Twee dagen voor de wedstrijd tussen KRC Genk en Club Brugge nam John van den Brom uitgebreid de tijd voor een interview met dit blad. Dat is opmerkelijk want trainers doen dat tegenwoordig niet zo snel. Zeker die van de topclubs niet. Vincent Kompany beperkt zich al sinds zijn terugkeer naar Anderlecht tot persconferenties, Frank Vercauteren houdt er vanuit een soort innerlijke onvrede ten aanzien van de media helemaal niet van om interviews te geven en ook de vroeger gemakkelijk bereikbare Philippe Clement trekt daar niet zo snel tijd voor uit.
...

Twee dagen voor de wedstrijd tussen KRC Genk en Club Brugge nam John van den Brom uitgebreid de tijd voor een interview met dit blad. Dat is opmerkelijk want trainers doen dat tegenwoordig niet zo snel. Zeker die van de topclubs niet. Vincent Kompany beperkt zich al sinds zijn terugkeer naar Anderlecht tot persconferenties, Frank Vercauteren houdt er vanuit een soort innerlijke onvrede ten aanzien van de media helemaal niet van om interviews te geven en ook de vroeger gemakkelijk bereikbare Philippe Clement trekt daar niet zo snel tijd voor uit. Zelfs Hein Vanhaezebrouck, normaal altijd beschikbaar en een geboren redenaar, houdt zich op de achtergrond. Het is alsof ze hun gedachten niet willen delen. Terwijl af en toe een langer interview eigenlijk bij hun vak hoort. Ook in een tijd dat er door de uitbreiding van het medialandschap, met al zijn randverschijnselen, steeds meer van hen gevraagd wordt. John van den Brom wilde aan de vooravond van een belangrijke wedstrijd dus wel over het seizoen van KRC Genk praten. Hij deed dat helder en ontspannen. En op het einde van het gesprek zei de Nederlander dat het kampioenschap zeker niet is afgelopen. Dat, zo voegde hij eraan toe, zou vrijdagavond wel blijken. Het klonk zeer overtuigend. Van den Brom had de temperatuur van zijn spelersgroep gemeten. Hij wist wat er leefde. Of de 3-0-zege van KRC Genk tegen Club Brugge alsnog voor een ommekeer zorgt in de Champions play-offs moet worden afgewacht. Als Club Brugge nu twee keer tegen Antwerp wint en KRC Genk pakt in de dubbele confrontatie met Anderlecht geen zes op zes, dan viert blauw-zwart zondag de titel. Maar de één op zes waarmee de kampioen aan deze epiloog van de competitie begon, zet aan het denken. Tegen Anderlecht had Club nog de mentale veerkracht om een achterstand om te buigen, in Genk was dat niet meer het geval vanaf het moment dat Paul Onuachu had gescoord. Terwijl Club in het begin van de tweede helft nochtans de wedstrijd naar zijn hand leek te zetten. Club Brugge werd dit seizoen met veel lof overladen. Terecht want er staat een stevige, zeer professionele structuur en ook op budgettair vlak wordt de kloof met de concurrentie steeds groter. Het is alsof er binnen het Belgisch voetbal op twee snelheden wordt gewerkt. Ondanks enkele haperingen voetbalde Club in de reguliere competitie lang met een aura van onaantastbaarheid. De meeste goals gemaakt en de minste geïncasseerd, zestien punten voorsprong, overtuigender kan een rapport niet zijn. Leidt dit op een gegeven moment tot overmoed? Dat zit niet verankerd in de ziel van deze vereniging. Maar het weinig flitsende voetbal tijdens de laatste wedstrijden van de reguliere competitie viel niet te ontkennen. Club mag zich nog gelukkig prijzen dat het op de slotspeeldag in de laatste vijf minuten RE Mouscron op de knieën kreeg, anders was de voorsprong op dit moment geen vijf, maar vier punten. Veel vakmanschap en fijnzinnigheid zal het van Philippe Clement vragen om de ploeg in deze cruciale dagen weer recht te trekken. Tot dusver verliep de trainerscarrière van Clement, met twee titels in niet eens vier jaar, rimpelloos. Vrijdag reageerde hij heel kwaad op de nederlaag. Maar het volstaat niet om te roepen dat je tegen Antwerp een reactie wil. Club miste in Genk scherpte en heeft verschillende steunpilaren die ver verwijderd zijn van hun beste niveau. Vooral dat moet zorgen baren. Dat het een aanfluiting zou zijn indien Club door de competitieformule en de halvering van de punten de titel niet zou pakken, zoals hier en daar wordt geroepen, is juist. Maar dat doet op dit moment niet ter zake.