Het leven lachte haar toe, daar was de coach van Rebecca Twigg het over eens. 'Wat ze na haar wielercarrière ook wil doen, ze zal altijd succesvol zijn', vertelde Eddie Borysewicz midden de jaren 90. De Amerikaanse wielrenster was in Bogotá voor de zesde keer wereldkampioen individuele achtervolging geworden - een record dat ze deelt met Tamara Garkoesjina - en er stonden ook al twee olympische medailles op de teller: zilver op de weg in Los Angeles (1984), brons op de individuele achtervolging in Barcelona (1992).
...

Het leven lachte haar toe, daar was de coach van Rebecca Twigg het over eens. 'Wat ze na haar wielercarrière ook wil doen, ze zal altijd succesvol zijn', vertelde Eddie Borysewicz midden de jaren 90. De Amerikaanse wielrenster was in Bogotá voor de zesde keer wereldkampioen individuele achtervolging geworden - een record dat ze deelt met Tamara Garkoesjina - en er stonden ook al twee olympische medailles op de teller: zilver op de weg in Los Angeles (1984), brons op de individuele achtervolging in Barcelona (1992). De Spelen in Atlanta werden na een conflict met de wielerfederatie een afknapper, waarna ze ontgoocheld uit de sport stapte. En dat viel tegen. Tot verbazing van iedereen, want Twigg leek een godenkind. Ze was opgegroeid in Seattle en werd al op haar veertiende toegelaten tot de University of Washington, waar ze diploma's in de biologie en informatica behaalde en tegelijk de liefde voor de piste ontdekte. Maar privé ging ze toen al door een dal. Ze leefde in een kelderstudio, enkele dagen voor haar zestiende verjaardag werd ze door haar labiele moeder weggestuurd en sliep ze in busstations of de universiteitsbibliotheek. En ook na haar sportcarrière, waarin de blondine zelfs de covers van de grote modemagazines haalde, belandde ze op straat. 'Jarenlang had ik het gevoel dat ik voor het wielrennen was geboren, het was onmogelijk om iets te vinden waar ik me even goed bij voelde', vertelde ze onlangs aan The Seattle Times, die haar in een opvangtehuis voor vrouwen opzocht. Ze was al vijf jaar dakloos, had af en toe een bed gekregen bij vrienden of familie, sliep een tijdje in haar wagen of in een zetel in een opvangcentrum voor daklozen, één nacht bracht ze door onder vuilniszakken in de binnenstad. 'Dat nooit meer. Ik zat te beven, van de schrik én de kou.' Om vijf uur 's ochtends werd ze door een bewakingsagent weggestuurd... Ze was niet verslaafd aan alcohol of drugs, maar voelde zich na haar afscheid aan de wielersport vooral 'onaangepast' en niet in staat om in team te functioneren. Ze had goede jobs in de IT-wereld, maar daagde soms niet op en bleef dagen onbereikbaar voor haar familie of werkgever. 'Ik had paniekaanvallen en kampte met zelfmoordneigingen, maar was er tegelijkertijd van overtuigd dat het 'aan de andere kant' niet beter zou zijn.' In maart belandde ze met een zware griep in het ziekenhuis en kreeg ze onderdak bij een kennis, maar ze kan de dagelijkse gesprekken en de klusjes - wassen en poetsen - in het opvangtehuis met haar lotgenoten niet missen. 'Nadat mijn verhaal in een magazine stond, kreeg ik een huis aangeboden, maar dat wil ik niet. Er zijn in dit land een half miljoen mensen dakloos. Er zou een structurele oplossing voor iedereen moeten komen.'