In de kern van AA Gent is Bernd Thijs (32) de enige speler die geboren is in de jaren zeventig. Het gros van de spelers zag het levenslicht ergens in de jaren tachtig en met Yassine El Ghanassy (20), Ibrahima Conté(19) en Edson Montaño (20) staat intussen ook de generatie van de nineties ongeduldig te trappelen. Toch voelt kapitein Bernd Thijs zich niet als het oudje van de groep: "Ik voel me nog steeds jong. Sommige ploegmaats zijn twaalf jaar jonger dan ik en ik merk wel dat zij in een andere leefwereld zitten, maar de balans in ons elftal zit goed: met onder anderen Tim Smolders en Stef Wils hebben we ook wel wat mannen met ervaring."
...

In de kern van AA Gent is Bernd Thijs (32) de enige speler die geboren is in de jaren zeventig. Het gros van de spelers zag het levenslicht ergens in de jaren tachtig en met Yassine El Ghanassy (20), Ibrahima Conté(19) en Edson Montaño (20) staat intussen ook de generatie van de nineties ongeduldig te trappelen. Toch voelt kapitein Bernd Thijs zich niet als het oudje van de groep: "Ik voel me nog steeds jong. Sommige ploegmaats zijn twaalf jaar jonger dan ik en ik merk wel dat zij in een andere leefwereld zitten, maar de balans in ons elftal zit goed: met onder anderen Tim Smolders en Stef Wils hebben we ook wel wat mannen met ervaring." Bernd Thijs: "De mentaliteit is volledig veranderd. Jonge voetballers zijn meer honderduit, veel minder bedeesd dan vroeger. Op het veld kan dat positief zijn, maar het moet wel binnen de perken blijven. Ik heb geen probleem met paarse schoenen, maar wel met de flamboyante levensstijl, met de pose die sommigen aannemen. Ik steek daar niet al te veel energie meer in, maar als sommige jongens overdrijven, ben ik niet te beroerd om hen op hun plaats te zetten." "Het begin van dit seizoen was inderdaad heel turbulent. Er zijn veel zaken gebeurd die niet door de beugel kunnen. Vorig seizoen eindigde schitterend met die tweede plaats en de bekerwinst. Ondanks alle waarschuwingen zijn er dan toch altijd bepaalde jongens die denken dat het vanzelf zal gaan. Maar ik ben niet het type kapitein dat met zijn vuist op tafel slaat. Ik heb wel veel gepraat met iedereen en geprobeerd duidelijk te maken dat je als speler nooit kunt teren op het verleden. Zeker niet onder een nieuwe trainer. Toen de transferperiode afgesloten was, keerde de rust terug in de groep. Toen wist iedereen waar hij aan toe was en heeft de trainer de neuzen weer in één richting gekregen." "Akkoord, maar het had er nog beter kunnen uitzien. Op de laatste speeldag van de reguliere competitie lieten we het liggen op Anderlecht. Winst zat er zeker in en dan stonden we nu heel dicht bij de top van de rangschikking. Anderzijds, naast Standard zijn we de enige ploeg uit play-off 1 die nog in de beker zit. Ik denk dat veel andere clubs in onze schoenen willen staan. Onze doelstelling was Europees voetbal. Of we dat nu via de beker of via de tweede of derde plek halen, dat maakt eigenlijk niet uit." "De volgorde van de wedstrijden is niet zo belangrijk, maar we mogen onze start niet missen. Zeker niet tegen Club Brugge." "Vorig jaar was het ook zo. In de competitie hadden we het moeilijk tegen de ploegen uit de top zes, maar in de play-offs hebben we dat kunnen omkeren en haalden we wel goede resultaten. We zijn dus zeker niet ongerust. Behalve thuis tegen Genk, helemaal in het begin van het seizoen, zijn we geen enkele keer weggespeeld. Meestal konden we onze voet naast de andere ploegen zetten en hadden we zelfs meer verdiend. De laatste match tegen Anderlecht is daar het beste voorbeeld van." "Je verliest en je wint samen. Er zijn wel eens foutjes gemaakt de voorbije jaren, maar in het algemeen verdedigden we niet slecht, vind ik. In de winter kwam Arzo erbij en hij brengt zeker extra defensieve ervaring en kwaliteit. Maar we mogen niet alleen in de richting van de verdediging kijken. Je kunt ook zeggen dat we boven aan het klassement zouden staan als we nog meer goals hadden gemaakt." "We creëren sowieso veel kansen en scoren bijna in elke wedstrijd. Nu nog leren om negentig minuten onze concentratie en organisatie te behouden en dan zullen we heel ver komen." "Neen. Ik weet ook niet of de jonge gasten eigenlijk wel weten dat ik al een titel op mijn palmares heb. ( lacht) Nu, ik heb persoonlijk nog nooit over de titel gesproken dit seizoen. We moeten rustig blijven en ons niet laten vangen aan te hoge verwachtingen." "We zullen zien of dat mogelijk is. We hebben nog altijd 'maar' het vijfde budget in België, na Anderlecht, Standard, Genk en Club. Toen ik in 2007 tekende bij Gent was het wel de bedoeling dat ik twee jaar later in het nieuwe Arteveldestadion zou spelen. Het is jammer dat het project zo veel vertraging oploopt, want een nieuw stadion is een prima manier om meer inkomsten te genereren. Het was voor mij een van de redenen om voor Gent te kiezen." "Neen, want je weet niet wat er zich allemaal achter de schermen afspeelt. Los van het stadion is het AA Gent waar ik in 2007 aankwam, niet meer hetzelfde als de club vandaag. In principe wou ik maar één of twee seizoenen blijven bij Gent, om dan misschien opnieuw de stap te zetten naar het buitenland. De club stond daar toen ook om bekend, het was de ideale springplank. Maar al snel voelde ik dat er hier iets moois aan het groeien was. Ik wou graag deel uitmaken van dat project en mee bepalend zijn op het veld." "Sportief zijn we stabieler geworden. De laatste drie jaar eindigden we constant bij de eerste drie. Gent is meer een topclub en minder een underdog geworden. Onder Michel Preud'homme werd verliezen abnormaal, en dat is maar goed ook. Ik zou niet lang kunnen functioneren bij een club waar niemand het erg vindt om af en toe eens te verliezen. Ook op extrasportief vlak is het al veel verbeterd, al kan het altijd nog beter. Het eerste seizoen dat ik hier speelde, stonden we in oktober al tot onze enkels in de modder op het oefenveld. Dat is nu gelukkig voorbij." "In de breedte zeker wel. Met ons drukke programma was het een absoluut voordeel dat we konden roteren." "In januari was er het vertrek van Azofeifa. Na de winterstop was het toch even zoeken hoe we dat zouden opvangen. Met Christophe Lepoint kwam er een compleet ander type, hij moet het meer hebben van zijn fysieke kracht en zijn snelheid. Toch werkte dat ook. Maar door zijn beenbreuk moest de trainer nogmaals puzzelen, opnieuw met succes. Meestal speel ik nu naast Tim, met Ljubijankic in de voorste punt van de driehoek." "Ik vind van wel. Ik zal meestal iets meer controleren en Tim iets meer infiltreren, maar we wisselen vaak af. Alleen moeten we opletten in de omschakeling. Ljubijankic werkt hard, maar tegen het einde van de wedstrijd is het voor hem sowieso lastig om meteen naar zijn positie terug te keren. Als de flankspelers dan ook hoog staan, moeten Tim en ik het even twee tegen drie belopen. Maar als iedereen zijn deel van het werk doet, dan staan we heel sterk als team." DOOR BREGT VERMEULEN"Toen ik hier aankwam, stonden we in oktober al met onze enkels tot in de modder op het oefenveld." "Onder Michel Preud'homme werd verliezen abnormaal, en dat is maar goed ook."