Het was een ontroerend beeld op de voorpagina van The Sun, begin vorige maand. Vinnie Jones (54), hand in hand met zijn terminaal zieke echtgenote, in de straten van Los Angeles. Op 6 juli zou Tanya, moeder van twee kinderen, de zes jaar lange strijd tegen huidkanker verliezen en op de foto's die in de media zouden verschijnen, zag de stoere ex-voetballer er aandoenlijk breekbaar uit. Gesloopt.
...

Het was een ontroerend beeld op de voorpagina van The Sun, begin vorige maand. Vinnie Jones (54), hand in hand met zijn terminaal zieke echtgenote, in de straten van Los Angeles. Op 6 juli zou Tanya, moeder van twee kinderen, de zes jaar lange strijd tegen huidkanker verliezen en op de foto's die in de media zouden verschijnen, zag de stoere ex-voetballer er aandoenlijk breekbaar uit. Gesloopt. In 2013 waren bij Jones ook kwaadaardige melanomen vastgesteld en na zijn herstel was hij - naar eigen zeggen - anders beginnen te leven. Bewuster. Hij werkte graag mee aan kankerpreventieprogramma's en zette zich in voor de British Heart Foundation, groter kon het contrast met zijn leven in de jaren tachtig en negentig niet zijn. Zijn levensverhaal past moeiteloos in het oeuvre van zijn illustere buurman in LA, Quentin Tarantino, grootmeester van de neo-noir. 'Ik ben naar een psychiater geweest, maar veertig jaar te laat', vertelde hij in 2013, kort na zijn... 48e verjaardag. Jones vatte zijn leven samen als een vakkundige poging in zelfvernietiging. Zijn oudste voetbalherinneringen liggen in de Bedmond Junior School in Watford, waar hij als vijfjarige op zijn splinternieuwe voetbalschoenen - genoemd naar Alan Ball, wereldkampioen met Engeland in 1966 - drie keer scoorde. 'Ik was een en al onschuld.' Niets liet toen vermoeden dat hij hét boegbeeld zou worden van Wimbledon Football Club, herdoopt in The Crazy Gang, een verzameling rudimentaire voetballers - Dennis Wise, John Fashanu, Lawrie Sanchez... - die in 1988 de Engelse voetbalwereld verbaasden met winst in de finale van de FA Cup tegen Liverpool FC. Of, zoals de BBC-commentator het toen verwoordde: ' The Crazy Gang has beaten the Culture Club. ' Jones was de beenharde verdedigende middenvelder die er ooit in slaagde om na drie seconden een gele kaart te krijgen en twaalf keer met rood werd weggestuurd, maar ook en vooral een leider die zijn ploegmaats inspireerde om tot (en over) de rand te gaan. Het resultaat was een stel opgefokte voetballers, voor wie schoppen en intimideren het hoogste goed was. De foto waarop hij in de edele delen van Paul Gascoigne knijpt, is een icoon van de Britse sportfotografie. De metserdiender was in de zomer van 1986 in Zuid-Londen beland, na een kort avontuur in de Zweedse derde klasse. Sam Hammam, de excentrieke voorzitter van de club die tien jaar ervoor nog amateurvoetbal (vijfde klasse) speelde, had amper 15.000 euro aan Wealdstone betaald. Een koopje, al liep de Libanese zakenman niet altijd even hoog op met zijn vechtmachine, die in een roes van alcohol door het leven ging. 'Hij heeft het verstand van een mug.' Jones voetbalde onder meer nog voor Leeds en Chelsea, maar voelde zich nergens meer thuis dan op Plough Lane en tussen zijn zielsverwanten van The Crazy Gang, van wie ook de ontgroeningsrituelen meedogenloos waren. Een speler getuigde ooit dat hij door Jones op het dak van een auto werd vastgebonden, waarna hij op de autosnelweg doodsangsten uitstond... Devilman, zoals de middenvelder door zijn moeder werd genoemd, dook na zijn voetbalcarrière in de filmstudio en kreeg ook in Hollywood rollen - gangster, pooier, vechtersbaas, hooligan... - die hem op het lijf waren geschreven. 'Voetbal was mooi, maar naar de set stappen met Nicolas Cage en Angelina Jolie heeft toch ook iets.'