De fabrieken gaan failliet in Charleroi
...

De fabrieken gaan failliet in Charleroi En het geld stroomt naar de Maas in Charleroi. Men houdt niet van politiek in Charleroi, Maar men houdt wel van elkaar in Charleroi. Terwijl op een nog donkere woensdagochtend Tom Pintens door de boxen kruipt, schuifelen op de E19 richting Charleroi de auto's in een schildpadtempo weg van Brussel. De voormalige pianist van Zita Swoon laat de tristesse van zijn song druipen. Maar klopt zijn schets? Of versterkt hij alleen het clichébeeld dat in Vlaanderen leeft? De recente hetze binnen het bestuur van Sporting Charleroi en de povere sportieve resultaten van de club vormen een stevige aanleiding om na te gaan of de Zebra's aan het verdrinken zijn in een depressief moeras. De afslag naar Tubeke duikt al op. Wie een veldtraining van Charleroi wil volgen, moet - bizar genoeg - zo'n 45 kilometer ten noordwesten van de stad zijn, in het nationaal centrum van de Belgische voetbalbond. De grasmatten daar zijn van een betere kwaliteit dan die in Marcinelle, de deelgemeente van Charleroi waar de stedelijke oefenvelden liggen die de club vroeger gebruikte. Ook wonen veel spelers dichter bij Tubeke dan bij Charleroi. Het clubbestuur gaf in het verleden vaag aan dat het "een goede regeling" trof over het gebruik van de velden van de bond. De ochtendtraining staat gepland om tien uur. Een kwartiertje op voorhand is Tom Ritchie, de physical trainer, al klaar met zijn werk. De gekleurde potjes en feloranje kegeltjes staan op hun plaats. De najaarszon kleurt het door de dauw fonkelende gras heldergroen. De spelers en andere trainers laten op zich wachten. Pas tegen kwart na tien weerklinkt het geklik van noppen op asfalt. Niet bepaald bruisend van enthousiasme slenteren de voetballers voorbij. Rond halfelf duiken ook assistent-trainer Tibor Balog en hoofdtrainer Csaba László op. Terwijl de spelers hun eerste rondjes beginnen te lopen, trekt een Thalys op de achtergrond een rode streep door het mooie uitzicht op de omliggende streek. " Ecoutez", roept László met een Engels accent, alsof er na de 'c' een sterk uit te spreken 'h' staat. Als hij de eerste oefening echt begint uit te leggen, moet Balog alles naar het Frans vertalen. Die omslachtige manier van werken bijt een grote hap tijd uit de training. Aan de zijkant van het veld ijsbeert welgeteld één supporter, Raphaël Scaillet, 27 jaar. "Vijftig minuten deed ik erover om hier te raken", zegt hij. Scaillet volgt naar eigen zeggen al vier jaar elke match van Charleroi. "In die tijd brokkelde het aantal fans in het stadion serieus af. Het is overal hetzelfde. Als de resultaten tegenvallen, blijft het volk weg." Scaillet volgt met een kritische blik de handelingen van László en zegt: " Jacky Mathijssen zal altijd in het hart van de supporters blijven. Met hem eindigden we twee keer als vijfde." Het was vooral op vraag van de fans dat Mathijssen in de aanloop naar dit seizoen teruggehaald werd. Als de naam van Abbas Bayat valt, de man die Mathijssen wegstuurde, brengt Scaillet een gestrekte wijsvinger voor zijn smalende mond. "Shhtt." Vijf minuutjes later wil Scaillet toch nog wat kwijt: "Vergeet niet dat Abbas geld op tafel legde waardoor we nu nog altijd in de eerste klasse spelen. Zonder hem hadden we geen club meer. Of wel, maar dan een zoals Moeskroen nu." Scaillet zwijgt weer even. " On verra." Intussen laat een man in een wit trainingsjack zich neerploffen op een koude betonsteen. Xavier Donnay heet hij, 39 jaar. "Nee, ik ben geen supporter. Straks rijd ik door naar de training van Brussels en daarna naar die van Anderlecht. Ik train zelf een ploegje in derde provinciale, Sartois. Laat ons zeggen dat ik hier zit om wat geïnspireerd te raken." De spelers beginnen aan een wedstrijdje. "Vergeleken met Mathijssen", zegt Donnay, "heeft deze trainer een groot probleem: de taalbarrière. En zijn vertaler is niet eens een Franstalige. Maar goed, er is tenminste al een vooruitgang in vergelijking met enkele weken geleden. Wat ik toen zag, was echt onrustwekkend. De spelers begrepen László niet en stonden niet open voor hem. Ik denk dat ze Mathijssen nogal fel steunden en dat Jacky's vertrek een shock veroorzaakte waarvan ze even moesten bekomen. "Mathijssen was niet verantwoordelijk voor de penibele situatie. Er is gewoon een gebrek aan kwaliteit. De goede jongens worden verkocht, maar niet op een serieuze manier vervangen. De doelmannen zijn heel jong, de kern is klein en op het offensieve vlak moet er zeker versterking komen." De woorden van Donnay winnen aan kracht terwijl hij ze uitspreekt. In ongeveer een halfuur valt ocharme één goal. László, aan de kant, windt zich niet op. Op geen enkel moment roept hij, wijst hij of grijpt hij in. "Mathijssen hoorde je bij elke bal." Voor de aanpak van Abbas Bayat toont Donnay weinig begrip. "Die rent het veld op en ontslaat de trainer zonder overleg met de rest van het management. Dat is toch geen beslissing die je snel even in de kleedkamer neemt? Bayat is nochtans een businessman. Hij verkocht Chaudfontaine aan Coca-Cola. Dan ben je toch geen imbeciel? Waarom doet hij dan zo in het stadion? Abbas speelt met de mensen. Als zij zeggen dat hij a moet doen, doet hij b, ook al gaat hij daarmee in tegen de ongeschreven regel die zegt dat in voetbal kalmte je het verst brengt. Een trainer moet hier vaak al na enkele maanden vertrekken. Die instabiliteit betaal je cash. Bayat geeft geld, oké, maar hij investeert niet veel. Heeft hij dan het recht om dit te doen met de club?" En de arbeiders zijn moe in Charleroi En de straten zijn wat grijs in Charleroi. Maar de dagen zijn er goed, in Charleroi, Want de mensen hebben tijd in Charleroi.Terwijl de spelers in Tubeke hun voeten onder tafel schuiven, baadt het stadion van Charleroi in de middagzon. Een mens wordt rond het Stade du Pays niet overgoten met een grijze grauwheid. Wel hangen de steile tribunes ogenschijnlijk vervaarlijk boven de omliggende daken. Veel ruimte om te ademen blijft er niet over als een voetbalstadion in het centrum van de stad geprangd ligt tussen huizen. Ook de winkelbuurt wat verderop oogt normaal, met een voor een doordeweekse dag gezond va-et-vient van mensen. Boompjes geven de belangrijkste straten wat kleur, beelden van stripfiguren vrolijken pleintjes op. Een schoonheidsprijs zal het stadscentrum niet gauw winnen, maar afstotelijk lelijk is het ook niet. Natuurlijk is het vale beeld van Charleroi niet uit de lucht gegrepen. Ooit was deze regio met zijn industrie en mijnbouw een economisch trekpaard. Wie met de auto naar de westkant van de stad rijdt, komt terecht tussen aftandse fabrieken, rokende schouwen en sporen voor goederenverkeer. In de meeste gebouwen wordt er nog gewerkt, maar de machines draaien er niet meer op volle toeren. De arbeidershuisjes wat verderop zijn klein en niet bepaald sexy. Uitgerekend in dit deel van de stad zou het nieuwe stadion van Charleroi komen. Het idee is dat zo'n nieuw en groots project deze afgeleefde buurt van vergane glorie kan laten heropleven. De Charleroifans zijn verdeeld over het plan. "Ik vind het een goed idee," zegt Laurent Depris (30), de voorzitter van de supportersvereniging Zebramis. Ook Sébastien Mascitelli, 30 jaar en voorzitter van de Storm Ultras, is niet tegen. "Het stadion van KV Mechelen staat naast een kerkhof, waarom zou het onze dan niet tussen de fabrieken mogen liggen?" Amoury Otoul, 28 jaar en voorzitter van Independant Carolo, draait met zijn ogen. "Het is het vuilste stuk van de stad en er wonen veel immigranten. Misschien gaan zij zeggen: 'Dit is ons gebied.'" Mark Monetti, de 52-jarige voorzitter van de associatie van supportersverenigingen knikt. "Doe je auto daar maar goed op slot. Het is er net Marrakesh." Het idee om met een nieuw stadion een afgetakeld stadsgedeelte op te poetsen kadert in een groter programma. Eerder waren er gelijkaardige, kleinere initiatieven in die richting en werd bijvoorbeeld een oude fabriekshal omgetoverd tot een ruimte waar rockconcerten plaatsvinden. Charleroi tracht ook in Marcinelle, in het zuiden van de stad, de oude trots van de regio nieuw leven in te blazen. Op de plaats waar de grootste mijnramp uit de Belgische geschiedenis plaatsvond, kunnen geïnteresseerden nu terecht in een bezoekerscentrum. Er is een restaurant en je kunt er wandelen langs de steenbergen. Geen toeristische hoogvlieger, maar de regio probeert zo uit het zwarte dal te kruipen. Na het tijdperk waarin Charleroi een motor was van de Belgische economie, raakte de stad de weg kwijt. Nu zoekt hij een nieuw elan dat verleden, heden en toekomst kan verbinden. Terug naar het centrum. Tegenover het belfort van Charleroi draagt een café de toepasselijke naam Au Beffroi. Binnen hebben twee plompe, houten lusters dezelfde kleur als de donkerbruine stoelen die misschien in een ver verleden wel samengingen met de nu gebleekte groene tafelbladen. Aan het raam houdt een bejaard koppeltje de planten op de vensterbank gezelschap. De minzaam ogende cafébaas, een zestiger, zit zelf ook aan een tafeltje, om het gebrek aan leven in zijn etablissement te verdoezelen. Boven hem hangen afbeeldingen en tekeningen van gebouwen in de stad, met ertussenin die van een zebra. Als hij even later koffie serveert in witte mokken met een zwart onderbordje, is helemaal verklapt dat Sporting een van de weinige onderwerpen is die de harten in dit café nog sneller kunnen laten slaan. Naarmate zes uur dichterbij sluipt, waait de deur van Au Beffroi almaar vaker open. Vooral twintigers en dertigers komen binnen. Het geroezemoes in het café zwelt aan. Een jongeman die een zwart-witte pull van Sporting draagt, heeft enkele stokken bij waarop doeken zijn vastgemaakt. Maagdelijk wit, nog eventjes. Straks, als de voorzitters van alle supportersclubs hun gezamenlijke vergadering achter de rug hebben, moet duidelijk zijn welke boodschappen ze zaterdag in het stadion willen tonen. Ook Depris, Mascitelli, Otoul en Monetti komen binnen. "Toen Bayat Sporting redde," vertelt Monetti, "had hij niet de intentie om een voetbalclub over te nemen. Hij zocht een vitrine voor zijn product, Chaudfontaine. Het was een marketingoperatie." Intussen drinkt men Spa in Au Beffroi. Depris: "Abbas is een ondernemer. Hij probeert net genoeg geld in de club te steken om niet te degraderen uit de winstgevende eerste klasse, maar anderzijds investeert hij ook niet te veel, zodat de ploeg het niet te goed doet, zodat de kosten qua premies niet te hoog oplopen. Zijn er dan toch meevallers, spelers voor wie hij geld kan vangen bijvoorbeeld, dan is dat mooi meegenomen." Mascitelli pikt in: "Wij vragen niet om kampioen te worden, maar we spelen wel nog altijd in een competitie. Nu is er geen sportief project. Abbas kan een budget in orde houden, maar een voetbalclub is geen gewoon bedrijf. Sporting is een symbool, het draait om fierheid, historiek en identiteit." Otoul: "Iedereen erkent het werk van Abbas op het financiële vlak. Maar alleen dat is niet genoeg." "Een Carolo is eigenlijk een warm mens", zegt Monetti. "Als je honger hebt, geeft hij je een boterham. Als je kou hebt, geeft hij je zijn hemd. Door Bayat ontstaat er een verkeerd beeld van ons." Hij zucht. "Niemand steunt de voorzitter nog. Daarom eisen wij dat Bayat een redelijke overnameprijs vaststelt en een vertrekdatum opgeeft." Dat lijkt niet iets voor morgen. Hoe langer Bayat blijft, hoe meer schulden van Charleroi afbetaald raken en hoe meer de Iraanse zakenman voor de club kan vangen. De tijd tikt in zijn voordeel. "Tenzij we naar de tweede klasse zakken," merkt Otoul op, "dan is Sporting niets meer waard. Wij zijn niet tegen een degradatie als dat Abbas kan doen vertrekken. Beter in de tweede klasse zonder hem dan in de eerste klasse met hem." Alleman aan tafel knikt. "KV Mechelen zakte ook en kwam ook terug", zegt Monetti. "Als we zo een nieuwe dynamiek kunnen vinden, ben ik voor." Otoul: "Misschien wacht een overnemer ook op zo'n degradatie, zodat de prijs zakt." Want ook daar wringt het schoentje. Tot vandaag is er geen concrete interesse voor een overname. "Als we de Euromillions toch maar eens wonnen ...", mijmert Mascitelli. Terwijl de voorzitters van de supportersclubs hun gal spuien over Bayat, vult een uit 2001 daterend, knap portret van de Iraniër, in een goudkleurige omlijsting, nog altijd een wat verborgen hoekje van het café. Op de ingekleurde tekening stuurt de voorzitter een minzame blik door de glazen van zijn bril, terwijl zijn kin op zijn gevouwen handen steunt. "Waarom hangt dat hier eigenlijk nog, patron?", vraagt een van supporters luid, maar op een grappige toon. De brave cafébaas komt smalend dichterbij. "Ja, wat moet ik daar nu mee doen? Dat kadertje zou ik precies graag houden ..." door kristof de ryck/ beelden: michel gouverneur (reporters)"Beter in de tweede klasse zonder Abbas Bayat dan in de eerste klasse met hem." Amoury Otoul "Jacky Mathijssen zal altijd in het hart van de supporters blijven." Raphaël Scaillet