nomen est omen blijkbaar, want De Kryger is ook wapenmeester bij de Confrérie - in 1880 wordt hij daar zelfs deken van. Om meer volk aan te trekken worden er na verloop van tijd ook oefenstonden gegeven op zondag. Gezien de grote toeloop verbrokkelt de Société de Gymnastique la Gantoise beetje bij beetje en in 1874 tellen we al vijf verenigingen: La Gantoise zelf (1864), de Turnafdeling der Vrijheidsliefde (1868), de Gymnastische Volksmaatschappij (1871), de Club Gymnastique (1874) en de Cercle Gymnastique (1874). In 1881 komen die alle vijf weer onder dezelfde originele vlag van La Gantoise. Gekleed in een blauw-wit tenue nemen de leden geregeld deel aan wedstrijden in andere steden, zoals Brussel, Antwerpen, Luik, Verviers, Namen en Bergen. Niet zelden gaan ze met de prijzen lopen. Op 10 september 1891 fusioneert de Société de Gymnastique la Gantoise met de Association Athlétique, die zelf op 12 januari 1890 ontstaan is uit enkele kleinere verenigingen: Racing Club (1884), Running Club (1886) en Red Star (1887). En zo ziet de Association Athlétique La Gantoise (AAG of den agé) het daglicht. Vanaf dan worden er ook andere sporten dan turnen en atletiek geïncorporeerd. Zo breidt de vereniging zich achtereenvolgens uit met wielrennen (in 1892, nadat op 18 juli tijdens de Gentse Feesten de stedelijke velodroom was geopend), schermen (1900), voetbal (1900), savate ofte Frans boksen (1902), worstelen (1902), cricket (1902), zwemmen (1903), waterpolo (1903), tennis (1904), jeu de paume (Franse balsport waaruit het tennis is ontstaan, 1904) en nog later met hockey (1914) en ijshockey (1920). Rond de eeuwwisseling is La Gantoise de grootste sportclub van het land. Op 31 oktober 1900 wordt ook voetbal toegevoegd aan de sporten die beoefend worden binnen de AAG. Dat gebeurt op vraag van leerlingen van het college van Melle, waar voetbal al in 1863 wordt geïntroduceerd door de jonge Ier Cyril Bernard Morrogh. Een eerste vriendschappelijke wedstrijd wordt op 15 november gespeeld tegen de Omnium Sporting Club, die met 0-2 wint. De eerste officiële match vindt plaats op 20 oktober 1901, wanneer La Gantoise het in de derde klasse opneemt tegen Léopold Club d'Ostende en met een stevige 7-1 de boot ingaat. FC Kortrijk is op 10 november 1901 de eerste tegenstander van de Gentenaars in hun eigen infrastructuur aan het Carpentierplein, bij het huidige kruispunt van de Charles de Kerckhovelaan en de Kortrijksesteenweg. In hun eerste wedstrijden dragen de Gentenaars een zwarte korte broek met witte streep, een zwart shirt met witte kraag en witte manchetten en ook een zwarte pet. Het blauw en wit, de originele kleur van de turners, doet pas zijn intrede vanaf 1902. Het is ook een logische keuze, want de club profileert zich vanaf het begin als een club van vrijmetselaars en liberalen - die laatsten namen in 1877 blauw officieel aan als partijkleur. Vanaf 1904 vinden de voetballers een ruimer onderkomen aan de Mussenstraat, waar ook een atletiekpiste en tennisvelden aanwezig zijn. Niet ver daarvandaan installeren zich op 20 en 21 september 1906 de met indianengezichten beschilderde caravans van het circus Barnum and Bailey, bekend vanwege zijn Wild Westspektakel met als vedette ene William Frederick Cody, beter bekend als Buffalo Bill. Die wordt tijdens zijn optredens vaak aangemoedigd met de kreet 'Buffalo, Buffalo!' Een van de onderdelen van de show is Soccer on horseback (voetbal te paard) waarbij de ruiters met hun laarzen tegen grote ballen trappen die op heel het veld liggen. Hier ontstaat de strijdkreet 'Buffalo, Buffalo', waar vanaf de jaren zeventig 'AA Gent' aan wordt toegevoegd. De kreet wordt ook populair gemaakt door de Gentse sprinter Henri Cocquyt, die tijdens de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen zijn collega's Omer Corteyn en Omer Smet aanmoedigt met 'Buffalo, Buffalo'. Kort na die Spelen is Cocquyt degene die het eerste indianenhoofd tekent dat het symbool van de club is geworden. In het seizoen 1912/13 treedt La Gantoise voor het eerst in zijn bestaan toe tot de elite van het Belgisch voetbal. Om geen mal figuur te slaan op dat niveau spaart de club geld noch moeite en trekt ze drie spelers aan die voordien hun sporen verdienden in de kleuren van Union Saint-Gilloise: Guillaume Van den Eynde, René Flamcourt en Maurice 'Max' Tobias. Die laatste (die een verleden had bij de rossoneri van Milan) zou niet lang bij de Buffalo's blijven, want hij werd ervan verdacht professional te zijn, wat in die tijd ten strengste verboden was. Ook Lomme Van den Eynde is geen lang leven bij Gent beschoren doordat hij er wat probeert aan te verdienen. Hij zet zijn carrière verder over het Kanaal, bij de profs van Clapton Orient. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de club, die alles bij elkaar zowat 800 leden telt, gedecimeerd. Van de 308 sporters die naar het front trekken, sneuvelen er 29 op het veld van eer en keren er 149 gewond of als invalide terug. Maar voor het zover is, viert La Gantoise zijn vijftigste verjaardag in de week van 12 tot 19 juli 1914 (de officiële toekenning van de titel 'Koninklijke' komt er op 25 mei). Het voetbaltoernooi dat gepland is voor 15 en 16 augustus gaat evenwel niet door, aangezien op 6 augustus de oorlog uitbreekt. Wanneer in Sportleven, het officiële blad van de KBVB, op 21 december 1926 een eerste lijst met stamnummers verschijnt, heerst er ontevredenheid bij Racing, die andere Gentse vertegenwoordiger van de voetbalsport. Het bestuur van Racing accepteert het niet dat hun club stamnummer 11 krijgt toegekend en La Gantoise 7. Ze eisen een herziening, met als argument dat hun club, waar alleen gevoetbald wordt, al op 1 april 1899 werd gesticht, terwijl de afdeling voetbal bij de buur-rivaal La Gantoise er pas anderhalf jaar later komt, op 31 oktober 1900. De hoogste instanties van het voetbal vegen dat argument van tafel door te stellen dat La Gantoise op 1 september 1895 samen met negen andere clubs (Antwerp FC, Athletic and Running Club, Brugsche FC, FC Liégeois, Léopold Club Bruxelles, Racing Club Bruxelles, Sporting Club Bruxelles, Union FC Ixelles en Verviers FC) aan de wieg stond van de UBSSA (Union Belge des Sociétés de Sports Athlétiques), waaruit in 1912 de KBVB ontstond. En dus gaat La Gantoise met recht en reden zijn buur Racing vooraf. Nadat Gent op de Olympische Spelen van 1920 vertegenwoordigd werd door Omer Corteyn en Omer Smet op de sprint, is het op de Spelen van Berlijn in 1936 aan de halve fond, meer bepaald de 5000 meter en de 3000 meter steeple. Landbouwer Oscar Van Rumst is op dat ogenblik de grote Belgische halvefondspecialist, hij haalt in de jaren dertig Belgische titels op de 3000 meter steeple ('30, '31, '33, '34, '35, '36, '38), de 5000 meter ('31, '35, '36) en het veldlopen ('37, '38). Voor hij naar La Gantoise kwam, was Van Rumst aangesloten bij Racing AC Lokeren in zijn geboortestad. Daar werd later een atletiekstadion naar hem vernoemd. De gentleman-voetballer, zo leeft Freddy Chaves d'Aguilar, rasaanvaller van onberispelijk gedrag, verder in het collectieve geheugen van de Buffalo's - ook al eindigde zijn carrière (1935-1954) op een valse noot. Op het einde van zijn laatste seizoen in Gentse dienst lijkt deze zoon van Spaanse immigranten zijn club naar een eerste landstitel te leiden, maar alles stuikt ineen wanneer La Gantoise op verplaatsing bij Olympic Charleroi met 1-0 verliest. Chaves staat die dag opgesteld als rechtsbuiten, een ongewone positie voor hem, en speelt een van zijn slechtste matchen voor blauw-wit. Men stelt zich de vraag: had hij gewoon een slechte dag of deed hij het met opzet om zijn coach (de Fransman Jules Van Dooren, op wie hij het niet zo begrepen had) stokken in de wielen te steken? Of erger nog: werd hij betaald door Anderlecht, dat niet veel later de titel zou grijpen? De man heeft het geheim meegenomen in zijn graf. Drie doelmannen van La Gantoise droegen ooit het shirt van de Rode Duivels. De eerste is Albert De Raedt, die tussen 1939 en 1940 vier keer het doel van de nationale ploeg verdedigde. De voorlopig laatste is Frédéric Herpoel, die zeven selecties kreeg tussen 1999 en 2004. Tussen die twee staat degene die ongetwijfeld de grootste is, in alle betekenissen van het woord: Armand Seghers. Mance verzamelde tussen 1952 en 1960 elf A-caps. Hij kreeg bijnamen als 'de panter van Zelzate', of nog pompeuzer: 'de Belgische RicardoZamora', verwijzend naar de beste Spaanse keeper aller tijden. De Gentse fans riepen Mance Seghers uit tot 'Buffalo van de Eeuw', voor Freddy Chaves. Van 1950 tot 1965 was hij de vaste nummer een in het Gentse doel en hij zou ook de eerste doelman ooit geweest zijn die de Gouden Schoen kreeg (voor Jean Nicolay in 1963) had hij tenminste bij de stemming niet voor Lierenaar Lucien Olieslagers gekozen, die hem uiteindelijk bij de finale telling met één schamel puntje vooraf zou gaan. Sinds zijn ontstaan in 1912 kent de beker van België een woelige geschiedenis. Al snel wordt die onderbroken door de Eerste Wereldoorlog. Pas in 1927 verschijnt de beker weer ten tonele, zij het voor slechts één jaar. Ook in 1935 en van 1954 tot 1956 wordt er gebekerd en dan verdwijnt het toernooi weer maar eens van de kalender. De totstandkoming van de Europabeker voor bekerwinnaars in het begin van de jaren zestig leidt tot een nieuwe opleving. Vanaf het seizoen 1963/64 is de beker van België definitief vertrokken, en dat met winst van... La Gantoise, dat in de finale na verlengingen wint van FC Diest. Zo haalt La Gantoise een eerste trofee, uitgerekend in het jaar dat de club honderd jaar wordt: mooier kan het niet! L'Association Royale Athlétique La Gantoise (ARAG) snijdt op 1 juli 1971 het tijdperk van het profvoetbal aan onder een vernederlandste naam: Koninklijke Atletiek Associatie Gent. In tegenstelling tot andere clubs die aanvankelijk een Franse naam droegen - zoals bijvoorbeeld Association Athlétique Termondoise (stamnummer 57) dat in 1977 Koninklijke Atletische Vereniging Dendermonde werd - bleef de Gentse club trouw aan de dubbele A van haar originele naam: ze verkiest 'Associatie' boven 'Vereniging'. Zowel in Wallonië als in Vlaanderen blijven heel wat mensen echter over de Gantoise spreken, net zoals KV Mechelen nog steeds geregeld Malinois wordt genoemd. Dankzij een tweede bekerzege (2-0 tegen Standard in 1984) mogen de Buffalo's opnieuw deelnemen aan de Europabeker voor bekerwinnaars. Het is een avontuur van korte duur: in Gentbrugge wordt Celtic met 1-0 verslagen, maar de terugwedstrijd in Parkhead gaat met 3-0 verloren. In het seizoen 1991/92 schrijven de blauw-witten voor het eerst echt Europese geschiedenis wanneer ze in de UEFA Cup de kwartfinales bereiken. Daarin moeten ze de duimen leggen voor de latere winnaar, Ajax Amsterdam (0-0 thuis, 3-0 uit). Na Ronny Martens, die in het seizoen 1984/85 topschutter werd met 23 goals, hebben de Gentenaars opnieuw een fameuze goalgetter in hun rangen: Erwin Vandenbergh pakt in 1990/91 de titel van topscorer (voor hem persoonlijk al de zesde!) met 23 doelpunten. Op aansturen van de bank VDK, de sponsor van AA Gent, wordt Ivan De Witte in 1999 voorzitter, met naast hem een nieuwe algemeen directeur, Michel Louwagie. Het duo wacht een gigantische taak: de schulden van de club (23 miljoen euro) drastisch verlagen. Het is namelijk zo dat de bestuurders uit het vorige decennium, met voorzitter Jean Van Milders op kop, het geld kwistig rondgestrooid hebben. Voor de twee nieuwe zittribunes werd 8 miljoen euro uitgegeven. Na een saneringsoperatie zijn de putten intussen gedempt geraakt en wist AA Gent zich toch in de (sub)top te handhaven. Het orgelpunt is de bekerwinst in 2010 (0-3 tegen Cercle Brugge) en de tweede plaats (na kampioen Anderlecht) in de competitie van datzelfde seizoen. Van de stedelijke turnzaal in 1864 tot het nieuwe stadion in dezer dagen: blauw en wit heeft een lange weg afgelegd, met heel wat tussenstappen. Ze speelden hun voetbal eerst aan de Kortrijksesteenweg (1900), op een veld ter beschikking gesteld door een van hun leden, Victor Carpentier, tegenover café De Halve Maan, hun eerste hoofdkwartier. Nadien verhuisden ze naar de Mussenstraat (1904) en de Koning Albertlaan (1910) om uiteindelijk te belanden in Gentbrugge (1920). De naam van het stadion daar verwees naar Jules Otten, de eerste secretaris-penningmeester van de associatie. Recentelijk maakte die oude thuishaven plaats voor de Ghelamco Arena, die op 17 juli 2013 werd ingespeeld met een galawedstrijd tegen VfB Stuttgart (2-0). Met 20.000 plaatsen en 1200 businessseats werd dit juweeltje door de website Stadium DB in 2013 uitgeroepen tot het meest functionele stadion van het jaar, vóór hippe concurrenten als de TELE2 Arena in Stockholm, het Hushy Stadium in Seattle en het beroemde Maracanã in Rio de Janeiro. De infrastructuur staat er. De opdracht is nu: een titel binnenhalen, de eerste in de geschiedenis van de club. Voorzitter Ivan De Witte hoopt dat doel binnen de vijf jaar te verwezenlijken. DOOR BRUNO GOVERSBlauw en wit vormen een logische keuze, want de club profileert zich vanaf het begin als een vereniging van vrijmetselaars en liberalen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de club, die alles bij elkaar zowat 800 leden telt, gedecimeerd. De infrastructuur staat er. De opdracht is nu: een titel binnenhalen, de eerste in de geschiedenis van de club.