Twee weken hebben Leonardo Bertone en Michael Frey kunnen genieten van een 'normaal' leven in België. Ze werken in het Waasland, de ene op het middenveld, de ander in de spits, maar de twee Zwitsers wonen in Antwerpen. Michael Frey: 'Antwerpen beviel ons super goed, maar na goed twee weken ging, van de ene dag op de andere, alles dicht. Hopelijk zien we tegen het einde van het seizoen nog een beetje van dat mooie terug.'
...

Twee weken hebben Leonardo Bertone en Michael Frey kunnen genieten van een 'normaal' leven in België. Ze werken in het Waasland, de ene op het middenveld, de ander in de spits, maar de twee Zwitsers wonen in Antwerpen. Michael Frey: 'Antwerpen beviel ons super goed, maar na goed twee weken ging, van de ene dag op de andere, alles dicht. Hopelijk zien we tegen het einde van het seizoen nog een beetje van dat mooie terug.' Maar klagen hoor je ze niet, want ze snappen dat ze geprivilegieerd zijn: ze kunnen hun vak uitoefenen, al is het in soms vreemde omstandigheden.' Leonardo Bertone: 'Je warmt op, pompt jezelf op voor de aftrap en dan...' Frey vult aan: 'Zie je buiten een leeg stadion. Dat is nog steeds even schrikken, alsof het een vriendschappelijke wedstrijd is.' Bertone: 'Maar zo is het op dit moment overal in Europa, zelfs daarbuiten: leren leven met beperkingen. Ook in Zwitserland zijn restaurants dicht en is er opnieuw sprake van een complete lockdown, met winkels die zullen dichtblijven. Gezond blijven, is nu het belangrijkste.'Zes maanden in België. Wat zijn jullie eerste indrukken? LEONARDO BERTONE: 'Interessante maanden. Spannende ook; nieuwe cultuur, nieuw voetbal. Ik denk dat we ons allebei nog iets meer moeten aanpassen aan wat ze hier van een voetballer vragen, om nog beter te renderen.' MICHAEL FREY: 'Dat denk ik ook. Elke week toch wat nieuws: andere tegenstander, verschillende velden en omstandigheden.' BERTONE: 'De sterkte van de Jupiler Pro League is het fysieke, vind ik. Je moet hier stevig en fit zijn. Veel loopvermogen hebben, dat ook. En ik vind de kwaliteit behoorlijk hoog, bij elke ploeg. De spanning hier, bij elke match, verraste me. Alles ligt zeer dicht bij mekaar.' FREY: 'Ik vind dit een technische competitie. Veel technisch sterke spelers, dat is in mijn ogen het grootste verschil met de Zwitserse. Ook behoorlijk offensief.' BERTONE: 'Omdat het zo snel gaat, valt het misschien niet zo op, maar analyseer eens goed de spitsen in België: de manier waarop ze de bal meenemen, hun eerste controle... Die is echt goed. Een groot verschil met de competities waarin ik vroeger speelde.' Michael, soms voel ik medelijden met jou. Het is een eenzame strijd, diep in de spits van Waasland-Beveren. FREY: 'Soms, ja... Dat is mijn lot: strijden voorin. Maar tegelijkertijd kan ik daar ook van genieten, van dat wroeten en werken. Het zou voor mij iets makkelijker zijn moest de ploeg wat meer in de zestien zijn, maar daar werken we aan.' BERTONE: 'We steken veel energie en kracht in het verdedigen, onze omschakelmomenten zijn meestal de counter, met twee, drie spelers. Dat betekent dat er veel afstand moet worden overbrugd en dat Michael vaak slechts één speler in zijn buurt heeft om een bal aan kwijt te kunnen. Dat moet nog beter, we moeten er compacter uitkomen, om Michael wat beter te ondersteunen.' Kunnen we dan stellen dat jij belangrijker bent voor de ploeg vanwege je werklust dan met je goals? FREY: 'Ik scoor graag, maar op dit moment is werken belangrijker. Frustrerend? Neen, wie onze wedstrijden bekijkt, ziet mijn belang. Een goeie laatste pas of anderen aan de klap houden telt ook.' Jullie groeiden beiden op in de buurt van Bern. Leonardo ten noorden van de stad, Michael in het zuiden. BERTONE: 'We kennen mekaar al heel lang, van bij de nationale jeugdploegen. De eerste selecties dateren van ons dertiende. Bij onze ploegen stonden we in het begin vaak tegenover mekaar: ik voetbalde voor Young Boys, hij voor Thun, voor hij ook bij YB belandde. FREY: 'Ik geloof dat we meer dan 100 profwedstrijden samen speelden in Zwitserland.' Beoordeel mekaar eens: kwaliteiten eerst. FREY: 'Leonardo heeft een ongelooflijk positieve instelling. Altijd goed gezind, iemand die daarmee de hele ploeg besmet. ( lacht) Ook een goeie laatste bal.' BERTONE: 'Ik speel graag als doppel sechs, met wat offensieve vrijheid, want een zes die alleen voor de verdediging blijft, dat is niks voor mij. Ik heb te veel energie, ik moet van box naar box kunnen lopen. De kwaliteit van Michael is zijn mentaliteit. Arbeitsmoral, ook naast het veld. Hoe die zich altijd en overal inzet... dat heb ik zelden gezien. Dat vechten voor het team is zijn sterkte. Michael is zelden gefrustreerd.' Nu het vervelende: wat zijn de zwaktes? FREY: 'Geen idee.' BERTONE: 'Komaan, geen probleem, ik kan er tegen!' FREY: 'Oké dan. Zijn sprint. Het is, even denken, geen Cristiano Ronaldo. ( beiden lachen) Hij moet ook niet de snelste zijn op zijn positie, maar het spel goed lezen. Andrea Pirlo liep in zijn tijd ook negentig minuten tegen hetzelfde tempo, maar dan nog was hij duizend keer beter dan de anderen.' BERTONE: 'Bij Michael zie ik een positieve zwakte: zijn eergierigheid. Als we afwerken op doel en er gaan naar zijn gevoel te weinig ballen binnen, blijft hij doorgaan. Desnoods tot hij er bij neervalt. Dat beter inschatten en doseren, moet hij nog leren, vind ik. Hij kan vermoeiend fanatiek zijn.' FREY: 'Je hebt gelijk.' Bij YB Bern streden jullie voor Europese tickets, de titel zelfs. FREY: 'We hebben er zowel de Europa League als de Champions League gespeeld... Het is een ploeg die we in ons hart dragen. Daarbij komen veel emoties kijken. In 2013 was ik belofte van het jaar in Zwitserland en dat had met Bern te maken.' BERTONE: 'Toen we er doorbraken, was Basel het grote voorbeeld. Wij hebben geleidelijk de kloof kunnen dichten. Niet van vandaag op morgen: het was een lang proces met veel transfers in de groep en veel wissels op bestuurlijk niveau, maar uiteindelijk viel alles in de plooi. Er kwamen intelligente spelers bij en nadat we drie keer tweede werden, pakten we in 2018 en 2019 de titel. Wat we nodig hadden was sportieve rust. In mijn ogen is het belangrijkste voor succes rust in en rond een team: dan kun je doorwerken.' Zwitserland deed het de voorbije jaren goed in het internationale voetbal. Hoe verklaren jullie die opgang? FREY: 'Ik denk dat je een onderscheid moet maken tussen de nationale ploeg en de liga. De nationale ploeg heeft vooruitgang geboekt. De liga ook, maar minder. Wat we nog missen is met de nationale ploeg een grote coup plegen: op een tornooi een finale of een halve finale halen. Dat moet in de komende tien, twintig jaar het doel zijn.' BERTONE: 'Ik denk dat de evolutie te maken heeft met de kansen die het moderne voetbal biedt: goeie voetballers vertrekken overal sneller naar het buitenland, passen daar hun niveau aan, en brengen die ervaring mee naar de nationale ploeg. Technisch zijn we ook beter geworden. Alle jeugd van YB traint op kunstgras, elders is dat bij een paar ploegen ook zo. Bij twee, drie teams kun je ook behoorlijk verdienen. YB, Basel, Sion... Maar elders word je niet rijk met voetballen in Zwitserland.' Leonardo, wat zet een Zwitser van 24 die met Bern twee keer op rij kampioen wordt aan om in de MLS te voetballen? BERTONE: 'Spanning? ( lacht) Bij YB had ik al mijn kinderdromen waargemaakt. Prof geworden, kampioen gespeeld, Europees gehaald en toen de Champions League. Wauw. Toen dacht ik: en nu? Ik vond dat ik mezelf moest heruitvinden, écht testen. Waar ligt de grens? Toen kwam er een zeer attractief aanbod uit de VS. Naar Amerika was op zich al mooi, maar het project dat ze me voorstelden, ook. Ik dacht: twee jaar Cincinnati, en als ik daar succes kan hebben, komt er misschien een aantrekkelijker bod. Ik zag het ook weer als volwassen worden, ver weg van vrienden, van familie.' Ben je avontuurlijk? BERTONE: 'Ja. Maar na een jaar zag ik wel: dit is een team zonder structuur. Catastrofaal. Ik wilde in de MLS blijven, maar naar een andere ploeg kon ik niet; ze hadden een te hoge prijs op mijn hoofd gehad.' Hoe was Ohio, leven in de rust belt van de VS? BERTONE: 'Ik kreeg wat ik wilde: avontuur. Er heerste een zeer rare structuur binnen de stad: het getto en het financiële hart lagen vlakbij mekaar. Het maakt Cincinnati spannend en levendig. Open mensen, maar speciaal: een beetje rauw, hard... Ik heb er veel beleefd, warme verhalen, maar ook harde. Vooraf hadden ze me gezegd: het mooiste aan de VS is het vliegen en het zien van het land. Dat klopte. Je bent als voetballer in de MLS vaak weg van huis, je ziet alle staten, heel veel steden. Maar na een tijd raak je dat euforische kwijt en zie je het tijdsverschil en -verlies en de energie die je moet steken in reizen. We hadden een slechte ploeg, die pas was gepromoveerd, maar eens je een licentie hebt, kun je niet zakken. Druk was er niet, je mag verliezen. Het voetbal was leuk, zeer dynamisch, zeer fysiek. Veel show ook. Waarin ze mijlenver voorliggen op Europa is de infrastructuur: enorme stadions, prachtige trainingsvelden.' Michael, jij had een 'normale' carrière, met transfers binnen Europa. Op je 20ste naar Lille, op je 24ste naar Fenerbahçe. FREY: 'Mijn eerste half jaar in Frankrijk was nog goed, maar toen brak ik mijn voet en na een nieuwe aanloop werd het moeilijker. Daarom ben ik teruggekeerd naar Zwitserland. Fysiek stond ik toen nog niet zo ver als nu. Ligue 1 vroeg dingen van mij waar ik nog niet klaar voor was. Daar zijn mijn ogen open gegaan; ik zag dat ik hard moest werken. Turkije, vier jaar later, was ook een avontuur. Ik vond Istanboel fantastisch en Fenerbahçe een enorme club in dat land, vergelijkbaar met Real Madrid voor Spanjaarden. Overal in de wereld leven Turken. Zelfs hier in België herkennen fans van Fenerbahçe me op straat eerder dan fans van Waasland-Beveren ( lacht). De derby tegen Galatasaray zal me altijd bijblijven. Het lawaai was zo intens dat je jezelf niet hoorde schreeuwen op het veld. In hun competitie zitten veel routiniers, die het hard spelen. De Turkse eerste klasse is een harde competitie. En overal is de komst van Fenerbahçe een volksfeest. Uitverkochte velden, veel emotie...' Hoe was Istanboel? FREY: 'Anders voor een toerist dan voor een voetballer, denk ik. Je kon er niet over straat gaan zonder tien keer te worden gestopt voor een foto. Voetbal is er een drug voor de fans, voor de kranten... Het verkeer is er verschrikkelijk; wat elders tien minuten kost, betekent daar een uur. Altijd file, om het even hoe laat het is. Maar verder: super. In restaurants moest je als voetballer vaak minder betalen, of zelfs helemaal niet. Het is oké, wuifden ze dan. Het probleem bij Fenerbahçe was de onrust. Ik kwam onder Phillip Cocu en met Damien Comolli als Sportchef, maar daarna werd gewisseld en werd ik uitgeleend. Eerst aan Nürnberg en nu aan Waasland-Beveren.' Hoe komt dat binnen bij een speler? FREY: 'Je moet daar rustig onder blijven, zij beslissen. In een eerste fase was ik ontgoocheld, maar daarna moet je de knop omdraaien en de positieve dingen zien: ik zou meer gaan spelen, en, zeker hier in België, bekijken meer mensen me dan wanneer ik nog in Turkije zou voetballen. Ik ben 26, ik moet spelen. Ik lig hierna nog een jaar onder contract, wellicht zullen ze me proberen te verkopen. Het is aan mij om hier nog drie maanden Vollgas te geven. Daarna zien we wel.' Hoe belandden jullie in Beveren? BERTONE: 'In de zomer had ik een paar mogelijkheden en toen kreeg ik plots een telefoontje van mijn zaakwaarnemer: 'Wat denk je van België?' Ik heb relatief snel ja gezegd. Ik had totaal geen besef van het voetbal hier, maar mijn doel is altijd hetzelfde: indruk maken en me bewijzen in een land dat ik niet ken. Dat avontuurlijke steekt dan weer de kop op. Dat zijn processen die je meeneemt in je leven waardoor je je persoonlijkheid steeds meer versterkt. Ik hou van verantwoordelijkheid nemen. Ik strijd ook graag en dit is een team waar je moet vechten. Dat onbekende lokte me.' FREY: 'Mij ook.' Wat hebben jullie de voorbije tien jaar van deze ploeg bekeken? Altijd vechten tegen de degradatie. Schrikte dat niet af? BERTONE: 'Ik heb de stand bekeken van dit seizoen, maar eigenlijk maakte dat niet zoveel uit. De andere jaren heb ik niet bekeken, aan het verleden kun je toch niks veranderen.' Went verliezen? ( In koor): 'Nooit.' BERTONE: 'Je blijft het haten. Maar het maakt wél dat een zege mooier wordt, als die dan toch eens komt.'