Enkele jaren geleden verkeerde het Nederlands voetbal nog in woelig water. Nu staat er een nieuwe lichting klaar. Ajax reikte tot de halve finale van de Champions League en Frenkie de Jong werd door de UEFA verkozen tot beste middenvelder. Virgil van Dijk troefde Lionel Messi en Cristiano Ronaldo af en kroonde zich tot beste speler. De aanvoerder van Oranje staat symbool voor een nieuw tijdperk bij Nederland.
...

Enkele jaren geleden verkeerde het Nederlands voetbal nog in woelig water. Nu staat er een nieuwe lichting klaar. Ajax reikte tot de halve finale van de Champions League en Frenkie de Jong werd door de UEFA verkozen tot beste middenvelder. Virgil van Dijk troefde Lionel Messi en Cristiano Ronaldo af en kroonde zich tot beste speler. De aanvoerder van Oranje staat symbool voor een nieuw tijdperk bij Nederland. Toen jullie in de voorbereiding met Liverpool in Boston waren, heb je toen Tom Brady gezien, de quarterback van de New England Patriots die zes keer de Super Bowl won? Virgil van Dijk: ( glimlacht) 'Nee. Het klopt dat ik een fan ben van Tom Brady, ook al ben ik niet zo heel erg thuis in het American football. Voor mij is Brady een voorbeeld voor alle jonge profspelers, welke sport ze ook beoefenen en hoe oud ze ook zijn.' Je hebt gezegd dat hij en basketter LeBron James inspiratiebronnen zijn voor jou. Waarom is dat zo? Van Dijk: 'In de eerste plaats omdat beiden al meer dan vijftien jaar op het hoogste niveau presteren, wat uitzonderlijk is. Daarnaast ook voor de manier waarop ze omgaan met de enorme druk die voortdurend op hun schouders ligt. De mensen vergeten nogal gemakkelijk onder welke druk iemand staat die op dat niveau zit qua prestaties en vereisten. Ik heb erg veel respect voor degenen die dat van zich af kunnen zetten.' Het zijn nochtans geen voetballers... Van Dijk: 'Maar wat is het verschil? Wij trappen tegen een bal en zij geven die door met hun handen... Voor de rest, wat betreft spelsituaties en stress, is dat hetzelfde. Wij staan onder evenveel druk en worden geconfronteerd met dezelfde kritiek en negativiteit. Door sporters met zulke bekendheid te bekijken en de manier waarop ze omgaan met hun statuut, kun je heel veel leren.' Qua druk, ook qua leiderschap? Van Dijk: 'Uiteraard! Beiden zijn al meer dan vijftien jaar de besten in hun sport en de leiders in hun respectievelijke ploegen. Je zou zeggen dat de leeftijd geen vat heeft op hen...'Hoe ga jij zelf om met de druk? Van Dijk: 'Ik probeer de zaken in hun perspectief te plaatsen. Voetbal maakt een groot deel van mijn leven uit, maar het is niet het allerbelangrijkste. Ik weet, wanneer het slecht gaat op het veld, dat ik dan erg triest kan zijn en ook heel hard voor mezelf. Maar er is dat andere aspect van mijn leven, mijn gezin, dat me helpt om de zaken helder te zien en alles te relativeren.' Van perspectief gesproken: hoe beleefde jij het einde van vorig seizoen, dat gemengde gevoelens opriep? Jullie verspeelden de titel in Engeland met slechts één punt en vervolgens wonnen jullie de Champions League... Van Dijk: 'Toen we in Barcelona de heenwedstrijd van de halve finale verloren met 3-0, zaten we compleet aan de grond. Het moreel was echt onder nul. We begrepen het niet. We hadden verloren maar wel goed gespeeld en we meenden dat we meer verdiend hadden. Dat had iedereen kunnen zien. We zaten in de put omdat we drie goals geïncasseerd hadden, maar tegelijkertijd leefde er bij ons een gevoel van onrechtvaardigheid. We wisten dat we in de terugwedstrijd een mirakel zouden nodig hebben, maar ook dat het mogelijk was als we snel zouden scoren. Het weekend voor die terugmatch speelden we in Newcastle en we wonnen daar heel moeizaam dankzij de late 2-3 van Divock Origi. 's Zondags keken we allemaal naar de wedstrijd die Manchester City won tegen Leicester, met dat ongelooflijke doelpunt van Vincent Kompany. Het was heel moeilijk om dat te verwerken, want we begrepen dat City niks meer zou laten liggen en dat ons seizoen enkele dagen later tegen Barcelona afgelopen zou kunnen zijn. We moesten voor een mirakel zorgen. Toen we bij het stadion aankwamen begonnen we te geloven dat het mogelijk was. We zagen die opwinding, de fans die ons steunden en dat zorgde voor een déclic! We realiseerden ons dat het een magische avond kon worden. Maar zelfs nadat we Barcelona uitschakelden, hebben we niks laten liggen in de competitie. We zijn blijven winnen en hielden zo de hoop levend. Dat is de reden waarom het aan het eind toch nog pijnlijk was. Het is hard om een titel te verliezen met zo'n klein verschil.' Hoe begin je aan een een nieuw seizoen wanneer je er zo dicht bij bent geweest? Is het moeilijk om weer van voren af aan te beginnen en je opnieuw te concentreren? Van Dijk: 'Eerlijk? Niet voor mij. Want de zege in de Champions League en de euforie die dat bij de fans van Liverpool teweeggebracht heeft, hebben ons moreel echt een boost gegeven. We zeiden bij onszelf dat er geen enkele reden is om aan te nemen dat we geen kampioen zouden kunnen spelen. Dat is een doel dat we nog niet bereikt hebben en dus moeten we daar naar streven. We hebben zin om elk jaar zulke momenten te beleven en alle mogelijke prijzen te pakken, de FA Cup, de League Cup, het WK voor clubs...' Wanneer je aan een nieuw seizoen begint, heb je dan bepaalde prioriteiten? VanDijk: 'Neen, we willen gewoon alles winnen! We hebben kunnen ervaren hoe moeilijk het is om een trofee binnen te halen. Er zijn heel wat parameters die daar een rol in spelen, zoals de fysiek. Het is moeilijk om heel het seizoen even scherp te blijven wanneer je probeert om telkens voluit te gaan. Maar vraag het gerust aan de hele ploeg: iedereen zal je zeggen dat we alles willen winnen. Persoonlijk hou ik trouwens niet zo van rekenen...' Liverpool is geen kampioen meer geworden sinds 1990. Voel je de verwachting? Een zekere druk misschien? VanDijk: 'Nee, dat is niks voor mij. Om te beginnen ben ik hier pas achttien maanden. Ook al ken ik de geschiedenis van de club en weet ik dat Liverpool die titel meer wil dan welke ploeg ook, druk voel ik niet. We waren er afgelopen seizoen zo dicht bij, we weten wat ons te doen staat: nog beter doen, zo simpel is het.' Wanneer je op die manier naast een trofee grijpt, helemaal aan het eind, zoals de Champions League in 2018 en de titel in 2019, met welk gevoel loop je het seizoen erop dan rond? VanDijk: 'Na de ontgoocheling sta je weer op. Het is soms moeilijk om al die inspanningen te vergeten die je een heel seizoen hebt geleverd - voor niets uiteindelijk. Dus hebben we tegen onszelf gezegd dat we dit seizoen nog meer zullen moeten doen, wat meer lopen, wat meer scoren, wat meer verdedigen, een beetje meer van alles eigenlijk.' Vorig seizoen werd je verkozen tot zowel de beste speler in de Premier League als in de Champions League. Wat doet het met je dat je erkend wordt als zijnde de beste? VanDijk: 'Dat is een geweldige eer. Een erkenning die een grote fierheid veroorzaakt. Maar ik ben niet iemand die op zijn lauweren gaat rusten. Als je een individuele prijs pakt, moet je niet denken dat het werk gedaan is. En het werk, dat is de ploeg helpen om te winnen en een hoger niveau te bereiken.' Denk je al een beetje aan de Ballon d'Or? VanDijk: 'Eerlijk gezegd: helemaal niet. Om de eenvoudige reden dat het om een verkiezing gaat en ik daar geen enkele invloed op heb. Ik kan niets doen om de opinie die men over mij heeft te veranderen. Ik ben blij dat ik tot de kanshebbers behoor, maar het enige dat ik zelf kan doen is mijn beide voeten op de grond houden en er iets nuttigs mee doen... ( glimlacht) Proberen nog beter te doen dan het vorige seizoen.' Dat zal moeilijk worden... VanDijk: ( lacht) 'Maar zo moet dat elk jaar gaan. Dat is de manier waarop ik functioneer in mijn hoofd. Voortdurend beter doen. En het is waar dat de erkenning die ik krijg als een mogelijke kandidaat voor de Ballon d'Or me helpt om nog dieper te gaan in mijn inspanningen en mijn prestaties.' Heb je met Messi of Ronaldo gesproken over wat het betekent om voortdurend aan de top te staan en jaarlijks een kanshebber op de Ballon d'Or te zijn? VanDijk: 'Nee, daar heb ik hen niet naar gevraagd. Maar het is wel iets dat ik zou willen weten. Persoonlijk maak ik momenteel de beste periode uit mijn carrière mee. Dat is tegelijk verrijkend, voldoening gevend en motiverend. Je weet nooit waar de top ligt. Het enige wat je als speler wilt, is stappen hogerop zetten.' Is het voor een verdediger moeilijker om erkenning te krijgen? VanDijk: 'Dat weet ik niet. Ik kan alleen vaststellen dat de voorbije jaren maar weinig verdedigers tot de beste spelers ter wereld gerekend werden.' Jullie scoren niet zoveel... VanDijk: ( lacht) 'Ha, moet ik misschien wat meer scoren, is het dat? Ik begrijp dat men wegens het spektakel spelers die doelpunten maken verkiest boven spelers die doelpunten verhinderen. Maar iemand verhinderen om te scoren, dat zorgt ook voor opwinding, weet je! En dat is ook een collectieve daad. Ik ben niet veel waard zonder mijn ploeggenoten. We verdedigen samen, nooit alleen. Ik begrijp dat mensen graag goals zien en van de vreugde en de vieringen houden die ze veroorzaken. Maar ieder zijn ding...' Je actie tegen Tottenham in de competitie, waarbij je Sissoko het scoren belet, geeft dat hetzelfde gevoel als het maken van een doelpunt? VanDijk: 'Dat is exact hetzelfde! Dezelfde emotie. De ploeg helpen om de nul te houden geeft hetzelfde plezier als scoren. Om terug te komen op de actie waarover je het hebt: op het moment waarop ik alleen kom te staan tegenover Sissoko en Son is de stand 1-1 en is de match bijna gedaan. Als hij scoort... We verhinderden hem om te scoren en net daarna scoren we zélf. Ik kan je wel vertellen dat je je op zo'n moment héél belangrijk voelt voor de ploeg.' Tot enkele weken geleden was jij de duurste verdediger ter wereld. Is dat een etiket dat bepaalde verplichtingen met zich meebrengt? VanDijk: 'Niet echt. In elk geval: als je bij een grote club als Liverpool speelt, dan heb je sowieso de verplichting om te presteren. Op je nu 10 of 70 miljoen kost, dat maakt niet uit. De druk, voor zover die er is, is dezelfde.'Jij bent van nature nogal cool, is het niet? VanDijk: 'Dat is zo. Want als je goed kijkt, dan zijn er doorgaans maar weinig redenen om voortdurend te stressen. Dat wil niet zeggen dat ik nooit een moment van stress ken, het is gewoon zo dat ik dat zoveel mogelijk probeer te vermijden. Stress is iets dat iedereen meemaakt, maar het gaat om de manier waarop je ermee omgaat. Wat dat betreft, ben ik nog niet zo slecht...' Heb je dat geleerd? VanDijk: 'Het leven heeft me dat geleerd. Vader worden heeft een aanzienlijke rol gespeeld in die ontwikkeling. Zoals ik al zei: ik heb de zaken leren te relativeren.' Hoe is het om een verdediger te zijn wanneer je opgroeit in een land als Nederland, waar het voetbal volledig afgestemd is op aanvallen? VanDijk: 'Ik heb in mijn carrière een moeizame groei gekend. Ik ben niet altijd de speler geweest die ik vandaag ben. Laat staan bij mijn debuut in Nederland. Bij Willem II speelde ik, wanneer ik niet op de bank zat, als rechtsachter. Het heeft een tijdje geduurd voor ik me op mijn beste positie bevond. Toen ik naar Groningen vertrok heb ik stappen vooruit gezet. Ik heb geleerd om beter te verdedigen, om het spel te lezen en te sturen, want dat is wat men vraagt van een centrale verdediger. Dat was niet eenvoudig. Mijn linkervoet was - hoe zal ik het zeggen - niet al te best. Ik heb hard gewerkt en vanaf mijn tweede seizoen bij Groningen ben ik echt vooruitgegaan. Na mijn transfer naar Celtic begon het op rolletjes te lopen.' Als je jouw evolutie zou vergelijken met die van Matthijs de Ligt, die op zijn negentiende kapitein was van Ajax, dan zou je kunnen stellen dat jij traag volwassen bent geworden. VanDijk: 'Precies! Op de leeftijd van Matthijs was ik nog een speler in volle ontwikkeling, die bij de reserven van Groningen speelde. Hij is helemaal anders: een ongelooflijke speler met veel maturiteit. Ik heb daar hard voor moeten werken. Zelfs toen ik bij Celtic zat, haalden de meeste Premier Leagueclubs een beetje hun neus op voor mij. Ze wilden geen risico nemen, omdat ik in Schotland speelde. Het was uiteindelijk Ronald Koeman die me kwam halen toen hij Southampton trainde. Ik ben blijven evolueren, maar niks was vanzelfsprekend. Ieder zijn lot, ieder zijn eigen weg... Degene die ik gevolgd heb, is die van mij. Ik denk dat ik dat moest doormaken, dat ik er moest door spartelen, als speler én als mens, om te geraken waar ik nu ben.' Wat heb je geleerd in Liverpool? VanDijk: 'Naar voren verdedigen! Druk zetten, hoog verdedigen. Met de bal spelen, rustig voetballen, het spel goed bekijken, zien waar er betere mogelijkheden liggen.' Twee songs vormen de soundtrack van jouw leven: ' Viva la vida' van Coldplay en Dirty Old Town, het liedje waarmee de fans van Liverpool een hymne voor jou hebben gecreëerd. VanDijk: ( glimlacht) 'Ik luister veel naar R&B, maar dat had je wel verwacht, zeker?' Wij verwachten niets, hoor... VanDijk: ( lacht) 'Ik zal het zo zeggen: er zijn van die songs die me wegvoeren, die me rillingen en emoties bezorgen. ' Viva la vida' is er daar een van.' Het komt overeen met een periode in 2012 dat je in het ziekenhuis lag met een buikvliesontsteking en bijna het loodje legde. VanDijk: 'Ik wil daar liever niet op terugkomen, maar het is inderdaad een song die met het leven te maken heeft.' En ' Dirty Old Town'? VanDijk: 'Het is geweldig om een lied te hebben dat speciaal voor jou gezongen wordt. Zeker omdat ik nog niet zolang bij deze club ben. Ik ben er dol op.' Wat mogen we dit seizoen verwachten van Liverpool? VanDijk: 'Dat we een stevige ploeg zijn waar het moeilijk tegen voetballen is. Een geëngageerde ploeg, een ploeg die druk zet, die het leven van de tegenstanders tot een hel maakt en die aantrekkelijk voetbal brengt. Als we dat doen, dan zou het in orde moeten komen.' En van jou persoonlijk? vanDijk: 'Hetzelfde als vorig jaar. Het eerste doel is altijd de nul houden. Van daaruit kunnen we steeds verder gaan.' Ben je na het winnen van de Champions League naar Disneyland gegaan? VanDijk: ( ernstig) 'Nee, maar ik had het moeten doen. Echt waar. Je hebt er geen idee van hoeveel ik van die plaats houd. Ik ben er vaak naartoe geweest en ik ben een absolute fan, net als mijn kinderen trouwens. Van zodra ik kan, wil ik er weer eens naartoe. Denk je dat ik misschien hun ambassadeur zou kunnen worden? Ik denk niet dat ze er al een hebben...' ( lacht)