Na zes van de zeventien races die dit seizoen op de F1-kalender staan, is het vijf voor twaalf. Niet voor Jenson Button, die voert het klassement heel knusjes aan. Wel voor alle anderen: als we even geen rekening houden met Rubens Barrichello, die bij Brawn GP toch gevangen zit in zijn rol van waterdrager, dan mag Jenson Button vanaf komend weekend in Turkije tot het einde van het seizoen al rustig telkens tweede worden - en zelfs een keertje minder goed doen. Anders gesteld: winnen hoeft niet meer om wereldkampioen te worden. Daarvoor zorgt een voorsprong van 28...

Na zes van de zeventien races die dit seizoen op de F1-kalender staan, is het vijf voor twaalf. Niet voor Jenson Button, die voert het klassement heel knusjes aan. Wel voor alle anderen: als we even geen rekening houden met Rubens Barrichello, die bij Brawn GP toch gevangen zit in zijn rol van waterdrager, dan mag Jenson Button vanaf komend weekend in Turkije tot het einde van het seizoen al rustig telkens tweede worden - en zelfs een keertje minder goed doen. Anders gesteld: winnen hoeft niet meer om wereldkampioen te worden. Daarvoor zorgt een voorsprong van 28 punten op de eerste niet-Brawnrijder. Maar de recente prestaties van die man zijn niet meteen goed nieuws voor wie nog enige spanning in het wereldkampioenschap wil zien komen. De eerste in het klassement die het niet met een Brawn doet, is Sebastian Vettel. Er lijkt iets aan de hand met deze jonge snaak. Reed hij zijn teamgenoot Mark Webber in het begin van het seizoen nog compleet in de schaduw, zoals alle waarnemers trouwens verwachtten, dan leken de rollen in de recentste twee GP's plots en om onverklaarbare reden omgekeerd. In Monaco verdween de 21-jarige Duitser uit de race toen hij knullig tegen de vangrail slipte. Twee weken eerder kwalificeerde hij zich misschien wel sneller dan teamgenoot Webber, maar de Australiër gebruikte zijn banden op een efficiëntere manier en finishte voor de Duitser op het podium. Of hoe Sebastian Vettel zich dringend zal moeten herpakken, nu zondag al, om Button nog te kunnen bedreigen in de titelstrijd. Dat ze dat bij Ferrari en McLaren niet meer zullen kunnen, lijkt nu al duidelijk. Het neemt niet weg dat de vorige race, Monaco, beterschap liet vermoeden. Kimi Räikkönen had er voor de overwinning kunnen rijden als hij beter uit de startblokken was geraakt en ze bij de Scuderia opnieuw niet tactisch hadden geblunderd door de Fin met harde banden te laten starten. Lewis Hamilton liet in de kwalificaties vermoeden dat er meer snelheid in zijn McLaren zat dan we dit seizoen tot nu toe hadden gezien. Alleen moet dat goede nieuws komende zondag in Turkije nog bevestiging krijgen. Dat is lang niet zeker. Monaco is immers een heel atypisch circuit, met veel strakke en trage bochten, terwijl Istanbul bulkt van lange en bliksemsnelle bochten, waarin heel andere kwaliteiten van de auto worden verlangd. En dat is precies de kracht van de Brawn GP van Jenson Button: het ding gaat op om het even welk circuit als een vliegtuig. Zonder dat de ingenieurs zich de pleuris moeten denken over de afstelling. Is het vijf voor twaalf voor de concurrentie, dan is het voor sommigen zelfs al vijf over twaalf. De duik die de prestaties van de BMW sinds het begin van het seizoen hebben genomen, is ronduit alarmerend voor het Duitse team. Ondertussen heeft Fernando Alonso zich ermee verzoend dat het ook dit seizoen niets wordt, maar de tweevoudige wereldkampioen blijft filosofisch: " Michael Schumacher wachtte na zijn tweede wereldtitel ook vijf jaar op zijn volgende ..." Een uitleg als een andere is dat.