Op een hardnekkig consequente manier ketent René Vandereycken zijn spelers op cruciale momenten steeds weer vast in vreemde tactische richtlijnen. Hij heeft voor alles een uitleg en blijkt altijd een andere wedstrijd te hebben gezien. Na de dramatische afgang tegen Bosnië sprak de bondscoach afgelopen zaterdag van een onverdiende nederlaag. Er was, debiteerde hij, niet slecht gevoetbald, maar wel slecht verdedigd.
...

Op een hardnekkig consequente manier ketent René Vandereycken zijn spelers op cruciale momenten steeds weer vast in vreemde tactische richtlijnen. Hij heeft voor alles een uitleg en blijkt altijd een andere wedstrijd te hebben gezien. Na de dramatische afgang tegen Bosnië sprak de bondscoach afgelopen zaterdag van een onverdiende nederlaag. Er was, debiteerde hij, niet slecht gevoetbald, maar wel slecht verdedigd. Hoe geloofwaardig kan je als trainer nog zijn als je dat soort uitspraken pleegt? René Vandereycken voert een strijd tegen alles en iedereen. Hij praat niet meer met de pers omdat hij, zo vindt hij, telkens weer verkeerd wordt begrepen en alles wat hij vertelt negatief wordt geïnterpreteerd. Maar veel belangrijker is de vraag of zijn spelers hem nog begrijpen. Dat Wesley Sonck, hoe snel hij na een wedstrijd ook mag overkoken, zaterdag verkoos te zwijgen om niets verkeerds te zeggen, is veel meer dan een signaal. Vandereycken zal er geen conclusies uit trekken. Eigenwijsheid en koppigheid zijn de vaste begeleiders in zijn carrière. Het dreigt hem in een isolement te drijven en steeds eenzamer te maken. Niet één combinatie viel er afgelopen zaterdag in de eerste helft van de wedstrijd tegen Bosnië te zien. Door de aanwezigheid van Igor De Camargo koos Vandereycken voor de lange bal. Er werd ook gehoopt op de kopkracht van Marouane Fellaini. Dat is het wapen van de armoede. Geen moment werd er een poging gedaan om te voetballen. Nog maar eens stonden sommige spelers op andere posities dan in hun club. Vandereycken noemt dat telkens weer tactische flexibiliteit. Vreemd was het om zien dat Steven Defour werd vervangen omdat hij de achterlijn niet haalde. Dat pleegt hij bij Standard zelden of nooit te doen. Een steeds wisselende veldbezetting is de rode draad in de drie jaar dat René Vandereycken de Rode Duivels leidt. En een oneindig aantal verschuivingen: in 29 wedstrijden werden al 55 spelers opgesteld. Juist spelers die maar incidenteel samen trainen hebben nood aan een vast concept. Aan herkenning als vangnet. Vooral het gebrek aan opbouwend vermogen van achteruit was zaterdagavond schrijnend. Er werd laks verdedigd, de hele defensie hing als los zand aan mekaar, als wassen beelden keken ze naar de technische suprematie van de Bosniërs. Niemand stuurde bij. Niet op en niet naast het veld. Op alle facetten van het moderne voetbal werden de Rode Duivels overklast. De huidige generatie wordt veel intrinsiek talent toegeschreven. Dat is niet onterecht, al mogen al die jonge talenten niet overroepen worden. Ze draaien in hun clubs goed mee, als schakels in een perfect geoliede ketting. Maar ze nemen hun teams niet op sleeptouw, het gaat - op de zaterdag afwezige Vincent Kompany na - niet om sterke persoonlijkheden naar wie wordt geluisterd, het zijn meer dienende dan dragende voetballers, die nog geleid moeten worden. De bondscoach geven ze verbaal nooit weerwerk. Net zoals ook de ervaren spelers dat niet doen. Tenminste niet voor de wedstrijd. Dat duidt niet op persoonlijkheid. Los daarvan schiep een aantal successen uit het verleden een scheefgetrokken verwachtingspatroon. Ze werkten verblindend omdat ze in een verkeerde context werden geplaatst. Zo werd de vierde plaats op de Olympische Spelen in Peking als een exploot aangezien. De werkelijkheid is dat het daar om een veredeld jeugdtoernooi ging. Best mogelijk dat de Rode Duivels zich woensdag in Bosnië herpakken en vanuit een groepsgevoel oude waarden hervinden. En René Van-dereycken zo zijn vel redt. Het kan de realiteit niet verbloemen: van het opflakkerende enthousiasme rond de nationale ploeg, waarvan een paar maanden geleden nog sprake was, blijft er niets meer over. Euforie heerste er nog vijf maanden geleden na de thuiswedstrijd tegen Spanje die met 1-2 werd verloren. Het circulatievoetbal stond toen voorop, er leek een nieuwe periode aangebroken. Maar het concept - velen zijn het inmiddels vergeten - was ook toen behoudend. Het is de filosofie van René Vandereycken. Hij gijzelt zijn ploeg. Nooit stelt hij zichzelf daarover in vraag. Het zal ook niet gebeuren als het WK in Zuid-Afrika wordt gemist. Tenminste: als hij de kans krijgt de rit uit te maken. S door JACQUES SYS