Liefst 1,7 kilo weegt het boek over 50 jaar Sporting Lokeren dat op donderdag 1 oktober 2020 voorgesteld wordt in de jeugdcafetaria, achter de jeugdvelden op Daknam. Daar zijn op dat moment ook de jeugdtrainingen bezig bij de club die drie maanden eerder net in zijn 50-jarig jubileumjaar failliet ging. Na een samengaan met Temse nam Lokeren een herstart in de tweede amateurreeks. Het adopteerde het stamnummer 4297 van Temse en werd omgedoopt tot SC Lokeren-Temse.
...

Liefst 1,7 kilo weegt het boek over 50 jaar Sporting Lokeren dat op donderdag 1 oktober 2020 voorgesteld wordt in de jeugdcafetaria, achter de jeugdvelden op Daknam. Daar zijn op dat moment ook de jeugdtrainingen bezig bij de club die drie maanden eerder net in zijn 50-jarig jubileumjaar failliet ging. Na een samengaan met Temse nam Lokeren een herstart in de tweede amateurreeks. Het adopteerde het stamnummer 4297 van Temse en werd omgedoopt tot SC Lokeren-Temse. Door corona zijn de uitnodigingen beperkt, maar de drie peters van het boek die verschillende periodes uit de vijftig jaar rijke geschiedenis van de club vertegenwoordigen, zijn aanwezig. Aimé Anthuenis was een gewaardeerd speler in de opgang naar eerste klasse en tot drie keer toe trainer van de tricolores. Bij zijn speech stelt de voormalige bondscoach vast dat veel van de drijvende krachten achter de fusieclub - het was destijds een samengaan tussen Racing Club Lokeren en Standaard Lokeren - niet meer in leven zijn. 'Zelf', biecht hij op, 'was ik destijds ferm tégen de fusie. Ik ben nog op straat gaan kalken uit protest.' De minzame Pool Wlodek Lubanski staat symbool voor de wereldklassespelers die het Lokerse shirt droegen in de jaren zeventig. Killian Overmeire is niet alleen recordhouder wat het aantal voor Lokeren gespeelde wedstrijden (493) betreft, hij was ook de laatste kapitein van het oude Sporting Lokeren. Hij werd, biecht hij die avond op, supporter toen Lokeren uitzonderlijk een jaar in tweede klasse doorbracht, in 1995/96. De Nederlandse spits Remco Torken was zijn idool. Een paar weken na de boekvoorstelling beslist Overmeire om weer voor de vernieuwde club aan te treden. Volgende week draagt de 36-jarige middenvelder tegen STVV normaliter opnieuw de kapiteinsband. Er zijn nog bekende gezichten. Burgemeester Filip Anthuenis, die tegen Aimé 'nonkel' moet zeggen, heeft de plaatselijke club altijd een warm hart toegedragen. Hij heeft echter ook altijd benadrukt dat de stad door de beperkte financiële mogelijkheden niet met geld over de brug kan komen. Ploegafgevaardigde Willy Peeters, die in 1970 de fusie nog meemaakte, zit op de eerste rij. Ook Stany Rogiers is er weer. De gerenommeerde kinesist, die van 1967 tot 1976 als speler de opgang meemaakte, bleef achttien jaar op Daknam weg nadat hij er in 2001 ontgoocheld opstapte. Vorig seizoen keerde hij terug, op initiatief van Louis de Vries. Ook een aantal anderen die Daknam lang meden, zoals ex-doelman Bob Hoogenboom, keerden toen terug. De Vries nam de club in juni 2019 van Roger Lambrecht over, had grootse plannen, maar liet de tricolores nog geen jaar na de overname als een puinhoop achter. Zijn verdienste is dat hij in het kader van de 50-jarige viering van de club een aantal ex-coryfeeën terughaalde met een uitnodiging en een levenslang abonnement. Rogiers is er één keer mee naar een match geweest, zegt hij. 'Daarna viel het doek over Sporting Lokeren.'Na de boekvoorstelling zijn ook de jeugdtrainingen afgelopen en komt Danny Veyt even gedag zeggen. Nog zo iemand die de club trouw is gebleven. Niet vanzelfsprekend voor een speler die met België vierde werd op het WK in 1986. Het had nog straffer gekund als Veyt, dixit Jan Ceulemans, niet een paar keer onterecht wegens buitenspel was afgevlagd in de halve finale van dat WK tegen het Argentinië van Diego Maradona. Ook na het failliet bleef Veyt bij de club waar hij in 2011 assistent-trainer werd van Peter Maes en zo de gloriejaren meemaakte, met de bekerwinst in 2012 en 2014. Later bekommerde hij zich om de beloften, ver weg van de schijnwerpers. Niet dat hij dat erg vindt: 'Ik ben nooit graag op de voorgrond geweest, heb altijd in dienst van de club gewerkt. Ze kunnen aan mij alles vragen, ik ken hier elke vierkante meter en iedereen die hier rondloopt.' Sinds vorige week werd Veyt naar aanleiding van de hervatting van de trainingen bij de A-kern aan de trainerskern toegevoegd. Die donderdagavond in oktober treedt ook de nieuwe voorzitter van de club, Hans Van Duysen, op de voorgrond. Dat was nooit zijn bedoeling, zegt hij een paar weken voor de bekerwedstrijd tegen STVV in een uitgebreid gesprek. Op Daknam kent iedereen hem. De afgelopen vijftig jaar miste hij amper een thuiswedstrijd van Sporting, en in zijn jonge jaren trok hij ook mee op verplaatsing. Zijn bedrijf, Somnis Bedding, dat alles wat met slaapcomfort te maken heeft omvat, paalt rechts aan het stadion, en hij woont in het huis van zijn grootvader achter tribune 2 en het jeugdcomplex, in het groen van Daknam. Hij is al de vijfde voorzitter in vijftig jaar die afkomstig is van Lokeren zelf. Zijn grootvader, Adhemar Goeters, was de allereerste voorzitter van Sporting Lokeren en toen als voorzitter van Racing Club Lokeren één van de bezielers van de fusie in 1970. Hij zou in 1976 opgevolgd worden door Etienne Rogiers. Het maakt dat Van Duysen, gevraagd naar zijn oudste Sportingherinneringen, heel ver terug kan gaan. Over hoe hij als kleine knaap langs de laddertjes omhoog kroop in de oude eretribune, op weg naar de toenmalige perscabines. Of hoe hij tijdens de wedstrijden in het zand speelde naast tribune 2. Een tribune waar zijn grootvader, de voorzitter, op een dag tijdens een match spelende kinderen van het nog in aanbouw zijnde dak joeg. Er zijn ook de herinneringen uit het grootouderlijk huis, waar tot in de eerste jaren in eerste klasse tijdens de rust het bezoekende bestuur ontvangen werd en later ook wel eens een belaagde scheidsrechter het stadion uit gesmokkeld werd. Hij herinnert zich nog het banket in grootvaders huis met de voorzitter van Barcelona, tijdens de Europese wedstrijd tegen de ploeg van Johan Cruijff in 1976, of een amusant gesprekje tijdens de rust van de kwartfinales van een bekerwedstrijd tegen Standard in 1978. Lokeren stond toen aan de rust 0-3 achter en Standardbaas Roger Petit merkte fijntjes op: ' C'est quand même une classe de différence. ' Na de match praatte hij echter heel anders. Met dank aan een ontketende Preben Elkjaer Larsen en drie goals van Lubanski eindigde de bekermatch na verlengingen op een 5-3-zege voor de thuisploeg. Het was één van de meest spectaculaire wedstrijden ooit in dit land. Van Duysen vertelt het allemaal in de grote receptiezaal waar zich zoveel historische momenten afspeelden. Vandaag zit hij coronaproof ver genoeg verwijderd van de reporter en persverantwoordelijke Herman Van de Putte, ook al een oudgediende die na één jaar afwezigheid terug op het oude nest is thuisgekomen. In die receptiezaal maakte Van Duysen ook de woelige sfeer mee bij de machtsoverdracht van Gaston Keppens naar Roger Lambrecht in 1994. Lokeren stond er toen al financieel eens niet goed voor, nadat het jaren boven zijn stand had geleefd. Tijdens de algemene vergadering zou Keppens afstand doen van de macht en zou Lambrecht het overnemen. Van Duysen was toen gerechtigd correspondent van de club: ' Fiel Laureys, nog zo'n monument, had toen voorzitter moeten worden. Fiel was net als mijn vader een echte bruggenbouwer, iemand die mensen kon samenbrengen en samenhouden.' Maar Laureys, overleden in 2017, zag het voorzitterschap toen niet zitten. 'Een voetbalclub heeft een totem nodig waar de mensen rond kunnen dansen en waar ze kunnen naar opkijken', zegde hij daar ooit over. 'Ik ben dat niet, Roger Lambrecht is dat wel.' Die avond, herinnert Van Duysen zich, sprong Lambrecht, terwijl de welbespraakte Keppens aan zijn afscheidsspeech bezig was, ineens recht van zijn stoel naar voor in de zaal, duwde Keppens weg en zei bars: 'Kom, weg gij. Ge waart toch van plan om te vertrekken.' Van Duysen: 'Keppens kon zijn speech niet afmaken. Dat was een zeer pijnlijk moment in deze zaal, een echte stijlbreuk bij Lokeren.' Ook toen Lokeren zijn bekersuccessen vierde, zat Van Duysen elke thuismatch trouw op de tribune, naast Fiel Laureys, die hij vandaag heel erg mist. 'Dertig jaar zaten we naast elkaar. Als ik als voorzitter een beslissing moet nemen, zucht ik wel eens: Fiel, wat zou jij nu gedaan hebben? Hij kon op het juiste moment de juiste raad geven.' In juni 2019 kwam Van Duysen ook al dicht bij het leiden van de club. Lambrecht had al een paar keer aangegeven dat hij de club wilde overlaten, liefst aan mensen van Lokeren. Het kwam er echter nooit van, terwijl de club steeds verder afgleed, zonder andere bestuurders dan de voorzitter die alles naar zich toe bleef trekken. Toch werden de gesprekken opgestart tussen de eigenaar, Van Duysen, die mee wilde werken maar zichzelf niet als toekomstige voorzitter zag, en ondervoorzitter Willy Carpentier. 'Op een donderdag in juni belt Lambrecht me en zegt: 'De club is verkocht aan Willy. Morgen tekenen we dat, uiterlijk zaterdag.' Ik had de volgende maandag al afgesproken met Willy voor een doorstart. Vrijdag krijg ik telefoon dat de verkoop getekend was. Eigenaardig, want uitzonderlijk was Willy die dag op een familiefeest in Nederland. Nee, zei Lambrecht, de nieuwe eigenaar was niet Willy, maar Louis de Vries. Ik stond perplex. In minder dan 24 uur was er dus een ander scenario uitgewerkt. Lambrecht heeft toen nog inderhaast Willy opgebeld, een paar minuten voor de persconferentie waarop De Vries voorgesteld werd.' Uiteindelijk heeft het dus niet veel gescheeld of het duo Van Duysen-Carpentier had een jaar eerder de club al overgenomen. Negen maanden later was het toch zo ver, toen de club alsnog failliet ging. Was Sporting Lokeren een jaar eerder nog te redden geweest, hadden Van Duysen en Carpentier die kans gekregen? 'De club viel toen nog te redden, ' meent Van Duysen, 'als Lambrecht afstand had genomen van zijn kindje en als Lokeren in eerste klasse was gebleven. Mensen zijn al vergeten dat er toen een omkoopschandaal was. Wij hielden er als kandidaat-investeerders rekening mee dat Lokeren zo om niet-sportieve redenen in eerste zou gebleven zijn, door Operatie Propere Handen. Dan had je een heel ander verhaal gekend dan nu. De club had bij de overname een rechtszaak dienaangaande lopen, maar die is toen niet doorgezet.' Dat Lokeren negen maanden later failliet ging, heeft niet één reden, maar is een en-enverhaal, zegt Van Duysen. 'Ten eerste waren er de overeenkomsten tussen Lambrecht en De Vries. Die heeft zijn handtekening gezet onder een contract dat ik noch Willy ooit zou getekend hebben. En u ook niet. Door niemand die ik ken. Wij hadden gehoopt op een softe overgang, waarbij Lambrecht nog een jaar mee aan boord zou gebleven zijn. Vervolgens komt er de val naar 1B, waar je niet eens moet beginnen aan een zwaar afbetalingsplan aan de vorige eigenaar, omdat je geen inkomsten hebt. Daar komt dan nog eens het coronaverhaal bij.' Het failliet afwenden was in april vorig jaar dus geen optie meer. Na het failliet kon een bescheiden opstart wel. Van Duysen wil als voorzitter graag een voorbeeld nemen aan zijn grootvader: 'Ook hij stond niet graag in de spotlights. Het moet over Lokeren-Temse gaan, niet over mij.' Van zijn grootvader onthoudt hij diens waarden: 'Rechtuit, nederig, bruggen bouwend. Hij leerde me dat je niet hovaardig mag zijn en warmte moet uitstralen. Sporting Lokeren is een familie.' In eerste instantie moesten hij en Carpentier op zoek naar een reddend stamnummer om de competitie in te gaan. 'In een samengaan met Beveren hebben we hier nooit geloofd. Net achter Daknam ligt Zeeland, daar ligt ook geen oplossing. In een fusie met Sint-Niklaas geloofde alleen de Sint-Niklase burgemeester. Sint-Niklaas is geen voetbalgemeenschap. Lokeren is dat wel. Voetbal leeft in Lokeren.' Met Zelzate, waar veel Lokerenfans vandaan kwamen, zat men nooit aan tafel. Van Duysen herinnerde zich wat Fiel Laureys hem altijd zei: 'Ons hinterland is begrensd door de Durme en de Schelde. Daarom hebben we gesprekken gevoerd met de mensen van Hamme. Dat klikte, ook qua sportieve visie. Er was een akkoord, alleen de handtekening ontbrak. En toen zijn zij teruggefloten.' Uiteindelijk bood het 20 kilometer verder geleden Temse de reddende hand. Van Duysen: 'Eerlijk: ik kende die mensen niet, maar op 24 uur was alles rond. Dankzij Temse konden we nog een reeks hoger starten dan met Hamme het geval was geweest.' Voor de mensen van Temse, die vorig seizoen geen 20 abonnees hadden en bij de meeste thuiswedstrijden geen 80 betalenden over de vloer kregen, was het even schrikken dat Lokeren-Temse in omgerekend vierde klasse bijna 2000 abonnementen verkocht en zonder moeite het maximum aantal toegelaten supporters (2300) in de tribunes zag. De competitie werd aangevat met een kern die voor 80 procent bestond uit voormalige Temsespelers. Daar kwam intussen versterking bij, onder wie Overmeire. Om vijf uur draaien de auto's van de trainer en de spelers de parking voor het stadion weer op. Ook die van tweede doelman Noa Depotre. De 20-jarige jongeman legt nu dagelijks zelf het traject af, heen en terug uit het Henegouwse Ath. In het begin van het seizoen voerde zijn moeder hem nog drie tot vier keer per week. Depotre toont nog eens welke uitstraling Sporting Lokeren voorheen had, benadrukt de voorzitter. 'Hij wilde graag bij ons spelen, omdat zijn grootvader supporter was. Die kwam voor elke thuiswedstrijd vanuit Ath met de trein.' Haast om zo snel mogelijk terug te keren naar het professioneel voetbal, heeft Lokeren-Temse niet. 'Vandaag zijn we niet klaar voor 1B, dat in zijn huidige structuur financieel een slachthuis is. Wij willen eerst onze wonden likken en pas promoveren wanneer we daar sportief en qua omkadering klaar voor zijn.' Vanaf de bank van het eerste elftal maar vooral bij de jeugd ziet ook Danny Veyt dat er nog veel werk is. Al wat nu jeugd is, komt uit Temse, zegt hij. 'Van Lokeren is iedereen weg, 400 jeugdspelers in één klap. Twee weken geleden hebben we hier de U6 en U7 weer opgestart.' De jeugdspelers van Temse willen wel, maar schrokken van de eisen die op training en in een meer professionele structuur een stuk hoger lagen dan bij hun oude club. Veyt denkt er niet aan om de lat te verlagen. 'We gaan meer vragen van die jongens, zij gaan de stap moeten zetten, als ze mee willen. Maar er is talent. Ik zie wel wat jonge gasten doorstomen naar de eerste ploeg. Die kosten de eerste ploeg niets. Wij werken wel met hen.'