Een donderdagnamiddag in Dadizele, in oppervlakte een van de kleinste dorpen van West-Vlaanderen. Geen zes vierkante kilometer en amper industrie, maar wanneer de zon op een donderdagnamiddag aan een van zijn laatste kunstjes bezig is, zitten de terrasjes rond de machtige Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele goed vol. Het neogotisch bedevaartsoord, midden de 19e eeuw gebouwd, is van de hand van de Engelse architect Augustus Welby Northmore Pugin, die later ook het interieur van de Houses of Parliament zou tekenen. Van Dadizele, een dorp van 3700 inwoners, naar Londen, toen was het nog een kleine stap.

© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

De minder vrome medemens zakte ook graag af naar Dadizele, nadat de lokale pastoor in 1950 zijn invloed had aangewend om in de schaduw van de basiliek een groot speelplein te openen voor de kinderen van bedevaarders. Het laagdrempelig Dadipark werd een gigantisch succes en trok bezoekers van uit het hele land en Noord-Frankrijk, tot het commercieel werd weggeveegd door de opkomst van de grote attractieparken in de streek. In 2002 gingen de deuren onherroepelijk toe, zestien jaar na de sluiting ligt de 12 hectare in het dorpscentrum er verlaten bij. Alleen een klein gebouwtje, met het opschrift Restaurant/Self-Service, overleefde de sloophamer.

© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

VK Dadizele heeft er ooit nog gevoetbald, maar speelt nu sinds jaar en dag langs de Oliekotstraat, op een paar honderd meter van het Dadizeele New British Cemetry. De accommodatie is aangevreten door de tijd, maar Bart Allossery had grootse plannen toen hij in 2011 voorzitter van blauw-wit - gesticht in 1975 - werd. Verrassend, want stamnummer 8264 voetbalde al jaren in de staart van vierde provinciale. 'Toen werd gezegd: wie zich nog te goed voelt voor het cafévoetbal, kan altijd nog eens proberen bij VK Dadizele. Kijk waar we nu staan.'

© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

Vorig seizoen promoveerde de club, die op een budget van om en bij de 250.000 euro draait, voor het eerst in zijn bestaan naar eerste provinciale, waarin het ook nu weer aan de top meespeelt. Het eindpunt, toch voorlopig. Drie jaar geleden verzamelde de voorzitter enkele investeerders rond zich en werd 300.000 euro opgehaald voor de aanleg van een kunstgrasterrein, maar de kleedkamers en kantine zijn te krap om meer te ambiëren. 'Jammer, ' zegt de voorzitter, 'want het voetbal leeft hier.'

Dat bleek vorig jaar in de herfst, nadat de plannen voor de bouw van een nieuw stadion - mét tribune en ruime kleedkamers - nog maar eens van tafel werden geveegd en meer dan 400 leden, sympathisanten en plaatselijke politici mee stapten in een mars van de Oliekotstraat naar het dorpscentrum. Dadizele tegen de rest. Of, zoals het op de wedstrijdshirts, van de allerkleinsten tot en met de eerste ploeg, staat: Widder zin Daisel! Vertaald uit het plaatselijke dialect: wij zijn Dadizele. En daar zijn ze 41 jaar na de fusie met Moorslede, waar Briek Schotte in 1950 zijn tweede wereldtitel won, nog altijd trots op. Vorig seizoen werden de kleuren van de tweede uitrusting aangepast - van rood-wit naar groen-wit, de kleuren van toen het dorp nog zelfstandig was -, op de rug van de shirts schittert het oude stadswapen van het bedevaartsoord.

© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS

Onlangs kreeg de club, die ook met een ploeg in vierde provinciale uitkomt, na talloze vergaderingen (eindelijk) positief nieuws van de Vlaamse Gemeenschap, die zich niet langer zou verzetten - mits het naleven van een aantal voorwaarden - tegen de bouw van nieuwe kleedkamers, ontvangstruimte én de aanleg van een tweede terrein en parking. En dan, gelooft de voorzitter, mag VK Dadizele dromen van méér. Zonder zijn roots te verloochenen. Het schlagerfestival, de jaarlijkse cavaverkoop in de eindejaarperiode, de drankstandjes op de avondmarkt en tijdens wielerwedstrijden, het nieuwjaarsfeestje voor de jeugdspelers: ze zullen ook dan blijven behoren tot de couleur locale van Daisel. 'Een klein dorp, maar het wij-gevoel is tot in de club voelbaar.'

© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS
© BELGAIMAGE - CHRISTOPHE KETELS
Een donderdagnamiddag in Dadizele, in oppervlakte een van de kleinste dorpen van West-Vlaanderen. Geen zes vierkante kilometer en amper industrie, maar wanneer de zon op een donderdagnamiddag aan een van zijn laatste kunstjes bezig is, zitten de terrasjes rond de machtige Basiliek van Onze-Lieve-Vrouw van Dadizele goed vol. Het neogotisch bedevaartsoord, midden de 19e eeuw gebouwd, is van de hand van de Engelse architect Augustus Welby Northmore Pugin, die later ook het interieur van de Houses of Parliament zou tekenen. Van Dadizele, een dorp van 3700 inwoners, naar Londen, toen was het nog een kleine stap. De minder vrome medemens zakte ook graag af naar Dadizele, nadat de lokale pastoor in 1950 zijn invloed had aangewend om in de schaduw van de basiliek een groot speelplein te openen voor de kinderen van bedevaarders. Het laagdrempelig Dadipark werd een gigantisch succes en trok bezoekers van uit het hele land en Noord-Frankrijk, tot het commercieel werd weggeveegd door de opkomst van de grote attractieparken in de streek. In 2002 gingen de deuren onherroepelijk toe, zestien jaar na de sluiting ligt de 12 hectare in het dorpscentrum er verlaten bij. Alleen een klein gebouwtje, met het opschrift Restaurant/Self-Service, overleefde de sloophamer. VK Dadizele heeft er ooit nog gevoetbald, maar speelt nu sinds jaar en dag langs de Oliekotstraat, op een paar honderd meter van het Dadizeele New British Cemetry. De accommodatie is aangevreten door de tijd, maar Bart Allossery had grootse plannen toen hij in 2011 voorzitter van blauw-wit - gesticht in 1975 - werd. Verrassend, want stamnummer 8264 voetbalde al jaren in de staart van vierde provinciale. 'Toen werd gezegd: wie zich nog te goed voelt voor het cafévoetbal, kan altijd nog eens proberen bij VK Dadizele. Kijk waar we nu staan.' Vorig seizoen promoveerde de club, die op een budget van om en bij de 250.000 euro draait, voor het eerst in zijn bestaan naar eerste provinciale, waarin het ook nu weer aan de top meespeelt. Het eindpunt, toch voorlopig. Drie jaar geleden verzamelde de voorzitter enkele investeerders rond zich en werd 300.000 euro opgehaald voor de aanleg van een kunstgrasterrein, maar de kleedkamers en kantine zijn te krap om meer te ambiëren. 'Jammer, ' zegt de voorzitter, 'want het voetbal leeft hier.' Dat bleek vorig jaar in de herfst, nadat de plannen voor de bouw van een nieuw stadion - mét tribune en ruime kleedkamers - nog maar eens van tafel werden geveegd en meer dan 400 leden, sympathisanten en plaatselijke politici mee stapten in een mars van de Oliekotstraat naar het dorpscentrum. Dadizele tegen de rest. Of, zoals het op de wedstrijdshirts, van de allerkleinsten tot en met de eerste ploeg, staat: Widder zin Daisel! Vertaald uit het plaatselijke dialect: wij zijn Dadizele. En daar zijn ze 41 jaar na de fusie met Moorslede, waar Briek Schotte in 1950 zijn tweede wereldtitel won, nog altijd trots op. Vorig seizoen werden de kleuren van de tweede uitrusting aangepast - van rood-wit naar groen-wit, de kleuren van toen het dorp nog zelfstandig was -, op de rug van de shirts schittert het oude stadswapen van het bedevaartsoord. Onlangs kreeg de club, die ook met een ploeg in vierde provinciale uitkomt, na talloze vergaderingen (eindelijk) positief nieuws van de Vlaamse Gemeenschap, die zich niet langer zou verzetten - mits het naleven van een aantal voorwaarden - tegen de bouw van nieuwe kleedkamers, ontvangstruimte én de aanleg van een tweede terrein en parking. En dan, gelooft de voorzitter, mag VK Dadizele dromen van méér. Zonder zijn roots te verloochenen. Het schlagerfestival, de jaarlijkse cavaverkoop in de eindejaarperiode, de drankstandjes op de avondmarkt en tijdens wielerwedstrijden, het nieuwjaarsfeestje voor de jeugdspelers: ze zullen ook dan blijven behoren tot de couleur locale van Daisel. 'Een klein dorp, maar het wij-gevoel is tot in de club voelbaar.'