Burnley is een bescheiden stadje. Qua inwoners (87.000 in 2011) maar ook qua uitzicht. Buiten het kasteel van Towneley Hall en industriële relicten uit de achttiende en negentiende eeuw is er niet veel te zien op de oevers van het kanaal dat Leeds met Liverpool verbindt. Hooguit wat Victoriaanse gebouwen in gele baksteen. En Turf Moor.
...

Burnley is een bescheiden stadje. Qua inwoners (87.000 in 2011) maar ook qua uitzicht. Buiten het kasteel van Towneley Hall en industriële relicten uit de achttiende en negentiende eeuw is er niet veel te zien op de oevers van het kanaal dat Leeds met Liverpool verbindt. Hooguit wat Victoriaanse gebouwen in gele baksteen. En Turf Moor. Turf Moor, de thuisbasis van Burnley FC, is amper veranderd sinds de Clarets er hun eerste Europese wedstrijd speelden, op 16 november 1960 tegen Stade Reims (2-0) in de Europabeker voor Landskampioenen. Het stadscentrum ligt er maar een kilometer vandaan, het station vijfhonderd meter verder en het is omringd door straten met arbeidershuisjes - naar verluidt de goedkoopste van het hele land. Geen chic restaurant hier, wel een primitieve frituur, Lee's Chippy, en enkele kebabzaken. En natuurlijk de attractie nummer één, in Yorkshire Street: The Royal Dyche, allicht de enige pub in Engeland die de naam draagt van de plaatselijke coach. Sean Dyche prijkt met zijn gezicht en zijn rosse baard in de kleren van Hendrik VIII op het uithangbord van de pub. Vier rechte tribunes staan als vier muren rond de grasmat. De toeschouwers zitten op slechts enkele meters van het veld. Kan een stadion Engelser zijn dan dit? Kan een club Engelser zijn dan Burnley? De voorzitter en meerderheidsaandeelhouder, Mike Garlick, is een Engelsman. De technische staf is Engels, op uitzondering van assistent Tony Loughlan, een Schot. De kern telde al dertien Engelsen en daar kwamen er in de zomer nog vier (op zes transfers) bij. Wanneer we die homogeniteit aankaarten bij Sean Dyche, lijkt de coach die Burnley weer naar de Premier League haalde, eventjes licht geïrriteerd. 'Het lijkt alleen maar zo', zegt hij. 'We hebben niet zoveel financiële middelen en de reden dat we een 'Engelse' ploeg zijn, komt gewoon omdat we het geld en de scouts niet hebben om spelers in Europa te gaan halen. Met een omzetcijfer van 154 miljoen euro stond Burnley in het seizoen 2018/19 inderdaad slechts zestiende onder de clubs uit de Premier League. Dyche geeft toe dat het een keuze is om met een Engels accent te spelen, maar niet per se zijn keuze: 'Ons bestuur schuwt risico's. Daarom haal ik spelers die de ploeg beter maken en vooral geen risico vormen. Dat is niet omdat ik niet van buitenlanders houd. Matej Vydra, Erik Pieters, Jóhann Berg Gudmunsson en Steven Defour ( van 2016 tot 2019, nvdr) zijn daar het bewijs van. Defour was een topspeler, maar de meeste buitenlanders hebben een aanpassingsperiode nodig en bij Defour was dat zes, zeven maanden. Nadien speelde hij fantastisch voor ons en hij amuseerde zich hier echt tot zijn zware knieblessure ( in januari 2018, nvdr). Ik zeg het nogmaals: onze foutenmarge is kleiner dan die van andere clubs. Wij hebben niet de middelen om vergissingen recht te trekken door geld uit te geven.' Die voorzichtigheid heeft al tot sportieve resultaten geleid (een ticket voor de Europese voorrondes) en de club is financieel gezond. Het heeft ook invloed op de identiteit van het spel van Burnley, wat Dyche de cultural feeling noemt: 'Er zijn waarden die we benadrukken. Ze zijn eenvoudig en wat ouderwets misschien: een sterke werkethiek, trots op het gepresteerde werk, eerlijkheid, vertrouwen, solidariteit en respect.' Het is moeilijk om in die waarden niet de Britse working class te herkennen. Ze leiden ook tot een spel 'op zijn Engels' als zou het karikaturaal zijn om het spel van Burnley te herleiden tot kick and rush. Wanneer hij het over de lange bal heeft, noemt Dyche eerder Bayern als voorbeeld: 'Zij kunnen lang spelen, kort, pressing, knokken... Dat is ook mijn idee van voetbal: een stijl aannemen waarmee je kunt winnen. Financieel gezien kunnen we niet de beste spelers halen. Ik zou ons dus omschrijven als 'efficiënt'. We moeten het voetbal spelen dat onze fans graag zien.' Talrijk zijn die fans niet. Turf Moore heeft een capaciteit van 21.400 plaatsen en hoewel het sfeervol en kolkend kan zijn, is het zelden uitverkocht. En al zijn ze niet talrijk, sommigen onder hen zou de club gerust kunnen missen. Zoals die supporter die op 22 juni een vliegtuigje huurde en dat over het stadion van Manchester City liet vliegen met een spandoek waarop 'WHITE LIVES MATTER' stond. Dyche, zijn spelers en de club veroordeelden dat onmiddellijk, zonder enig voorbehoud. Maar sommigen zagen erin het bewijs dat ze in Burnley, waar twee op de drie mensen vóór de Brexit stemden, Engelse trots wel eens durven te verwarren met xenofobie. Voorzitter Garlick was alleszins voor lidmaatschap van de EU en ook de coach is bepaald geen voorstander van dergelijk anglo-nationalisme. Toch worden ze er beiden soms willens nillens mee geassocieerd. Drie jaar geleden schreef de Engelse journalist Jonathan Liew een artikel voor The Independent dat veel stof deed opwaaien. Liew onthulde dat Burnley nog nooit een speler van Aziatische of Noord-Afrikaanse origine had aangetrokken en dat de enige Latijns-Amerikaan die het wijnrode shirt had gedragen, de Peruviaanse doelman Diego Penny was - één enkele keer zelfs maar. Het was ook frappant, zeker in een competitie waarin meer dan een kwart van de spelers Antilliaanse of Afrikaanse roots hebben, dat Burnley op dat moment (eind december 2017) de enige club was die nog geen enkele zwarte speler aan de aftrap had gebracht sinds het seizoensbegin. En ook al is 12 procent van de bevolking van Burnley van Indiase, Pakistaanse of Bengaalse komaf, 97 procent van het publiek op Turf Moor is Brits en wit. Liew nam het project van Sean Dyche onder de loep en het fascineerde hem dat het inging tegen de globalisering die zich overal in het voetbal doorzet. Niet alleen qua transfers trouwens: in het seizoen 2020/21 zijn nog slechts vier clubs uit de Premier League in Engelse handen (tegenover vijf in Amerikaanse handen): Burnley, Brighton, Newcastle en Tottenham. Burnley heeft geen gelijke in Engeland, maar het is ook geen Engelse versie van Athletic Bilbao, waar sinds 1912 alleen Basken mochten spelen. Er zit geen politiek of cultureel credo achter, en evenmin een traditie. Toen Dyche de ploeg in oktober 2012 overnam van Eddie Howe, telde die meer buitenlanders dan de ploeg die twee jaar later zou promoveren. Opvallend: van de 37 spelers die toen werden ingezet, hadden er slechts zes geen Brits paspoort: twee Ieren, twee Canadezen, een Australiër en een Nieuw-Zeelander! Anders gezegd: Engels was de enige taal die werd gesproken in kleedkamer van Burnley. Net zoals in de tribunes van Turf Moor.