"Ik doe het momenteel wat rustiger aan, ben eigenlijk met niet zo heel veel bezig", vertelt de 58-jarige René Desaeyere."Natuurlijk blijf ik wel het Belgisch voetbal op de voet volgen. Er zijn ook wat losse contacten in het buitenland. Daar duurt het altijd wat langer dan hier, hé. Maar ik ben nog niet met voetbalpensioen en zeker niet voetbalmoe. Zelfs aanbiedingen van tweede- of derdeklassers sla ik niet af, want ik hou daar alleen maar goede herinneringen aan over. Zelf...

"Ik doe het momenteel wat rustiger aan, ben eigenlijk met niet zo heel veel bezig", vertelt de 58-jarige René Desaeyere."Natuurlijk blijf ik wel het Belgisch voetbal op de voet volgen. Er zijn ook wat losse contacten in het buitenland. Daar duurt het altijd wat langer dan hier, hé. Maar ik ben nog niet met voetbalpensioen en zeker niet voetbalmoe. Zelfs aanbiedingen van tweede- of derdeklassers sla ik niet af, want ik hou daar alleen maar goede herinneringen aan over. Zelf solliciteren doe ik al lang niet meer, de mensen moeten mijn palmares maar kennen. Geld is voor mij geen argument. Als je maar goed kan werken. Dat geeft achteraf nog altijd de meeste voldoening." Zijn laatste Belgische ervaring, in het seizoen 2003/04 bij R. Antwerp FC, liep met een ontslag na acht speeldagen op een sisser af. "Als ik zie waar ze nu staan, dan heb ik het nog zo slecht niet gedaan", oordeelt hij. " Eddy Wauters brengt de club in grote problemen. Er is geen bestuur, geen scouting, het spelermateriaal is pover. Het ontbreekt daar gewoon aan structuur. Twee keer op vijf jaar tijd degraderen, dan kan je moeilijk spreken van een goed beleid. Dramatisch voor de club. Als oud-speler en rasechte Antwerpenaar raakt mij dat diep. Natuurlijk wist ik dat die problemen bestonden, ik heb hen zelfs vaak gewaarschuwd voor dit scenario. Maar ja, de eigenwijsheid haalde het van gezond voetbalverstand. Als ze niet opletten halen ze onder Regi Van Acker zelfs de eindronde niet meer. Ach, het is daar een ongelofelijke puinhoop." René Desaeyere pikt af en toe een competitiewedstrijd van Germinal Beerschot mee en reist geregeld naar de Verenigde Staten, waar zijn dochter woont en werkt. Onlangs woonde hij zelfs een topper in Argentinië bij. Zijn hoogdagen als trainer vierde hij op het einde van de jaren negentig in Zuid-Korea (Ilwah Chumna) en Japan(Cerezo Osaka). "Zalige tijden, want ik kon daar heel professioneel werken", herinnert hij zich. "Ik had er vier assistenten. Ik moest alleen maar trainingsprogramma's maken, observeren en de ploeg opstellen. Je had er een aparte band met de technisch directeur, door wie je was aangenomen en met wie je een duo vormde. Je deelde samen de sportieve verantwoordelijkheid, wat de zaken fel vereenvoudigde. Op zijn steun kon je altijd en overal rekenen. Een belangrijk detail. Het financiële hing niet af van de resultaten. Je werd altijd correct en op tijd betaald. Zelfs bij een ontslag werd alles direct afgehandeld. Schitterend."FV