Een rampzalige competitiestart, vervolgens een reeks met goede resultaten afgewisseld met slechte: van regelmaat is er bij KAS Eupen weinig of geen sprake. 'Bij jonge spelers moet je altijd achter hun veren zitten', verklaart Claude Makélélé. Erg vindt hij dat niet, want hij houdt enorm van zijn job. Kort van stof en weinigzeggend tijdens persconferenties na een wedstrijd, toont de voormalige Franse voetbalvedette en huidige coach van Eupen in dit gesprek een heel ander gelaat.
...

Een rampzalige competitiestart, vervolgens een reeks met goede resultaten afgewisseld met slechte: van regelmaat is er bij KAS Eupen weinig of geen sprake. 'Bij jonge spelers moet je altijd achter hun veren zitten', verklaart Claude Makélélé. Erg vindt hij dat niet, want hij houdt enorm van zijn job. Kort van stof en weinigzeggend tijdens persconferenties na een wedstrijd, toont de voormalige Franse voetbalvedette en huidige coach van Eupen in dit gesprek een heel ander gelaat. Ben jij een trainer die altijd veel druk legt op zijn spelers? Claude Makélélé: 'Als trainer moet je je aanpassen aan je spelersgroep. Die twee slechte wedstrijden voor de interlandbreak, tegen Lokeren en STVV, waren geen verrassing voor mij. Ik wist dat het ging gebeuren. Na die slechte competitiestart herpakten we ons en zetten we enkele uitstekende resultaten neer, maar daarna hervielen we in gemakzucht. We vergaten dat die mooie prestaties het gevolg waren van hard werk en veel discipline. Voor een jonge spelersgroep is het moeilijk om dat lang vol te houden. Daarom zei ik dat je constant achter hun veren moet zitten. Dat betekent nog niet dat ik de hele tijd een dictator wil zijn. Dat is te vermoeiend, zowel voor het team als voor mij. Maar ik houd wel de hele tijd in het achterhoofd dat wanneer je een jonge speler een minuut vrijheid geeft, het risico groot is dat hij een stommiteit begaat. Je moet hen aan de lijn houden, elke dag begeleiden.' Je hebt als voetballer een aantal grote, heel bekende trainers gehad. Hebben zij jou dat geleerd? Makélélé: 'Niet echt, want zij hadden dat niet nodig. Een voorbeeld: Vicente Del Bosque beschikte bij Real over mannen als Iker Casillas, Roberto Carlos, Zinédine Zidane, LuisFigo, Raúl en Ronaldo. Denk je dat hij veel met ons moest praten? Denk je dat hij ons aan de lijn moest houden? Natuurlijk niet, want hij had een groep intelligente en ontvankelijke spelers, echte winnaars. Del Bosque was een ontzettend goede trainer die de juiste beslissingen nam, maar veel hoorden we hem niet. Als je met jongeren werkt, moet je het anders aanpakken. Bij Nantes was Jean-Claude Suaudeau mijn trainer, een echte dictator. Rolland Courbis bij Marseille, dat was ook een speciale.' En hoe was José Mourinho bij Chelsea? We krijgen de indruk dat hij absoluut niets laat passeren. Makélélé: 'Dat is het beeld dat hij de buitenwereld geeft, maar Mourinho houdt echt van zijn spelers. Hij verdedigt hen tot de dood. Maar hij is ook heel veeleisend. Op dat vlak heb ik veel van hem opgestoken. Op sommige momenten kan dat vermoeiend zijn, maar als je bij een grote club voetbalt, dan moet je daarmee kunnen omgaan.'Voel je bij je spelers respect voor jouw carrière als voetballer en je palmares? Makélélé: 'Dat duurt maar heel even. Wat ik als speler bereikte, geeft me een beetje krediet, maar dat verdwijnt snel. Nu moet ik bewijzen dat ik een goede trainer ben. Daar werk ik aan.' Vragen je spelers soms naar je verleden bij Marseille, Real Madrid, Chelsea of PSG? Makélélé: 'Dat gebeurt wel, ja. Ze hebben allemaal internet en op hun schermpjes kunnen ze alles terugvinden. Ze weten dus onvermijdelijk wat ik deed voor ik naar Eupen kwam. We spreken er ook af en toe over. Er zijn momenten waarop we ons ontspannen en dan praten we over van alles. Ik ben een zéér, zéér open trainer.' Wat geeft het wanneer Claude Makélélé boos wordt? Een brullende trainer? Slaande deuren? Makélélé: 'Mijn grootste kwaliteit is dat ik de zaken tussen vier muren zeg en niet lieg tegen mijn spelers. Als ik elke speler met de vinger moet wijzen, dan doe ik dat. Waar iedereen bij is. Maar het blijft binnen de muren van de kleedkamer. Daarbuiten praat ik anders.' De pers hoort dus een andere versie? Makélélé: 'Helemaal anders. Mijn spelers interesseren mij, niet het plezieren van de pers. ( lacht) Als jullie de spelers willen afschieten na een wedstrijd, dan heb ik daar geen problemen mee, maar ik ga jullie niet de munitie geven om dat te doen. Ik wil mijn spelers altijd beschermen. Ik geef een concreet voorbeeld. Luis García is een beetje geblesseerd, hij heeft last van zijn adductoren. Ik weet dat, maar ik weet ook dat hij een noodzakelijke pion is in mijn team. Hij speelt geen goede wedstrijd en wat doen de media? Ze uiten hun kritiek omdat ze weten dat hij beter kan presteren dan wat hij laat zien. Dan steek ik mijn nek uit en neem alle verantwoordelijkheid op mij. Het is belangrijk dat hij weet dat de trainer altijd achter hem staat.' In je analyses na de wedstrijd ben je meestal heel kort. We horen eerder clichés dan sterke bewoordingen. Is dat omdat je zo weinig mogelijk wilt vertellen? Makélélé: 'Journalisten moeten maar vragen stellen aan mij en ik zal antwoorden, op mijn manier. Als dat niet volstaat voor hen, dan moeten ze maar aandringen.' Net als Thierry Henry koos jij ervoor om eerst als assistent-trainer te werken. Henry krijgt nu zijn kans als hoofdtrainer bij Monaco, terwijl jij je moest tevredenstellen met Bastia. Waarom? Makélélé: 'Hij kreeg een aanbieding die je niet kunt weigeren. Dan is het normaal dat je daarop ingaat.' Gezien de sportieve malaise bij Monaco kan het wel een vergiftigd geschenk zijn. Makélélé: 'Wanneer je een ploeg overneemt in de loop van het seizoen is dat per definitie een vergiftigd geschenk. Kun je aan het seizoen beginnen, dan kun je zelf je kern kneden. Kom je in november, dan was de analyse die gemaakt werd voor je komst fout. Thierry Henry heeft ondertussen geconstateerd dat wat ze hem voorstelden, niet strookt met de realiteit. Clubbestuurders die je willen, kunnen je voorliegen wat ze willen.' Dat is misschien onbewust? Ze bekijken de zaken te emotioneel, te weinig rationeel? Makélélé: 'Nee hoor, dat is altijd bewust. Geloof me vrij: ze weten wat ze doen. Ik wil je iets verkopen, ik ken de gebreken, maar ik zal ze verbergen en zeggen dat mijn product top is.' Is dat jou dan ook overkomen bij Eupen? Hebben ze 'de baby' mooier voorgesteld dan hij is? Makélélé: 'Toen ik kwam, hebben ze een stand van zaken opgemaakt. Ik heb onmiddellijk gezegd: 'Neen, dat klopt niet.' Ik wist dat 'de baby' ziek was, maar ik geloofde erin dat we hem konden genezen. Ik geloofde erin dat we ons konden redden. Daar was ik zelfs van overtuigd, omdat ik een opleider ben. Er zaten veel jongeren in de kern en ik heb me gericht op wat ik goed kan. Daarom heb ik de job aanvaard. Hadden ze me een groep voorgelegd met veel oudere spelers, dan zou het anders geweest zijn. Na een tijdje moest ik wel vaststellen dat ik niet over de jongeren beschikte die ik had verwacht. Ik had het beeld voor ogen van jongeren die gevormd waren in opleidingscentra, gedisciplineerde jongeren met voldoende technische en tactische bagage.' In Frankrijk, Engeland en Spanje interesseren ze zich voor jouw leven als trainer in België. Ze vragen zich allemaal hetzelfde af: wat doe jij in hemelsnaam in Eupen na zo'n indrukwekkende carrière? Makélélé: 'Ik vond, en vind nog steeds, dat ik de juiste keuze gemaakt heb om voor een project te kiezen waarbij ik mijn eigen voetbalvisie kan doordrukken: opleiden en een ploeg met een eigen identiteit smeden. Uiteraard pas ik me aan de kwaliteiten van mijn spelers aan. Ik kan hen onmogelijk vragen om te spelen zoals de ploegen waarin ik zelf gevoetbald heb. Stap voor stap probeer ik hen te laten groeien. Sommigen hebben nood aan meer dialoog - ik denk bijvoorbeeld aan Luis García - terwijl je anderen dan weer tactische discipline moet bijbrengen of de discipline om voor een resultaat te spelen omdat ze niet gewoon zijn om te vechten voor het behoud. Ik word geconfronteerd met heel veel individueel verschillende situaties en dat vind ik enorm boeiend.' Ben je een andere trainer dan degene die vier jaar geleden debuteerde bij Bastia? Makélélé: 'Natuurlijk, want je leert constant bij. Na Bastia heb ik anderhalf jaar gewerkt als trainersopleider bij de UEFA. Andrij Sjevtsjenko was bijvoorbeeld een van onze leerlingen. Ik wilde ontdekken of ik wel echt gemaakt was voor dit vak. Ik verwierf er een bepaalde maturiteit en het bewustzijn dat ik niet langer speler was. Als je de stap zet van speler naar trainer, ben je opnieuw een maagd.' Was je je daar niet van bewust toen je Bastia trainde? Makélélé: 'Niet helemaal, neen. Als je naar de andere kant overstapt - trainer wordt - dan is dat aanvankelijk een nachtmerrie. Je wordt immers plotseling geconfronteerd met heel veel zaken die je niet kende als speler.Er werd ons ingefluisterd dat je humeur heel snel van het ene uiterste in het andere uiterste verandert. Wat is daarvan waar? Makélélé: 'Hebben spelers je dat verteld, of wie? ( lacht) Het overkomt me wel, dat is nu eenmaal mijn karakter. Als ik me opsluit in mijn cocon, dan is dat meestal omdat mijn hersenen aan het werken zijn. Ik denk heel vaak na over mijn vak. De hersenen van een trainer rusten nooit, die zijn altijd actief.' Lijd je daaronder? Makélélé: 'Het is vermoeiend, maar ik lijd er niet onder, want ik besef dat het bij mijn beroep hoort. Je moet altijd kunnen anticiperen als trainer. Daarom is het ook zo totaal anders dan wanneer je zelf voetbalt.'