Een scene uit de mixed zone, na Twente-PSV (0-5) een paar weken geleden. De verslaggever van Omroep Brabant klampt PSV-sterspeler Memphis Depay aan en vraagt: "Vijf-nul, twee doelpuntjes gemaakt, wat wil je nog meer?" Het is zo'n opmerking die de meeste spelers na afloop van een wedstrijd glimlachend tot zich nemen. Memphis niet. "Ik wilde inderdaad nog meer", antwoordt de topscorer van PSV. "Twee goals is prima, maar ik heb geen grootse wedstrijd gespeeld." Het is een opmerking die de veranderde ingesteldheid aangeeft bij de club, die een paar weken later kampioen zou worden, én bij de speler, van wie gezegd wordt dat hij op weg is naar de Europese top.
...

Een scene uit de mixed zone, na Twente-PSV (0-5) een paar weken geleden. De verslaggever van Omroep Brabant klampt PSV-sterspeler Memphis Depay aan en vraagt: "Vijf-nul, twee doelpuntjes gemaakt, wat wil je nog meer?" Het is zo'n opmerking die de meeste spelers na afloop van een wedstrijd glimlachend tot zich nemen. Memphis niet. "Ik wilde inderdaad nog meer", antwoordt de topscorer van PSV. "Twee goals is prima, maar ik heb geen grootse wedstrijd gespeeld." Het is een opmerking die de veranderde ingesteldheid aangeeft bij de club, die een paar weken later kampioen zou worden, én bij de speler, van wie gezegd wordt dat hij op weg is naar de Europese top. In het basisteam dat op Twente start, staan liefst tien Nederlanders, de enige buitenlander is de Mexicaan Andrés Guardado. Vooral in Eindhoven is dat een opmerkelijke vaststelling. PSV was jarenlang een team waarin veel matige buitenlanders speelden. Zij staan symbool voor de magere jaren die het Brabantse voetbalbolwerk doormaakte. Vorig jaar werd in Eindhoven gekozen voor een forse koerswijziging. Slechts vier van de vijfentwintig spelers uit de kern waarmee dit seizoen werd aangevat, waren nog afkomstig uit het buitenland. Twee jaar geleden waren dat er nog negen, een jaar daarvoor zelfs twaalf. Dit seizoen speelt PSV geregeld wedstrijden met alleen maar Nederlanders. Dat is voor een topclub met internationale ambities een zeldzaam feit. De laatste keer vóór dit seizoen dat PSV met elf Nederlanders aan een duel begon, was in... 1981. De zoektocht naar versterking in de A-kern begint in Eindhoven voortaan in de eigen academie. Het resultaat is dat de Brabanders inmiddels hofleverancier zijn van de selecties van Oranje, Jong Oranje en Oranje U20. Vorig jaar zaten er al acht spelers uit de eigen opleiding in de A-kern, dit jaar is dat gestegen naar tien. Dat zijn voor PSV ongekende aantallen. De sportieve ommekeer werd mee ingegeven door extrasportieve omstandighe-den. Toen technisch manager Marcel Brands in 2010 in Eindhoven aan de slag ging, werd al vrij snel duidelijk dat PSV een tekort van 20 miljoen euro had. "Als je dat gaat aanpakken, is het niet gemakkelijk om kampioen te worden. We hebben er desondanks voor gekozen om het hoogste te blijven nastreven en dat ook uit te spreken. We waren bang dat de commerciële inkomsten zouden kelderen als we eerlijk zouden aangeven dat het moeilijk zou worden om mee te doen voor de prijzen." Eén van Brands opdrachten was het positief maken van de transferbalans en meer rendement halen uit de bijna 4 miljoen euro die PSV jaarlijks in de opleiding stopt. "Vorig jaar zijn er, onder meer door blessures, veel jeugdspelers doorgeschoven. Daar plukken we dit seizoen de vruchten van." In de aanloop naar het jubileumjaar (PSV vierde in augustus 2013 zijn honderdste verjaardag) wilde de club een grote naam als hoofdtrainer. Er waren drie kandidaten: Bert van Marwijk, Dick Advocaat en Louis van Gaal, met wie Brands in een vorig leven bij AZ succesvol had samengewerkt. "Van Marwijk zat nog bij de KBVB en had zijn woord gegeven om na het EK 2012 te blijven, Advocaat twijfelde. Louis had er oren naar, maar hij lag wat gevoelig hier in Eindhoven." Toen ook in eigen geledingen de tegenkanting groot bleek, was het duidelijk dat Advocaat de meest haalbare kandidaat was. "Ook lieten we Phillip Cocu direct weten dat hij onze man was voor de toekomst en dat hij Dick na een jaar of twee zou opvolgen. We wilden meer met eigen jeugd werken en meer oud-spelers bij de club betrekken." Toen Advocaat vlak voor de winterstop eind 2012 aankondigde dat hij na dat seizoen niet zou blijven, gaf PSV bij Cocu aan dat hij het zou overnemen. Cocu had eerder bewust een stap teruggezet om het vak te leren en als trainer van de A1 zijn blik op de jeugd te richten. Toen al wist hij dat het beleid van de club steeds meer op de jeugd gericht zou worden: "Talenten hebben weer het idee en het geloof dat het eerste elftal haalbaar voor ze is. Dat willen we graag uitbouwen en versterken." Bij zijn aantreden werd dat op de jeugd gerichte beleid bewust uitgedragen. Maar de jonge coach sloeg samen met de club in eerste instantie een beetje door. PSV vestigde in die eerste maanden onder Cocu twee Eredivisierecords. Op de eerste speeldag van vorig seizoen stelde de trainer een elftal samen met een gemiddelde leeftijd van 20,6 jaar. Een week later was het team dat thuis met 5-0 won van NEC, met onder meer de jonge Belg Zakaria Bakkali in de basis, zelfs 19,9 jaar jong. Nog altijd het absolute record in de Eredivisie. Het waren niet zomaar incidenten, het was een statement. PSV was altijd de koopclub van Nederland geweest, Ajax de club van de zelf opgeleide talenten. Plots vond een kleine revolutie plaats op gebied van beleid en clubhistorie. Cocu was de onervaren trainer die dat tot een goed einde moest proberen te brengen. De uitkomst was voorspelbaar: na een flitsend begin, met onder meer twee topprestaties tegen Zulte Waregem, brak de onervarenheid PSV op en werd het crisis. Uiteindelijk bleek het nodig om in de tweede seizoenshelft een beroep te doen op clubicoon Guus Hiddink,die in 1988 Europacup 1 won met PSV. De ervaren trainer kwam één tot twee keer per week langs op de Herdgang en stond Cocu met raad en daad bij. Desondanks eindigde het seizoen voor de Eindhovenaren in mineur, met een vierde plaats. Het was slechts de tweede keer in de afgelopen twintig jaar (ook in 2009 eindigde PSV als vierde) dat de club niet in de top drie eindigde. Na die teleurstelling daalde de kritiek neer. Tegenstanders scoorden liefst 45 keer tegen PSV. De wissels van de trainer pakten zelden goed uit en de spelers merkten zelf op dat de discipline wel wat strenger mocht. "Ik vond dat onze trainers niet hard genoeg voor ons waren", zei Memphis Depay op het eind van vorig seizoen. "We trainden en speelden te slap. Dat heb ik voor de winterstop ook tegen de trainer gezegd." Cocu stond open voor de kritiek en koos daarop voor een rechtlijniger aanpak. Minder verantwoordelijkheid bij de spelers zelf leggen, strengere naleving eisen van de alledaagse regels. Vanaf de eerste werkdag zat Cocu er dit seizoen bovenop. Hij gaf zijn spelers minder ruimte om te verslappen. De individuele discipline was een stuk beter, net als de topsportmentaliteit. 's Ochtends was het plots dringen in het krachthonk. Gemiddeld waren daar voor de eerste training al zo'n zestien spelers bezig. Achttien maanden eerder waren dat er nog geen handvol. De moeilijkste missie voor dit seizoen was om toptalenten Memphis Depay en kapitein Georginio Wijnaldum te behouden. Daar slaagde Marcel Brands in. Na het WK liet PSV serieuze aanbiedingen op de twee talenten liggen. "We hadden ook de bankrekening kunnen spekken", blikt Brands op die periode terug, "maar we hoopten dat te doen door de Champions League te bereiken. Georginio was heel hongerig na een jaar waarin hij door blessures weinig voor PSV had kunnen betekenen. Hij wilde een prijs winnen. En Memphis liet doorschemeren dat hij graag een jaar wilde knallen: twintig goals maken en kampioen worden. Als zulke jongens dergelijke signalen geven, moet je ervoor gaan." Vandaag is voetbal weer leidend in Eindhoven, na een paar jaar waarin keuzes sterk bepaald werden door de financiën. PSV is opnieuw kerngezond en maakt zelfs weer winst, terwijl de club voor spelers een salarisplafond hanteert van één miljoen euro bruto per jaar. Brands is op zakelijk vlak opnieuw verenigd met Toon Gerbrands,die op 1 juli 2014 algemeen directeur werd en met wie Brands bij AZ een paar jaar een sterke tandem vormde. "Al onze topverdieners, en dat zijn er geen vijf, verdienen het maximale dat wij kunnen betalen." Voor aanvaller Luuk de Jong,die naar PSV kwam na een tegenvallend seizoen bij Mönchengladbach, sprong Brands wel creatief met dat salarisplafond om, door tekengeld en een percentage bij een toekomstige transfersom te voorzien. "Zulke dingen moet je soms doen in uitzonderlijke gevallen en wij vonden Luuk een uitzondering." De investering loonde. Luuk de Jong bleek een uitstekend aanspeelpunt en verzaakte nooit bij balverlies. Maar het meeste krediet won Brands door bij Valencia de Mexicaanse international Andrés Guardado te halen. De 27-jarige middenvelder, die al meer dan honderd interlands speelde, werd omgevormd van linkermiddenvelder naar verdedigende middenvelder. Hij vervulde de rol die PSV voor Steven Defour in gedachten had (die uiteindelijk koos voor Anderlecht). Guardado was dit jaar de aanjager die in balbezit het spel vorm geeft en bij balverlies het elftal bijeenhoudt. Een echte leider, een voorbeeldfiguur én een clown in de kleedkamer. Omdat de grootste concurrenten Ajax en Feyenoord verzwakt uit de transferperiode kwamen, begon PSV als favoriet voor de landstitel, tegen wil en dank. Met een jaarbudget van 60 miljoen euro - in Nederland heeft alleen Ajax meer middelen - is dat ook niet onlogisch. In vergelijking met vorig jaar veranderde niet alleen de benadering van trainer Cocu naar zijn spelers toe, maar ook de speelwijze van PSV zelf. Van nature is Cocu een product van de Hollandse school. Ook in Barcelona, waar hij zes jaar voetbalde, draait alles om balbezit. Dat was ook de leidraad die Cocu bij zijn start als hoofdtrainer als kernpunt beschouwde: "Durven voetballen, initiatief willen nemen. Ik wil uitgaan van balbezit, dominant voetballen." Al na enkele maanden kwam Cocu toen met die visie in de knoei. In december 2013 was PSV afgezakt naar de tiende plaats. In een uitmatch bij Feyenoord veranderde hij voor het eerst zijn tactiek. Op het veld maakte actie plaats voor reactie. Dit jaar kiest Cocu er met regelmaat voor om zijn elftal vanuit de reactie te laten spelen, zelfs in het eigen Philips Stadion. Hoewel PSV in een wedstrijd minder bepalend is geworden, maakt het meer doelpunten en krijgt het er minder tegen. "Een bepaalde balans vinden tussen domineren en toeslaan in de omschakeling is noodzakelijk. In de organisatie van het elftal hebben we vooruitgang geboekt." Vandaag zegt Cocu, gevraagd naar de meer behoudende speelstijl: "Ik hou van dit voetbal. Niet alleen individuele acties, maar ook korte combinaties en voorwaartse beweging. Het is niet toevallig dat we zo vaak in de reactie scoorden." De idealist is realist geworden. De trainer die eerst de aanval predikte, heeft zijn ploeg nu overtuigd om terug te trekken en toe te slaan vanuit de omschakeling. Vorig seizoen was PSV bij een achterstand een losgeslagen bende, waarin iedereen zichzelf voorbijliep in zijn ijver de boel om te draaien. Tegenwoordig knippert bij een achterstand niemand met de ogen en blijft de tactische discipline gehandhaafd. Cocu heeft zijn visie en zijn werkwijze aangepast en is er tegelijkertijd in geslaagd zijn geloofwaardigheid te behouden. Dat is maar weinigen gegeven. DOOR THIJS SLEGERS EN GEERT FOUTRÉPSV is opnieuw kerngezond en maakt zelfs weer winst. Dit seizoen speelt PSV geregeld wedstrijden met alleen maar Nederlanders.