Onze vroegste herinnering aan Boulogne-sur-Mer dateert van ruim een kwarteeuw geleden. Tussen examens en proclamatie - die ene week waarin je zweeft tussen hoop op drie maanden vakantie en vrees voor een tweede zit - zouden we met een paar lotgenoten naar Le Touquet-Paris Plage fietsen, met tussenstops in Oostvleteren en Boulogne-sur-Mer. Geld om naar het zuiden te trekken hadden we niet, conditie na drie maanden studeren evenmin. Maar het had wel iets exotisch, de eindbestemming, waar mooie schaars geklede Franse meisjes aan onze lippen zouden hangen. Luisterend naar verhalen en misschien wel ietsje meer. En voor fietsen langs de kust had je toch geen conditie nodig. Hooguit wat tegenwind kon ons terugslaan.
...

Onze vroegste herinnering aan Boulogne-sur-Mer dateert van ruim een kwarteeuw geleden. Tussen examens en proclamatie - die ene week waarin je zweeft tussen hoop op drie maanden vakantie en vrees voor een tweede zit - zouden we met een paar lotgenoten naar Le Touquet-Paris Plage fietsen, met tussenstops in Oostvleteren en Boulogne-sur-Mer. Geld om naar het zuiden te trekken hadden we niet, conditie na drie maanden studeren evenmin. Maar het had wel iets exotisch, de eindbestemming, waar mooie schaars geklede Franse meisjes aan onze lippen zouden hangen. Luisterend naar verhalen en misschien wel ietsje meer. En voor fietsen langs de kust had je toch geen conditie nodig. Hooguit wat tegenwind kon ons terugslaan. Viel dat even tegen! Niet alleen lag op etappe twee Boulogne-sur-Mer vanwege wat foute wegkeuzes veel verder weg dan in onze naïeve overmoed gepland, bovendien waren de scenic routes op onze Michelinkaarten verdomd lastig. Met de minuut en de kilometers daalde de sfeer. Want vlak was het allerminst, daar aan de Côte d'Opale. Integendeel. En bovendien reden we westwaarts, beukend tegen een flinke stormwind in. Overigens vielen die Franse meisjes ook zwaar tegen. Of vielen wij tegen, dat laten we in het midden ... Geschiedenis: geen chronologische opsomming van feiten, maar een verzonnen ordening van gevoelens, vermoedens en gissingen. Waarheid die verwelkt. * * * Het flitst allemaal door ons hoofd als we de snelweg verlaten en dalen naar de kust en het centrum van het havenstadje. Bij helder weer kan je van hieruit Engeland zien liggen, zal later die middag Didier Gras bevestigen. Gras werkt als pr-medewerker voor de plaatselijke voetbalclub, US Boulogne. Een ploeg die zich sinds eind mei eersteklasser mag noemen. Hij zit beroepshalve al in de publiciteitssector en bemant met een paar medewerkers een 'schattig' kantoortje. Het bevindt zich op het einde van een industriezone even buiten de stad. Het staat als een giraf op hoge poten stevig verankerd op de klif. Buiten jaagt de wind het zeewater hoog boven de borstwering die de haven en het strand van Boulogne moet beschermen. Een paar honderd meter verder voelen we bij elke windstoot het gebouw van de Editions Punch heen en weer bewegen. Wie hier werkt, kan alleen respect hebben voor de kracht van de natuur. Een paar uur eerder werden we elders in de stad nog verjaagd voor de kracht van de mens. Met man en macht proberen die van Boulogne-sur-Mer immers van hun kleine stadionnetje een voetbaltempel te maken, die de groten uit de Franse Ligue 1 kan ontvangen. Bij ons is vorig seizoen gelachen met Tubeke, maar dat was een vijfsterrenstadion in vergelijking met het stade van deze club. Toch heeft het complex zijn charme, het ligt immers vlak bij de oude stad. Dat gaat straks mooie plaatjes opleveren. Beeld u in: camera achter het doel, in het verlengde van het speelveld staat de toren van de kathedraal en daarachter na een lichte camerazwenking naar het westen de zon die in zee zakt. En op dat moment USBCO - de Union Sportieve de Boulogne Cote d'Opale - dat scoort. Vanaf 16 augustus kan het, Grenoble krijgt als bezoekende club de mogelijke primeur. Maar vandaag is het nog een werf. Zelfs de tribune FranckRibéry. Net als Jean-Pierre Papin een jongen van de stad. Twee jaar geleden ging ze open, zijn tribune. Maar stel u er vooral heel weinig bij voor. Wie niet veel verwacht, kan niet zwaar teleurgesteld worden. Ze schrijven hier een beetje het verhaal van FCV Dender, of dat van Tubeke. Tot voor kort een clubje dat in de lagere regionen van het Franse voetbal verdienstelijk probeerde te zijn. CFA National, onze derde of vierde klasse. Een paar honderd man op de tribune, pintje voor- en achteraf, iedereen tevreden. USBCO, haast een anonieme club. Tot voorzitter Jacques Wattez in 2004 Philippe Montanier, die jarenlang het doel verdedigde bij Caen en Toulouse, als trainer aanstelt. Het blijkt een meesterzet. Montanier wordt kampioen in de CFA en stijgt naar National 2. Met de nodige problemen, want de (strenge) Franse licentiecommissie weigert aanvankelijk de ploeg toe te staan profspelers aan te trekken. Te laag budget. Pas in beroep mag USBCO toch naar tweede klasse stijgen. Maar Montanier is een vakman. In het tweede jaar in tweede klasse maakt hij van zijn team zonder vedetten of budget een hechte ploeg. Iedereen verwacht dat ze op een gegeven moment zullen kraken, maar het gebeurt niet. Integendeel: USBCO wint in de competitie twee keer van de grote streekrivaal Lens en verslaat op 29 mei Amiens met 4-0. Het onverhoopte is een feit: de promotie naar de Ligue 1. Een primeur in de clubgeschiedenis. Jean-Claude Allan wordt er zowaar weemoedig van. In een prefablokaaltje aan de ingang van het Stade de la Libération brengt hij abonnementen aan de man. Als vrijwilliger. Allan: "Jammer dat Montanier vertrokken is. Naar de concurrent uit de streek bovendien: Valenciennes." Hij is fier op zijn ploeg, met in de kern twee jongeren uit de stad. Echte Boulons, zoals ze hier in de streek zeggen. In correct Frans Boulonnais. Vooral Damien Marcq krijgt lof toegezwaaid: een getalenteerde verdediger. Frans jeugdinternational. "Na Ribéry misschien de grootste die we hadden." Papin is ook een Boulonnais, maar hij wordt hier minder gekoesterd. Na de scheiding van zijn ouders volgde JPP zijn moeder, eerst naar Jeumont, later naar Valenciennes. Franck Ribéry is echter wél een kind van het huis. Allan: "We hadden net de visserijfeesten achter de rug, dat was al een heel spektakel, en dan dit! Voor de gemeenschap is dit fantastisch. PSG, Marseille, Bordeaux hier in de stad. Dat gaat wat zijn! Nu praat iedereen in Frankrijk over Boulogne-sur-Mer. Zelfs in België." ( lacht) Club en stad werken nauw samen, want het imago van de regio kan wel wat positief nieuws gebruiken. Boulogne-sur-Mer is vooral een vissersstad en kreeg zware klappen te verwerken. Door Europa opgelegde vangstquota zorgden voor onrust: stakingen, havenblokkades, protest. Mensen die hun broodwinning probeerden te beschermen, haalden hun messen boven. Met 120 boten zijn ze hier nog, langs de Noordzeekust. Zo'n 500 vissers, quasi allen in hun bestaan bedreigd. Net als de visserijfeesten in juli zijn manifestaties tegen nieuwe quota in april traditie geworden. In vijftien jaar zag Frankrijk zijn maximale totalen de dieperik in duiken: van 190.000 ton naar 9000 ton, alleen al voor kabeljauw. Dat hakt in een bevolking, die jaloers kijkt naar de Noorse visindustrie: buiten Europa en dus aan minder beperkingen onderhevig. Dat maakt een mens kwaad en een kwaad mens is tot veel in staat. Dus kwamen in april dit jaar nog grote blokkades van de havens. Niet alleen die van Boulogne, maar ook in Calais en Duinkerke, na Marseille de tweede haven van Frankrijk. Dan doet zo'n positief voetbalverhaal deugd voor het moreel, zegt Allan. Die constateert dat het voetbal dans le Nord marcheert. Met vier zijn ze nu in eerste klasse. Lens, Valenciennes, Rijsel én Boulogne-sur Mer. La vague Ch'ti, titelen de Fransen. Allan steigert daarbij een beetje. "Wij zijn geen Ch'tis! Le Nord en Pas-de-Calais worden in één naam genoemd, maar er zijn héél grote regionale verschillen." Wat is un Boulonnais dan volgens hem? Allan, van Schotse afkomst overigens en dus ook maar aangespoeld: "Een stille, wat koppige man. Niet iemand met de mentaliteit van een Ch'ti. Dit is het noorden van Frankrijk, oké, maar een ander noorden. Het accent alleen al. Heel andere uitdrukkingen, dat ook. En dan dat overmatig drankgebruik, de frietkoten, ... Dat zijn karikaturen. Ik ben er zelfs wat boos om, ze gooien ons allemaal in dezelfde zak. Onze supporters zijn werkmensen, arbeiders vooral, dat is juist. Daarom houden we bewust de prijs van de abonnementen laag. De goedkoopste kosten zestig euro. Staanplaatsen, niet overdekt. Voor dat bedrag krijg je negentien matchen, dat is geen geld." Hij stuurt ons naar La Waroquerie, het oefencomplex. Daar is ook de officiële zetel van de club, het admi-nistratieve centrum. Het is een hele klim vanuit het stadscentrum, maar de moeite waard. In onze rug ligt de zee, in de verte Engeland. Met een beetje geluk, zegt Allan, pikken we nog een training van de A-ploeg mee. Onder leiding van Laurent Guyot, de opvolger van Montanier. Guyot is een nieuwkomer in eerste klasse, uit het opleidingsinstituut van Nantes. Het geeft aan in welke richting de club denkt. Er zitten geen bekende namen in de kern, die hoofdzakelijk bestaat uit Fransen, aangevuld met hier en daar wat Afrikanen. We hebben pech, de training is verlaat en vindt elders plaats. Ook La Waroquerie is een halve werf: er wordt met het oog op een harde winter een synthetisch veld aangelegd, de vers ingezaaide grasvelden moeten nog wat worden gespaard en verder is men ook bezig met de bouw van een centre de mise en forme. Didier Gras is belast met het structureren van de pr rond de ploeg. Hij zegt dat de ambities logischerwijze beperkt zijn: "Het behoud verzekeren, dat is voor ons zoals de Franse beker winnen. Een hele uitdaging. De nieuwe trainer is een bescheiden man, die zich met de korte termijn gaat bezighouden. Elke wedstrijd gaat énorm zijn. Daarom wil hij zijn ploeg vooral fysiek voorbereiden op een lang en zwaar kampioenschap. "In de Ligue 2 hadden we een goeie ploeg én wat geluk. Maar als je het hele seizoen overloopt, zie je wel dat de ploeg nooit onder de achtste plaats zakte en meestal in de top vier stond. Achteraf bekeken is het niet zo'n grote verrassing dat we promoveerden." Gras vindt dat de ploeg gerust meer zelfvertrouwen mag tonen. "Waarom zouden we minder zijn dan clubs als Guingamp, Auxerre of Lorient? Boulogne moet die steden niks benijden, we zijn zelfs niet de kleinste stad in eerste klasse. Wel hebben we het kleinste budget maar bon, twintig miljoen euro is niet niks." Hij wil geen somber verhaal ophangen. Boulogne herleeft. Er is opnieuw een ferry naar Engeland. Uitgebaat door een maatschappij van de Louis-Dreyfusgroep. Gras: "De Kanaaltunnel heeft veel afgepakt, net als de haven van Calais. Maar de Boulonnais is harde uitdagingen gewoon." In Oostende zei voorzitter EddyVergeylen altijd: uit de zee komt alleen vis, geen fans. Dat is het nadeel van een kustteam. Gras lacht: "En op Engelsen moeten we ondanks de ferry ook niet rekenen, denk ik. Uiteraard is dat een handicap, maar anderzijds: tussen Duinkerken en hier wonen ongeveer 600.000 mensen. Volk genoeg om een stadion te vullen. We moeten de belangstelling nu gaande houden. Ik denk dat we met een verhaal naar buiten moeten komen dat verder gaat dan het resultaat van de wedstrijd." En aan welk verhaal denkt hij dan? Gras: "Dat van de kleine garnaal die zich meet met de grote vissen, en ver staat van de footbusiness. Een geest van solidariteit, van de mensen van de zee ..." Hij ziet zijn ploeg als ambassadeur van een regio. Gras: "Die visquota, dat is iets waaronder we lijden, wij steken dat niet weg. Misschien kan onze club er wat toe bijdragen dat de dialoog tussen Parijs - of Brussel - en deze stad iets makkelijker wordt. Ook omdat onze voorzitter iemand is die de taal van de mensen van de zee spreekt. Ze kunnen hier hard zijn in de verdediging van hun belangen. Omdat ze niets hebben! Frankrijk is een land van landbouwers. Elders behoort de grond ze toe, die gaat over van generatie op generatie, die is wat waard. Een ouvrier van de zee heeft niks, bezit niks, moet elke dag dat water op ..." Vorig weekend begonnen ze aan hun eerste seizoen in de Ligue 1. Gras: "Ik ga niet op alle verplaatsingen mee, maar een paar wil ik toch zien. Onze ploeg, die in het Stade Vélodrome van Marseille het veld opkomt ... dat moet mythisch zijn. ( lacht) De mensen hier zullen door het voetbal voelen dat ze ook op een ander niveau meetellen. Dat alleen al maakt de promotie zo mooi." door peter t'kint - beelden: michel gouverneur (reporters)Wij zijn géén Ch'tis.Jean-Claude Allan