In de onderlinge wedstrijd in het Guldensporenstadion op de eerste speeldag viel het op hoe OH Leuven aanvallen opbouwde volgens principes waarvoor het KV Kortrijk van Hein Vanhaezebrouck bekendstaat.
...

In de onderlinge wedstrijd in het Guldensporenstadion op de eerste speeldag viel het op hoe OH Leuven aanvallen opbouwde volgens principes waarvoor het KV Kortrijk van Hein Vanhaezebrouck bekendstaat. - Linksback Muhamed Subasic kwam bij balbezit vaak heel diep te staan, zoals Mustapha Oussalah dat bij KVK doet (en waarmee hij een van de voornaamste offensieve wapens van Vanhaezebrouck is). - De linkerflankspeler voor hem, Ibou (ex-KVK), sneed dan naar binnen en dook centraal in de spits op, zoals bij KVK Benito Raman in steun van diepe spits Teddy Chevalier kwam te staan. - Offensieve middenvelder Mohamed Messoudi (ex-KVK) viel naar de rechterzijde uit (en zocht vooral de infiltratieruimte in de rug van Oussalah) zoals Thomas Matton dat bij KVK deed. Het was ook op die manier dat OHL zijn doelkansen creëerde. De eerste ontstond na een kruispass van Karel Geraerts op de op links ver doorgelopen Subasic. De laterale pass van de in de zestien meter doorgedrongen Bosnische international naar de aan het penaltypunt opgedoken Ibou strandde op de arm van Brecht Capon - penalty vond OHL, aangeschoten bal oordeelde de scheidsrechter. Het dichtst bij een doelpunt kwam OHL met een verre pass van Evariste Ngolok op de afhakende centrumspits Alessandro Cerigioni. Die legde de bal af voor Messoudi, die met een steekpass de van links overgestoken en rechts in de ruimte van de verdediging duikende Ibou bediende. De aanval strandde op de paal. OHL zag er niet slecht uit op KVK. Het zakte soms wel wat diep in, maar was goed aan de bal, schakelde snel om en profiteerde van de snelheid van Ibou en Cerigioni en het spel tussen de linies van de balvaste Messoudi. Ook zijn derde gevaarlijke aanval was een snelle omschakeling: Cerigioni haakte af, nam een lang bal aan en knalde die op de lat. In balbezit speelde OHL, zoals KVK, systematisch met drie man achterin. Maar in defensief opzicht deden ze het anders: KVK met een viermansverdediging, OHL met drie centrale verdedigers en twee backs in steun. Geregeld stond OHL met vijf man achterin: de drie centrale verdedigers, Tom Pettersson, Robson en Ludovic Buyssens,pikten Teddy Chevalier (diepe spits), Thomas Matton (offensieve middenvelder) en Benito Raman (linkerflank) op. Op rechts ving David Wijns (ex-KVK) Oussalah op en op links Subasic Brecht Dejaegere. De verdedigende middenvelders Geraerts (rechts) en Ngolok (links) probeerden druk te houden op die van KVK: Nebojsa Pavlovic en Gertjan De Mets. KVK, een tactisch sterke ploeg, kwam er moeilijk doorheen. Het zocht de ruimte tussen de lijnen, tussen de drie centrale verdedigers en de twee verdedigende middenvelders van OHL. De enkele keren dat het die vond, deed het er weinig mee. Het doelpunt, het enige van de wedstrijd, was een voorbeeld van hoe het moet: de opkomende Robert Klaasen (ingebracht voor De Mets) kon ongehinderd de van links tussen de linies naar het centrum ingesneden Raman aanspelen, die gaf de bal op het juiste moment mee met de rechts van het doel diepgaande Matton, die legde hem achteruit op Ivan Santini (ingebracht voor Chevalier) en die trapte hem binnen. Gevraagd naar het waarom van de nieuwe spelwijze antwoordde OHL-coach Ronny Van Geneugden dat hij overtuigd is dat er met de huidige spelersgroep verschillende spelsystemen gespeeld kunnen worden en dat dit spelsysteem in balbezit veel mogelijkheden biedt om de vrije man te vinden, op de flanken of in het centrum, en dat er bij balverlies weinig kansen worden weggegeven. Dat bleek op de eerste speeldag in Kortrijk. Maar daarmee waren niet alle vragen beantwoord. - Zal de extra centrale verdediger (drie in plaats van twee) niet te vaak ten koste gaan van de stabiliteit op het middenveld? - Hoe goed zijn die verdedigers, die groot zijn en niet van de snelsten, in het maken van keuzes (volgen of loslaten?) wanneer spitsen afhaken en anderen infiltreren? - Hoe goed kunnen die niet zo snelle verdedigers met meer ruimte in de rug spelen, bijvoorbeeld in thuiswedstrijden waarin er meer initiatief genomen moet worden, waarin er hoger in het veld gespeeld moet worden en dus met meer ruimte in de rug? Het antwoord op al die vragen was na de eerste thuiswedstrijd, op de tweede speeldag tegen Racing Genk, niet zo positief. OHL kende een moeilijker wedstrijd dan op KVK. Het creëerde weinig of geen gevaar en ging achterin opvallend in de fout. Bij het eerste tegendoelpunt verkeek Robson zich op een vrij onschuldige voorzet vanaf de middenlijn van Julien Gorius en strafte Jelle Vossen de blunder eenvoudig af. Bij het tweede liet Subasic zich op links bij een voorzet vanaf rechts van Tshimanga kinderlijk aftroeven door de uit zijn rug komende Thomas Buffel. Bij het derde was er ter hoogte van het halve maantje voor de zestien meter te weinig druk op Fabien Camus, die van daar tussen vijf toekijkende OHL-spelers de bal in de hoek mikte. Dat Genk daarna maar één keer meer scoorde (en OHL niet helemaal in de vernieling werd gespeeld) dankte het alleen aan zichzelf. Dat OHL defensief sterker is geworden dan vorig jaar, een van de objectieven dit seizoen, is tegen Racing Genk alleszins niet gebleken. Ook offensief leverde het voor eigen publiek een magere prestatie. Het doelpunt dat het vijf minuten voor tijd maakte - het eerste en tot nu toe enige van de nieuwe competitie - ontstond na een voorzet van Wijns vanaf de rechterkant, waarop Ngolok boven Anele uit sprong Het dichtst bij een goal was het tot dan geweest op het einde van de eerste helft bij een voorzet van Subasic vanaf de linkerkant in de rug van de verdediging waar Cerigioni net niet bij kon. Van Geneugden, die bij een 0-3-stand een centrale verdediger (Buyssens) wisselde voor een extra spits (Marvin Ogunjimi), sprak achteraf zijn vertrouwen uit in het spelsysteem en de organisatie, die in de voorbereiding het grote werkpunt was geweest. Zijn conclusie was dat de individuele concentratie beter moet zijn en dat hij daar zaterdag in Oostende al resultaat van wil zien. Aanvoerder Karel Geraerts drukte het anders uit: hij zei dat OHL er met goed voetbal alleen niet zal raken en dat er vooral door iedereen heel hard geknokt zal moeten worden. DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE - BEELDEN: IMAGEGLOBEDat OHL defensief sterker is geworden, is tegen Genk alleszins niet gebleken.