Op de club noemen ze Tjörven De Brul (32) de Lars, naar deejay Lars Capaldi van Discobar Galaxie. Die bijnaam draagt hij mee sinds hij op een verloren avond achter de draaitafel kroop in het stamcafé van de spelers. Maar voor zijn leerlingen is het meester De Brul. In Torhout geeft hij les aan toekomstige regenten lichamelijke opvoeding, onder wie trouwens ploegmaat Stijn Meert. In Oudenaarde leidt hij sinds begin dit jaar de turnlessen op een middelbare school.
...

Op de club noemen ze Tjörven De Brul (32) de Lars, naar deejay Lars Capaldi van Discobar Galaxie. Die bijnaam draagt hij mee sinds hij op een verloren avond achter de draaitafel kroop in het stamcafé van de spelers. Maar voor zijn leerlingen is het meester De Brul. In Torhout geeft hij les aan toekomstige regenten lichamelijke opvoeding, onder wie trouwens ploegmaat Stijn Meert. In Oudenaarde leidt hij sinds begin dit jaar de turnlessen op een middelbare school. Tjörven De Brul : "Ik wist dat ik op een bepaald moment het voetbal zou moeten afbouwen en me meer op het lesgeven zou moeten richten. Voor mezelf had ik 34 jaar als overgangsmoment vooropgesteld, maar het werd een paar jaartjes vroeger. Dat gebeurde uit noodzaak. Ik moest vorige zomer weg bij Gent. Veel mogelijkheden waren er niet. Bij Zulte Waregem kon ik in de eerste klasse blijven, maar dan moest ik wel semiprof worden. Ik heb het erop gewaagd en ben daar nu natuurlijk blij om." "Ze verkneukelen zich vooral als Zulte Waregem eens verliest ( lacht). Dan kunnen ze lachen met de leraar hé. Gelukkig gebeurt dat dit seizoen weinig. Toen ik eens geel pakte, omdat ik mijn truitje uitdeed toen ik had gescoord, hadden ze dat natuurlijk allemaal gezien. Dát heb ik mogen horen op school." "Ja, omdat je afleiding hebt. Je beseft dat er nog iets anders bestaat dan voetbal. Het is en blijft uiteindelijk een uit de hand gelopen hobby. De druk van het profbestaan is door die tweede job volledig weg. Je bent gewoon veel frisser in je hoofd. Maar het is ook niet altijd gemakkelijk om twee beroepen te combineren. Als je de hele dag in de weer geweest bent en je jezelf dan nog eens door de avondspits hebt moeten wurmen om de training te halen, moet je al eens zeggen : 'Sorry, vandaag lukt het me echt niet om op niveau te trainen.'""( knikt) Dat we in elke week waarin we een midweekmatch speelden ten minste één keer verloren, is geen toeval. Overdag kunnen wij niet rusten zoals de andere spelers in de eerste klasse. De mannen van Zulte Waregem zijn altijd bezig. Mentaal word je daar moe van. En vroeg of laat betaal je daar een prijs voor." "Hmm, een terugval ? Dat is maar hoe je het bekijkt. De trainer berekende dat we na de winterstop al evenveel punten haalden als in heel de heenronde. Je kan dus niet echt van een dipje spreken. Maar goed ja, wij verliezen al eens een match. Zulke dingen gebeuren. Het valt bij ons des te meer op omdat we vooral punten lieten tegen degradatiekandidaten. In deze fase van de competitie is het echt geen cadeau om bijvoorbeeld de verplaatsing naar Sint-Truiden te moeten maken. "Ik ga wel akkoord als je zegt dat het spelpeil iets gezakt is in de laatste matchen. Niet dat we slecht spelen, maar het flitsende is er wel wat af. We krijgen vaker doelpunten tegen die te vermijden zijn. En dan gaat de tegenstander zich ingraven en daar vinden we niet altijd een antwoord op. Maar ik zou dat allemaal niet willen dramatiseren. Ook omdat de competitie, hoewel niet onbelangrijk, niet langer het hoofddoel is. Vanaf nu zetten we alles op de beker. Twee matchen winnen en die prijs is binnen.""Ik zag direct dat de scheidsrechter tegen ons was. Een voetballer voelt dat aan. Na vijf minuten hadden we al twee gele kaarten, terwijl het leek alsof Standard alles mocht. Dan gaat Sérgio Conceição uit de bocht en kan de arbiter bijna niet anders dan rood trekken. Ik besefte meteen dat we moesten oppassen. Die man gaat dat zeker willen compenseren, dacht ik. Toen ben ik naar alle spelers gelopen om ze te zeggen dat ze zich rustig moesten houden. Maar vier minuten later krijgt Salou Ibrahim dan toch rood. Onterecht, zuiver toneel van Jorge Costa. Maar de scheidsrechter trapt er wel in. Dan ben ik achteraf toch ontgoocheld, ook al winnen we met 2-1. Als we heel de wedstrijd met elf tegen tien kunnen spelen, zit er waarschijnlijk meer in. We hadden al bijna zeker moeten zijn van de finale, maar nu wordt het nog opletten. Een jonge speler zal dat minder beseffen, maar we hebben ons daar echt laten pakken." "Dat is waar. Voor mezelf zou de finale halen een hoogtepunt in mijn carrière zijn, en ik heb al drie keer de beker gewonnen. Ons seizoen is sowieso al goed. Maar als we een prijs zouden kunnen pakken, zou het er een zijn om nooit meer te vergeten. Het zou mij enorm veel deugd doen. Ik weet immers van hoe ver ik moest terugkomen en hoe hard ik ervoor moest vechten.""Goh, dat weet ik zo niet. Er lopen bij ons héél goede spelers rond. Maar om nu te zeggen dat onze kern de vergelijking kan doorstaan met die van Anderlecht, Brugge, Standard en Genk... Normaal gezien zijn wij niet paraat om een heel seizoen mee te strijden met die ploegen. Daarom zeg ik dat dit voor deze club waarschijnlijk een uniek jaar is. Voor hetzelfde geld moet Zulte Waregem volgend seizoen vechten tegen de degradatie. Laat ons ervan profiteren nu het goed gaat, en zoveel mogelijk meepakken. Maar houd toch ook de voeten op de grond. Enkele weken geleden wilde de pers ons koste wat het kost uitroepen tot titelkandidaat. Dan denk ik : jongens, nee, niet doen ! Per slot van rekening speelde een groot deel van onze groep nog nooit een seizoen op het hoogste niveau. Daarmee kan je toch niet direct kampioen spelen.""In principe is dat waar. Maar dan zie je dat Anderlecht tijdens de winterstop toch weer de geldbeugel opentrekt en een reeks neerzet. De financiële middelen maken op dat moment het verschil. Zulte Waregem kan momenteel onmogelijk op dat niveau concurreren.""Ergens was dat wel terecht. De trainingen in de aanloop naar de match tegen Lierse waren niet al te denderend. Het was maar tegen Lierse, weet je wel. Onbewust dachten veel jongens : tegen de laatste in de rangschikking zal het wel gaan. De trainer had ons voor de wedstrijd nog gewaarschuwd dat hij een verkeerde mentaliteit in de ploeg zag sluipen. Francky Dury voelt zijn groep perfect aan als het over zulke dingen gaat. Als de coach dat op voorhand zegt en in de wedstrijd gebeurt net waarvoor hij had gewaarschuwd, dan kan ik achteraf wel begrijpen waarom Dury toen zo boos was. We zijn daar als groep sterker uitgekomen. Vier dagen later winnen we verdiend van Standard hé ( lacht). En voor je er iets van zegt : vier dagen daarna halen we inderdaad niets tegen Sint-Truiden. Maar dat is een bewijs dat we weer goed bezig zijn : alle topploegen gaan op Staaien de boot in ( lacht luid)." "Dat is inherent aan het voetbal. Als je in the picture komt, volgt er automatisch belangstelling voor sommige spelers. Dat weegt onvermijdelijk op de prestaties. Dat is geen probleem van de kleine club Zulte Waregem. Bij Club Brugge heb ik het ook meegemaakt. De trainer heeft groot gelijk dat hij dat niet uit de hand wil laten lopen. Het is in de kranten constant : 'Salou kan hier tekenen', ' Dupré kan daar zoveel verdienen'. Het is logisch dat die jongens zich daar wat door laten meeslepen. De trainer moest zeggen : 'En nu is het gedaan. We concentreren ons weer uitsluitend op het voetbal.' Toch denk ik niet dat de pers hier zo zou zijn opgevlogen als we gewoon hadden gewonnen tegen Lierse." "Hij is een heel warme en menselijke trainer die echt met zijn spelers begaan is. Ik apprecieer dat enorm. Van bij mijn vorige clubs weet ik hoe het voelt om als speler in de kou te staan. Goed, dat waren topclubs en ik begrijp wel dat in die omgeving niet iedereen de tijd heeft om continu te vragen hoe het met je gaat. Francky Dury doet in ieder geval die moeite wel. Hij laat je altijd voelen dat je inbreng belangrijk is. Bij hem heb ik ook al op de bank gezeten, toen ik weer fit was na een blessure. Maar ik kreeg wel een verklaring : Dury verandert niet graag een ploeg die wint. Dat is een uitleg waar je je als speler in kan vinden.""Achter iedere wissel die hij doorvoert, zit een tactisch verhaal. Achteraf zegt hij dan tegen ons : 'Ik heb vorig weekend dit en dit geprobeerd, en daar bijgestuurd.' Zijn plannetjes lukken niet altijd, maar het is leuk om te weten dat je een trainer op de bank hebt zitten die meedenkt met zijn spelers." "Dat was deels te wijten aan een incident met een journalist. Die was tegen Trond Sollied gaan zeggen dat ik de trainingen saai vond. Ik had inderdaad gezegd dat de trainingen een stuk monotoner waren dan voorheen, maar begreep ook wel dat daar een filosofie achter zat. Een voetballer heeft veel herhaling nodig zodat hij sommige zaken in de wedstrijd met routine kan uitvoeren, al is het wel moeilijker om gemotiveerd te blijven trainen wanneer je altijd hetzelfde doet. Achteraf is dat meningsverschil met Sollied bijgelegd, maar ik was toch even de kop van Jut geweest. Kort daarna begon ik met blessures te sukkelen waardoor ik niet meer vast in de ploeg raakte. Weet je, er bestaat een verkeerd beeld van Sollied. Dat was eigenlijk gene contraire. Alleen : hij had het voor je of hij kon je niet rieken of zien." "Dat is een uitspraak die blijven plakken is, ja. Vooral wanneer ik slecht speel, komt het altijd terug. Het is zeker geen cadeau als ze zoiets over jou zeggen. Sinds die uitspraak van Sollied voel ik mij meer geviseerd. Ik heb het gevoel dat ik op zijn woorden afgerekend word, dat mijn prestaties daardoor altijd extra onder de loep worden genomen. Ook supporters spreken mij daar nog regelmatig over aan.""Mijn eerste seizoen voelde ik me heel goed bij Gent. Ik scoorde er erg vlot voor een verdediger. Op een gegeven moment had ik zelfs een weddenschap met de voorzitter om tien doelpunten in een seizoen te maken. Aan de winterstop zat ik nog op schema om die weddenschap te winnen. Maar toen viel ik uit met een blessure aan mijn kruisbanden en moest ik zes maanden revalideren. In de zomer kwam Georges Leekens, die mij destijds nog bij de nationale ploeg had geselecteerd. Ik was er zeker van dat Leekens mij opnieuw zou kunnen lanceren. Maar na een paar matchen blesseerde ik mij aan mijn meniscus. Toen trok Gent Dario Smoje aan, waardoor ik weg moest op het einde van het seizoen." "Natuurlijk. ( mijmert even) Alles welbeschouwd vind ik dat Gent mij niet correct behandeld heeft. Ze bekeken mij louter als een economisch product en niet als mens. Speel je, dan hemelen ze je op. Maar ben je te vaak geblesseerd, dan moet je weg. Ik vond dat hard om te slikken. Ik had me altijd voor hen ingezet en ook heel wat goede wedstrijden gespeeld. Dat werd allemaal van tafel geveegd. De Brul was oud en blessuregevoelig geworden, redeneerden ze. Die speler rendeert niet meer en moet weg. Zo zonder pardon. Ik had van AA Gent meer klasse verwacht. Nu, achteraf bekeken, had ik het wel kunnen weten. Met Gunther Schepens hebben ze in feite net hetzelfde gedaan." "Misschien heb je wel gelijk. Zolang je bij een club zit, heb je de indruk dat de mensen daar echt om je geven. Ik heb me misschien wat laten misleiden door mooipraterij. De laatste wedstrijd van het seizoen, tegen Westerlo, speel ik wel. Waarom ? Omdat er scouts van Zulte Waregem in de tribune zaten, vermoed ik nu. En niet omdat ze met mij verder wilden, wat ik toen dacht. Enfin, ik speel een goede wedstrijd tegen Westerlo. Maar een week later roept manager Michel Louwagie mij naar zijn kantoor en zegt boudweg : 'Er is hier geen plaats meer voor jou.' Plots stond ik met mijn rug tegen de muur. Zo behandel je een mens toch niet ? Ik heb zelf naar de trainer moeten bellen om zijn uitleg te horen. Het minste wat ze konden doen, was mij enkele maanden vroeger zeggen hoe de vork in de steel zat. Dat is maar menselijk. Dat AA Gent mij wilde zien vertrekken, tot daaraan toe. Maar de manier waarop ze handelden, vind ik beneden alle peil." JEF VAN BAELEN