De cyclocrosscampagne 2016/17 werd zoals verwacht gedomineerd door de Grote Twee. Wout Van Aert behaalde in totaal 17 overwinningen (op 40), Mathieu van der Poel 22 (op 33). Op de derde plaats volgt Toon Aerts, met 3... Samen wonnen de Belg en de Nederlander zelfs 24 van de 27 klassementscrossen plus kampioenschappen, of liefst 88,89 procent, het hoogste percentage voor een duo sinds het ontstaan van de Wereldbeker in 1993.
...

De cyclocrosscampagne 2016/17 werd zoals verwacht gedomineerd door de Grote Twee. Wout Van Aert behaalde in totaal 17 overwinningen (op 40), Mathieu van der Poel 22 (op 33). Op de derde plaats volgt Toon Aerts, met 3... Samen wonnen de Belg en de Nederlander zelfs 24 van de 27 klassementscrossen plus kampioenschappen, of liefst 88,89 procent, het hoogste percentage voor een duo sinds het ontstaan van de Wereldbeker in 1993. Gezien de onderlinge zegestand zou je vermoeden dat beiden aan elkaar gewaagd waren, maar in crossen waarin beiden startten (en één van beiden won), is de Nederlander ruim in het voordeel: 20 overwinningen ten opzichte van 9 voor Van Aert. En dan had VDP in enkele races die de Belg won (Ronse, Essen, Loenhout, WK...) bovendien (materiaal)pech. In de crossen waarin Van der Poel wel zijn kansen honderd procent kon verdedigen, troefde hij Van Aert op verschillende manieren af: 6 keer in een rechtstreeks duel in de slotronde, 8 maal liet hij hem al voor halfweg ter plaatse. Zijn dominantie is dus niet alleen te verklaren door een betere (bochten)techniek in de finale. Nog frappanter is de verhouding in wedstrijden waarin beiden op één en twee eindigden. Van der Poel finishte vijftien keer als winnaar net voor Van Aert, die op zijn beurt slechts 4 maal de Nederlander net achter zich zag aankomen: in Boom, Francorchamps, Leuven en op het WK. Mede omdat als Van Aert wél overtuigend won - met name op de zwaarste omlopen - Van der Poel een mindere dag of pech had en (al dan niet bewust) op een verre ereplaats strandde. Niettemin won de Nederlander liefst 13 van de 22 klassementscrossen en kampioenschappen waarin hij startte - niet de volledige campagne, gezien zijn knieblessure in het seizoensbegin en zijn val in Loenhout (waardoor ook niet hij, maar Van Aert de Wereldbeker en de DVV Trofee won). VDP's zegepercentage (59%) is sinds de oprichting van de Wereldbeker slechts drie keer overtroffen, natuurlijk door Sven Nys. Die behaalde (in de crossen/kampioenschappen waar hij aan deelnam) 18 op 28 in 2004/05 (64%), 17 op 27 in 2005/06 (63%) en 19 op 29 in 2006/07 (63%). Ter vergelijking: Bart Wellens strandde in zijn superseizoen 2003/04 op 12 op 23 (52%), Niels Albert raakte nooit verder dan 9 op 27 in 2009/10 (33%). Nog opmerkelijker is dat geen enkele niet-Belg ooit meer klassementscrossen won dan Van der Poel met zijn 13 zeges. Richard Groenendaal schreef er 8 op zijn naam in 1997/98 (weliswaar zonder de toen nog onbeduidende GVA Trofee), Zdenek Stybar 7 in 2009/10. Van Aert raakte vorig seizoen ook aan 13 klassementszeges (weliswaar op 26), maar in de afgelopen campagne 'slechts' aan 11 (op 26). De voorbije maanden zette hij wel een record neer door in álle klassementscrossen en kampioenschappen op het podium te eindigen. Dat is zelfs Nys nooit gelukt: 26 op 29 in 2006/07 (90%), 24 op 27 in 2005/06 en 2008/09 (89%). Alleen Groenendaal scoorde qua topdrieplaatsen in 1997/98 ook aan bijna 100 %, weliswaar met minder wedstrijden (15 op 16, zonder GVA Trofee). JONAS CRETEUR