De vraag wordt gesteld met een vanzelfsprekendheid die Rafael van der Vaart zijn hele leven al typeert. 'Je eet toch nog wel een hapje mee', wil hij weten, terwijl zijn moeder Lolita de tafel dekt en vader Ramon in de keuken gehaktballetjes staat te braden. Hier, in zijn ouderlijke woning in Beverwijk, is de mallemolen van het topvoetbal heel ver weg. Zoon Damian meldt zich via Facetime vanuit Duitsland om te vertellen over zijn training bij SC Victoria Hamburg eerder die dag. Kort daarop legt Van der Vaart contact met Arnhem, waar zijn dochtertje Jesslynn op schoot zit bij haar oma en vrolijk in de camera zwaait.
...

De vraag wordt gesteld met een vanzelfsprekendheid die Rafael van der Vaart zijn hele leven al typeert. 'Je eet toch nog wel een hapje mee', wil hij weten, terwijl zijn moeder Lolita de tafel dekt en vader Ramon in de keuken gehaktballetjes staat te braden. Hier, in zijn ouderlijke woning in Beverwijk, is de mallemolen van het topvoetbal heel ver weg. Zoon Damian meldt zich via Facetime vanuit Duitsland om te vertellen over zijn training bij SC Victoria Hamburg eerder die dag. Kort daarop legt Van der Vaart contact met Arnhem, waar zijn dochtertje Jesslynn op schoot zit bij haar oma en vrolijk in de camera zwaait. Tussendoor schakelt Van der Vaart met een producer van de NOS voor overleg over de komende uitzending van Studio Voetbal en gidst hij telefonisch een productieteam van de Duitse televisie richting Beverwijk. Zij komen op bezoek vanwege zijn naderende deelname aan een dartwedstrijd van prominenten op tv-zender ProSieben. 'Dat je niet denkt dat ik niks te doen heb tegenwoordig', lacht Van der Vaart als hij aan de eettafel aanschuift. Zijn nieuwe leven begon donderdag 1 november 2018. Dat was de dag waarop Rafael van der Vaart zijn voetbaltas in een hoek smeet en besloot dat het mooi was geweest. In gedachten gaat hij terug naar dat moment, in het Deense stadje Esbjerg. En begint te vertellen: 'Kijk, in de periodes van fitheid was ik aan de bal nog steeds de beste. Dat is ook niet zo heel moeilijk in Esbjerg. Dan genoot ik met volle teugen. Maar ik had steeds vaker last van pijntjes en kleine blessures. Vaak een dag voor de wedstrijd. Net als ik dacht weer lekker aan spelen toe te komen. Dan ging ik voor de zoveelste keer een herstelperiode in. Je weet, ik ben nooit in feeststemming de gym ingegaan. Voor mij is het altijd om dat groene matje en die bal gegaan. Maar goed, soms moet je door die zure appel heen bijten voordat je weer kunt doen wat je het liefste doet. Alleen: het gebeurde steeds vaker dat ik terugviel met een spierblessure of wat dan ook. Op een gegeven moment zei ik tegen mijn vriendin: 'Nog één blessure en dan ben ik er klaar mee.' Kort daarop gebeurde het. Tijdens een training schoot het in mijn kuit. Ik ben naar de kleedkamer gelopen, heb mijn spullen gepakt, ben direct naar huis gegaan en bij binnenkomst zei ik tegen Estavana: 'Ik kap ermee.' Dat had ik niet eens hoeven zeggen, vertelde ze later, want ze had het al aan mijn hoofd gezien. Ze begreep het meteen, gaf me een knuffel en zei dat het goed was zo. Daarna heb ik een berichtje aan mijn vader gestuurd. Ik kende zijn droom dat ik zo lang mogelijk profvoetballer zou zijn. Dus ik eindigde mijn bericht met: 'Het spijt me.' Zijn reactie was geweldig. Ik mocht van hem geen spijt betuigen, omdat ik zo'n prachtige carrière heb gehad waar hij ontzettend van heeft genoten. En zo is het ook. Ik merkte meteen dat ik de juiste beslissing had genomen. Ik voelde opluchting.' 'Ik zie mezelf terug in mijn zoontje Damian, die in Hamburg woont. Twaalf jaar is hij nu en voetbal is alles voor hem. Het is traditie dat we samen een uur gaan trainen, elke keer als we bij elkaar zijn. Hij is rechtsbenig en snel. Ha, wat dat betreft zijn we dus tegenovergesteld. Vroeger was Damian een ventje dat de kat rustig uit de boom keek, maar inmiddels is het een zelfbewuste jongen. Dat heb ik hem meegegeven in de opvoeding: geloof in jezelf. Ik ben daarmee opgegroeid bij Ajax. Daar leer je dat je de beste bent omdat je bij Ajax speelt. Ik kan me goed voorstellen dat die arrogantie weerstand oproept bij mensen van andere clubs. Maar voor jezelf is het goed zelfvertrouwen te hebben en uit te stralen. Bluf maakt meer indruk dan wanneer je met hangende schouders op het veld staat. In mijn spel kon je dat ook wel terugzien volgens mij. Ik wilde altijd de bal hebben en de boel regelen. Ook toen ik in Oranje als jonkie op een middenveld speelde met mannen als Clarence Seedorf en EdgarDavids. In mijn debuutwedstrijd bij Ajax wilde ik de vrije trappen meteen al nemen. Snap je? Ik was overtuigd van mijn voetbalkwaliteiten en wilde dat laten zien. Als jong talent had ik nog niet zoveel praatjes, maar op het veld durfde ik des te meer. In mijn beginperiode bij Oranje merkte ik dat het meest. In de trainingskampen voelde ik me de eerste jaren heel ongemakkelijk. Ik had zó veel respect voor de ervaren internationals. Daar werd ik letterlijk stil van.'Je had me in die eerste periode moeten zien zitten, tijdens de maaltijden bij Oranje. Ik sprak geen woord aan tafel en kreeg geen hap door mijn keel. Bang om de verkeerde dingen te zeggen. Bang ook om te smakken en dan afgezeken te worden. Dan at ik liever een broodje op mijn kamer, in mijn eentje. De enige dingen waarvan ik volop kon genieten, waren de trainingen en de wedstrijden. Dan voelde ik me vrij en kon ik laten zien wat ik met een bal kon. Op het veld ben je allemaal gelijk en kun je de bal het verschil laten maken. 'Mijn allereerste training bij HSV zal ik nooit vergeten. Mijn eerste buitenlandse avontuur, de club had veel geld voor me betaald, noem het allemaal maar op. Dus ik wilde mijn nieuwe ploeggenoten meteen laten zien waarom ze mij zo vaak mogelijk moesten aanspelen. Tijdens de eerste trainingspartij ging ik helemaal los: acties maken, passes versturen, ik schoot een paar ballen vanaf dertig meter in de kruising. Dan ben je binnen. Ook in de eerste oefenwedstrijden ging het lekker en toen brak de gekte los. Iedere dag krantenpagina's vol, er ontstond een run op shirtjes met mijn naam. Ik was bij Ajax wel wat gewend qua aandacht, maar in Duitsland was het de overtreffende trap. Prachtig om mee te maken in zo'n groot voetballand.' 'Bij Real Madrid merkte ik dat mijn status anders was. Niet heel gek natuurlijk, bij de grootste club van de wereld. Maar ik moest wennen aan het rotatiesysteem. Had ik een hattrick gemaakt tegen Sporting Gijón, werd ik een week later doodleuk op de bank gezet. Zonder uitleg of zo. Daar werd ik onrustig en zelfs een beetje onzeker van. Maar ja, Real Madrid is geen club waar je bij de trainer gaat aankloppen om te vragen hoe het allemaal zit. Na mijn eerste seizoen ging Real ook nog eens stevig de transfermarkt op. Cristiano Ronaldo kwam, Kaká ook. Dan weet je dat het moeilijker gaat worden. Helemáál toen ik te horen kreeg dat ik mocht vertrekken. Want dat wilde ik niet. Dat heb ik de nieuwe trainer, Manuel Pellegrini, toen ook gezegd. Ik ben als een beest gaan trainen. Net zolang tot mijn ploeggenoten zeiden dat ik een nieuwe kans verdiende. 'In de vierde speelronde was het zover: op bezoek bij Villarreal mocht ik invallen. In die tien minuten heb ik meer sprints getrokken dan ik normaal in een hele wedstrijd deed. En ik pikte een assist mee. Vanaf dat moment ben ik weer gaan spelen. Dat gaf me echt een fantastisch gevoel. Dat zag je terug in mijn spel. Voor mijn gevoel vloog ik over het veld en ik begon ook weer goals en assists te leveren. Later dat seizoen viel ik tóch een keer buiten de selectie, voor een Champions Leaguewedstrijd tegen Olympique Lyon. Toen werd Ronaldo boos op de trainer, hij vond dat ik er gewoon bij moest zijn. Dat was een mooi compliment. Op die periode ben ik echt trots. Tijdens de seizoensvoorbereiding moest ik apart trainen en werd mijn rugnummer afgenomen. Ik had me teruggevochten. Bij een andere club had ik misschien eerder mijn biezen gepakt. Maar kom op hé, Real Madrid... Daar vecht je tot het uiterste. 'In de periode daarna heb ik ontzettend genoten van mijn tijd bij Tottenham Hotspur. Week in week uit alleen maar topwedstrijden spelen, in een moordend tempo, met een ploeg waar fantastisch veel voetbalvermogen in zat. Waarin ikzelf met goals en assists belangrijk kon zijn. Dat zie ik als mijn beste periode. De wisselwerking met spelers als LukaModric en Gareth Bale, dat liep als een trein. Dan kost voetballen geen enkele moeite. Vanaf de allereerste wedstrijd was dat raak. Ik kwam daar vlak na het WK in Zuid-Afrika. Het hoogtepunt en meteen ook het dieptepunt in mijn carrière. Het bereiken van een WK-finale is voor maar heel weinig mensen weggelegd en de route erheen was onvergetelijk mooi. En toen was daar de anticlimax. De verloren WK-finale begint me steeds meer pijn te doen. Een paar jaar later werd ik bij HSV herenigd met Bert van Marwijk. Hij had hetzelfde. We spraken er vaak over, met een wijntje erbij. En hoe meer wijn er in ging, hoe emotioneler we werden. 'Maar wat overheerst nu ik kan terugblikken, is hoe ik heb genoten van mijn spelerscarrière. Bij schitterende clubs gespeeld, in heerlijke steden gewoond, met Oranje prachtige dingen meegemaakt. Dat pakt niemand me ooit af. En nu geniet ik van de vrijheid. Wedstrijdjes van Damian bekijken in Hamburg, bij de wedstrijden van Estavana ( Nederlandse handbalster die voor Team Esbjerg speelt, nvdr) op de tribune zitten, het televisiewerk vind ik leuk om te doen. Toen ik nog voetbalde leek me dat een raar leven, in de media rond het voetbal werken. Dat rondhangen in perskamers met een pasje om je nek en een kop koffie in je hand. Ik vroeg me altijd af waarom jullie zo vaak naar koffie ruiken. Nu sta ik daar zélf bij wedstrijden van Oranje, met een pasje om mijn nek, stinkend naar koffie.' 'Van nature ben ik geen zeikerd. Dus ook als analist kijk ik vooral naar de mooie dingen van het spel. Naar spelers met een fraaie techniek en met lef in hun acties. Ik heb geluk met de huidige opleving van het Nederlands elftal. Dat vind ik leuker om te bespreken dan een gemist eindtoernooi. Als het slecht is, zal ik dat natuurlijk gewoon benoemen, je moet de kijkers nooit voor de gek houden. Dat vind ik ook heel sterk aan Ronald Koeman als bondscoach: hij heeft een heel realistische kijk op het spel en de prestaties. 'Ik heb Koeman natuurlijk meegemaakt als trainer bij Ajax. Toen vond ik hem ook al heel sterk. We hebben destijds onze akkefietjes gehad, maar dat had vooral te maken met de fase waarin ik toen zat. Ik was nog niet helemaal volwassen, ik was best een eigenwijs ventje in die tijd. Ik dacht heel simpel: een die me opstelt is een topper, een trainer die me op de bank zet is een lul. Als je er achteraf in een breder verband naar kijkt, was Koeman bij Ajax al een heel goede trainer. Kijk alleen al naar de manier waarop hij ons tactisch en mentaal prepareerde voor wedstrijden in de Champions League. Of we nou tegen Valencia of AS Roma of AC Milan speelden: hij bedacht een strijdplan waardoor we ook tegen op papier sterkere tegenstanders kansrijk waren. Hij bood pure kwaliteit.' 'Ooit wil ik ontdekken of het trainersvak iets voor me is. Eerst wil ik nog even genieten van mijn vrije leventje. En volgens mij ben ik nu nog te veel romanticus om trainer te worden. Als ik zie dat Isco op de bank zit bij Real Madrid en Casemiro wél altijd speelt, dan begrijp ik daar helemaal niets van. De liefhebber in mij zou altijd Isco als eerste op het wedstrijdformulier zetten. Terwijl het voor de balans misschien inderdaad beter is om soms andere keuzes te maken. Ik zou het liefst elf Isco's of elf Van der Vaarts opstellen. Lekker voetballen. Maar dan sta ik als trainer vrij snel weer op straat waarschijnlijk. Als tv-analist merk ik nu ook dat ik niet alleen maar van mijn eigen voorkeuren kan uitgaan. Soms hoor ik iemand heel enthousiast praten over een controlerende middenvelder: dat die zo belangrijk is voor de balans en zo goed in de omschakelmomenten. Dan is mijn eerste gedachte: het zal wel. Ik leer nu beter te kijken naar het bredere perspectief. Want je moet alles kunnen benoemen en analyseren als je voor de camera staat. Dat vind ik een interessant proces. Al zal ik de nadruk blijven leggen op de spelers die het verschil maken. Bij de voetballers van wie ik het meest geniet, hebben de linkspootjes nog een extra streepje voor. Ik weet niet wat het is. Vaak zijn dat voetballers met een mooie techniek, creatieve jongens die onverwachte dingen doen in het veld. Het oogt allemaal net wat sierlijker. 'Ik probeer op tv een balans te vinden tussen mijn eigen spelersvoorkeuren en het grotere geheel. Ik vind wel dat je ook bij het analyseren dicht bij jezelf moet blijven. Je zult mij niet snel met computermodellen en ingewikkelde datagegevens in de weer zien gaan. Bij Midtjylland kreeg ik ineens een halve computer om mijn lijf gehangen, in een soort tasje. Of ik dat tijdens wedstrijden wilde omdoen. Nou, dat dacht ik niet, ik heb dat tasje meteen in een hoek gegooid. Kom op man, je hebt toch ogen in je hoofd? Zo konden ze zien hoeveel sprintjes ik trok en welke kant op en weet ik veel. In mijn geval hoefde je niet te meten hoeveel ik sprintte: dat gebeurde vrij weinig namelijk. Ik zei dat we eerst maar eens moesten proberen de bal naar dezelfde kleur te spelen. Dat leek me nuttiger. Het zal wel typisch iets van mij zijn. Voor mij begint en eindigt alles met de bal.'