In Kortrijk waren ze ervan overtuigd dat zeker op langere termijn Yves Vanderhaeghe een betere coach voor hen is dan Glen De Boeck, toen ze tijdens de interlandbreak na de heenronde verrassend tot een trainerswissel overgingen. Na zijn ontslag bij KAA Gent was Vanderhaeghe vrijgekomen en van zodra bleek dat hij geïnteresseerd was om terug te keren naar de club waar hij zijn trainerscarrière begon, wilden ze niet langer wachten en het risico lopen dat hij elders zou tekenen. Maar het was afwachten hoe de wissel op korte termijn zou uitpakken en wat de reacties daarop zouden zijn. Vooral omdat ze met De Boeck een trainer buitenzetten die het vorig seizoen buitengewoon goed deed en die dit seizoen met zijn ploeg weliswaar een wisselvallige heenronde kende maar niet in die mate dat een trainerswissel zich voor de buitenwereld absoluut leek op te dringen.

Maar Vanderhaeghe maakt niet alleen zijn reputatie van goeie peoplemanager waar, hij pakt ook meteen meer punten dan zijn voorganger. Van zijn vier wedstrijden won hij er drie en speelde hij één keer gelijk (bij de leider). In de beker plaatste KVK zich tegen Zulte Waregem voor de kwartfinale en in de drie competitiewedstrijden onder zijn leiding pakte het 7 op 9, wat 6 punten meer is dan in de heenronde onder De Boeck tegen dezelfde tegenstanders - KV Oostende, Royal Excel Mouscron en KRC Genk. In de heenronde werd slecht één keer thuis gewonnen, nu al twee keer na elkaar.

Bij zijn aanstelling pleitte hij voor meer realisme, voor een spelstijl met minder risico's bij het uitverdedigen achterin en voor meer compact verdedigen. Daarvoor maakte hij andere keuzes. In Christophe Lepoint ziet hij geen centrale verdediger en in Brendan Hines-Ike geen rechtsback. In het centrum recupereerde hij Bennard Kumordzi en op rechts schonk hij Larry Azouni het volle vertrouwen. Bovendien koos hij op links al drie keer met succes voor Andriy Batsula, in wie De Boeck geen verdediger zag en die toen alleen maar uitzichtloos met de beloften speelde. In Genk gebruikte Vanderhaeghe hem zelfs als extra centrale verdediger. Op het middenveld kiest hij met de inbreng van Elohim Rolland voor meer kracht. Onder De Boeck raakte de Fransman naar eigen zeggen gedemotiveerd omdat hij geen kans kreeg. Voorin schonk Vanderhaeghe al vier keer het vertrouwen aan Felipe Avenatti, de spits van wie De Boeck gek werd omdat hij volgens hem niet hard genoeg werkte. Zowel in Oostende als tegen Zulte Waregem was Avenatti de uitblinker. In Kanu ziet Vanderhaeghe geen spits, maar iemand die met zijn kracht en conditie het middenveld diensten kan bewijzen. Vanderhaeghe toonde zich ook al tactisch flexibel: op Genk opteerde hij voor een extra centrale verdediger, enkelbezette flanken en met Imoh Ezekiel voor een extra centrumspits. Wat vooral opvalt: in vier wedstrijden kreeg KVK onder Vanderhaeghe slechts twee doelpunten tegen. Onder De Boeck slikte het er in 15 wedstrijden 24. Ongetwijfeld wacht Club Brugge zaterdag in Kortrijk een warm onthaal.

In Kortrijk waren ze ervan overtuigd dat zeker op langere termijn Yves Vanderhaeghe een betere coach voor hen is dan Glen De Boeck, toen ze tijdens de interlandbreak na de heenronde verrassend tot een trainerswissel overgingen. Na zijn ontslag bij KAA Gent was Vanderhaeghe vrijgekomen en van zodra bleek dat hij geïnteresseerd was om terug te keren naar de club waar hij zijn trainerscarrière begon, wilden ze niet langer wachten en het risico lopen dat hij elders zou tekenen. Maar het was afwachten hoe de wissel op korte termijn zou uitpakken en wat de reacties daarop zouden zijn. Vooral omdat ze met De Boeck een trainer buitenzetten die het vorig seizoen buitengewoon goed deed en die dit seizoen met zijn ploeg weliswaar een wisselvallige heenronde kende maar niet in die mate dat een trainerswissel zich voor de buitenwereld absoluut leek op te dringen. Maar Vanderhaeghe maakt niet alleen zijn reputatie van goeie peoplemanager waar, hij pakt ook meteen meer punten dan zijn voorganger. Van zijn vier wedstrijden won hij er drie en speelde hij één keer gelijk (bij de leider). In de beker plaatste KVK zich tegen Zulte Waregem voor de kwartfinale en in de drie competitiewedstrijden onder zijn leiding pakte het 7 op 9, wat 6 punten meer is dan in de heenronde onder De Boeck tegen dezelfde tegenstanders - KV Oostende, Royal Excel Mouscron en KRC Genk. In de heenronde werd slecht één keer thuis gewonnen, nu al twee keer na elkaar. Bij zijn aanstelling pleitte hij voor meer realisme, voor een spelstijl met minder risico's bij het uitverdedigen achterin en voor meer compact verdedigen. Daarvoor maakte hij andere keuzes. In Christophe Lepoint ziet hij geen centrale verdediger en in Brendan Hines-Ike geen rechtsback. In het centrum recupereerde hij Bennard Kumordzi en op rechts schonk hij Larry Azouni het volle vertrouwen. Bovendien koos hij op links al drie keer met succes voor Andriy Batsula, in wie De Boeck geen verdediger zag en die toen alleen maar uitzichtloos met de beloften speelde. In Genk gebruikte Vanderhaeghe hem zelfs als extra centrale verdediger. Op het middenveld kiest hij met de inbreng van Elohim Rolland voor meer kracht. Onder De Boeck raakte de Fransman naar eigen zeggen gedemotiveerd omdat hij geen kans kreeg. Voorin schonk Vanderhaeghe al vier keer het vertrouwen aan Felipe Avenatti, de spits van wie De Boeck gek werd omdat hij volgens hem niet hard genoeg werkte. Zowel in Oostende als tegen Zulte Waregem was Avenatti de uitblinker. In Kanu ziet Vanderhaeghe geen spits, maar iemand die met zijn kracht en conditie het middenveld diensten kan bewijzen. Vanderhaeghe toonde zich ook al tactisch flexibel: op Genk opteerde hij voor een extra centrale verdediger, enkelbezette flanken en met Imoh Ezekiel voor een extra centrumspits. Wat vooral opvalt: in vier wedstrijden kreeg KVK onder Vanderhaeghe slechts twee doelpunten tegen. Onder De Boeck slikte het er in 15 wedstrijden 24. Ongetwijfeld wacht Club Brugge zaterdag in Kortrijk een warm onthaal.